Evenwicht, je leven

PODCAST · health

Evenwicht, je leven

Evenwicht, je levenDe podcast over het zintuig evenwicht. Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht.De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht. In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord. 'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'.https://evenwichtinuitvoering.nl/

  1. 212

    12 Wees stil

    Er is veel te vertellen over stilte. Stil zijn, hoort dat ook bij in-het-nu zijn? (eigen foto)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De vorige aflevering had de titel: Oorverdovend. In die aflevering heb ik het ook gehad over oorverdovende stilte. En nu wil ik even verder gaan over die stilte. Wat is daar nog meer mee dan alleen oorverdovende stilte? Er zijn heel veel vormen van stilte. Dit is seizoen 11, aflevering 12: Wees stil. Dan begin ik even met een Chinees spreekwoord: 'Wees niet bang om langzaam te gaan. Wees alleen bang om stil te staan.' Dat blijkt dus een Chinees spreekwoord te zijn en dan heb ik echt zoiets van: klopt dat wel? 'Wees niet bang om langzaam te gaan.' Dat mag dus. Maar wat is dan stil staan? Nou, daarin wil ik je een beetje meenemen in deze aflevering.Ik ben niet zo snel. Vroeger niet. En nu al helemaal niet. Ik doe de dingen bedachtzaam, met aandacht. En dat kost tijd. En dat is helemaal niet erg. Zo lang ik me niet gehaast voel, want door haast er is minder aandacht en kan ik juist misstappen. Fouten maken. Dingen over het hoofd zien. En met aandacht dan ben ik veel meer in het 'nu'. Dat is ook prettiger. Dan is er meer controle in mijn handelen. En af en toe sta ik wél stil. En als ik stil sta dan, ja ben ik daar niet bang voor. Het is dus voor mij zonder bang te zijn. Want ook al lijkt het stil, in mijn gedachten -en volgens mij gebeurt het ook heel erg onbewust en ook heel ver weg- dan gaat het steeds weer door. En dan ligt dat ergens te sudderen en ineens komt het dan tevoorschijn. Ja, het kan dan van alles zijn. Dat kan een idee zijn of een voorbeeld wat ik wil noemen of wat ik graag wil gaan doen. En dat komt meestal op de meest onverwachte plekken en tijden! Hoewel, juist als ik er niet bewust mee bezig ben -en ik heb dus toch wel een oplossing nodig of een idee nodig, en als ik het dan even laat liggen, en dat is dan voor mij ook een vorm van stil staan- dan komt het juist tevoorschijn! Ha, dan lijkt het wel alsof ik er toch op heb gewacht. Want ik weet dat het zo werkt. Stil staan is voor mij dus helemaal niet erg. Ik heb dan tijd om rustig om me heen te kijken. En soms zelfs met verwondering. In ieder geval met aandacht. Dan is eigenlijk dat ook in het 'nu' zijn, dat lijkt wel alsof dat een vorm is van stil staan. Zou dat kloppen? Ja en dan heb ik het niet direct over het letterlijke stil staan, want als ik aan het bewegen ben, aan het wandelen ben of aan het sporten ben, dan ben ik ook heel vaak in het 'nu' aanwezig. Dan ben ik precies daar, wat ik aan het doen ben, is precies hetzelfde als wat ik voel en als wat ik zie. Dan is 'nu' niet direct een synoniem voor stil staan. Maar oké. Ik heb hier wel eerder een keer over geschreven. En dat was naar aanleiding van een uitspraak van Lao Tse. Ik had deze tekst gelezen bij 'Dagelijkse Gedachte', dat krijg ik elke dag, krijg ik dat binnen en dan lees ik dat. En soms zijn er van die uitspraken, die vind ik mooi en die schrijf ik op. En daar doe ik dan wat mee. Dit is ook zo'n uitspraak: 'Wees stil. De wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren. Wees stil.' Stil is dan een niet-praten, geen geluiden maken. Of is deze stilte van 'wees stil' in deze uitspraak, is deze stilte de uitnodiging om niets te doen? Om niet in beweging te komen? Of juist stil zijn in gedachten? En dan ook 'De wereld onthult zichzelf'. Als ik dat dan lees, dan heb ik zo van hè, is er dan iets wat verborgen is? Ligt daar iets verborgen? Wat wordt er dan verborgen? Is dat iets geheims? Of is dat iets wat er altijd is, zichtbaar voor ieder, maar wat we niet zien, omdat we er niet op letten!? Omdat we geleefd worden door de mensen, door andere mensen, door het werk, door de verwachtingen waaraan we willen voldoen? Omdat we op de automatische piloot leven. En geen tijd nemen om stil te vallen. En gek vind ik het dat zo’n uitspraak: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'. Zo'n uitspraak is voor mij in eerste instantie heel helder. Maar als ik het goed lees, en nog een keer lees, wat daar nou precies staat, dan roept het alleen maar vragen op! De wereld onthult zich. Dan gaat het over beeld. Over wat er te zien is. Wat nu niet wordt gezien, omdat we niet stil zijn. En daar zie ik dan een discrepantie. Een discrepantie, want stil zijn heeft met gehoor te maken. Met geluid. Met luisteren. En onthullen, dat is tevoorschijn komen, dat is beeld. Dat is wat er te zien is! En gehoor en zicht zijn twee verschillende zintuigen. Als het gehoor niet werkt, als je doof wordt of doof bent, dan ben je afhankelijk van het zicht. En het gevoel. Als het zicht niet werkt, dan wordt er aanspraak gedaan op het gehoor. Dan ga je intenser luisteren. En ook daar gebruik je je gevoel wel bij. Maar wat als beide zintuigen, gehoor en zicht, niet werken!? Dan kan de ander niet ingezet worden om te compenseren. En dan kun je alleen maar afgaan op het gevoel. En gelukkig is er dan heel wat te voelen. Met handen en voeten. De temperatuur. Droog, nat. Ruiken. Proeven. Je kunt de wind voelen. De zon. De regen. Je kunt materialen voelen. De vormen ervan. Hard en zacht. En misschien wordt er wel bedoeld met 'wees stil', zet je gehoor en zicht uit en voel om je heen, de wereld! De wereld in al zijn vormen, met al je andere zintuigen. Dan is luisteren eigenlijk een metafoor voor voelen. Want als luisteren bedoeld wordt met je oren opvangen en interpreteren, dan gaat het dus wél over geluid en dan betekent 'wees stil' afwezigheid van spraak en geluiden maken. Ja, als ik dit dan allemaal zo vertel... het gaat ook niet vanzelf; stil zijn! En helemaal als je dat nooit eerder hebt gedaan. Daar bedoel ik mee dan, dat je zonder gehoor en zonder zicht, stil bent. En dat is wel te oefenen. En dat kan ook heel spannend zijn, want als je niks ziet en niks hoort, dan ben je afhankelijk van alleen die andere zintuigen. Er zijn mensen die hebben het syndroom van Usher. Die mensen die raken heel langzaamaan hun zicht en gehoor kwijt. En die gaan de wereld dus op een gegeven moment op een hele andere manier beleven. En dan wordt leven wel een hele opgave. Maar als je dan op een andere manier leert voelen, dan kun je daar wel heel wat mee doen! Maar zou dat de bedoeling zijn, van die uitspraak? De uitspraak van: 'Wees stil, de wereld onthult zichzelf aan wie geduldig genoeg is om te luisteren'? Ik stel me even zo voor dat je dus niets kan zien en niet kan horen, is dat dan stilte? Ik ben er ook nog niet helemaal over uit. Volgens mij heb ik wel vaker dat ik een aflevering met een vraag afsluit, omdat ik het antwoord ook niet weet. Af en toe raak ik zelf ook een beetje in de war hè! Dan gaat het alle kanten op. Dat heeft ook te maken met dat 'nu'. En dat doet me weer denken aan een vraag die ik pasgeleden gelezen heb en waar ik zelf ook weer antwoord op heb gegeven. En die vraag was: ‘Welk moment van vandaag zou je anders kunnen ervaren als je er je volledige aandacht aan zou geven?’ En dan ga ik al meteen, dan heb ik dat woord 'een moment, een moment in volledige aandacht' een moment dat is een tel. Dat is een seconde. En dat is wel erg kort. En dan is het raar om momenten te noemen. Fijner vind ik het dan als het een hele tijd lukt om met volledige aandacht iets te doen. Om dan aanwezig te zijn. Als ik volledig erbij ben door niets te denken, dan komen er juist allerlei ideeën binnen waar ik vervolgens verder over nadenk. Dat nadenken en dat uitwerken, daar verder op ingaan, gebeurt steeds weer in het 'nu'. Dus het is best een rare gedachte 'leven in het 'nu'' als je beseft dat dat ook kan betekenen dat je met volledige aandacht iets opschrijft of iets vertelt, zoals ik nu ook dit aan jou vertel. Dat dat ook leven in het 'nu' is. En dan is ook die hele uitspraak: 'leven in het 'nu'', is ook een uitspraak door iemand uitgedacht. En ik begrijp wat er bedoeld wordt met leven in het 'nu' en als ik dit nu weer zo opschrijf dan heb ik zo van: alles wat we doen, doen we in het 'nu'. Ik ga hier nog een keer weer verder op in. Ik denk dat die uitspraak: 'Wees stil' ook wel even nu heel goed past. Wees stil. Ik ben hierna even weer helemaal stil... Dank je wel voor het luisteren naar de podcast 'Evenwicht, je leven'. Seizoen 11, aflevering 12: Wees stil. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En tot de volgende keer!

  2. 211

    11 Oorverdovend

    Je hoort het wel vaker, het woord 'oorverdovend', maar wat betekent het eigenlijk? Wanneer is iets oorverdovend? (foto: Pixabay- AsoyID)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. Dit keer begin ik weer helemaal zelf in plaats van dat het het radioprogramma is, want de vorige twee afleveringen dan hoorde je meteen al dat het de intro was van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' Maar dit keer weer een solo-aflevering. Dit is seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend. Oorverdovend. Ja. Wat is dat een gek woord! Of is het eigenlijk wel een logisch woord? En dat ben ik eens gaan uitzoeken. Je zou kunnen denken bij het woord oorverdovend dat het gaat om een stofje dat het oor doof maakt. Zoals ook door narcose kan gebeuren. Gentamicine is zelfs een vloeistof die het oor en de evenwichtsorganen helemaal uitschakelt. En dan het oor ook blijvend doof maakt. Maar dat wordt niet bedoeld met het woord oorverdovend. Oorverdovend is een bijvoeglijk naamwoord. Het hoort voor een zelfstandig naamwoord te staan en dan zegt het iets over dat zelfstandige naamwoord. Bijvoorbeeld zoals de ‘blauwe’ auto of het ‘grote’ huis. Maar welk woord past er dan voor oorverdovend? Hoe kan het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden? Is dat dan ..ehm.. oorverdovend applaus? Of oorverdovende herrie? Dat vind ik trouwens een beetje dubbelop. Ik heb dat voorbeeld wel gevonden, oorverdovende herrie. Maar herrie wil al zeggen dat het een heel luid geluid is. En dat geldt ook namelijk voor het woord oorverdovend. Dat woord hoort bij lawaai. Het geluid is extreem luid. Het is keihard. Het is hels. Het is zó hard dat het bijna doof maakt. Of, hoe het ook uitgelegd wordt: het oor kan niets anders meer waarnemen dan het geluid zelf en geen andere geluiden meer. Het woord oorverdovend is in de taal een stijlfiguur. Het is een contradictie. En contradictie betekent een tegenstelling. Een tegenspraak of tegenstrijdigheid. En dat wil zeggen: een situatie waarbij twee beweringen of waarnemingen die elkaar uitsluiten, tegelijkertijd waar moeten zijn. Ze noemen het ook wel contradictio in terminis. En voorbeelden daarvan zijn: een humane oorlog. En dat is raar want een oorlog is nooit humaan! Of bindend studie-advies. Ook zo'n raar woord, terwijl het vaak gebruikt wordt. Maar advies is juist iets wat níet bindend is. Want daarom is het een advies. Vloeibaar ijs. Ook zo raar! Want het is pas ijs als het in een vaste toestand komt. Een plastic glas. Dat is ook een hele vreemde. Het is óf plastic óf het is glas! Het kan niet tegelijkertijd! Terwijl we wel weten wat er bedoeld wordt, want het is namelijk zo'n bekertje van plastic. Dat had je natuurlijk allang begrepen! Wat ook een contradictie is, is eerlijke politicus. Jammer ook dat dat helemaal niet bestaat, toch? Met deze voorbeelden die ik net gaf, begrijp ik het woord oorverdovend nog niet helemaal. Het oor is een lichaamsdeel. En het bestaat uit een oorschelp en een buitenoor, middenoor, binnenoor. En verdovend wil zeggen dat het niet meer goed werkt. Dat iets verdoofd is, zodat het geen pijn meer doet! Zoals dan bij narcose ook gebeurt. En zowel het oor als de oorschelp dat kan allemaal verdoofd worden. Maar dat betekent dat woord oorverdovend dus weer niet hè! Het gaat om geluid van buitenaf dat zó luid is dat het binnenoor niet meer goed kan werken. En ook het doorgeven van de geluidsprikkels, door de gehoorbeentjes die in het middenoor zitten, die werken dan niet goed meer. Eén van de gehoorbeentjes is er zelfs voor gemaakt om te luid geluid te dempen, voordat het doorgegeven wordt aan het binnenoor. En als dat dus niet meer goed werkt, als dat niet gedempt meer kan worden, dan kan er echt schade ontstaan in het binnenoor. En dat ontstaat weer in het slakkenhuis, want in het slakkenhuis daar zit ons eigenlijke gehoororgaan. En geluid kan dus oorverdovend zijn.Maar wat als je tinnitus oorverdovend is? Want zo voelt het wel, af en toe bij mij. Het geluid wat ik binnenin mijn hoofd hoor, dat is dan zó ontzettend luid! Het lijkt dan wel of er een soort scherm zit. En geluid van buitenaf moet dan eerst door dat scherm heen, en dat betekent ook dat spraakverstaan steeds moeilijker voor mij wordt. Juist als mijn eigen tinnitus heel luid is, wordt het moeilijker om geluid van buitenaf goed te ontvangen. Goed op te vangen. Dan gaan we weer even terug naar het geluid van buitenaf. Dan kun je het hebben over oorverdovende muziek. En gelukkig kun je bij oorverdovende muziek, veel te luide muziek, kun je gehoorschade voorkomen door het dragen van goede gehoorbescherming. Nog beter zou het zijn om het volume bij concerten, feesten en partijen om dat veel zachter te zetten. En in het vakblad Hoordetail stond een artikel over OORMERK. En dan OORMERK met hoofdletters geschreven. Dat is een nieuw live muziek-concept met een herkenbaar keurmerk. Een soort van label dat garandeert dat je naar een concert kunt gaan zonder oordoppen en zonder risico op gehoorschade. Waarom accepteren mensen dat een avondje uit risico's met zich meebrengt voor hun gehoor?! Het is zelfs zo, dat bij hoge volumes, dus bij veel te luid geluid, de details en de dynamiek in de muziek verdwijnt. Het geluid wordt ook veel platter, het wordt minder gelaagd. En dit heeft Mike Manders gezegd die het initiatief OORMERK helemaal omarmt. Mike Manders is een geluidstechnicus. OORMERK zelf is een initiatief van Chris van Kreij en Mike Hendrixen. Wat zij zeggen: als je goed mixt, de muziek goed mixt, op een lager niveau, op een lager volume bedoelen ze dan, dan hoor je meer nuance. Je hoort meer ruimte en meer emotie. En dan kun je veel meer genieten van de muziek. Muziek die je raakt. En die je morgen ook nog goed kunt horen! Want er is geen gehoorschade. En dan hebben zij als slogan: ‘je geniet harder als de muziek zachter staat’. Als dat nou echt overal in Nederland 'gewoon goed' wordt, en dat dat keurmerk OORMERK bij elk concert standaard wordt, dan hebben we geen last meer van oorverdovende muziek. En dan is het een bijvoeglijk naamwoord hè! Wat is dan oorverdovende stilte? Hier gaat het ook over een stijlfiguur. Het is een oxymoron. Een oxymoron dat zijn tegenstrijdige woorden die tegengestelde betekenissen met elkaar combineert. Een voorbeeld is dan bijvoorbeeld ‘oud nieuws’. Of ‘georganiseerde chaos’. Een ‘publiek geheim’. ‘Per ongeluk expres’. En dus ook oorverdovende stilte. Dat klinkt best gek hè? Dat is écht een tegenstelling. Want oorverdovend is dat hele veel geluid en stilte is juist dat er helemaal geen geluid is. En het betekent dan ook ‘oorverdovende stilte’, dan gaat het om de stilte die enorm en veelzeggend is. Dat is dat als er iets gezegd wordt en niemand reageert daarop, dan kan dat voelen als een oorverdovende stilte. Of het kan ook betekenen dat het aangeeft hoe zwaar de afwezigheid van geluid is. Dat er juist helemaal geen geluid te horen is. En dan lijkt het wel alsof je doof bent! Dat bedoelen ze dan met oorverdovende stilte. En ja met al die mogelijkheden rondom oorverdovend, ja, ik blijf het nog steeds een heel gek woord vinden. Ik weet niet wat jij ervan vindt? Ik heb het uitgezocht, ik denk dat ik het nog steeds een raar woord blijf vinden. Oorverdovend. Dit was seizoen 11, aflevering 11: Oorverdovend, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

  3. 210

    10 Zonder beeld 2

    Dit is het interview met Chris van Wijk, 2e uur. Van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor? Zonder de muziek. Deze aflevering is 38 minuten.Volledig transcript Ja, welkom terug bij het tweede uur ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En ik ben in gesprek met Chris van Wijk. Chris, die ziet de wereld op een hele andere manier. En daar hebben we het ook over, daar ben ik ook heel erg nieuwsgierig naar. En hij heeft al in het eerste uur daar heel veel over verteld. We gaan daar nu even mee verder. Want Chris, er zijn heel veel woorden die pas betekenis krijgen als je ze kunt zien. Bijvoorbeeld kleuren. We hebben het net al even gehad over kleuren, even, tijdens de muziek werd dat even zo besproken. Maar kleuren, die heb jij niet hoeven leren op school. Ooit. - Nee, (ha) maar ik wil eigenlijk beginnen met zeggen, kleuren zijn voor mij eigenlijk, heel gek misschien dat ik het zeg, maar kleuren hebben voor mij geen betekenis. Nee, daarom. Maar zo zijn er, denk ik, heel veel dingen die andere kinderen op de basisschool allemaal leren, die jij nooit hebt hoeven leren, omdat je het niet kan zien.  - Hoeven leren, kunnen leren. Ja, inderdaad, maar klopt. Ja, er zijn wel dingen die ik natuurlijk anders heb. Maar net zoals we het eerder al hadden. Braille leren. Ik bedoel, een ziend kind hoeft geen braille te leren. Dat heb ik natuurlijk wel moeten doen, dus.. Ja, dat wel. Er zijn wel dingen anders dan regulier onderwijs. Ja, maar bijvoorbeeld ..ehm.. afstanden. Jij kunt wél iets invoelen wat een afstand is. Als het gaat over dat je weet dat je van Weesp naar Zeewolde gaat. Dan weet je dat daar een bepaalde afstand tussen zit. - Dat weet ik puur omdat ik dat heb opgezocht op Google. Ik weet dat het ongeveer 35 kilometer zou moeten zijn. Ja, maar heb je dat ook dan op school geleerd? Kilometers, meters, centimeters. Kwam dat ook aan bod? - Geleerd als in? Nou ja, bij rekenen bijvoorbeeld. Het is een onderdeel bij rekenen. En dan moest je het omrekenen. Hoeveel meter is een kilometer. - Oh, zo. Oh ja man, dat is heel ver terug. Het hele metriekstelsel. - Nou, niet zo gedetailleerd in elk geval. Nee, kijk. En als we het hebben over haardracht. Over hoe mensen hun haar dragen. Zegt dat iets voor jou? - Nou, mij persoonlijk niet. …Ehm… ik weet natuurlijk wel dat er heel veel mogelijk is. Ja, nee, maar voor mij heeft dat verder niet veel toegevoegde waarde. (ha) Nee, nee. Iemand kan heel lang haar hebben. Of juist heel kort haar. Het kan stekelig zijn. Of heel krullerig. - Dat klopt. Zeker. Dat zijn details. Maar ja, goed, ik heb ja, zolang ik dat haar niet voel heb ik daar verder… ja, betekent dat voor mij niet zoveel. En als we het hebben over kleding, je noemde het zelf al. Uiterlijk zegt jou niet zoveel. Maar kleding is wel wat je aandoet. Wat een bepaald gevoel heeft. Hoe dat op je lichaam is en zo. - Ha, ik moet even terugdenken aan alle keren dat ik met mijn moeder kleding ben gaan kopen. En dat ze mij dan iets aandeed, waarvan ze zei: ‘Het ziet er goed uit’. En ik zei: ‘Mam, dit zit niet goed. Ik ga het niet dragen. Dus koop het vooral ook niet. Nee, dus het moet wel goed zitten, qua gevoel. Qua, hoe het op je armen zit. Op je huid zit. Op je nou ja, op je billen zit. - Ja, dat is leidend. Zeker. Ja, daarom, het gaat meer om het gevoel, wat het dan geeft.- Het gaat voor mij meer om het gevoel. De ziende wereld om je heen, wil nog wel dat je er goed of netjes uitziet. Maar dat is voor mij, ja bijzaak wat dat betreft. Want het moet vooral lekker zitten. Wat wel bij jou ook helpt als informatie is ook de geur. Dat is wel voor jou een informatiebron, hè? Hoe iemand ruikt. Hoe een omgeving ruikt. - Geur kan voor mij heel veel duidelijk maken. Ja. Ja, dat kan ik me voorstellen. Dat dat dan leidend kan zijn in waar je bent. En ook of je je daar prettig voelt. Of niet. - Ja zeker. Ja, nou zijn er heel veel woorden. Voor het woord ‘zien’. We kunnen kijken. We kunnen turen. Loeren. Focussen. Staren. Dat zijn allemaal woorden die we gebruiken voor ‘zien’. Toen ik dat opschreef, dacht ik van hoe zit het eigenlijk bij horen? Ken jij andere woorden, die op die manier passen bij horen? - Ehm… nee. Ik heb het ook niet gevonden. - Tenminste, niet dat ik weet. Gek is dat toch!! Dat we dus bij zien, ongelófelijk veel andere woorden hebben. En dat we bij horen, dan heb je het over geluid… heb je allerlei soorten tonen. De vorm van het geluid. - Ja, het waarnemen van geluid. Maar nee horen. Verder dan horen kom ik ook niet echt eigenlijk. Nee gek is dat hè? Die vond ik heel gek. Nou, heb ik zelf ook weer ontdekt. Maar het klopt ook dat jij daar geen andere woorden voor hebt. Jij weet wel, denk ik, of een stem voor jou prettig klinkt. Of niet. - Ik heb ooit in een tv-uitzending gezegd -dat geldt overigens nog steeds- en dat is zo'n 14 jaar terug (langer zelfs) ehm… maar dat, ja voor mij is ook stem leidend of hoe ik me bij iemand voel. Vrienden of zo. Kies ik ook voor een heel groot deel uit om de stem. Als iemand een lelijke stem heeft, ja dan… dat trekt mij niet. Dan denk ook bij mezelf van nou ja… dan ga ik er toch zo min mogelijk een gesprek mee aan, want, ja, dat bevalt niet, zeg maar. Het klopt niet in mijn ogen. Dan kun je er ook niet zoveel mee. Nee, dat kan ik me voorstellen. Dat juist… jouw gehoor is dus ook veel beter ontwikkeld. - Fijn dat je dat ook al gelijk goed benoemd. (ha). Ja maar de meeste mensen -en ik snap dat ook wel weer- die zeggen dan ‘Ja, maar je bent blind toch. Dan kun je het ook veel beter horen?’ Wie zegt dat? Ik denk dat ik me inderdaad veel beter concentreer op mijn gehoor. Omdat ik ervan afhankelijk ben. Maar of ik het ook daadwerkelijk beter hoor? Dat betwijfel ik. Nou, dat zijn nuances, jij hoort andere nuances in geluid dan wat wij horen. Gebruik jij ook echolocatie? -Echo-localisatie? Jazeker. Niet extreem vaak. Er zijn mensen die er veel gedrevener in zijn dan ik. Maar echo-localisatie kan voor mij wel inderdaad van pas komen. Jij hoort als jij een muur nadert? - Als ik me daarop focus, dat moet ik er wel bij zeggen, ja dat kun je horen, ja. Oké, ja. Dan is voor jou ook gehoorbescherming in situaties waar heel veel geluid is, voor jou nog essentiëler om te gebruiken. - Ik ga nergens heen zonder gehoorbescherming, als het om festivals of concerten gaat. Ik kan me goed voorstellen. Dat is zeker belangrijk dan. En Chris, jij bent zelf DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde. Er zijn dus waarschijnlijk luisteraars die jouw programma wel eens hebben gehoord. Of tenminste op het moment dat jij ook de muziek hebt ingestuurd, en zo. Wat voor muziek draai jij in het programma wat jij dan deelt? - Ik moet het even breder trekken; ik ben inderdaad DJ in vrije tijd. Dat klopt. Ik draai over het algemeen Psytrance. En ehm.. ja, ik lever inderdaad eens in de vier weken een mix aan voor de Lokale Omroep Zeewolde. Verder draai ik wel eens op feestjes, bruiloften van mensen. Vorig jaar ook wel op het Beachfestival hier gedraaid, in Zeewolde. Dat gaat dit jaar waarschijnlijk weer gebeuren. Dus er zijn mensen die jou waarschijnlijk wel gehoord hebben toen? Of gezien hebben op het podium? -Die kans bestaat, ja. Ja, oké, dus dan is het Chris van Wijk die dan bij het Beachfestival de muziek heeft geregeld. - Ik als DJ Cbeats heb dat gedaan. Ja, Sea beats? - Gewoon C. De C van mijn naam en dan Beats. Oké. Oké. En de muziek die jij uitkiest, luister jij dan ook eerst naar de teksten, die daar dan in voorkomen? - ehm… nou Punt 1 Psytrance is over het algemeen niet heel erg tekstueel. Maar voor mij is over het algemeen, ook in muziek, toch hoe… qua… hoe muziek in elkaar zit leidender dan de tekst. Ja. Oké. De combinatie van instrumenten? Van melodie? - Tekst, tuurlijk tekst kan [niet verstaan] breken, maar… nee, als ik een nummer hoor dan let ik eerst op hoe klinkt het? Als het dan interessant klinkt, dan denk ik oké. Dan ga ik me focussen op tekst. Maar nee, voor mij echt inderdaad hoe het klinkt is leidend. Ja. Melodielijnen en zo? Ja, en welke instrumenten er gebruikt worden, want dat is een groot verschil. Dat is een groot verschil. - Of je een tune hoort; ja of nee. Dat is ook een afgang. Ja! Nou, tegenwoordig is er heel veel AI-muziek natuurlijk. Hoor jij verschil? Of het AI is? - Ik wil zeggen ‘ja’. Ik weet dat er mensen zijn die dat namelijk kunnen horen. Er zijn geluidtechnici die dat verschil heel duidelijk kunnen horen. - Zeker. Als je goed luistert kun je dat horen. Waaraan hoor je dat? Toch wat instrumenten met AI. Ik weet niet, het klinkt gewoon kunstmatig. Je hoort gewoon… Je hoort aan iets dat het niet ingespeeld is door een keyboard of wat dan ook. Ja, dat vind ik dan knap. Want voor mij, ik hoor die nuances niet meer in de muziek. Dat is voor mij allemaal weg. Ik hoor soms ook hele bepaalde instrumenten niet. - Dat is jammer. En bij nieuwe muziek is dat ook lastig, hè? Want bij nieuwe muziek kan mijn brein niks invullen. Dus dan is het af en toe, nieuwe muziek is gewoon chaos. Dan heb ik echt van wat hoor ik nou toch?! - Oh jeetje. Ja, kan me dat niet heel goed voorstellen, maar ik kan me wel voorstellen dat dat voor jou... dat het anders is. Ja. Ja. We gaan even luisteren weer naar Ben Platt, want we hebben toch ook muziek in dit programma. Andere muziek dan wat jij draait dan tijdens jouw DJ, als jij als DJ werkt. Ben Platt is een zanger. - Ken ik ook. Ja, ken je hem wel?- Ja zeker. Dit nummer heet Older. Wanneer je jong bent,...

  4. 209

    9 Zonder beeld 1

    Dit is het volledige interview met Chris van Wijk. Radio opname Hoor jij wat ik hoor? 1e uur. Zonder de muziek. Deze aflevering is 36 minuten.(beeld is zwart, Chris ziet geen beelden)Volledig transcript 'Hoor jij wat ik hoor?' met Paula Hijne. Welkom bij 'Hoor jij wat ik hoor?'. Zoals gezegd een programma van Paula Hijne. Ik ben Paula Hijne, ik ben vrouw, ik ben ongeveer 1.64 lang. Ik draag een bril. En ik draag hoortoestellen. En dat is even om aan te geven, voor mijn gast, dat die een bepaald beeld van mij kan hebben. (ha) En ik ga mijn gast van alles vragen over hoe hij de wereld ziet. Mijn gast is namelijk Chris van Wijk. Welkom Chris. - Dank je wel. Ik heb altijd een eerste vraag in mijn programma. En daar wil ik mee beginnen. Ik weet niet of je mijn programma wel eens gehoord hebt, maar mijn eerste vraag is altijd: 'Hoor jij wat ik hoor?' - Dat is voor mij heel letterlijk. Ik denk het wel. Omdat voor mij namelijk mijn gehoor vanwege mijn gezichtsbeperking, ja eigenlijk gewoon essentieel is. En ik me daar heel erg op focus. Kun jij ook jezelf even voorstellen, Chris aan de luisteraars die jou nog helemaal niet kennen? - Ja, zeker. Ik ben Chris van Wijk. Ik ben 33. Ik ben volledig blind en ik ben woonachtig in Weesp. En verder ja, ..ehm... veel bezig met muziek, DJ'en in mijn vrije tijd. En ..ehm.. ja, wat kan ik verder over mezelf vertellen? Heel veel, maar dat komt aan de hand van de vragen wel, denk ik. Ja, zeker, ik heb heel veel vragen aan jou. Want ik hoorde dit van jouw moeder en jouw moeder vertelde ook wel dat jij heel graag daar over wil vertellen, over het feit dat jij de wereld anders ziet. Omdat de blind bent. Je noemde het net even heel snel. (ha) - Ja, voor mij is het natuurlijk. Ja, ik zie het zelf als je normaalste zaak van de wereld. Ik weet niet beter. Maar ik snap inderdaad dat het voor heel veel mensen iets gecompliceerder ligt ja. Het is iets anders ja en in zoverre ken ik het dat een beperking je in bepaalde dingen de wereld anders laat zien. Bij mij is het letterlijk de wereld horen, omdat ik juist niet goed hoor. - Exact ja. En dan, ik weet ook dat ik doof kan worden, dus dan dat ik ook strakjes een heleboel dingen niet meer kan horen. Onder andere ook muziek niet meer. Dat weet ik nu al, dat er een moment komt dat dat voor mij helemaal weg is. Maar jij hebt nog nooit kunnen kijken. Je hebt nooit kunnen zien. Klopt dat? - Nou, ja ik was, op zich het klopt, alleen ik ben wel ziend geboren, maar ik ben blind geworden na een half jaar. Vanwege mijn vroeggeboorte. Ja? - Door een netvliesloslating. En daarom ook dat jij, nou ja,.... Jij weet niet meer bewust dat jij iets gezien hebt dan? - Nee zeker niet, nee! Dan was je dus heel klein in. ..ehm.. wanneer wist jij zelf dat jij iets had wat andere mensen niet hadden? - Oh dat vind ik een hele goede vraag. ..ehm.. dat weet ik echt niet meer. Ik denk, ja, dat is gewoon natuurlijk vrij snel dat het je duidelijk wordt. Omdat je ja, je ouders laten dingen doorschemeren, je merkt gewoon dat je bepaalde signalementen mist die anderen wel meemaken. Ja, ja.... Het is een heel natuurlijk proces gewoon, denk ik, voor mij geweest.Heel natuurlijk, omdat ook jouw ouders daar dan op een natuurlijke manier mee omgingen? - Ja. Ja, die mazzel heb ik wel gehad ja. Ik heb inderdaad geluk gehad, altijd wel ..ehm.. ouders gehad die mij nou ja... Ja die mij daarin meenamen maar ook wel gewoon..... Ja, daar gelukkig normaal mee omgingen. Maar mij ook probeerden te betrekken bij het ja, bij alle normale dingen zeg maar. Bij alle dingen die in het gezin zo gebeurde dan? Hoe groot was jullie gezin?- ..Ehm.. 3 kinderen. En 2 ouders. Dus je hebt 2 broers, zussen? - Ik heb 2 zusjes, ja. 2 zussen. Zusjes? - Ja, ik ben zelf de oudste. Jij bent de oudste, kijk oké! Je hebt dus eigenlijk wel een andere jeugd gehad dan kinderen die kunnen zien? Hoe is jouw jeugd verlopen waarvan jij weet dat het anders is geweest?- Oeh dat vind ik een hele goede vraag. Maar ook gelijk een serieuze vraag, want ja, je hebt het over mijn jeugd. ..ehm.. laat ik het zo zeggen, ik was een jaar of 11, 12 toen ik me eigenlijk heel erg begon te beseffen dat ik heel veel dingen niet kon die zienden wel konden. Kijk ja.... - Dat kon dan gaan van op de computer spelen, tot buiten spelen, tot kleuren, tot ..ehm..... nou ja noem het allemaal maar op. Dus ik merkte heel snel dat ik daar wel.. ja hoe zeg je dat? Dat ik het anders moest gaan vormgeven. Dat dat ook best wel eventjes ..ehm.. nou, de nodige, ja, irritaties en frustraties heeft veroorzaakt ja. Ja, dat is dus toch wel gebeurd. Het is niet zo dat het allemaal vanzelf is gegaan? - Integendeel, nee. Oké. Naar wat voor een school ben jij gegaan dan? - Ik heb al mijn onderwijs meegemaakt op speciaal onderwijs. Ik ben naar Bartiméus in Zeist geweest. Je hebt zo maar globaal gezien 2 organisaties in Nederland voor blinden en slechtzienden. Je hebt Bartiméus in Zeist en nog een locatie in Lochem en weet ik allemaal. En je hebt Visio en dat is tussen... Meer in de omgeving Amsterdam. En ja ik heb de middelbare school en basisschool me gemaakt in Bartiméus. Dat is in Zeist eigenlijk. In Zeist? Oké. In Zeist aan de Utrechtseweg, ik weet niet of je dat weet? Dat adres? - Dat zijn inderdaad belangrijke details, maar dat klopt ja. Ja, want naast Bartiméus, zit ..ehm.. het Zonnehuis Stenia. - Ik weet niet of het nog zo is, maar toen was het wel zo. Toen was het wel zo. Nou daar heb ik namelijk gewerkt toen ik veel jonger was. (ha) - Oh dat meen je niet, zie je de wereld is klein... Ja, ja en wij kwamen ook heel veel mensen tegen daar die met blindengeleidenstokken liepen of met honden die dan van Bartiméus kwamen en die langs ons huis ook kwamen. - Daar kon ik er zo één van geweest zijn. HAHA! HAHA! Ja, nou, nee dat is wel... Jij bent 33, nee het is voor mij langer geleden dat ik daar gewerkt heb. Maar het zal nog steeds zo zijn dat daar ook heel veel mensen lopen die daar wel over de stoep, de weg, die zichtbaar zijn binnen Zeist! - Ja. Zeist is daar denk ik ook wel goed op ingesteld. - ..Ehm.. ja Zeist is daar onder andere goed op ingesteld. Maar ik heb ook zelf ..ehm.. een goede 10 jaar in Ermelo gewoond ..ehm.. daar was het ook goed.... qua voorzieningen eigenlijk.En waar zat je in Ermelo? - Ik ..ehm.. qua opleiding bedoel je? Ja, want daar heb je ook gewoond in Ermelo? - Ik heb gewoond in Ermelo. Ja, in het centrum. In het centrum? - Ja. Want daar is ook een instantie wat voor mensen is, die doof zijn en mensen die slechtziend zijn, blind zijn zelfs, daar is ook een locatie voor. - Ja. Maar daar zat je niet? - Nou, je hebt zeg maar inderdaad Sonneheerdt, ik denk dat je daarop doelt? Ja. - Dat is inderdaad met een groot terrein en appartementen en ..ehm.. hoe heet dat een opleidingslocatie. Dat had je. Maar je hebt ook nog inderdaad in een woonwijk ..ehm.. een 2 ja... een woning, die ze van 2 woningen 1 woning hebben gemaakt, dat heette de Wittenborgh en daar heb ik zelf zo'n 10 jaar gewoond. Dat was meer in het centrum maar wel met andere visie op beperkten. Oké. En in wat voor een huis woonde je dan? Woonde je echt helemaal op jezelf of was je daar met een groep mensen samen? - Nou, om een lang verhaal kort te maken, eigenlijk, je had je eigen kamer en sanitair en zo. Dat werd gedeeld. Je had gewoon 2 huiskamers, dus dat was een groepsding en je had een kamertje voor jezelf. Daar kwam het eigenlijk op neer, ja. Oké, en er was ook begeleiding bij in dat huis? - Ja, daar was in principe continu begeleiding aanwezig ja. En wat voor een opleiding heb jij gedaan, Chris? - Mijn laatste opleiding was een mbo secretarieel opleiding. Oké. En dat heb je dan ook in Ermelo gedaan? - Dat heb ik toen in Ermelo gedaan, ja. Ja. Je noemde net helemaal in het begin dat je in Weesp woont. Hoe ben je dan in Weesp terecht gekomen? - Gelukkig via een goede vriendin van mij. Ik woonde daar dus in Ermelo in die groepswoning en ik was daar wel een beetje klaar mee. Als in: ik woonde daar al 10 jaar en ik ja, ik wou gewoon privacy. Ik begon me te irriteren aan dingen. Regeltjes ga de dan natuurlijk overtreden op een gegeven moment. En daar word je dan op aangekeken. Dus ik wou gewoon een plekje voor mezelf en toen via een vriendin van mij die zei op een gegeven moment: 'In Weesp hebben ze... -nou nu komen we bij Visio, dat is die andere organisatie- hebben ze een woontrain-traject. Zeg maar om zelfstandig te leren wonen met 2-3 keer per week ambulante begeleiding en verder mag je het zelf uitzoeken. Je hebt je eigen appartement'. Ik zeg: 'Nou dat is perfect. Geef me maar een email-adres dan kan ik even een mailtje sturen'. Ja. - Nou, dat gedaan en ..ehm..... ja, toen 2 weken later op intakegesprek gekomen en toen ben ik daar 3 maanden later ongeveer naar toe verhuisd. Oké, toen was je welkom daar. (ha) - Daar was gelukkig een appartement vrij. Ja. Ja, oké. Daar moest je natuurlijk wel op wachten. En hoelang woon jij nu al in Weesp?- We zitten nu op de 4 jaar. Ruim. 4 jaar? - Maar ik moet er wel bij zeggen, wel in een 2e appartement binnen Weesp, want bij dat woontrain-traject hoorde dus een appartement, maar dus ook de regel erbij: als je dat traject hebt af gemaakt, ja dan moet je ook dus voor jezelf woonruimte al dan niet hebben. Dus ik was, toen ik daar woonde eigenlijk vrij snel op zoek naar woonruimte. Dus dan ga je gewoon via de reguliere wegen zoeken...

  5. 208

    8 IJdelheid of veiligheid

    Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. Dit jaar is het op 15 april De Dag van de Fietshelm. Streven is dat binnen 10 jaar een kwart van de Nederlanders een helm dragen tijdens het fietsen. Wat mij betreft mogen dat er veel meer zijn.(eigen foto van mijn rode helm)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 8: IJdelheid of veiligheid?Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. En het is een knalrode! Dus die valt wel op! En die kleur die matcht niet altijd met mijn jas en kleding, maar daar hou ik dan ook helemaal geen rekening mee. En als ik een keer weg fiets, zonder helm, dan mis ik iets. Net zoals de autogordel. Als ik die niet om heb, dan voel ik dat direct als we gaan rijden. Dan mis ik dat. En dat heb ik dus met fietsen ook. Mijn helm is dus standaard geworden. En dat was niet eens zo eenvoudig om een goed passende helm te vinden. Ik heb namelijk een klein hoofd, eigenlijk maat kinderhelm. Maar een kinderhelm past niet, want die bolling van dat hoofd is dan veel te klein. Niet elk merk heeft kleine maten. En na vele helmen gepast te hebben, lukte dat bij een gespecialiseerde fietsenwinkel. Dat was een winkel gespecialiseerd in fietskleding en allerlei accessoires en zo, waaronder dan ook helmen. En het is geworden een Lazerhelm. Lazer met l a z e r. In omvang is die tussen de 54 en 61 centimeter. Hij is 270 gram en hij is van februari 2023. Dat staat nog steeds op een klein stickertje achterin de helm. En met een soort wieltje, in dat binnenframe van die helm, dan kan ik 'm zo draaien dat hij op de kleinste stand staat en dan past ie dus op mijn hoofd. En de bandjes om mijn nek, die moet ik wel steeds goed aantrekken, want die gaan tijdens gebruik, tijdens het fietsen en zo, raakt het toch wel steeds losser. Of als ik hem weer afdoe. En die moet ik elke keer voordat ik de helm opdoe, moet ik die bandjes wel weer even goed doen. En de helm heeft ook een kleine zonneklep en daardoor hoef ik niet per se mijn zonnebril op te zetten, in de zomer. Vooral in de zomer als de zon hoog staat, dan valt er net genoeg schaduw zo voor mijn ogen, over mijn ogen heen en dat is fijn, dan hoef ik niet altijd een zonnebril op. Dus kortom, met helm op fietsen is al heel gewoon geworden. En was dat maar voor iedereen zo. Dit jaar is het op 15 april, de Dag van de Fietshelm. Je hebt overal dagen voor, dus ook de Dag van de Fietshelm. En de campagne hiervoor heet: Zet 'm op! Het streven is om binnen 10 jaar een kwart van de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. Dat is dus 25 %. In 2024 was dat zo'n 5 %. Dat is informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En bij fietsers die ouder dan 75 waren, was dat 20 %. Het streven is dus 25 % van alle Nederlanders, dat die een helm dragen. Dat is één op de vier! Ik vind dat heel erg weinig. Het streven zou moeten zijn ..ehm.. 80 % of misschien wel 100 %, dat iedereen met een helm op fietst. Want wielrenners, MTB'ers, cross-fietsers, skiërs, ..ehm.. schaatsers - schaatsers weet ik niet helemaal precies- maar al die andere sporters die dragen een helm! Zonder helm is hun sport zelfs helemaal onverantwoordelijk, toch? Voor deze groep sporters hoort de helm dus bij de standaarduitrusting. Dus waarom niet voor elke fietser in Nederland?! Toen ik een dame van boven de 80 ernaar vroeg, dat is een dame die met mij meedoet aan de sportles, op de sportschool, zij zei dat ze het niet nodig vond voor al die korte stukjes die ze fietst. Alleen als ze een lange fietstocht gaat maken, dan doet ze de helm op. Dus ze heeft wel een helm. En dan lijkt het alsof er op korte ritjes niets kan gebeuren. Maar je bent op de weg, je hebt maken met medeweggebruikers, je moet ergens oversteken, je kunt niet overal op een fietspad rijden. Dus ook op korte ritjes lijkt mij, dat je net zo’n groot risico loopt als op een lange fietstocht, toch? En dan een dame van boven de 80 die rijdt op een schitterende elektrische driewielfiets, en daarmee vloog ze uit de bocht. Ze is toen helemaal omgevallen en met haar hoofd echt op de grond gekomen. Lelijk verwond. Uiteindelijk is het goed afgelopen. Ze heeft een tijd in het ziekenhuis gelegen en gerevalideerd. En zij droeg ook geen helm. Ook voor mensen met een driewielfiets geef ik aan, ook dan is het goed om een helm te dragen. Dat ongeluk wat zij had, zij vloog echt uit de bocht, had ook helemaal niet te maken met medeweggebruikers. En de weg zelf was verder prima. Ze ging met een te grote snelheid de bocht door, waardoor ze de bocht niet goed kon nemen. Er zijn ook vrouwen die zeggen dat hun haar in de war komt. Ja, en ik moet natuurlijk altijd wel even mijn haar fatsoeneren als ik mijn helm afdoe, maar tijdens het fietsen heb ik daardoor nooit de haren meer in mijn gezicht. Dat had ik vroeger wel en nu nauwelijks. Nou heb ik ook korter haar, maar dan nog, ik heb altijd nog wel een pony, en die zou dan altijd nog in je gezicht kunnen waaien. Maar met een helm op gebeurt dat niet! En ook mijn haar wordt nauwelijks nat door de regen. Er zitten wel wat gaten in maar ja, toch, ik merk als ik in de regen fiets, dat mijn haar toch minder nat is geworden. Enige waar ik wel echt rekening mee moet houden is tijdens het op- en afzetten, dat is mijn bril en mijn hoortoestellen, want ja, die moeten wel goed blijven zitten. Moet ik altijd even goed controleren. Sowieso mijn bril merk ik meteen, maar mijn hoortoestellen moet ik altijd even checken, zitten ze nog goed in mijn oren. En ik hoorde ook van een man dat hij niet zo goed weet waar hij de helm moet laten als hij de fiets ergens parkeert. Nou ja, dat is iets om over na te denken. Dat weet ik nog wel, dat dat bij mij ook een van die dingen was wat ik me afvroeg toen ik een helm ging dragen, van wat doe ik ermee? Waar laat ik hem? Nou, ik doe hem tegenwoordig altijd in mijn fietstas. Ik heb gewoon standaard fietstassen op mijn fiets zitten. En ik doe hem daar altijd in de tas. Op dezelfde plek. En dat doe ik ook als ik thuis ben, als de fiets thuis staat. Ook dan gaat die in de fietstas. Dan kan ik hem dus nooit vergeten. Of als ik hem vergeet op te doen, heb ik hem altijd bij me. Kan ik hem zo weer wél op doen. Is me trouwens nog maar één keer gebeurd in het afgelopen jaar, dat ik hem even vergeten was. En 'm dus ook direct miste toen ik even aan het fietsen was, hè, wat ben ik vergeten en ineens: hé mijn helm. Maar omdat hij in mijn tas zat, kon ik hem zo weer op doen. En mijn man die doet ook de helm op en als hij de fiets parkeert, dan zet ie de helm vast aan de ketting waarmee hij ook de fiets vastzet aan een hek of aan een stang of een paal. En heel soms neem ik mijn helm mee, als ik een ..ehm.. tas heb die groot genoeg is om 'm in te doen, want ja, hij is maar 270 gram dus hij weegt helemaal niets. Hij is alleen best wel groot. Dus je moet wel een beetje een ruime tas hebben. En dat doe ik vooral als ik weet dat daar, waar ik de fiets parkeer, dat daar heel veel mensen langs lopen en zo, en dat vind ik nog wel eens ongemakkelijk worden. Dan doe ik de helm wel even in mijn eigen tas, dat vind ik dan net even wat makkelijker. Maar zo zijn er dus heel wat redenen om geen helm op te zetten. En het blijkt dat veel Nederlanders het ook gênant vinden. Dat las ik nu in de Kampioen, het magazine van de ANWB. Toen ik dat las dacht ik ook echt: zijn wij dan zo ijdel, dat we zelfs voor onze veiligheid geen helm willen dragen. Ik zeg dan 'we' maar daar bedoel ik dus de Nederlanders in algemene zin, want ik heb wél zelf altijd mijn helm op. En soms is het zelfs zo, als ik aan het wandelen ben, en er is even heel veel verkeer en ik moet daar oversteken, dat ik dan even aan mijn hoofd voel, ik heb mijn helm toch wel op?! Maar ja, die heb ik dus nooit op tijdens het wandelen, en dat mis ik dan! Er zijn ook getallen: Fietsers met helm hebben bij een botsing 60 % minder kans op ernstig en 70 % minder kans op dodelijk hoofd- en hersenletsel dan fietsers zonder helm. En dat is nogal een verschil! Fietshelmen kunnen dus een ernstige afloop voorkomen. Maar ja, ze voorkomen natuurlijk geen ongeluk hè! Want een ongeluk kan verschillende oorzaken hebben. En natuurlijk geldt dan ook het eigen fietsgedrag. Maar ook hoe het wegdek is. Of dat wel goed loopt of daar geen kuilen zitten of gaten, obstakels waar je tegenaan of overheen moet fietsen waardoor je kan vallen. Je hebt ook te maken met medeweggebruikers. Het zicht, staan er bomen in de weg of struiken, zodat je niet goed de hoek om kunt kijken. Met de weersomstandigheden. Slecht zicht bij... als het mistig is. Welke verlichting is er? Als dat donker is. Is er wel goede verlichting? En anders kun jij met je eigen fietslampen de weg vóór je verlichten. Stel dat er overal fietspaden zouden zijn? En dat overal waar geen fietspaden zijn, de weg zó is ingericht dat je heel veilig kunt fietsen, dan is het nog aan jezelf om dat veilig te doen! Ja, en dan pleit ik ervoor om maximaal 18 tot 20 kilometer per uur te rijden. Dat vind ik zelf een prettige snelheid. Dan kan ik namelijk alles nog wel goed overzien zonder dat ik te snel ga. En fietsspiegels gebruiken. Heb ik het wel eens vaker over gehad. Ik heb er twee op de fiets. Aan allebei de kanten, dus ik kan altijd achter me en schuin naast me zien, in één blik, als ik er even in kijk. Ik hoef er ook niet lang in te kijken. Want ik kijk voornamelijk naar voren, dat is het meest belangrijke als ik fiets. Er zijn tegenwoordig zelfs richtingaanwijzers voor op de fiets. Echt, ik heb het pasgeleden in een advertentie gezien. Ik ga nog even uitzoeken hoe dat is en hoe dat werkt en of dat ook op mijn fiets kan. Want dan hoef je niet per se je hand meer helemaal uit te steken. En in som...

  6. 207

    7 Evenwicht in beweging

    Tijdens de presentatie bij BeweegInn in Zeewolde ging het over ons zintuig evenwicht. Het was bijzonder om dit te mogen vertellen in dit unieke beweegcentrum.(foto is uitspraak die staat op de website van BeweegInn)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. En daar vertel ik ook graag over. Dit is seizoen 11, aflevering 7: Evenwicht in beweging. Pas geleden heb ik een presentatie gehouden over het evenwicht. Het was alweer even een tijdje geleden. Het is zo fijn dat ik weer mocht vertellen over dat fascinerende zintuig. Dat heb ik gedaan in een beweegcentrum hier in Zeewolde. Het is geen sportschool. Want dat zou je bijna denken. Maar een sportschool, daar hebben mensen bepaalde associaties bij en dit beweegcentrum heeft als doel om mensen weer te laten bewegen, die niet bekend zijn met een sportschool of waarvoor dat een veel te hoge drempel is, om dat te gaan doen. Het zijn ook mensen die misschien nooit gesport hebben of juist een bepaalde beperking hebben, waardoor ze weer heel langzaamaan weer moeten gaan bewegen. In dit beweegcentrum hebben ze zo'n 12 toestellen staan, in één grote ruimte. En die hebben allemaal een soort motor, die zijn motor-ondersteunend. En als je dat gaat doen, dan is er een soort circuit-training. Je gaat zo al die apparaten langs. Het lijkt wel op andere beweegcentra, sportscholen die er zijn, waar ook zo'n circuit is waar je de apparaten achter elkaar zo gaat doen. Maar het verschil hierbij is, dat die motorondersteuning er is. Dat je dan als je daar op gaat zitten, dat het apparaat jou beweegt. En dan ben je wel in beweging, ook al doet het apparaat het. Het mooie is dat dat heel zacht kan zijn en heel erg ondersteunend. Maar dat je, als je meer kracht hebt of in bepaalde spiergroepen meer kracht hebt en op dat apparaat gaat zitten, dan kan je juist de kracht gebruiken, dan kan je er tegenin gaan. En dan wordt het actief en uitdagend. De bedoeling is dat de mensen die daar komen, op een gegeven moment weer meer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam. Dat ze zich sterker voelen. Dat ze zich soepeler voelen. En de klachten die ze hebben, dat die dan verminderen. Kortom, het gaat over plezier in bewegen. Om opnieuw weer plezier te krijgen in bewegen. Of misschien, als je dat nooit hebt meegemaakt, dat je daar dus plezier in krijgt. En dat zijn ook de zes pijlers die zij hebben in het beweegcentrum. Dat is: samen zijn en plezier. Een andere pijler is spierkracht. Flexibiliteit. Evenwicht. Energie en uithoudingsvermogen. En de zesde pijler is het mentale en sociale welzijn. Het is namelijk niet alleen maar in beweging zijn. Het is ook het samen komen met andere mensen, die ook daar in het centrum komen, waar je gezellig een praatje mee kan maken. Er is koffie en thee. Er is een gezellige tafel waar je kunt zitten. En toch houd je ook steeds contact met die ruimte waar al die mensen ook in beweging zijn. In die ruimte daar mocht ik die presentatie houden. Het is heel mooi, want die apparaten staan allemaal langs de wand en daardoor heb je een hele grote middenruimte vrij. En daar hebben ze gezellig wat planten staan en een tafeltje. Maar dat hebben we weggehaald en daar konden de stoelen allemaal neergezet worden en zodoende konden de mensen gaan luisteren naar mijn verhaal. Best een grote ruimte. Want zo hadden we wel ruimte voor 40 mensen! En zo veel mensen kwamen er dan ook luisteren naar dat verhaal over het evenwicht. En ik wil dat verhaal, wat ik verteld heb, wil ik hier nu delen en dan zal je waarschijnlijk, als je mij al heel lang volgt, er dingen weer in herkennen. Want tuurlijk herhaal ik een heleboel dingen over het evenwicht. Want dat is precies wat ik wil meegeven! Wat ik zo graag wil uitdragen. Ik begon met het welkom. En ik vertelde dat een vriendin aan wie ik vertelde dat ik bezig was met het boek over het evenwicht, en toen zei zij ineens: ik wist niet dat het evenwicht een zintuig is. En met dat zij dat zei, besefte ik ineens wat voor een belangrijk iets ik had om steeds te gebruiken. Juist de benadrukken dat het evenwicht een zintuig is! Wat voor mij al zo logisch was, is dus helemaal niet logisch! Ik heb toen heel kort even verteld over wie ik ben. En dat er ook weinig bekend is over het evenwicht. Dat mensen daar niet zo veel over weten. En toen zei ik: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. Toen zei ik het nog een keer: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. En toen hadden ze het nog niet door. Dus toen heb ik gevraagd: willen jullie allemaal komen staan. En we gaan even allemaal stilstaan. Dan zie ik de mensen al denken: hè, wat gaan we nu dan doen? En ..ehm.. dacht dat we kwamen luisteren, moeten we ook nog iets doen. (ha) En tijdens dat stilstaan, heb ik gevraagd of ze wilden voelen wat er gebeurde in hun lichaam. En dat was best moeilijk. En ik zie het gebeuren, maar ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Wat ik zag namelijk was dat ze heel langzaam aan het bewegen waren. Niet iedereen. Maar de meeste mensen waren heel langzaam, heel zachtjes een beetje aan het wiebelen, naar voren en naar achteren. En dat was wat ik wilde horen ook, dat ze het zelf zouden voelen. En gelukkig was het er toen iemand die ook zei: Ik ga een beetje heen en weer. En dat werd beaamd door een heleboel andere mensen die ineens hadden van: Oh ja, dat heb ik ook. Toen heb ik ze wel weer laten zitten, want deze doelgroep mensen die er waren, waren mensen wel op leeftijd. En dan is het wel mooi om te zien dat er zo veel mensen die al ouder zijn, dat die toch geïnteresseerd zijn in dat evenwicht. Waarschijnlijk ook omdat de eigenaar van dit beweegcentrum aangeeft hoe belangrijk het is om dat steeds te blijven trainen. En ik heb toen ook verteld: Ons evenwicht staat altijd aan! Want de vraag was dan ook: hoe komt het dat we steeds zo'n klein beetje bewegen? Ja, dan zeggen ze van dat evenwicht is steeds aan het werk. Dat is steeds voor ons aan het zorgen dat je rechtop blijft staan. Ja, dat evenwicht doet dat, maar waardoor komt het dat je dan tóch nog een beetje beweegt? En dat is altijd een hele moeilijke vraag. En ik ga 'm nu hier dus in de podcast vertellen. Dus kom je een keer bij mij bij een presentatie en ik doe deze oefening, dan weet je al (ha) wat daar het antwoord op is: ‘We zijn namelijk altijd aan het ademen. En tijdens dat ademen, is er een kleine beweging in ons lichaam. En door die kleine beweging, is je evenwicht steeds aan het werk om dat de corrigeren. Ons evenwicht staat dus altijd aan. Het werkt altijd! Omdat we altijd aan het ademen zijn. En verder is het super gevoelig!’ Dat heb ik ook laten zien. Als ik met mijn ogen knipper, heeft het evenwicht dat allang gevoeld. Als ik mijn vinger strek dan is er al heel snel, supersnel een reactie gegaan naar die evenwichtsorganen die daar iets mee kunnen doen. Als ik m'n, ook al heb ik mijn schoenen aan, mijn grote teen omhoog doe, dan gaat er een heel snelle kettingreactie, zó snel, die evenwichtsorganen hebben het allang gevoeld dat dat gebeurde. Het is dan ook ons snelst werkende zintuig wat we hebben. Zo super gevoelig is het. En het derde principe, het derde inzicht wat ik in ieder geval wilde delen: Functie 1 en dat is perceptie. En perceptie is het voelen van het bewegen. Het voelen dat je bewogen wordt of zelf in beweging bent. Dat je vooruitgaat of achteruit. Opzij gaat. Of omhooggaat. Of ronddraait. Dat gevoel, dat je weet, ik ben aan het bewegen en ik ben aan het vooruit gaan of achteruitgaan. Een tweede kenmerk daarvan, van die perceptie, is het voelen: waar is de aarde? En dat voelen, waar is die aarde, dat is een hele belangrijke behoefte die we hebben. Het is zelfs een belangrijkere behoefte dan de behoefte aan eten. En als je dat beseft, dan krijg je door hoe belangrijk ons evenwicht voor ons hele lichaam is. Maar die behoefte weten we vaak niet. Dat weet je pas op het moment dat je het niet meer kunt voelen. En waarom vind ik hem dan heel belangrijk? Omdat ik weet hoe het voelt als je de aarde niet kunt voelen. En dat is, wanneer ik zo'n heftige aanval van draaiduizeligheid hebt. Heb ik natuurlijk al heel vaak over gehad. Ga ik nu verder niet op in. Maar het vertellen over die aanval van draaiduizeligheid en wat er dan met mij gebeurt, dat heb ik gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om die aarde te voelen. Toen heb ik de vraag gesteld: waar zit het evenwicht? Of eigenlijk, de evenwichtsorganen. En het grappige was, normaal krijg ik van die nietszeggende blikken zo van: nee, geen idee, weet ik eigenlijk niet. Nu waren er meerdere mensen die zeiden: het zit in je oor. Dan denk ik, nou volgens mij is daar gewoon over gesproken. Nou weet ik ook dat mijn boek af en toe daar op tafel ligt. Waar de mensen allemaal koffiedrinken met elkaar. En ik denk dat het daardoor ook wel eens besproken is. De evenwichtsorganen zitten in ons binnenoor. En toen heb ik dat even uitgelegd aan de hand van een hele grote plaat waar het oor op staat. In dat oor zitten dus twee zintuigen. Daar zit het gehoororgaan. En daar zitten de evenwichtsorganen. Ik heb ook verteld dat het evenwicht voor verschillende sensaties zorgt. Want het kan ook heel fijn zijn om in een draaimolen te zitten of een zweefmolen of als je aan het balanceren bent en je bent over een randje aan het lopen, hoe leuk is het als dat lukt!? Al die sensaties met het evenwicht kan ook heel prettig zijn. Daarna heb ik verteld over de samenwerking. De samenwerking tussen linker en rechter evenwichtsorganen, die samenwerking is heel essentieel. Dat heb ik laten zien door het voor- en achteroverbuigen. Met links en rechts dat die samenwerken. En met het 'nee' schudden van het hoofd. De samenwerking is zó dat we alle bewegingen in de ruimte...

  7. 206

    6 Wat is er te zien?

    Door het minder horen luister ik met mijn ogen. Maar hoe zit dat als je niets kunt zien? Ik heb een man geïnterviewd in mijn radioprogramma. Hij is blind. Ik mocht hem van alles erover vragen. Hoe beleeft hij de wereld om zich heen? (Het radioprogramma is in april 2026 elke zondagavond te beluisteren, van 20.00 tot 21.00 uur).(Foto is een afbeelding gemaakt door Daniela Postma)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Den podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel ook over zien en horen, 2 zintuigen die ik ook heel veel gebruik. En die ik ook nodig heb, naast mijn fysieke zintuig evenwicht en daar vertel ik ook graag over. Maar dit keer gaat het over zien en horen. Seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien?Dat doet me denken aan het spelletje van vroeger wat wij wel deden. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En dat was altijd een spelletje wat we konden doen in elke omgeving waar we waren. Je had er ook verder niets voor nodig, dan alleen je ogen en dat je dus kon rondkijken. En dit spelletje doe ik ook af en toe in de gebarengroep en dan doen we het in gebaren. En dan gaat iedereen mee rondkijken. En wat ze dan bedoelen? Zo van: dan zeg ik ..ehm.. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is blauw. Dan gaan ze om zich heen kijken, waar vinden we iets wat blauw is. En dat kunnen ze aanwijzen, maar anders moeten ze het uitbeelden. Van wat ze dan precies bedoelen. Helemaal als ze er niet bij kunnen. Dus zo veel mogelijk in gebaren doen we dat dan. En ik luister dan ook met mijn ogen. Ik heb het mondbeeld nodig om iemand goed te kunnen verstaan en dat komt natuurlijk omdat ik zelf veel minder goed kan horen. Nou, wat als je blind bent? Hoe ervaar je dan je omgeving? En hoe belangrijk is horen dan? In het boek 'Evenwicht, in uitvoering' staat daar een heel verhaal over. En misschien heb ik het ooit eerder wel een keer voorgelezen, maar ik ga het nu nog een keer doen, want dit is een mooie inleiding om daarna ook nog een ander verhaal over dat blind-zijn te kunnen vertellen. Dit is een verhaal van Marco en het staat in de ik-vorm. Dus overal waar ik 'ik' zeg dat is dan Marco die dat vertelt: Kijken met mijn oren. Ik heb een visuele beperking of eigenlijk ben ik blind. En tijdens mijn geboorte had ik een zicht van 25 %. En langzaamaan werd het zicht minder. Vanaf mijn 25e jaar is mijn zicht nog maar 5 %. Ik kan nét licht en donker onderscheiden. En heel soms zie ik wat contrast. Als het donker is, zie ik helemaal niets. Het lopen in een vertrouwde omgeving, zoals in mijn huis en tuin, dat gaat goed. Ik heb dan geen stok nodig. Daarbuiten gebruik altijd een stok. En sinds mijn zicht 5 % is heb ik een hulphond. Hij behoedt mij voor obstakels op de weg en ook voor obstakels die uitsteken, zoals uithangborden. De hond kijkt tot zo'n twee meter hoog. En bij onveilige situatie blokkeert hij mij de weg door voor me te gaan staan. Of hij begeleidt mij ergens omheen. Hij zoekt altijd de meest veilige weg. De hond fungeert als mijn ogen. De stok is een hulpmiddel om ook zelf de obstakels te voelen of te ondergrond. En ik maak de hele dag gebruik van mijn oren. Door mijn hoofd te bewegen, richting het geluid, weet ik waar het vandaan komt. En hoor ik ook of het geluid dichtbij of veraf is. En veel geluiden worden weerkaatst door de omgeving. Een muur klinkt anders dan een houden schutting of metalen deur. Ik voel het ook als ik dichtbij een muur kom. De temperatuur is dan anders. Als ik in een onbekende ruimte kom, is het moeilijker om een beeld te vormen van de omgeving. Ik moet dan veel heen en weer bewegen met mijn hoofd om het goed te kunnen horen. Daar word ik wel eens duizelig van. Ik denk ook dat dit komt doordat ik geen horizon kan zien. Toen ik vroeger nog wel wat zicht had, maakte ik gebruik van de horizon. En nu kan ik mij niet meer ergens op richten. Ik heb geen houvast. Ik doe niet meer aan bewegingssport. Want ik vind het moeilijk namelijk om te rennen, want ik ben bang om te vallen en te botsen. Dus ik heb een andere sport gevonden: luchtbuks-schieten met een geweer. Dat is geweldig om te doen! Dit verhaal heb ik zelf van deze Marco (het is een andere naam, ik weet zijn naam niet meer, ik heb hem Marco genoemd) van Marco zélf gehoord. En die vertelde ook over dat luchtbuks-schieten, waarbij ik dat dan ook gek vind, je ziet niet waar je naartoe schiet. Hoe doe je dat dan? En dan blijkt ook dat alles op gehoor gaat en dat dan iemand anders moet melden of het wel of niet ..ehm.. gelukt is. Voor mijn radioprogramma wilde ik ook écht een keer iemand interviewen die blind is. En zo kwam ik in contact met een man die vlak na de geboorte blind is geworden. Deze man is ook DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde, dus eigenlijk is het een soort collega van mij. Maar we kenden elkaar nog helemaal niet. Via de mail had ik contact met hem. En hij schreef toen ook naar mij terug: en leuk, ik kijk ernaar uit! Dat vind ik al bijzonder, dat iemand die blind is, toch de woorden gebruikt van zien en kijken. En dat waren natuurlijk voor mij ook allemaal vragen die naar boven kwamen; hoe zit dat dan? Ik mocht ook alles vragen! Dat heb ik ook gedaan. En in het begin toen ik net begon met het interview, of eigenlijk voordat we het interview begonnen, wilde ik gaan uitleggen hoe de studio eruitzag. Hij zei toen al: je hoeft het niet uit te leggen, hoe de studio er helemaal uitziet, want ik heb er toch geen beeld van. Ik kan er ook geen beeld van maken! Maar toen kwam dus het interview en heb ik alles mogen vragen wat ik wilde vragen. En ik heb ook gevraagd hoe het was in zijn jeugd. Hoe hij is opgegroeid en naar welke school hij is geweest. Nou dat is in Bartiméus, onder andere, geweest in Zeist. Daar zit een groot instituut waar kinderen naar school gaan en waar ze dan ook van alles leren wat nodig is om in de maatschappij te kunnen functioneren. En ook de gewone dingen die je op school moet leren. Ik heb ook gevraagd van: we hebben communicatie via de mail. Hoe gaat dat dan? Hoe lees jij de mail? En dan blijkt dat alles gaat met voorlezen. Een mechanische stem die dan voorleest wat er is geschreven. Dat gebeurt met WhatsApp en dat gebeurt dan ook met de mail. Dat is een bepaalde instelling die je kunt gebruiken. Hij gebruikt verder ook geen beeldscherm. Maar hij heeft dus wel een computer om dus wel op die manier contact te maken. Ik heb gevraagd naar braille. En hij heeft braille wel leren lezen, maar dat gaat best langzaam. En tegenwoordig is geluid en geluidsopnames en het laten ..ehm.. voorlezen dat is zo ver gevorderd, dat als je het allemaal zou moeten voelen, via braille, via lezen, dat dat veel langer duurt dan wanneer je er even naar luistert. Dat gaat veel sneller. Dus dat vindt hij veel prettiger om te gebruiken.Ik heb ook gevraagd wat hij doet als ie in een onbekende omgeving komt. En waar let ie dan op? En hoe die buiten loopt. Dat is onder andere met een blindegeleidestok. En toen heeft hij ook uitgelegd hoe hij daar dan precies mee loopt en dat die daarmee ook kan horen op wat voor een ondergrond hij loopt. Obstakels kan hij daarmee voelen. En hij gaat ook niet zonder blindegeleidestok naar buiten. Dat is iets wat heel belangrijk is. En voor hem is het een bewuste keuze om geen hulphond te nemen. Ik heb ook gevraagd naar het verkeer, hoe hij zichzelf verplaatst. Wat hij daar speciaal over vertelde is dat hij bij het station vaak vraagt om reisassistentie. Dat moet je allemaal van tevoren aanvragen. Maar dan is er op het station iemand die jou begeleidt naar de trein of uit de trein naar waar je verder mee laat vervoeren. Dat kan een regiotaxi zijn. Daar maakt hij ook vaak gebruik van. En dan staat de regiotaxi klaar, maar dan is er iemand die vanaf het station hem daarnaar toe brengt. Dat is wel wat ie steeds weer aangeeft, je moet het zelf allemaal organiseren. Je moet het regelen van tevoren. Dus op het moment dat je ergens naartoe wilt, moet je goed nadenken: wat is mijn reis, hoe ga ik reizen en wat heb ik daarvoor nodig? En wie heb ik daarvoor nodig? Hij maakt dan ook graag gebruik -ik heb het idee dankbaar gebruik- van mensen die hem komen ophalen en hem weer thuisbrengen. Ik heb ook gevraagd naar kermisattracties. Of hij daar wel eens in heeft gezeten. En hij vindt het geweldig! Dat gevoel wat het geeft om in een kermisattractie te zitten, of eigenlijk zo'n pretpark attractie. In zo'n grote boot, die Vliegende Hollander, in de Efteling. Of in een achtbaan. Hij vindt dat écht heel fijn om te voelen. En dat is natuurlijk ook wat extra ontwikkeld is, dat je, als je blind bent, en je kunt het niet zien, dat je alles ook op gevoel doet. Niet alleen op het gehoor, maar dus ook heel erg op het gevoel. We hebben het ook gehad over het feit dat als je blind bent, hoef je bepaalde dingen helemaal niet te leren. Wat je vroeger op de basisschool leerde, al heel vroeger, dat zijn de kleuren. Je leert op een gegeven moment afstanden; kilometers, centimeters. Kleuren heeft hij helemaal natuurlijk nooit geleerd. Dat kan ook helemaal niet. Hij weet dat het bestaat, maar hij heeft er geen enkel beeld van. Maar ook afstanden, kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Dan weet hij wel dat als hij ergens naartoe gaat, dat het een tijdje duurt voordat je er bent, maar hij heeft niet echt ideeën van wat een afstand dan precies is, omdat hij dat nooit gezien heeft. En toen gaf ik ook aan van: als ik nadenk over woorden voor zien, dan hebben we het over zien en kijken. We hebben het over turen en loeren, focussen en staren. En toen heb ik gevraagd aan hem, maar hoe zit het dan eigenlijk bij horen? Hebben we bij horen wel andere woorden? En we kwamen daar eigenlijk niet op! We konden niet bedenken wat voor andere woorden er voor ‘horen’ zijn die vergelijkbaar zijn met dat staren en dat loeren, wat bij he...

  8. 205

    5 Hoor de muziek

    Tijdens het dansweekend bij het Dansklooster besefte ik ineens dat er een tijd komt dat ik de muziek niet meer kan horen. Dat kwam even heftig binnen.(eigen foto van het huisje (kota) bij het Helios Centrum in Heerde)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 5: Hoor de muziek. Ik ben een heel weekend gaan dansen. Georganiseerd door het Dansklooster. En als je al lang deze podcast luistert, dan weet je misschien nog wel dat ik eerder heb verteld over het dansen. Dat was seizoen 4, aflevering 18: deze dans is voor mij. Het is al een hele tijd geleden maar je kunt hem nog steeds terugluisteren. Dansen is voor mij iets magisch! Als ik mijn eigen bewegingen mag maken, dan heb ik nauwelijks last van mijn verminderde evenwichtsgevoel. Mijn naamgebaar is een lemniscaat, het oneindigheidssymbool. En ik vind dat zo'n sierlijke beweging, als ik met mijn hand die 8-vorm maak en dat past dan ook wel bij mijn stijl van dansen. Dat sierlijke. En Dansklooster had een lente-retraite georganiseerd in Heerde, in het Helios Centrum. En dan vrijdag kwamen we daar aan. En ik zeg 'we' want ik kon meerijden met iemand die in Nijkerk woont. Heel prettig, want ik hoef dan niet met het openbaar vervoer. En kon ik toch mijn eigen dekbedje meenemen. En wat een héérlijke ontmoeting was dat met het team van het Dansklooster. Ik ben een heleboel jaren niet geweest, bij het Dansklooster. Ik heb daar vroeger meerdere keren mee gedanst met weekenden, met dansdagen. Maar de laatste jaren niet. Dus dit was weer de vervolg-kennismaking, zeg maar. Maar het voelde zó vertrouwd toen ik het team weer zag! Vooral degenen die 15 jaar geleden het Dansklooster hebben opgericht. Mathilda en Michael. En het voelde dus heel vertrouwd, terwijl de locatie voor mij helemaal nieuw was. Voor Dansklooster trouwens ook, het was de eerste keer dat zij daar dan waren. En ook alle andere deelnemers kende ik niet, op ééntje na. En dat was een man die heb ik eerder ontmoet in het Samayaklooster, waar ik ook eerder met een dansweekend mee heb gedaan. En op het terrein van het Helios Centrum daar staan verschillende kleine huisjes en er is zelfs een boomhut bij! En ik sliep met de dame waar ik was meegereden, in een heel schattig klein ja, hutje. Een kleine kota, een houten blokhutje. Daar waren twee slaapkamers in gemaakt. En zo had je gewoon een heel eigen klein plekje. Het was wel een heel klein kamertje, maar het was net groot genoeg om daar heerlijk te kunnen slapen, om daar overdag gewoon even heerlijk te kunnen zijn! Het dansen dat werd gedaan in een grote Finse kota, een groot houten gebouw met een soort puntdak, want dat heeft zo'n kota dan. En daar zit dus heel veel hoogte in. Als je daar dan binnen bent, dan kijk je echt de lucht in, in zo'n punt. En ja die hoogte maakt wel dat het een hele fijne ruimte is. Juist omdat het heel luchtig daardoor voelt of zo. Ik weet niet hoe ik dat precies moet uitleggen. Eigenlijk moet je dat zelf even ervaren als je daar bent. Het was ook heel sfeervol ingericht. Er waren ook klapdeuren die open konden, dus je kon ook zelfs naar buiten. En het had ook een hele prettige houten dansvloer. Heel prettig om op te lopen. Het was niet te koud of zo. Je kon gewoon met je blote voeten daar lopen. En je kon dan door die deuren die open konden, kon je kijken naar een grote vijver. En alle andere ramen waren ook dat je uitkeek op de natuur. Op de tuin die er rondom heen was. En sowieso, dat hele terrein dat was eigenlijk één grote tuin met ook allerlei hoogtes daarin. En een ..ehm.. groot grasveld. Er was zelfs een heel besloten plekje, daar lag allemaal grint, maar dat was een soort vuurplek waar je dan -waarschijnlijk met elkaar- kunt zitten en daar vuur kunt maken. En daar heel besloten zo, zo binnenin kon zitten. Er waren allemaal van die kleine verrassingsplekjes daar. En kleine geintjes die ze daar ook hadden in die tuin. Een klein beeldje wat op een schommel zit. Een klein draakje op een schommel en die hing dan aan een boom en die kon je dan heen en weer bewegen. En het grappige was, dat dat draakje, dat had een glimlach en op het moment dat je hem heen en weer ging bewegen dan zag je die glimlach steeds tevoorschijn komen. Ik heb daar zelf zó staan lachen toen ik dat deed, toen ik dat zo zat aan te kijken! Meteen een goed ideetje dat we hier thuis ook wel zoiets kunnen maken, we hebben genoeg bomen dus, wie weet komt er wel ergens een schommel te hangen met een of ander leuk beestje erin. Maar die tuin daar bij het Helios Centrum, die bomen, die heggen, overal lentebloemen die tevoorschijn komen, die al voorzichtig uit de bol zo omhoogkomen. Het paste allemaal bij die lente-retraite. En ook het weer was heel wisselend. Toen we aankwamen was het nog best aangenaam. Kon je ook nog buiten zitten en zo. Maar de zaterdag was het koud en mistig! En op zondag was er ineens een hele blauwe lucht en was er volop zon, maar was er wel een beetje een koele wind. Dus we hebben van alles meegemaakt. En op vrijdagavond, na het eten -het hele weekend was er trouwens heel lekker eten, er werd voor ons gekookt. We hebben wel ouderwets corvee gehad. We moesten helpen met het eten brengen en de borden heen en weer sjouwen, opruimen, afwassen. En dat was ook wel heel leuk om dat samen te kunnen doen. Maar na het eten, op die vrijdagavond, werd het weekend officieel geopend, in de ruimte waar we het hele weekend zouden gaan dansen. En eerst was er een deelcirkel. In een deelcirkel mocht je iets delen, met een talking stick in je hand. Op het moment dat je die stick in je handen hebt, dan ben jij aan het praten. En de andere mensen niet. Dan mocht je iets delen over jezelf en je mocht ook vertellen met welke lentevraag je dit weekend in bent gegaan. Was van tevoren al in die mail genoemd, van denk daar eens over na. En zo waren er mensen die hadden het over dat ze iets wilden loslaten. Of dat ze wilden gaan ervaren of de keuze die zij gemaakt hebben of dat wel helemaal oké is. Of ..ehm.. mensen die zichzelf écht weer in hun lijf wilden voelen. Omdat ze veel te veel in hun hoofd bezig zijn, wilden ze juist met het dansen weer terug naar dat gevoel! En het kon ook zijn dat je zonder vraag of intentie natuurlijk dat weekend in kwam. Dat je dan juist kwam om jezelf te verrassen! En ik ben begonnen met het vertellen in gebaren ook, dus ik praatte en ik maakte er gebaren bij en ik vertelde: ik ben schrijver en spreker én ik weet dat ik op een gegeven moment doof word. En dit weekend wil ik zonder woorden de dans ingaan. Om dan te ervaren hoe het is om helemaal geen woorden te horen, om geen woorden te gebruiken. En dan kan ik wel in gebaren praten, maar dan verder dus zonder het gesproken woord. En zo gingen we de hele avond vrij dansen. En voor dat vrij dansen heb ik ook helemaal geen woorden nodig. Dat bleek al gauw! Woordenloos zijn en dan zonder gedachten. Zonder aannames. Zonder oordelen of verwachtingen. Zonder verhalen. En dan alleen maar op die muziek dansen! Mijn eigen dans. En als ik dan een ander ontmoette in die dans, dan was dat met mijn ogen. En met de bewegingen, met onze handen. Dat is zó heerlijk! En het is ook zo'n tijd geleden dat ik zo gedanst heb op prachtige muziek! En 's avonds na de dans ben ik heerlijk gaan slapen op dat eigen plekje in die kleine houten kota. Het enige was dat ik 's nachts nog wel even naar buiten moest lopen om naar het toilet te gaan. Die was dan gelukkig vlakbij, maar ik moest wel even naar buiten. En weer terug. En dan weer gelukkig m'n warme bedje in. De volgende dag was er 's ochtends een speciale danssessie. Het was namelijk een Biodanza workshop. En bij Biodanza, dan worden er opdrachten gegeven. Opdrachten op allerlei verschillende manieren. Waar je ook bij samen danst of waarbij op een bepaald thema gedanst werd. Waar je elkaar steeds ontmoet in de dans, maar ook juist de ruimte krijgt om ook je eigen dans te doen, maar dan met een bepaalde opdracht. En deze ochtend, tijdens die lente-retraite, ging het ook over de vrouwelijke en mannelijke energie. In de bewegingen. In de dans die je deed. En de muziek was daar ook echt heel zorgvuldig voor uitgekozen. Dat je zelf ook voelde of het een mannelijke energie had of een vrouwelijke energie en dat dan ook in beweging kon laten zien. En toen kwam er een opdracht, dat de groep in tweeën werd gedeeld. Ik vormde met een paar mensen een soort buitenkring. En de andere helft van de groep die danste dan in het midden. Op de muziek. En dat was de muziek van... het nummer Music van John Miles. Dat begint met: 'Music was my first love'. Dat is rockmuziek uit 1976, het is eigenlijk een heel oud nummer. En ik stond te kijken en te luisteren en de dansers in die binnenkring liefdevol aan te moedigen. En dan komt ineens in die tekst de zin: 'music of the future and music of the past.' En dat herhaalt zich een paar keer. Dat interpreteerde ik als de muziek in de toekomst, wordt voor mij muziek uit het verleden. Want ik besefte ineens dat er een moment komt, dat ik de muziek niet meer zal kunnen horen. Ik weet dat ik doof word. En dat er dus een moment komt dat ook de muziek wegvalt. En toen ik dat hoorde, voelde ik de tranen bij mezelf opkomen. En ik vocht er eerst even tegen, zo van: dat wil ik niet laten zien ..ehm..... maar ze waren helemaal niet tegen te houden! Toen het lied eenmaal voorbij was, werden de rollen omgedraaid. De buitenkring, die mensen mochten naar binnen en mochten dan zelf gaan dansen. En de andere groep ging als een buitencirkel, een veilige buitencirkel om ons heen staan. En ik had natuurlijk de keus kunnen maken om eruit te kunnen stappen, maar ik besloot toch om dit aan te gaan, om daar middenin, tussen al die andere mensen te gaan staan. En te gaan voelen, wat...

  9. 204

    4 Verbaasd

    Ik ben vaak verbaasd over dingen die ik hoor, zie of zelf bedenk. Zelfs over de onderwerpen waar ik al heel wat over weet, zoals het evenwicht en gehoorverlies. Of ben ik eerder verbijsterd of verwonderd? (Foto: pixabay- honest_graphic)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Dit is ook de enige podcast die gaat over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en daarnaast vertel ik ook graag over gehoorverlies, over tinnitus, over beperkingen waar ik zelf mee te maken heb. Waar ik zelf mee moet leren leven. En ook allerlei hersenspinsels, allerlei dingen die mij opvallen, die deel ik ook heel graag in deze podcast met jou! Dit is seizoen 11, aflevering 4: Verbaasd. Af en toe kan ik helemaal verbaasd zijn. Door iets wat ik zie, wat ik hoor, wat ik merk. En ook wat ineens zomaar even opplopt in mijn hoofd. En dat is in dit geval ook zo. Ik was erover aan het nadenken over het rechtop lopen van de mens. En in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik daar een stukje over geschreven. En dat ga ik nu eerst even voorlezen: Wij mensen kunnen iets bijzonders. Wij kunnen rechtop staan en lopen. Wij zijn de enige wezens die rechtop, op twee benen lopen. Ergens in de evolutie tussen de 4 miljoen en 2 miljoen jaar geleden, zijn er voorouders van de mens geweest die rechtop zijn gaan staan en op twee benen zijn gaan lopen. Tegen de zwaartekracht in! En dat is moedig geweest. Of was het een noodzaak? Is het met vallen en opstaan gegaan? Zoals een baby leert staan en lopen? En dat zal zeker meer energie en aandacht gekost hebben. En toch had het voordelen, want anders hadden onze voorouders het rechtop lopen niet vol gehouden. Nou, en dat zat ik een keer even zo, ja, ik denk 's morgens vroeg te bedenken over dat rechtop lopen dat het best wel bijzonder is. En ook dat we dat doen op twee voeten. Twee kleine oppervlakten die we gebruiken om dan rechtop te lopen. En dat is in verhouding met dat hele lichaam, dat grote lange lichaam wat naar boven steekt, is dat best bijzonder dat we dat dan kunnen. En dan besef je ook wel dat die voeten heel erg belangrijk zijn en dat je die ook goed moet verzorgen. En dat je helemaal in onze wereld, dat je goed schoeisel moet hebben om je niet te bezeren. En toch was ik ineens heel verbaasd, kwam ineens zo naar boven ploppen, in mijn hoofd, dat wij de enige wezens zijn die rechtop lopen. Je zou denken dat als er zo veel voordelen aan zijn, dat er dan veel meer dieren ook rechtop zouden zijn gaan lopen. Dus hoe is het mogelijk dat alleen de mens het enige wezen is?! Dat is toch best raar!? En dan zijn er wel dieren die af en toe even omhoog kunnen komen. Maar dan nog hebben die nooit, als ze rechtop staan, en misschien een enkel dier wel, maar dan is het maar tijdelijk, dat dan alle gewrichten van boven naar beneden vanaf het hoofd helemaal naar beneden toe, dat die allemaal onder elkaar zitten. Verticaal dus. En als dat bij de mens komt door de herseninhoud, door dat we dat zo gevormd hebben in de evolutie. De hersenen is ook een beetje, die hebben een hele ingenieuze werking. En dat is toch eigenlijk prachtig hè, hoe dat dan werkt? Er zitten zo ontzettend veel verbindingen in ons brein. En het is ook nog eens neuroplastisch. Als er een fout ontstaat, waardoor je dus klachten krijgt, of een beperking dan, op den duur komen er weer nieuwe verbindingen, andere verbindingen en dan herstelt het weer een beetje, of verbetert het weer een beetje. Zoals ook mijn eigen evenwichtsgevoel, alle input die normaal door de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Maar dan door veel te trainen lukt het toch redelijk om dat evenwicht sterk te houden. En dat doe ik dan met goed kijken. Door mijn spieren goed te blijven gebruiken. Door de tast, met het voelen en zo. En daar dus ook bewust van te zijn. En met name ook met aandacht dus bewegen. Dan kom ik een heel eind. En blijft het evenwicht best sterk. En dan ben ik toch wel heel verbaasd, als het zo allemaal werkt. En dat evenwicht zo belangrijk is, dat er dan zo weinig over bekend is! En onbekend blijft. Over dat zintuig 'evenwicht'. En ik heb gemerkt dat zelfs fysiotherapeuten, die gespecialiseerd zijn in vestibulaire revalidatie, dat die zelfs de basisprincipes van het evenwicht niet eens kunnen uitleggen! Er zullen zeker fysiotherapeuten zijn die dat goed kunnen, maar ik heb ook mensen ontmoet die dat dus niet kunnen uitleggen. En eigenlijk zou je als fysiotherapeut of welke therapeut ook die werkt met mensen met evenwichtsklachten, dat je ook geïnteresseerd bent in de complete werking van het evenwicht. En dan gaat het niet alleen om de problemen te snappen die je ermee krijgt, maar juist wat daarvoor nodig is. Dat je dus het hele evenwichtssysteem begrijpt, zodat je dan ook de uitval van de evenwichtsorganen, dat je dat beter kunt uitleggen. En ook om dan te beseffen wat er dan wel of niet mogelijk is voor herstel! Want dat is tot een bepaalde hoogte mogelijk. Dat is handig om dat te weten. Om te beseffen dat je een klant die bij jou komt met evenwichtsklachten, dat daar een bepaalde grens aanzit wat je die nog allemaal kunt meegeven. Want je kunt niet meer alles volledig doen zoals je eerst deed, als er eenmaal evenwichtsverlies is. En ja, en dan wil ik dat heel graag veranderen. Ik wil dat die kennis wél veel meer gedeeld wordt. Maar het gaat nog steeds in hele kleine stapjes. En dan even terug naar die verbazing. Ik verbaas me namelijk om nog heel veel meer dingen. Het is bekend dat er steeds meer mensen zijn die te maken krijgen met gehoorverlies. En het komt omdat we ouder worden, maar ook omdat er overal geluid om ons heen is. Er is voortdurend geluid. Er zijn nauwelijks stille plekken te vinden in Nederland. Mensen zijn er ook al helemaal aan gewend om altijd geluid te horen, via de oortjes. Altijd luisteren naar muziek, gesprekken, naar de tv, naar de radio, films, games. Het lijkt wel of we verslaafd zijn aan geluid. En als gehoorverlies zó veel grote problemen gaat opleveren, met name ook bij uitval van het werk en zo, en er steeds grotere zorgkosten komen, en dat ook de vergoeding van hoortoestellen en de hoorzorg omhoog zou moeten (maar dat dat steeds minder wordt), krijg je steeds meer mensen die te maken krijgen met gehoorverlies, die dan ook niet helemaal op te lossen is. Dan verbaas ik me er weer over dat de handhaving van het aantal decibellen in de horeca en bij concerten, ja, die handhaving, weet ik niet of ze er écht op letten, maar dat er geen wettelijke limiet nog is voor het aantal decibel wat aan geluid te horen mag zijn. Ik heb het even opgezocht. Als je in een restaurant komt, dan mag de achtergrondmuziek tot zo'n 70 decibel zijn. En als er stevige achtergrondmuziek is dan mag het tot 90 decibel. Live-muziek bij bruiloften en partijen mag dan tot 100 decibel. Maar concerten die mogen tot wel 105 decibel. Nou, als je weet dat boven de 85 decibel er al kans is op gehoorschade! En bij 103 decibel dat dat dan binnen een paar minuten al tot gehoorschade kan leiden, dan is het vreemd dat er nog steeds zo'n hard geluid gedraaid mag worden. In 2023, toen hebben ze er weer over nagedacht, maar toen is aangegeven dat het niet verplicht is om de muziek zachter te zetten dan 100 decibel. Ze wilden namelijk van 103 naar 100 decibel. En als je weet dat dat een verdubbeling is; van 100 naar 103, dan is het veel en veel luider. En we willen het juist naar beneden hebben. Maar het is niet verplicht om het zachter te zetten dan 100 decibel. Dus bij concerten heb je best kans dat het misschien -zelfs bij professionele concerten- dat het wel tot 110 decibel kan gaan. Nou onbegrijpelijk dat dat kan. Dan verbaas ik me erover dat dat dus nog steeds mag! En ik hoop zó dat er weer meer aandacht komt voor een nieuwe wet. Want strenge regelgeving dat werkt echt wel. Alleen het moet dan wel natuurlijk gehandhaafd worden. Dat is wel een voorwaarde. Ja, verbazing! Ik noem het dan verbazing, maar misschien is het eerder ook verbijstering of bevreemding. Als ik nou over dat, dat ik dan ineens naar boven krijg van goh, wij zijn het enige wezen wat rechtop loopt. Dan is het meer een soort bevreemding. Maar verbazing kan ook verwondering zijn. Ja, en hoe reageer ik eigenlijk als ik ontdek dat er iets vreemds is? Of anders is? Of raar? Dan denk ik dat het wel aan mijn gezicht te zien is. Mijn wenkbrauwen gaan dan omhoog en mijn ogen doe ik weer meer open. Ga ik ze meer opensperren. Ik ga meer rechtop staan! Af en toe valt mijn mond dan zelfs open. En ik heb het even opgezocht wat mensen zeggen als er verbazing is. Het kan zijn dat ze dan zeggen: asjemenou! Of jeminee. Of oooh of aaah! Sapperloot. Sapperdekriek! Er zijn dus echt een heleboel woorden die mensen uitspreken als er iets is wat ze verbaast. En ik zeg dan ook wel vaak: wauw! En dat is grappig, want dan zie ik een hele mooie foto van de vogel die de wouw is. En daar heb ik ook een verhaal over geschreven in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want die verbazing die heb ik altijd met mij meegedragen en dat verhaal ga ik ook even voorlezen: Duikelende roofvogels. Zo'n 20 jaar geleden zag ik in een weiland in Zeeland twee grote roofvogels die om elkaar heen buitelden in de lucht. Een schitterend gezicht, om twee van die grote vogels zo sierlijk, snel en soepel te zien bewegen. Roodbruin van kleur. Lange spitse staartveren. En ik had geen idee welke vogel het was. Pasgeleden, onderweg naar Zwitserland, zag ik hetzelfde duikelen van roodbruine roofvogels, heel behendig. En nu had ik het vogelboekje erbij. Dus op zoek naar de naam. Het was een rode wouw. Die stond al heel lang op mijn vogelwensenlijstje. En die had ik nog nooit in het écht gezien. Dacht ik. Wel dus! Twintig jaar geleden. Dat waren rode wouwen. De manier van vliegen en buitelen heeft toen zo vee...

  10. 203

    3 Net iets teveel

    Er zijn van die dagen dat het net iets teveel is. Dit keer was er teveel geluid op mijn oren. Hierdoor werd ik instabiel. En zo zijn er nog meer factoren die dan net iets teveel voor mij zijn.(foto: Pixabay)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 11, aflevering 3: Net iets te veel. Op 3 maart is het elk jaar de World Hearing Day. De dag van het gehoor. En dat is een internationale bewustwordingsdag waarop de wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, aandacht vraagt voor gehoor, gehoorverlies en professionele gehoorzorg. En het thema dit jaar was: Blijf erbij horen. En op deze dag hebben PlanPlan adviesbureau en WERKelijk Horen een mini-symposium gehouden. Er waren drie verschillende lezingen. Eentje ging over een gezonde geluidsomgeving op de werkvloer. En de tweede lezing over gehoorverlies op de werkvloer met inzichten en de rol van de bedrijfsarts en de derde lezing ging over ‘Meten is weten’: de technische verschillen tussen enkelvoudige en meerkanaalssolo-apparatuur. En ik ben daarbij aanwezig geweest. Ik wilde dat ook goed kunnen volgen. Ik heb ook gevraagd: zijn er schrijftolken bij aanwezig? Nou, was allemaal prima geregeld. Maar wat daar verder ook bij was, we konden Auracast uit gaan proberen. De mensen die dat in Nederland willen uitzetten, die waren daar ook bij aanwezig. En Auracast dat is een ja, een nieuwe Bluetooth technologie. Dat is een audio-zender die dan geluid draadloos kan uitzenden naar een onbeperkt aantal ontvangers. En dat kunnen mensen zijn met een koptelefoon of met oortjes in, of die hoortoestellen dragen. Dus het is niet alleen voor de mensen met gehoorverlies. En dan kan het gaan om omroepberichten op de stations of in de treinen. ..ehm.. bij een theatervoorstelling of bij een lezing of een audiotour door een museum. In allerlei openbare gelegenheden waar gesproken wordt en waar verschillende mensen de tekst moeten horen, daar kan Auracast echt een verschil zijn! En dat systeem van Auracast dat werkt zelfs veel eenvoudiger dan de traditionele luistersystemen. En dan heb je het over de ringleiding-systemen die nu nog in de kerken en in theaters aanwezig zijn. Nou, waarschijnlijk wordt dat allemaal vervangen door Auracast. Die audio-kwaliteit is daar ook best goed van, want Auracast die transporteert het geluid ja, met nauwelijks vertraging. En dat is heel prettig, want als jij zelf tv kijkt en je doet dat via Auracast en je kijkt naar iemand, dan wil je dat wat je hoort, dat je dat ook direct ziet of andersom; wat je ziet wil je ook horen. En dat kan ook in een vergadering zijn. Of als je luistert en kijkt naar een spreker op een podium. Dat is natuurlijk veel fijner als dat naadloos in elkaar over gaat. En wij mochten dus die Auracast uitproberen. Maar niet alle hoortoestellen zijn al geschikt voor Auracast. Mijn hoortoestellen ook niet. En toch heb ik het uitgeprobeerd. Met een eigen ringleiding-lus en een kleine ontvanger, die kreeg ik mee. En zo kon ik, dan moest ik wel ook mijn hoortoestel nog wel weer op de ringleiding-stand zetten, en dan kon ik dus alles heel goed horen. Dicht op mijn oren. Eigenlijk in mijn oren. Want via het hoortoestel, dat zit dichtbij het trommelvlies, krijg ik dat dus direct binnen. Ik had ook goed zicht op de spreker. Ik ben zo gaan zitten dat ik het goed kon zien. Ik kon ook de tekst van de schrijftolk steeds goed zien. Maar het was niet eens noodzakelijk om de hele tijd naar de spreker te kijken! Want juist omdat het geluid goed binnenkwam, kon ik het toch nou, redelijk goed volgen, door niet de hele tijd de spreker aan te kijken. En dat is ook wel eens fijn. Dan hoef ik niet de hele tijd spraak af te zien. En dat heb ik dus gedaan. Er waren twee lezingen achter elkaar, best lang. En daarna was het even pauze. En toen werd het eigenlijk al vrij snel duidelijk, dat geluid, dat ik net iets te veel op mijn systeem hoorde, op mijn geluidssysteem, op mijn eigen hoorsysteem, dat merkte ik tijdens het lopen. Ik ging namelijk lopen en ik merkte dat ik nou, nogal, in stabiel was. Ik had dus moeite om mezelf in evenwicht te houden. Of kwam het omdat die Auracast, dat geluid veel te hard was. Dat kan ook. Dat ik het eigenlijk wat zachter had moeten zetten. En op het moment dat die Auracast, dat ik dat ook uitzette, dan hoor je dus ook niets meer van wat er daar door de microfoon en zo gezegd wordt. Dat voelde alsof ik dan even doof was. Dus het was een heel groot verschil tussen het geluid aan via Auracast en daarna weer gewoon het met mijn eigen hoortoestellen doen. Lijkt of het ineens veel minder geluid is. Of kwam dat dat instabiele gevoel, kwam dat omdat er heel veel mensen waren in die ruimte? En het pad tussen de stoelen, we wilden even naar buiten toe, het was heel mooi weer, het pad tussen die stoelen was heel smal. En om niet te botsen tegen andere mensen, moest ik dus extra opletten en ook af en toe even houvast zoeken bij de stoelen. En na de pauze hadden we dus nog een keer een lezing, de laatste lezing over dat meten is weten. Allemaal heel interessant wat we hebben gehoord. Maar na afloop was er nog even tijd voor een borreltje, kon je nog even wat andere mensen spreken. Ook toen voelde ik dat mijn instabiliteit echt groter was. Ik moet altijd met aandacht lopen, maar toen moest ik het echt héél erg! Echt opletten, waar loop ik? Wie loopt hier vlakbij mij? Hoe kan ik die, nou, zo langslopen dat ik niet ga botsen. En ook de trappen af, ben ik toch maar weer helemaal aan de leuning gaan lopen, zodat ik me vast kon houden. Zelfs de stoep op en af merkte ik, dat ik dat met meer aandacht moest doen. En ik heb de hele week, heb ik me wiebeliger gevoeld. Ik merkte dat écht met dat ik af en toe mist stapte, dat ik echt nog een stap extra moest doen, een voet opzijzetten, om me in evenwicht te houden. En wat ook een trigger is, heb ik gemerkt, helemaal als ik dan al wat instabieler ben, is ook die stralende zon. Het was heel mooi weer en als ik dan buiten ben, dan is het dus zó ontzettend licht, ook daar moet ik denk ik weer helemaal aan wennen, ..ehm.. te veel licht tijdens het wandelen en tijdens het fietsen. Ook zelfs in de bus en in de auto. Dan heb je door dat felle licht ook heel veel last van alle schaduwen. De schaduwen van de bomen. We hebben een vaandel hier aan de vlaggenmast en die wappert dan en die schaduw die komt dan steeds langs. En ik merk dat dat licht, schaduw, licht, schaduw, die verschillen, dat dat ook iets doet met mijn evenwicht. En dat weet ik wel, alleen, dat was dus nu even veel heviger. Er was te veel afwisseling en dat zorgt écht voor desoriëntatie. Of komt die wiebeligheid door te veel staan? Vorige week dan, dit was vorige week, na dat mini-symposium, heb ik ook veel gestaan aan de statafel. En aan de statafel ben je ook wel steeds aan het corrigeren om goed rechtop te blijven staan en dat kost dan best veel energie. Doe ik dat dan te lang? Sta ik dan te lang aan die statafel? Of komt dat juist omdat ik me eerst wiebelig voel en dat ik dan, als ik dan aan die statafel sta, dat het dan moeilijker gaat? Ik merkte dat namelijk tijdens de online-bijeenkomst van het ROCOVF. Dat was een hele lange middag online. Gelukkig was ik dan wel thuis, ik hoefde niet ergens naar toe. En dat was twee dagen na het mini-symposium. Mini-symposium was op een dinsdag en dat ROCOVF donderdagmiddag. Ik had geen schrijftolken geregeld, want het grootste deel zou helemaal niet voor mij bestemd zijn, want het ging helemaal niet over Flevoland. Dus ik hoefde ook niet alles te kunnen volgen. De agenda vond ik heel onduidelijk dus, ik had echt zo van: wanneer is Flevoland aan de beurt? En dan zitten we heel lang te wachten met de schrijftolken: wat is dan belangrijk om te tolken? Dan nee, ik doe het zonder tolken. Heb ik wel de koptelefoon op gehad, zodat het geluid weer dichterbij me komt, dan kan ik het beter verstaan. Maar het was ook nog eens een keer zonder spraakafzien. Want de sprekers die zaten allemaal bij elkaar in een grote zaal en ik was met nog een paar andere mensen online. Maar dan zie je die sprekers heel klein in beeld en dan zie je niet echt het mondbeeld. Dus ik heb heel veel geluisterd op die middag. En met mijn hoortoestellen in is dat wel heel prettig. En een koptelefoon erbij, kan ik het nét even allemaal goed volgen. Maar ik denk dat dat geluid allemaal nét te veel was. Op dat moment, was het teveel. In aflevering 1 heb ik het gehad over van de hak op de tak. Al die verschillende taken. Al die taken die ik mezelf opleg. En dat voortdurende schakelen. Misschien was dat vorige week ook nét iets te veel. En dan per taak valt het helemaal niet zo op. Tijdens de overgang van die taken, dat ik merk dat ik meer wiebelig ben. En dat komt omdat ik me waarschijnlijk heel erg focus op die ene taak, waar ik mee bezig ben. En dan moet ik daarna weer even lopen en dat ik dan pas merk, oh ja hmmm, ik moet een beetje opletten. Ik moet met aandacht lopen. Wat dan niet meehelpt, is dan dat ik, ja, niet helemaal goed slaap. Dat ik niet diep genoeg slaap, denk ik. En dat zorgt ervoor dat mijn energieniveau 's ochtends vroeg eigenlijk al een beetje te laag is om de hele dag in volle actie te functioneren. Ja, en dan komt natuurlijk weer het energie-management om de hoek kijken. Nou, ik neem denk ik te weinig rustmomenten om dan te herstellen. En dan met name overdag, want 's nachts heb ik dat niet helemaal in de hand of ik wel of niet goed slaap. Maar overdag kan ik die rustmomenten natuurlijk wel pakken! Ik leg mezelf eigenlijk veel te veel taken op! Die ik aan het eind van de dag uitgevoerd wil hebben. Dat zie ik ook in mijn agenda wel staan. Dus ik denk dat het goed is dat ik mijn eigen energie-management weer wat meer aandacht ga geven. Dat ik wat meer ga letten op...

  11. 202

    2 Drempels

    In ons dorp liggen verschillende soorten verkeersdrempels of verkeersheuvels. Twee soorten zijn heel onaangenaam om met de fiets erover of eromheen te gaan. Ook met een scootmobiel of elektrische rolstoel is dat niet te doen. Dit past niet in de inclusieve maatschappij.(eigen foto van een van de verkeersheuvels)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur, hoorcoach, presentator en ik zet mij in voor het creëren van een inclusieve samenleving. Dit is seizoen 11, aflevering 2: Drempels. Ja, in het kader van inclusie, hoort elke gemeente een Lokale Inclusie Agenda te hebben. En dan gaat het over toegankelijkheid. Toegankelijkheid op allerlei vormen, niveaus, zodat iedereen overal aan mee kan doen. En hier in het dorp doen we nu de vierde poging om de lokale inclusie-agenda handen en voeten te geven. Het is al driemaal eerder geprobeerd, niet gelukt. Niet goed van de grond gekomen. En dit keer de vierde poging, en ik hoop dat het nu wél van de grond komt. Dat we nu ook inderdaad drempels kunnen weghalen. En dan bedoel ik drempels in de breedste zin van het woord, want het gaat ook over, wat ik net zei over toegankelijkheid, het gaat over op allerlei niveaus, voor iedereen, dat iedereen mee kan doen! En de een heeft iets anders nodig dan de ander. Dus het gaat niet over gelijke behandeling. Het gaat wel over gelijkwaardigheid; dat we willen dat iedereen mee kan doen, ongeacht de handicap, de beperking die die dan heeft. Maar deze aflevering gaat het specifiek over de fysieke drempels. De verkeersdrempels. Deze podcast heet niet voor niks: drempels. Het doel van een verkeersdrempel is om het verkeer te vertragen. En dan hebben we het over gemotoriseerd verkeer. Een andere naam ervoor zijn verkeersremmers of snelheidsdrempels of verkeersheuvel. En die drempels die worden met name neergelegd in gebieden waar een lagere snelheid gewenst is. Om dan dus de verkeersveiligheid te verhogen. Dat is in woonwijken of bij scholen, waar heel veel voetgangersverkeer is. Ook bij openbare parkeerplaatsen, want daar wordt van alles geparkeerd, maar ook dus heel veel mensen die daar lopen. En daar worden dus allemaal van die drempels neergelegd. En de chauffeurs, de bestuurders van dat gemotoriseerde verkeer, die moeten dan hun snelheid matigen. En als je een lagere snelheid hebt, dan is er ook een kortere remweg en als er een kortere remweg is dan is de kans op verkeersongevallen veel kleiner. Dus je vermindert de kans op verkeersongevallen. Maar er is natuurlijk wel een effect van een verkeersdrempel. Dat is met name voor de bestuurder zelf, maar ook voor de omwonenden en voor andere gebruikers. Toen ik dat las dacht ik wel even van, wat zijn dan andere gebruikers? Nou, dan moet je denken aan fietsers, scootmobielen en elektrische rolstoelen. Want door het aanleggen van een verkeersdrempel op een verkeerde plek, dan verhoog je juist de kans op een verkeersongeval. En daar wil ik het in deze aflevering dus over hebben. Want de gemeente, die is verantwoordelijk voor die verkeersdrempels. En dan geven ze ook aan: bij een verkeersdrempel, kun je ook een verkeersbord neerzetten om te waarschuwen dat er een drempel aan komt. Dit is niet verplicht, het is wel aanbevolen. En vooral bij minder goed zicht, waar de verlichting minder is en ook als het vlak na een bocht komt. Nou is het wel weer het advies dat je een drempel niet moet plaatsen binnen 10 meter vanaf een bocht. Want anders krijg je hele gevaarlijke situaties. Het is ook om te voorkomen dat er schade is aan het voertuig. Zo zijn er ook normen en eisen gesteld aan verkeersdrempels. En dan staat erbij: onder andere niet te dichtbij huizen. En meestal worden er geen drempels aangelegd op busroutes. Als dat wel nodig is, dan zijn er busvriendelijke drempels. En een verkeersdrempel kan voor de veiligheid ook nog wel discutabel zijn, als het gaat over het snel kunnen rijden van een ambulance, brandweer en politie, want dan zijn die drempels ontzettend hinderlijk. Dus je moet goed nadenken, waar leg je de drempels neer, zodat ook dat vervoer, wat echt op snelheid moet rijden, dat die ook veilig kunnen rijden. Het heeft effect op het milieu, want bij het optrekken na de drempel, dan gebruik je meer brandstof. En als je gaat remmen is er meer fijnstof en als er veel drempels zijn, heb je ook bij drukte meer kans dat er file ontstaat en als er meer auto's achter elkaar staan, heb je sowieso weer een hogere uitstoot. Dat is natuurlijk anders alweer bij elektrische auto's. Dan is die uitstoot er niet. Maar nog niet iedereen rijdt elektrisch. Dus er zal nog steeds CO₂ uitstoot zijn dus ja, voor het milieu is het maar de vraag of het handig is. Als je het hebt over geluidsoverlast, dan, als er drempels liggen, dat het lawaai van snelrijdende voertuigen wordt dan wel minder. Alleen, je krijgt dan wel weer lawaai als gevolg van het remmen en het optrekken. En als je daar dus vlakbij bent, vlakbij woont, dan hoor je dus steeds dat remmen en optrekken. Misschien is het fijner om een geluid te horen wat gewoon op één toon is. Dat is anders dan dat optrekken en afremmen. Als er zwaar verkeer over die drempels heen gaat, dan heb je juist een heleboel extra geluiden die daarbij komen. Als er zwaar verkeer is met een aanhanger erbij waar allerlei dingen op liggen, dan rammelt dat natuurlijk aan alle kanten. Er zijn allerlei trillingen ook naast al die geluiden. Door die drempels, is ook de reistijd van de auto en van de bus, is ook weer wat langer. En dit kan allemaal toch ook wel weer voor frustratie zorgen bij bestuurders. Ja, en dan wil ik het hebben over de drempels die hier in het dorp zijn geplaatst. En dan hebben we het níet over de bestuurders. Ja, in eerste instantie wel, want ik ga het even over de buschauffeur hebben. Maar daarna, over juist al die andere gebruikers van de weg. En met name waar dan die drempels liggen. We hebben midden in het dorp, in het centrum, daar is de hele weg opnieuw ingericht. Heleboel is daar op de schop gegaan. Allemaal opgeruimd. Ze hebben allemaal nieuwe bestrating aangelegd, onder andere met drempels erbij. En dit zijn hele vervelende drempels voor de buschauffeur en ook voor de reizigers in de bus. Het is echt onaangenaam om over die drempels te gaan. Wat dit betreft is er dus een hele verkeerde keuze gemaakt van soorten drempels. Want er zijn ook busvriendelijke drempels. Waarom is dat daar niet aangelegd? Het is zelfs zo dat er beschadigingen komen aan de bus, door juist die verkeerde drempels die daar zijn neergelegd. En als ik kijk naar de drempels hier, in onze eigen straat, die vind ik helemaal niet zo heel vervelend. Die liggen in de hele breedte van de weg, van stoep tot stoep. En dat is dus een verhoging in de weg, gaat een beetje glooiend omhoog. En dan is het even plat en daarna gaat het weer glooiend omlaag. Het is eigenlijk een soort hoge hobbel. En die vind ik helemaal niet erg om daar met de fiets overheen te gaan. Maar dan... we hebben hier in het dorp twee nieuwe soorten drempels. Eéntje dat is een soort ronde verkeersheuvel. Ik noem het echt een verkeersheuvel, want het is niet zozeer een drempel, hij is helemaal rond. Je komt dan het fietspad af, rij je de straat in en dan kom je recht op die verkeersheuvel af. Als je daar recht overheen wil rijden, wat gewoon mag, want het is geen rotonde, dan is het echt kedeng! Het is een beetje een hoge rand, anders dan een hele glooiende rand. En dat is echt, dat is vervelend. Ik knal er gewoon tegenaan dan met de fiets. Helemaal niet goed voor mijn band ook. En ik schrok ook, de eerste keer dat ik daar kwam, schrok ik omdat ik het niet eens in de gaten had. Er zit wel een witte rand omheen en toch valt ie niet zo op. Nu ik dat weet, vermijd ik deze straten of als ik er dan toch doorheen moet omdat ik in die straat moet zijn, dan kan ik er wel óm heen. Zoals je ook normaal dat bij een rotonde doet. Alleen, er omheen... er is nauwelijks ruimte tussen dus die cirkel van de verkeersheuvel en de stoep; daar zit nog geen meter, misschien net één meter 30 of zo, dus dat is een hele kleine ruimte. En dan moet je heel erg oppassen dat je niet tegen de stoep rijdt en ook niet tegen die scherpe rand van die verkeersheuvel. En je moet je een hele scherpe bocht maken omdat het helemaal een cirkel is. Dus je moet er echt, ja, je kunt er niet eens ruim omheen, omdat die ruimte te kort is tussen die stoep en die rand. En bij sneeuw is die hele rotonde niet eens zichtbaar! Nou dan is het helemaal gevaarlijk, want dan kun je er echt tegenaan knallen. En je ziet het randje niet, dus je kunt er ook zo vanaf glijden. En dan ga je natuurlijk zo onderuit. Écht, ik begrijp niet dat ze deze grote cirkels zó hebben kunnen maken op een plek wat totaal niet handig is. Ik snap dat je het verkeer wil afremmen. Maar als je de bocht om wil, moet je altijd afremmen. Dus waarom zou je daar zo'n grote cirkel neerleggen die heel onhandig is om er goed omheen te rijden?! En ook niet prettig is om erop te rijden en weer af te rijden. Echt kedeng! Je rijdt er helemaal overheen en kedeng er weer af. En dan die andere drempel. Pas nieuw! Want de hele wijk die is gesaneerd. Ze hebben alle straten opengebroken, omdat de hele riolering vervangen moest worden. Ook daar moest de straat weer helemaal opnieuw bestraat worden en toen hebben ze gedacht: oh we kunnen daar ook wel drempels neerleggen! Nou, daar liggen dus een paar drempels en die zijn ovaalvormig. Ook wel weer met een witte rand er omheen, dus je kunt het wel zien. Maar, dan rij ik op het fietspad en ik ga de bocht om en vrij snel na de bocht ligt daar die drempel! Die verkeersheuvel. Ook weer zo'n rand van drie centimeter, niet meteen heel glooiend, maar echt dat je er tegenaan rijdt. Naast die verkeersheuvel da...

  12. 201

    1 Van de hak op de tak

    Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. Ik heb nog heel veel ideeën voor nieuwe afleveringen, want ik heb zoveel gedachten die langs dwarrelen. Gedachten die van de hak op de tak gaan. (Afbeelding Pixabay TheOtherKev)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 11, aflevering 1: Van de hak op de tak. Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. En ik ben nog vol ideeën voor nog wel een heel seizoen. En misschien wel nóg wel een heel seizoen er achteraan, want er is nog zó veel te vertellen. Dat kan gaan over ons fysieke evenwicht. Over ons psychische evenwicht. Over gehoorverlies. Tinnitus. En dat kan allemaal zowel informatief zijn als uit eigen ervaringen. En ook steeds weer ook over mijn gedachten die alle kanten op gaan. Ik ben net opnieuw begonnen met het boek 'De kracht van het nu' van Eckhart Tolle. Dat boek heb ik jaren geleden gelezen. En ik zie al bepaalde dingen die ik daar nu in het begin lees, dan denk ik: hé, dat heb ik omarmd, want dat gebruik ik ook vaker in mijn coach-gesprekken en zo. Dat is dan wel heel grappig! Maar het eerste hoofdstuk daarvan is: Je bent niet je denken. En dan citeer ik even een stukje uit dat boek: 'Je verstand is een instrument. Een hulpmiddel. Je kunt het voor een taak gebruiken en daarna berg je het weer op. En hier gaat het dan om gedachten die zich steeds herhalen. Dat is niet functioneel denken, dus eigenlijk piekeren. En dat is nutteloos en maakt dat er veel levensenergie verloren gaat.' Nou ja, tot zover Eckhart Tolle. Misschien dat ik er nog een keer in een andere aflevering verder op in ga, wat ik nog meer voor wijsheden uit het boek van hem heb gehaald en wat ik daar dan mee doe. En toch vraag ik me af of al die gedachten die bij mij langs dwarrelen of die dan ook nutteloos zijn. En dan bedoel ik niet die herhalende piekergedachten, want inderdaad die brengen mij nergens. Pas als ik de herhaling, als ik in de gaten heb dat ik steeds aan het herhalen ben, dan pas kan ik mezelf terughalen en er andere gedachten van maken. Of soms zelfs een beetje stilzetten. En als ik boos of verdrietig ben, dan is dat moeilijker dan wanneer ik me goed voel. Als ik blij ben. Of opgewekt. Ik had dat gisteren ook nog wel. Ik was aan het tekenen en ondertussen bij dat tekenen, zat ik te bedenken, oh ik moet diegene nog eens een keer een antwoord geven. Terwijl ik er maanden geleden bewust voor heb gekozen om geen antwoord te geven. Was ik er nu mee bezig dat ik wel antwoord zou willen geven. En ik merkte dat ik dat antwoord, ik was elke keer aan het herhalen. Het kwam elke keer weer op hetzelfde neer. Tot ik op een gegeven moment zo veel last ervan kreeg dat ik dacht: nee ik ben nu aan het tekenen. Het is helemaal niet nodig om nu daarmee bezig te zijn. Want ik weet niet eens of ik dat wil gaan doen. Dan kan ik het beter nu gewoon laten. En op een gegeven moment kwam ik weer in de cadans van het tekenen en (hèè, zucht) gelukkig, eindelijk was dat piekeren, dat was weg. En het bleef ook weg, gelukkig! Afijn, deze aflevering heb ik genoemd van de hak op de tak. Ik doe dat wel vaker in deze podcast: van de hak op de tak. Dat hebben mensen ook wel aangegeven die vaker naar mij luisteren. En ik heb even opgezocht wat het nou precies betekent ‘van de hak op de tak’. Het staat in het Groot Spreekwoordenboek. Van de hak op de tak dat betekent: een hak, dat is eigenlijk een haak, dat is een gebogen tak. En iemand die van de hak op de tak springt zoals vogels dat letterlijk doen, stapt steeds over van het ene onderwerp op het andere. Ja, als ik dat dan nu zo uitleg dan zal je herkennen dat ik dat wel vaker doe! Een andere uitdrukking wat ook met bomen te maken heeft is: omkeren als een blad aan een boom. En dat is omdat de voorkant van een blad er vaak totaal anders uitziet dan de achterkant, dan laat, wie omkeert als een blad aan de boom, zich ineens van een hele andere kant zien. En dat kan ook, mensen die mij in een bepaalde situatie kennen bijvoorbeeld alleen van het sporten en die mij dan later een keer iets zien presenteren, die zien ineens een andere kant van mij. Dan is het dus niet negatief bedoeld. Vaak wordt dit spreekwoord gebruikt een beetje in de negatieve context. Dat iemand omdraait; gedachten zo omdraait, het juist negatief bedoeld is. Maar je kunt hem natuurlijk ook positief zien. En ook een andere en die kende ik eigenlijk niet, dat spreekwoord: Aan een boom groeien verschillende vruchten. En de uitleg daarbij is: eenzelfde boom kan uiteenlopende vruchten van hetzelfde soort voortbrengen, zoals ook kinderen van dezelfde ouders onderling sterk kunnen verschillen. En werk van één hand niet iedere keer gelijk hoeft te zijn. Ja, en die vind ik ook wel weer heel grappig. Dat klopt ook wel, ik heb niet één manier van vertellen en ik heb niet één manier van schrijven. Ik kan op verschillende manieren schrijven. En als ik aan het tekenen ben, ja, er zitten wel bepaalde dingen in die hetzelfde lijken, maar ik kan ook heel anders tekenen. Dus dat klopt ook wel! En zeker als ik kijk naar hoe mijn zusjes zijn en ook hoe zij over vroeger denken, en hoe ik over vroeger denk, dat kunnen totaal verschillende verhalen zijn. Terwijl we het over hetzelfde hebben. Over hetzelfde feest of dezelfde activiteit waar we het over hebben. We hebben allemaal daar toch andere herinneringen aan. Het is eigenlijk een heel logisch spreekwoord dus. Weer terug van ‘de hak op de tak’, want daar hebben we het over. Afgelopen zaterdag gingen wij fietsen, want ik was heel benieuwd naar de ja, de activiteit die in de Schaapskooi gedaan wordt in Ermelo. Dat is een bezoekerscentrum. Eén keer in de maand komt daar een groep vrouwen bij elkaar en die gaan samen wol spinnen. En die wol komt van de schapen die daar bij die schaapskudde zijn, in die schaapskooi. En dat is mooi dat ze de eigen wol gebruiken en daar gaan ze mee spinnen. Daar maken ze draden van en dan kunnen ze daar ook allerlei dingetjes van maken. En ik was wel benieuwd naar hoe dat eruit zou zien. Dus we zijn daarnaar toe gefietst. Het was ook goed weer en zo. Het was heel leuk om daarbinnen te komen. En op die zolder van het bezoekerscentrum daar zaten inderdaad, een heel groepje, vrouwen naast elkaar en die waren allemaal aan het spinnen. Allemaal verschillende spinnenwielen. Jaa, ik vind dat fascinerend om naar te kijken. Op een gegeven moment kom ik dan ook in gesprek met die dames. En die vertellen dan over hoe verslavend het is. Als je dat eenmaal leuk vindt en je hebt het écht in de vingers (je moet het ook met je vingers doen) dan is het zó leuk om te doen! Het blijkt ook dat het een groep vrijwilligers is daar van het hele bezoekerscentrum, dat zij samen zo veel voor elkaar krijgen en dat het gezellig is en dat het dus meer is dan alleen maar het werk wat je doet, maar ook de ontmoeting met alle mensen daar. Ontmoeting met de andere vrijwilligers, maar ook alle bezoekers die daar komen. Het is ook echt een leuk bezoekerscentrum, ook gewoon om wat informatie op te doen. Ze hebben nu op zolder ook informatie over de wolf. Leuk om een keer te gaan kijken. Kan ik je aanraden. Maar wat mij dan ook grijpt is dan dus die spinnenwielen. En dan heb ik zo van, oh ik zou dat ook zo willen gaan doen. Maar ik ben bang dat als je daarmee begint dat het dan ook inderdaad verslavend is. En dat je dat steeds vaker en steeds meer wil doen. En ik gun me daar helemaal niet te tijd voor. Ik heb zo veel andere dingen om handen. Denk: nee, dat moet ik even helemaal niet willen. Ik vond het heel leuk om te zien, maar dat was prima. We zijn buiten bij het bezoekerscentrum... zijn we even een broodje gaan eten en zouden we op de fiets weer teruggaan naar huis. En we hadden een beetje een route uitgestippeld. Alleen, het werd wel een beetje donker. Zó donker dat ik echt zo had van: nou het zou zo maar kunnen gaan regenen. Inderdaad het begon dus te regenen. We zijn toch gaan fietsen en we zijn de route gaan doen zoals we die van tevoren bedacht hadden. Ik denk toch een wat langere route als we anders waren gereden. En het begon zó te regenen onderweg. En ik baalde zo enorm! Ik vond het écht niet leuk. Het was koud en mijn broek werd helemaal nat en op een gegeven moment dacht ik: oh, ik heb nog wel een regenbroek in mijn fietstas zitten. Dus ik die regenbroek aangedaan. Toch nog door fietsen, maar dan... de kou zit dan toch op je huid. Gelukkig had ik wel handschoenen nog mee. Mijn jas was verder gewoon goed water- en winddicht, dus dat was wel lekker. Maar ik was ook bang dat mijn hoortoestellen nat zouden worden. Nou zitten mijn hoortoestellen wel net onder mijn helm. Maar ja, als het zo gaat regenen, dan heb je kans dat het toch ergens nat gaat worden. Vond ik echt wel even vervelend. Wat moet ik ermee? Moet ik dan toch stoppen, in de regen? En dan mijn hoortoestellen uit gaan doen? Dan moet ik mijn tas pakken en moet ik daar in dat speciale opberg-etuitje doen. En dat in de regen! Het was ook onderweg ergens bij allemaal weilanden, dus we hadden ook nergens een plekje waar we konden schuilen, waar je droog kon staan. We moesten toch door fietsen. Gelukkig is het goed gegaan. En toevallig hoorde ik vandaag een verhaal op de sportschool van een, van een andere dame, die was met haar hoortoestellen onder de douche gegaan. Die was ze dus helemaal vergeten uit te doen. Die ging dus onder de douche, haren gewassen en al en die komt de douche uit en die ging helemaal afdrogen en die wilde toen haar hoortoestellen weer in doen. En toen had ze van hè, m'n hoortoestellen zitten helemaal niet in mijn bakje. Het zijn oplaadbare hoortoestellen en ze had echt zo van waar zijn m'n hoortoestellen?! En toen bleek dat ze ze gewoon in had gehouden en dat ze dat helemaal niet in de gaten heeft gehad tijdens het douchen. Toe...

  13. 200

    20 Tweehonderd

    Dit is de 200e aflevering van deze podcast. Een mijlpaal. Maar hoe zit dat met getallen en cijfers? Wat heb ik zelf met getallen? Er is ook heel wat te vertellen over het getal 13. Weet je dat je elk getal in gebaren kunt laten zien met één hand?(eigen foto van spel met getallen)Deze aflevering duurt 13 minuten.Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En in deze podcast vertel ik sowieso over het fysieke evenwicht, over het psychische evenwicht en ook over allerlei dingen waar ik me, ja, af en toe mee bezig hou, waar ik over nadenk. Als ik iets geleerd heb, dan wil ik dat ook graag met je delen. En zo komt er altijd van alles langs. Dit is seizoen 10, aflevering 20: Tweehonderd. Dit is de 200e aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Ik heb 10 seizoenen gemaakt. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen. Heb ik gewoon zelf bedacht, vond ik een mooi aantal. En ondertussen, in 5 jaar tijd, heb ik dan 200 afleveringen gemaakt. Het zijn allemaal hele verschillende afleveringen. Het kan gaan over het fysieke evenwicht en dan heb je titels als: De eerste stapjes. Traplopen. Vallen en opstaan. Chaos in mijn hoofd. Ik ben duizelig. Omhoog en omlaag. Verschil. Wiebelen. Tegenwind. Heeft allemaal iets te maken met het fysieke evenwicht en míjn eigen evenwicht, hoe het dan anders werkt dan wanneer het helemaal goed zou zijn. Het gaat ook over horen. Horen is ook een heel belangrijk aspect in mijn podcast. En dan gaat het over bijvoorbeeld: het geluid van de stem. Fluisteren. Durven luisteren. Erbij horen. En al die afleveringen die ik gemaakt hebt over tinnitus. En dan ook, wat ik net al vertelde aan het begin, het gaat ook wel over dingen die mij bezighouden. En zo is er een aflevering met de titel: Verwondering. Optimist. Alles op zijn tijd. Roerloos. Lanterfanten. Omdenken. Ja, allerlei soorten titels die langskomen en waar ik dus al iets over verteld heb aan jou. En soms komen er dingen een tweede of een derde keer langs. Onder andere het traplopen. Heb ik het al heel vaak over gehad. Maar, ik heb het nog nooit gehad over getallen. En deze aflevering, aflevering 200, gaat over getallen. Dat vind ik mooi om even op in te gaan. Tenminste, niet per se het getal 200. Ik heb namelijk pasgeleden iets geleerd, wat ik nog niet eerder wist. En dat is het verschil tussen cijfers en getallen. We zeggen heel vaak cijfers, maar dan gaat het om getallen. En het verschil daartussen is dat een getal, en misschien weet jij het allang -want er zijn genoeg mensen dit wél weten, alleen ik wist het nog niet- een getal is een hoeveelheid die uit één of meer cijfers bestaat. En een cijfer is enkel een symbool. En die symbolen die zijn van 0 tot en met 9 en dat zijn dan samen 10 cijfers. Want de 0 is ook dan een cijfer. En die cijfers zijn dus eigenlijk de bouwsteunen voor de getallen. Als je dat in de taal zou noemen, dan zijn cijfers als de letters. En de getallen zijn als de woorden. Bijvoorbeeld het getal 28, dat wordt geschreven met twee cijfers. De 2 en de 8. En er is nog iets opmerkelijks. Want kleine getallen van één tot en met tien, dus eigenlijk die cijfers, die worden vaak voluit geschreven. Als je een tekst maakt, dan worden die met letters geschreven. En boven de tien, dan worden de getallen in cijfers geschreven. Dat ga je dan niet meer in letters doen, maar in cijfers. Dus als ik in mijn podcast iets zeg over ..ehm.. één of twee of vier of vijf. Dan kan ik dat in letters gaan opschrijven in het transcript. Soms doe ik dat niet, maar dat hoort eigenlijk dus wel! Als je je houdt aan de regels van hoe je dan de taal weer gebruikt. De titel van deze podcast is 'Tweehonderd' in letters geschreven. En dat klopt dus helemaal niet, want eigenlijk zouden dat dus cijfers moeten zijn. Het getal 200 wordt geschreven met de cijfers 2-0-0 en dat zou dan de titel moeten zijn. Ik heb het niet helemaal goed gedaan. Maar dat maakt het juist zo leuk in deze podcast, dat het allemaal kan! Verwarrend is dan ook de reclame van één of ander boekhoudprogramma. Daar wordt dan gezegd: '...en de cijfers die kloppen'. Dat is dus niet juist! De getallen, die kloppen. En het vreemde is dat dit een reclame is, notabene over een boekhoudprogramma en dan gaat het alleen maar over getallen! Dus dat is raar gekozen, dat ze juist in de reclame, die iedereen hoort, het hebben over ‘de cijfers die kloppen’! En toen ontdekte ik in mijn eigen boek 'Hoor jij wat ik hoor?', dat daar in de inhoudsopgave ook staat: cijfers over tinnitus. Dus eigenlijk klopt dat ook niet, want dan gaat het ook over de getallen. En toen wist ik het verschil nog niet, want anders had ik dat zeker aangepast. Dan had ik dat veranderd. Verderop in de tekst in het boek, als ik dan ga vertellen over die verschillende aantallen allemaal, over de hoeveelheid mensen die tinnitus hebben, dan heb ik het ineens wél over getallen. Dus ja, in mijn eigen boek klopt het dus ook niet helemaal!En toen ik er even mee bezig was, over getallen van wat daar nou mee is, toen kwam ik dat getal 13 tegen. En 13 dat is ook wel een speciaal getal. Waarschijnlijk kun je over elk getal wel iets speciaals noemen. Maar ik heb 13 er even uitgepakt, want over het getal 13 is wel wat te vertellen. 13 is namelijk een natuurlijk getal. En als je weet dat er in een kwartaal zitten altijd 13 weken. En er zijn ook 13 maanrondes om de aarde in één zonnejaar. En er zijn ook 13 hoofdgewrichten in het menselijk lichaam. Dus er zijn 13 hele belangrijke gewrichten in elk menselijk lichaam. Ja, tenzij je een been of een arm mist, dan mis je wat gewrichten. Maar een lichaam dat intact is, heeft dus 13 hoofdgewrichten. En dan is ook 13 een getal voor creatiekracht. Het is ook goddelijke, vrouwelijke energie. En het staat ook voor vruchtbaarheid en het leven. En het is zelfs een engelengetal. Je engelen willen dat je je dromen volgt. Dus het heeft allerlei positieve associaties. Ja, die 13 is ook een soort getal voor transformatie. Nou heb ik zelf niet meteen iets met het getal 13, maar ik vond dit wel heel interessant. Want 13 wordt juist ook heel vaak gezien als een ongeluksgetal! Dat is bijgeloof. Zo kan je het tenminste zien. En het grappige is, ongeluksgetal zijn precies 13 letters. Het woord ongeluksgetal heeft 13 letters. En vrijdag de 13e is zelfs in heel veel landen een ongelukkige dag. En dat komt denk ik uit de geschiedenis, vanuit het christendom, dat Jezus met zijn 12 discipelen bij elkaar is en dan zijn ze met zijn 13-en samen. En Judas was de 13e persoon aan tafel en die heeft Jezus verraden. En Jezus is ook op een vrijdag gekruisigd. Dus vandaar komt dat waarschijnlijk dat ongeluksgetal vandaan. Er is zelfs een speciale naam voor de angst voor het getal 13. Daar had ik ook echt nooit eerder over gehoord. En dan ga ik kijken of ik het goed uit kan spreken: triskaidekafobie. Triskaidekafobie. En dat wil ook zeggen dat in een vliegtuig dan wordt de rij 13 en de zitplaats 13 wordt overgeslagen. En ook in hotels heb je geen etage 13. Ook die wordt overgeslagen. Heeft allemaal te maken met dat 13 een ongeluksgetal zou zijn. Maar nou is er ook een uitdrukking: 13 in een dozijn. En dat betekent gewoon als van iets is heel gewoon! Maakt niet of het er nou 12 of 13 zijn. En als je dan naar de wiskunde gaat kijken, dan is 13 is priemgetal. Het is ook een getal van Fibonacci. Getallen van Fibonacci die oneven zijn, zijn Markov-getallen. En het getal 13 is dus ook een Markov-getal. Dat kan ik niet gaan uitleggen, want dat vind ik een heel ingewikkeld gebeuren. Kan je zelf wel even opzoeken. Maar verder is 13 dan ook een gelukkig getal. Dat is toch apart, dat zowel 13 een gelukkig getal kan zijn, een natuurlijk getal en tegelijkertijd ook dus een ongeluksgetal kan betekenen. Het ligt er dus maar aan wie je er over spreek, wie het aan je uitlegt. En ja, ik ken ook mensen die wel gewoon op nummer 13 wonen en dat er ook helemaal niets aan de hand is. Dat het gewoon allemaal prima gaat. Dus wat klopt er van dat ongeluksgetal? Aan de andere kant, wat klopt er van het idee dat 13 een creatiekracht-getal is?Ja, wat heb ik dan verder met getallen? Ik ben niet echt een zakenvrouw. En dan gaat het over het verdienen en over hoeveel geld je verdient. Daar ben ik ook echt wel minder mee bezig. Dus, ja wat heb ik nou met getallen? Nou, wat ik wel weet is dat wij altijd, met de gebarenoefengroep, met getallen bezig zijn. En het leuke is, met de gebarentaal; je kunt alle getallen met één hand maken. Zelfs de allergrootste getallen, kun je met één hand doen. Door de vorm, door de handvorm, door het gebruik van je vingers, door de stand van je hand, kun je dus alle getallen noemen. We beginnen ook altijd de gebarenoefengroep, als eerste vraag heb ik dan: welke datum is het vandaag? En dan gaat iedereen even nadenken van welke dag is het vandaag. En dan gaan ze ook bedenken: oh ja het is de 15e ..ehm.. hoe moest je ook alweer het getal 15 doen met je handen? En dan laat ik ze even daarmee stoeien. En dan komt ook weer dat ze het jaartal altijd even noemen. En dat is dit jaar 2026. En dan doen we ook dat getal met onze hand. En dat zijn we elke keer, elke week aan het herhalen. En dan vind ik het ook weer bijzonder, als je zegt 2026, er zijn ook mensen die zeggen 20-26. Daar moet ik altijd even over nadenken als ze dat zeggen. Dan denk ik oh ja ze noemen het jaartal. En zo vind ik het altijd wel gek hoor, want ja, ik moet het nu wel zeggen, in woorden. Want ik kan het getal niet laten zien in de podcast, bijvoorbeeld het getal 2135. Nou, daar heb je waarschijnlijk een bepaald beeld bij. Maar dat kun je ook uitspreken als tweeduizend honderdvijfendertig. En dan is het ook altijd, als we dus de gebaren aan het oefenen zijn en we hebben die hele grote getallen, hoe ga je dat dan gebaren? Doe je dan...

  14. 199

    19 Dat was me het dagje wel

    Dagje in de Efteling. Wat doet dat met me? Nostalgische herinneringen en aandacht voor mijn evenwicht. Dan ben ik niet eens in de achtbanen geweest. (Foto van de sprekende boom in het sprookjesbos)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En deze aflevering ga ik het hebben over mijn evenwicht. Wat ik daarin ervaren heb maar ook een stukje geschiedenis wat ik deel. En ja, nou ja, je hoort het van zelf wel. Dit is seizoen 10, aflevering 19: Dat was me het dagje wel.Dat was me het dagje wel. Dat is een typisch Nederlandse uitdrukking en dat betekent zoveel als een dag vol bijzondere ervaringen. En dat het ook vermoeiend zijn kan, intensief is. En dat het druk is geweest. Dat is het wel geweest. We zijn namelijk naar de Efteling geweest. En ik zeg wel dagje. Maar het was een volle dag. We gingen om 8 uur de deur uit en om 8 uur 's avonds waren we weer thuis. Het was dus behoorlijk intensief. Ook omdat er heel veel mensen in de Efteling waren. En toen we in de Efteling aan het lunchen waren, pannenkoeken eten in het pannenkoekenhuis in de Efteling, toen vragen we ons af hoe de Efteling ontstaan is en wanneer het is ontstaan. En toen hebben we even een stukje geschiedenis opgezocht. Het is begonnen in 1935 als sportpark. En bij dat sportpark kwam al gauw een speeltuin. En voor de mensen daar in de omgeving was dat ja, ideaal, daar konden ze heerlijk naartoe. En in 1950 werd het Stichting Natuurpark de Efteling. Toen kwam dus de naam de Efteling al tevoorschijn. En het was eigenlijk bedoeld in eerste instantie voor alle mensen in de omgeving, maar het was zo aantrekkelijk dat er ook mensen uit de verre omgeving naar de Efteling kwamen. Er kwam een vijver bij en een theehuis en er kwamen nieuwe speeltoestellen bij. En twee jaar later, in 1952, kwam het sprookjesbos. En dat sprookjesbos, de manier waarop dat gemaakt is, dat is gedaan met behulp van de tekeningen van Anton Pieck. Anton Pieck was een tekenaar die ja, heel romantisch ..ehm.. als je een tekening van Anton Pieck ziet, dan herken je meteen dat het van hem is. En het leuke is, als je Anton Pieck kent, dan herken je dat ook in het sprookjesbos hoe ze daar de attracties gemaakt hebben. Dat is echt heel gaaf! Dat sprookjesbos was sowieso voor mij ook een hele goede herinnering. Ik ben daar vroeger al geweest. Nou ja, 1952 was het sprookjesbos er al. En ik denk dat ik ergens in de jaren ‘60 daar voor de eerste keer ben geweest met mijn ouders. Mijn vader werkte in die tijd bij Unilever. Specifiek bij Iglo/Ola en de Efteling was een hele grote klant van hem. Want hij was vertegenwoordiger voor het zuiden van het land voor Iglo/Ola en daar valt de Efteling onder. Dus ik kwam al heel vroeg bij de Efteling. En dat sprookjesbos daarvan zijn nu nog steeds bepaalde attracties gebleven. Ze zijn wel opgeknapt natuurlijk in de loop der jaren, er zijn wat veranderingen aangedaan, maar als je daar loopt dan, ja, beetje nostalgisch gevoel, dan komt het weer terug van die verbazing die er toen al was. Zoals die Langnek. En dat was toen ook heel groot in mijn beleving. En dat klopt ook wel, ik was zelf natuurlijk een klein meisje. En zo zijn er nog veel meer dingen die me altijd heel lang zijn bijgebleven die ik nu ook weer herkende. Zo ook Roodkapje, het Kabouterbos sowieso, dat vond ik altijd geweldig. Zo waren er nog veel meer dingen. Het is echt een pretpark geworden, er is ook van alles bijgebouwd. En ik wil je even meenemen in de dingen waar wij in zijn geweest, maar dat gaat dus niet over de Baron, en de Python en Joris en de Draak en de Vliegende Hollander, Villa Volta, Vogel Rok, Halve Maen. Daar ben ik allemaal níet in geweest. Dat zijn allemaal achtbanen, snel rijdende dingetjes. De Halve Maen is zo'n schip wat heen en weer schommelt. Vroeger vond ik dat geweldig! En ik weet nog, de allereerste keer in de Python dat ik daar vol verwachting ook stond en dat ik dat helemaal geweldig vond toen ik daar eenmaal inzat! Ik vond het heerlijk, dat gevoel! Achtbanen vind ik dus heel erg leuk! Alleen, sinds 2006 moet ik daar niet meer in willen! Dat gaat geheid verkeerd. Dat is niet meer goed voor mijn lijf. Dan zegt mijn evenwicht ’..ehm.. nu niet meer!’ Dus dat doe ik ook niet. Ik ben dus niet in al die snelle dingen geweest. Maar dan is er nog genoeg te beleven in de Efteling. Gelukkig zijn er nog zo veel andere dingen ook bij gekomen. Ja, echt, ik vind dat mooi! Toen wij binnenkwamen, zijn we als eerste naar Fata Morgana gegaan. Fata Morgana bestaat al sinds 1986 en ik weet ook dat het pas geopend was. En ik denk dat ik daar met mijn man ook al naartoe ben gegaan, toen was het nog maar net nieuw. Dat vond ik, jaaa, ook zo mooi gemaakt! Een beetje in een andere wereld kom je dan terecht. Maar dan gaat het even om hoe je daarin moet stappen. Fata Morgana, dat zijn bootjes waar je mee ja, door die hele attractie gaat. En we hoefden niet lang in de wachtrij te staan; we konden daar eigenlijk meteen doorlopen. Maar dan kom je daar de trap af en dan is het een grote schijf, een soort draaischijf die draait dus rond, dat beweegt, daar moet je voorzichtig op stappen. En dan moet je een beetje meestappen naar het bootje waar je dan instapt. De boot die lag dan tegen de draaischijf aan en dan kun je dus rustig instappen. Maar dat opstappen op die draaischijf, dat moet je zó bewust doen. En helemaal als je evenwicht helemaal niet zo goed werkt. Ik vond het wel even heel spannend. En ik heb het wel gedaan, met behulp van mijn zoon. Die heeft me ook wel even in de gaten gehouden en zo kon ik dan het bootje goed instappen. En we mochten vooraan zitten. Vond ik ook heel grappig. En we konden dus alles mooi zien. Maar het is een beetje een schommelend bootje. Het viel nog mee, maar het beweegt natuurlijk wel een beetje. En dan is het ook, als je weer uitstapt, dan kom je weer bij diezelfde draaischijf uit. En dan het uitstappen zelf gaat heel goed. En dan stap je op die draaischijf en dan word je gewoon meegenomen. Maar dan moet je lopen weer naar de vaste grond waar het stilstaat. En dat afstappen weer op die houten planken, eigenlijk waar je dan stilstaat, dat is dan ook weer rustig ernaartoe lopen, bewuste stap zetten en dan goed gaan stilstaan op gewoon de vloer weer. Met aandacht lukt dat. We zijn het hele park doorgewandeld. En toen kwamen we uit bij Symbolica. Symbolica is ook een attractie, uit 2017, dus het is er al een tijdje. Maar vanaf 2017 zijn wij helemaal niet meer in de Efteling geweest, dus het was voor mij helemaal nieuw. En daar was een hele lange wachtrij. En dat wachten? Ja, dan sta je stil op je benen, je loopt in lange rijen met een heleboel mensen voor je en achter je. Dan moet je ook goed in de gaten houden waar je steeds loopt. De grond was ook niet altijd helemaal recht, een beetje bobbelig ook. Dus mensen die slecht ter been zijn, dan is het best nog lastig voor om daar dan in die rij dan heen en weer te lopen. Maar oké, dat hebben we wel gedaan. En het is gelukt. Ik kon me natuurlijk ook gewoon, omdat je daar een soort gangetjes hebt, met allemaal van die stangen, kun je je ook wel vasthouden. Dus dat ging verder goed. En we kwamen uiteindelijk aan waar we naar binnen gingen. En dat zijn een soort wagentjes, ja ik weet bij Symbolica ook, je komt van boven af en dan moet je eerst nog weer een stuk lopen en dan trappen af en dan kom je helemaal beneden en daar pas ga je de wagentjes in. Zo'n trap, als daar heel veel mensen op staan, is ook altijd met aandacht blijven kijken waar je staat en hoe je je voeten neerzet. Niet zomaar stappen. Op het moment dat je dan toch weer door kunt lopen, moet ik echt goed kijken naar de volgende trede. En dan was het ook nog af en toe een beetje donker. Dus ook dat weer met aandacht, heb ik me daar bewogen. En dan kwamen we uiteindelijk daarbeneden aan. En daar heb je ook dat je weer vanaf een vaste vloer stapt op een loopband. Elke keer die eerste stap zetten is lastig. En als je daar eenmaal opstaat, dan valt het mee en dan kun je meelopen. En dan loop je naar het wagentje waar je in gaat zitten. En dat hebben we gedaan. En het was hartstikke leuk! Er zitten geen rails in. Het lijkt over de vloer te gaan alsof het vanzelf gaat en het glijdt ook echt. Dat vond ik heel fijn, dat het zo glijdend was. Heel soepel eigenlijk. En dan heb je allerlei soorten muziek. Je komt van alles tegen in je omgeving. Het is heel mooi afgewerkt allemaal. Er is aandacht voor allerlei details. Vooral in het begin, het eerste waar je binnen komt is een soort observatorium met een soort hele bibliotheek helemaal in het rond en doet een beetje denken aan Harry Potter en zo. Écht, ..ehm.. die fantasiewereld is daar geschapen. Ik vond wel dat we daar heel kort waren. Wat mij betreft mochten we daar best wat langer daar ronddolen en zo met dat wagentje. Want ik had daar gewoon alles wel willen zien. We zijn ook aan het eind van de dag Symbolica weer ingegaan. En door een technische storing bleven we daar op een gegeven moment een hele tijd stilstaan en dan helaas net op een plekje wat een beetje saai was. En daar merkte je ook de muziek op en dan dat de muziek ook wel erg luid was. Als je daar gewoon door heen gaat, dan merk je de luide muziek niet eens op, maar als je daar langer blijft zitten, zonder dat je dus dan door glijdt, ja dan is die muziek opeens heel luid. Dat was een beetje onaangenaam. En we moesten ook wachten en er werd ook omgeroepen: technische storing. Het bleek ook net het karretje naast ons, daar was wat mee aan de hand. Daar zaten ook geen mensen in, maar dat was nog wel even lastig. En ook daar weer, het uitstappen op het moment dat je weer op het eind bent, dan stap je uit, dan loop je op die loopband en dan moet je voorzichtig lopen naar de hekjes en daar stap je dan weer op...

  15. 198

    18 Door het geluid heen luisteren

    Door het geluid heen luisteren. Dat is een uitspraak van Yvonne Koopman. Zij was mijn gast in mijn radioprogramma. Deze zin heb ik ook gebruikt tijdens de presentaties die ik heb gehouden bij de AudiologieMarathon georganiseerd door Optitrade. Dit event werd gehouden op 2 februari 2026. Mijn presentatie ging over tinnitus, want deze eerste week van februari is altijd de 'Week van het Oorsuizen.' Ik heb uitleg en tips gegeven aan de audiciens. (Eigen foto van de werpbox)Volledig transcript Welkom bij de podcast ‘Evenwicht je leven’. Je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast vertel ik over alle aspecten van het evenwicht, over het gehoorverlies, over tinnitus. En ook over allerlei andere dingen die bij mij langskomen, allerlei gedachten. Ja, af en toe filosofische gedachten. Het is eigenlijk evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 10, aflevering 18: Door het geluid heen luisteren. Begin oktober 2025 heb ik voor de eerste keer contact opgenomen met de organisatie van de Audiologie Marathon, die gehouden zou worden in februari 2026. De organisatie is Optritrade. En ik heb aangegeven ‘ik wil graag een workshop geven’. Een workshop over tinnitus. Want mijn boek is eind 2025 uitgekomen en ik wil graag vertellen over wat tinnitus is. Maar in dit geval ook, omdat het een Audiologie Marathon is, kan ik vertellen aan de audiciens wat tinnitus is en wat voor tips zij kunnen gaan geven aan hun klanten die komen met tinnitus. Hebben we over en weer contact gehad, het was al meteen duidelijk, ik mocht die workshop gaan geven. En als ik zoiets ga doen, schrijf ik altijd meteen een paar dingen op, van oh dat wil ik graag kwijt, dat wil ik graag vertellen. Dus die aantekeningen heb ik op een gegeven moment tevoorschijn gehaald, dat was zo’n twee weken van tevoren voordat ik de presentatie geef. Ga ik het nog een keer doornemen. En dan ga ik ‘m aanscherpen. Dat wil ik erin. Dat hoeft er niet in. Dit wil ik wel uitgebreid vertellen, dat kan wat korter. Dan heb ik uiteindelijk een heel verhaal op papier. Dan ga ik de tijd opnemen, ga ik klokken. En toen bleek, heel mooi, dat het zo’n 25 minuten duurde. Toen dacht ik ‘nou dat is mooi, want ik mag 25 minuten vertellen’. Nou kan het ook wel iets korter, dan is er ook nog gelegenheid voor vragen stellen en zo. Maar ik dacht ‘dit is een mooi verhaal, want dit kan daar precies in’. En ik heb twee jaar geleden bij Optitrade een presentatie gehouden en dat mocht ik dan drie keer doen. Drie keer een workshop waar mensen kwamen, audiciens, om te luisteren naar mijn verhaal. Nou, dat is goed te doen. Maar vier dagen van tevoren, voor die Audiologie Marathon, kreeg ik een mailtje met daarin dat ik de workshop 6x mocht gaan geven! Maar dan 6x achter elkaar, zonder pauze tussendoor. Ja, elke keer 5 minuten voor het wisselen van dat de mensen heen en weer konden lopen naar een andere workshop. En dat is veel. Dat is intensief. En ik heb het wel gedaan. En na de zesde had ik echt zo van ‘hè, was dit de zesde al?’ Op een gegeven moment raak je gewoon de tel kwijt (ha). Maar het is gelukt. En dat verhaal wat ik gedeeld heb daar, wil ik nu ook delen in de podcast. Er komen een paar dingen langs en ook de tips die ik heb gegeven aan de audiciens kan ik dan vertellen. Dan moet ik zeggen, toen we daar aankwamen, werd ik meegenomen naar de zaal waar ik mocht gaan vertellen. En ik kwam daarbinnen en het is een zaal met heel veel glazen wanden. Een mooie plek, het is een mooie zaal. Je kunt ook dan naar beneden kijken op het plein, het leveranciersplein, waar allerlei leveranciers stonden. Maar ik merkte al gauw dat de akoestiek niet prettig was. Ik had ook twee schrijftolken meegenomen. En toen die ook eenmaal binnen waren, in die ruimte, hadden die ook van ‘hé, maar dit is toch niet prettig en helemaal niet als je dat 6x moet vertellen!’ Als je het 1x moet vertellen, zou het nog kunnen, maar 6x, de hele middag in deze ruimte! Toen ben ik naar de organisatie gegaan en heb ik gevraagd ‘is er een andere ruimte?’ Want twee jaar geleden heb ik in een andere zaal gezeten, en die was prima qua akoestiek. En qua lichtval ook. En daar... dat vond ik heel prettig, dus, kan dat niet ook nu weer? Dat is toen geregeld, ik mocht naar die andere ruimte. En dat was heel erg prettig.De presentatie begonnen we, als ik zei van ‘we gaan beginnen’ dan klonk er een piep. Een soort luide toon, waarbij mensen echt zo hadden van ‘hè, oeoeh’ die vonden dat vervelend. En heel af en toe was er iemand die toen had van ‘ja, oké maar dit is een workshop over tinnitus’, dus die hadden dat wel een beetje door. Maar een heleboel mensen hadden dat niet eens door, die vonden het alleen heel storend en verder niet. Dan had ik echt zo van ‘hè, jullie horen een piep? Is er dan iets met de techniek hier? En, nou uiteindelijk ging die piep weer over, want dat duurt ongeveer zo’n 30 seconden, en dan is het weer stil. Maar toen kon ik echt beginnen. En ik vertelde dat ik twee jaar geleden op diezelfde plek heb gestaan. En ik had toen verteld over mijn radioprogramma ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En hoe je een radioprogramma kunt maken als je gehoorverlies hebt. En deze week, van 2 tot en met 8 februari, is de week van het oorsuizen. Het is vandaag de eerste dag van die week, het was 2 februari, toen was de Audiologie Marathon. En hoe mooi is het dan, dat ik hier iets kan komen vertellen over tinnitus!? En vorige week heb ik het interview in mijn radioprogramma gedaan met iemand die zelf tinnitus heeft. En we hadden het toen over de stilte en zij vertelde, wat haar hielp is: door het geluid heen luisteren. En dat vond ik een mooie zin. Door het geluid heen luisteren. Dat was Yvonne Koopman, ik mocht haar interviewen. En zij heeft vrijuit verteld over haar tinnitus. En die zin van haar ‘door het geluid heen luisteren’ heb ik meegenomen naar die workshop dus. Maar is ook de titel van deze podcast. Nou, daarna heb ik mij voorgesteld en ik heb verteld wat ik zoal doe. Ik heb verteld dat ik twee schrijftolken had meegenomen. Zij typen wat er gezegd wordt. En ik had twee tablets, aan weerskanten van mij. Zo kan ik zien wat er gezegd wordt. Dan hoef ik niet alles op gehoor te doen. Nou, dat was eigenlijk de inleiding van mijn stukje en toen begon ik met het volgende: Klant komt bij de audicien en zegt: ‘ik hoor een ruis’. De audicien zegt: ‘Mwah, dat is tinnitus, daar kom je niet meer vanaf, leer er maar mee leven’. En ik kijk de zaal zo rond: ‘Zouden jullie dat dan zeggen?’ En dan zie je een beetje knikken en een beetje, twijfelen. Tegen mij werd dat gezegd door de audioloog in het audiologisch centrum, 26 jaar geleden. Hij kon mij niet helpen. Ik moest het zelf uitzoeken. Maar hoe doe je dat? Het was het jaar 2000, er waren nog geen boeken, er was geen internet, er bestonden nog geen behandelingen.Maar wat kunnen jullie nu als audicien wél doen? Mijn eerste tip is dan: stel vragen: Wanneer hoor je dat? Sinds wanneer hoor je dat? Hoor je het af en toe? Door die vragen te stellen, voelt de klant voelt zich gehoord en gezien. Dus die vragen zijn wel belangrijk. En wie van jullie heeft tinnitus? (in elke groep gingen er wel een paar vingers zo omhoog, een paar handen.) En dan gaf ik ook aan, dan herkennen jullie een beetje waar ik het over heb. Maar hoeveel mensen hebben tinnitus? In Nederland? Weten jullie dat? Opvallend was dat er weinig antwoorden kwamen, het leek wel alsof het niet bekend is bij deze aanwezige audiciens hoeveel of hoe vaak tinnitus voorkomt. Dus ik gaf het zelf aan. Ze zeggen dan, het is 1 miljoen, 2 miljoen of 3 miljoen. Maar is het dan 10% of 30% van de bevolking, of 30% van de volwassenen? Alle getallen zijn anders. Ik denk dat het er héél veel meer zijn! Mensen bij wie het geluid niet zo opvalt. Die er helemaal geen last van hebben. Die komen ook nooit bij een arts, audioloog of audicien. Dus zij worden helemaal niet meegerekend. En de kinderen dan, die van jongs af aan tinnitus hebben, worden die meegeteld?Wat je kan doen als audicien, als de klant komt met tinnitus. Dan kun je doorverwijzen naar de KNO-arts en die kan dan kijken of er een onderliggend probleem is. Als je dat vermoeden hebt, ook als audicien? Doe dat dan. Verwijs door! Tinnitus zelf is een symptoom. Het is geen ziekte. Er is een knopje op ‘aan’ gezet, maar het ‘uit’-knopje is niet nog gevonden. Dat doe ik altijd met mijn handen, hè. Dan doe ik dat op mijn hoofd. Dan zet ik aan een hand, zet ik dan het knopje ‘aan’ en met mijn andere hand ben ik een beetje aan het zoeken, het knopje ‘uit’ is nog niet gevonden en dan heb ik mijn hand zo op mijn hoofd. We weten niet hoe tinnitus werkt in de hersenen en we kunnen het geluid dus niet uitzetten. We kunnen dus niets veranderen aan het geluid zelf. En dat maakt het zo moeilijk, dus de 2e tip die ik geef als je de klant serieus neemt dan kun je dus eerst doorverwijzen. Maar wat is de oorzaak? Dat heb ik ook gevraagd aan de aanwezige audiciens. En dan gaven ze dat wel een beetje aan. Lawaai en trauma en vaak ook stress en opvallend is dat normaal gehoorverlies helemaal niet genoemd wordt. Er zijn wel 200 tot 400 verschillende oorzaken. Je mag wel van geluk spreken als je het helemaal niet krijgt! Een aantal van die oorzaken is wel gerelateerd aan het oor en stress wordt ook vaak genoemd. Maar er zijn zo veel mensen die stress krijgen, dus heel veel mensen kunnen zomaar tinnitus krijgen! En tinnitus houdt ook geen rekening met waar je geboren bent, hoe je eruitziet, wat je karakter is of je talenten, of je rijk of arm bent, of je hoog of laag opgeleid bent, iedereen kan het zomaar krijgen. Maar wat kun je doen als audicien? Tip 3: Als de oorzaak lawaaibeschadiging is, bijvoorbeeld na te veel geluid tijdens een concert, dan kun je het belang van goede gehoorbescherming uitleggen. Je kunt oordoppen op maat aanmeten met speciale filters erin. Er is dus heel veel mogelijk o...

  16. 197

    17 Paula Hijne-Muller deel 2

    Dit is het tweede uur van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor, waarin ik zelf geïnterviewd wordt door Robert Weij. Onderwerpen zijn: het auteurschap, de drie boeken, de taal van de handen (NmG), 10 jaar op de radio en Equi Libre (evenwichtskunst). De techniek is gedaan door Han Koopman.(eigen foto, in de studio met de drie boeken)Volledig transcript Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne.R: En dat programma wordt mooi gecontroleerd, ge-high-checkt door mij. - Door Robert Weij - wel even je naam noemen hè! (door elkaar).....R: Dank je wel Paula. Welkom terug en wij zitten gezellig in onze tweede uur. In het eerste uur hoorden we hoe je van basisschool-klas en theater naar een heftige diagnose kwam. En uiteindelijk naar een eigen coachingspraktijk. Maar je deed meer dan praten, je begon ook te schrijven. We gaan het hebben over je boeken Paula. -Haha leuk! Haha! ha R: Je schreef 'Ménière in balans' en 'Evenwicht, in uitvoering'. Waarom was het voor jou zo belangrijk de ingewikkelde wetenschap achter ons evenwicht begrijpelijk te maken voor iedereen? - Omdat ik zelf, nadat ik het boek 'Ménière in balans' had geschreven, daar gaat een stukje over dat evenwicht, want dat is een belangrijk onderdeel binnen die ziekte, dat daar ook de stoornis kan zitten. En ik had het opgeschreven en ik dacht: het klopt wel wat er staat, maar ik snap het nog niet. Hoe zit het nou precies? En ik ben het toen gaan navragen bij een kno-arts in het MUMC in Maastricht. De evenwichtsexpert van Nederland. En ik heb hem bepaalde vragen gesteld en ik kwam erachter hoe ingewikkeld dat zit, maar ook hoe duidelijk hij dat kon uitleggen. Alleen, ik kon daar nog niet de juiste informatie over vinden in een boekvorm ..ehm.. op internet, het was niet te vinden. En toen heb ik gezegd: 'dan ga ik zelf dat boek schrijven, waarin ik uitleg hoe dat evenwicht en het evenwichtssysteem in ons lichaam helemaal werkt.' En ik heb hem -diezelfde kno-arts- gevraagd van 'wil jij mij daarbij helpen?' En toen zei hij al: 'Ja, ik wil heel graag dat boek zelf schrijven, maar ik heb daar geen tijd voor. Dus heel goed dat jij dat gaat doen!' Dus hij heeft me op die manier geholpen. En dat was nodig. Samen met een collega van hem om dus alles wat ik schreef, om dat ..ehm.. te checken of dat wel klopte op de manier waarop ik het had geschreven. Want ik wilde dat in een hele begrijpelijke taal. Geen Jip en Janneke, maar ik noem het dan huis-tuin-en-keuken-taal, zodat het voor heel veel mensen begrijpelijk is. R: En ook voor de slimme leerlingen in de klas met verdiepte teksten er in die wat complexer zijn. - Dat sowieso. R: De techniek, toch ook in de kadertjes? - Ja, er wordt heel veel uitgelegd, ook tot celniveau hoe dat in dat evenwicht, in het evenwichtssysteem zit. Dus je wordt aan de hand meegenomen. Het is niet meteen een heel medisch verhaal, het wordt in kleine stukjes opgebouwd. En jij weet dat, want jij hebt mij meegeholpen met het maken van de podcast over (haha) van dit boek. R: Ja hè? Daar komen we straks ook nog over. Dat is duidelijk. Want dat is iets wat ons meer samen ..ehm.. ja bindt om het zo maar te zeggen. Maar het fascinerende vind ik dat je, dat je zeg maar die vorm hebt gekozen om te zeggen: oké, dat is er niet, maar ik vind het belangrijk dat het er komt. Dat je die constatering hebt gemaakt. - Ja. R: En dat je de noodzaak voelde. - Dat sowieso ja en dat ik dat aangedurfd heb, geen idee. Ik weet wel, het eerste boek is toen door een uitgever uitgebracht. En die heeft toen, dat ik met dit idee kwam, want ik ben eerst bij die uitgever, ben ik bij hem, kwam ik en ik zei van: ‘dit wil ik gaan doen.’ Hij zegt: 'is goed, ga het maar doen.' Achteraf had hij op een gegeven moment, toen waren we samen in Maastricht geweest bij die kno-arts, want hij wilde ook wel eens weten van, met wie hebben we dan te maken en zo. Maar toen zei hij: 'ja, maar ..ehm.. een heel dik boek gaat het niet worden. Je mag wel een dun boekje maken en dan kun je daarna op internet allerlei extra informatie doen.' En toen dacht ik: nee, maar dat wil ik niet. Dus toen heb ik hem later daar weer over aangesproken, van 'nou ik wil toch een uitgebreid boek maken'. Dat heb dan gedaan, zonder dan dat hij dat als uitgever ging uitbrengen. Toen is hij nog wel bij mij geweest toen het boek klaar was. En hij ziet het boek en hij gaat het bekijken, hij zegt: 'Ben ik blij dat je eigenwijs bent geweest (haha) dat heb je mooi gedaan.' Hij heeft meteen een stapel boeken meegenomen om ze zelf weer te kunnen verkopen. Echt geweldig! Dus ik heb het wel goed gedaan dus. R: Ja. Ja. Duidelijk ja, dat was een mooie blijk van herkenning van hem? - Ja. R: Wat was de gedachte: ik ga een boek maken? Wat gebeurt in je hoofd, speelde dat al langer of heeft iemand in het verleden wellicht een keer tegen je een suggestie gedaan van: jij zou het eens op moeten schrijven? - Ik heb wel als kind altijd wel bedacht dat ik ooit een boek zou schrijven. En binnen het onderwijs ook wel, alleen wist ik nooit precies waarover. Er waren toen al zoveel kinderboeken. Op een gegeven moment was Harry Potter ook al geschreven (haha) dus... R: Gemiste kans! Haha! ha. - Op een gegeven moment had ik zo van: nee, er zit geen auteur in mij. Maar toen ik thuis kwam te zitten, in het hele proces van zelf weer opkrabbelen en ook dat hele coachingsgebeuren ging doen, mensen begeleiden, kwam ik tot bepaalde inzichten en toen hadden mensen, cliënten ook van: hoe jij dat uitlegt, schrijf dat eens op!! En daar is toen op een gegeven moment een zaadje geplant, doordat mensen dat tegen me zeiden van: hé, maar kan ik daar dan een boek over schrijven? En toen heb ik die uitgever gevraagd, via de Stichting Hoormij was dat toen, van: er is eerder een boek verschenen bij die uitgever, via de Stichting Hoormij en die man die sprak mij en hij zei echt: 'wat een goed idee, over Ménière, daar hebben we niks over en zo.' De ziekte van Ménière hè, 'Ménière in balans' dat boek. En hij zegt: 'Ga maar schrijven, toe maar, ga maar gewoon schrijven. En dan zien we wel wat ervan komt.’ Maar ja, ik ben dan wel juf, dus het gaat wel natuurlijk in gestructureerde... (haha) en het moest ook meteen goed qua spelling en zo. Dat blijft dan toch in je zitten. En ik ben wel gaan schrijven, maar wel meteen met een soort bepaalde structuur en met een model. En ja, dat is uiteindelijk dat boek geworden. Met al die inzichten die ik zelf had opgedaan in al die jaren. R: Zat er al een stip op de horizon toen je begon of heeft die zich gevormd? - Die heeft zich gevormd. Ik wist zelf echt niet waar ik uit zou komen. En dat is ook weer dat je dan wel zo'n uitgever hebt die zegt 'begin maar gewoon en wie zien wel waar we uitkomen'. En hij had voorbeelden van andere mensen waar hij járen mee bezig was, om de structuur helder te krijgen en wat dan ook. Die tijd wilde hij mij ook wel geven, dus prima. Maar dat was helemaal niet nodig, want uiteindelijk, toen ik zelf op dreef was (ha) ging dat vanzelf op de een of andere manier. En toen is dat wel via hem bij een redacteur terecht gekomen. En toen was het heel spannend, van: klopt het nu dan wel? En die redacteur die gaf het terug en er is één klein hoofdstuk gesneuveld. Want ze zegt: 'dat staat daar en daar allemaal al.' En de rest is gewoon gebleven zoals het was. Nou oké, ik heb een boek geschreven wat gewoon klopt. R: Je eerste boek was een echte ontdekkingsreis, ook het schrijven van het boek. Als je je coachingspet opzet en zegt van ..ehm.. 'wat zou ik willen meegeven aan mensen die met die urge lopen om een boek te schrijven, ..ehm.. om ze te helpen of om ze, ..ehm.. ja te helpen om tot het punt te komen en hoe je dat dan structureert? - Wat ik dan zelf als tool zou aangeven is: begin met een soort mindmap. Dat is met elk boek, trouwens met elk project waar ik mee begin. Je zet dat woord, dat doel wat je hebt, zet je middenin neer en dan ga je al die aspecten die daarvoor nodig zijn, zet je daaromheen. En alles wat je erom heen zet ga je weer verder uitwerken. En dan heb je een soort overzicht van waar je allemaal mee bezig kunt zijn. En dat kan zijn inhoud van het boek, maar het kan ook zijn dat het gaat over van oké, ik wil een boek schrijven, waar heb ik allemaal mee te maken. Dan zijn het weer allerlei andere punten. Zo kun je verschillende mindmappen maken. En ik vind dat heel fijn werken. Er zijn andere mensen die alleen maar lijstjes achter elkaar willen maken. Dan is dat prima. Maar begin met het noteren van wat je belangrijk vindt wat er allemaal in kan komen. R: Ja, zo'n mindmap dat kun je googlen, wat dat is en hoe je dat kan doen. Maar die geeft meer dimensies als een sequentieel lijstje? - Ja. Sowieso. Dat vind ik zelf heel fijn. Je haalt daar de hoofdstukken uit eigenlijk al, die belangrijk zijn. R: Ja, duidelijk. Heeft het, hoe voelt het eigenlijk dat je jouw mensen of jouw woorden door andere mensen gelezen worden? En ..ehm.. dat mensen helpt om een balans terug te vinden? - Nou, het mooiste is dat toen het eerste boek uitkwam, dat mensen dat lazen en die zeiden van: ik hoor het je gewoon zeggen. Toen dacht ik: dan klopt het gewoon, dan is het precies datgene wat ik wil overbrengen, komt bij de ander zó aan, dat ze mijn stem al daarin herkennen, hoe het is geschreven. R: Ja, je zegt: ik hoor het je zeggen, maar dat geldt natuurlijk voor de mensen die jou kenden? - Ja dat klopt. Dat is natuurlijk wel de mensen die weten op welke manier ik vertel, hoe ik dingen uitleg, dat klopt. Er zijn wel heel veel andere mensen waarbij het ook heel aansprekend is, het boek. Want het wordt niet voor niks gekocht. Het is ook het enige boek ook, 'Ménière in balans', is het enige boek dat daarover gaat. Over de ziekte van Ménière. En hoe ga je daar dan ..ehm.. mee om? Er is geen enkel boek die daarop lijkt! Dus dat maakt het ook wel, het is een uniek boek en zodoende dat...

  17. 196

    16 Hier in het nu

    De muziek die ik heb gekozen voor het interview, ter ere van het tienjarig bestaan van het programma Hoor jij wat ik hoor,  kan ik niet laten horen in de podcast. Ik kan er wel over vertellen. Deze muziekkeuze zegt veel over mij.Ik ben een titel vergeten te noemen. Dat is het derde nummer, van Stef Bos: Opeens staat alles til.(foto Robinotof)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 10, aflevering 16: Hier in het nu.De vorige aflevering ben je misschien wel geschrokken dat je de jingle hoorde van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Ik ben namelijk geïnterviewd in mijn eigen radioprogramma, omdat 'Hoor jij wat ik hoor?' al 10 jaar bestaat. Ik maak al 10 jaar dit radioprogramma. En het was voor mijzelf ook een hele vreemde gewaarwording dat ík werd geïnterviewd en dat al die vragen aan mij gesteld werden, die ik anders altijd aan de ander vraag. En in die aflevering die ik hier in de podcast hebt neergezet, dat is het eerste deel, het eerste uur van 'Hoor jij wat ik hoor?'. Maar dat is zonder de muziek, want die muziek die mag ik niet gebruiken in de podcast. Het heeft te maken met Buma stemrechten en zo. Ik mocht nu dit keer zelf de muziek uitkiezen. En dat doe ik bij elke opname. En de muziek die ik kies, dat is muziek die past bij de gast die ik heb uitgenodigd. Bij het thema waar het over gaat. De omstandigheden van de gast. Het seizoen waar we inzitten. En ik kies meestal voor rustige muziek, want dat radioprogramma wordt 's avonds uitgezonden en dan is het fijner dat het rustig is. Helemaal, het is van 8 tot 10. Als je om 10 uur nog een heel druk nummer zou horen, lijkt me niet fijn. Én ik kies ook graag Nederlandstalige muziek, want dat begrijp ik zelf veel beter. En zo zijn er in mijn radioprogramma ook vaak hele andere liedjes te horen dan je gebruikelijk op de radio hoort. Het eerste lied dat moet altijd een gezongen lied zijn. En het laatste nummer dat moet een instrumentaal nummer zijn, omdat als het uur al om is, dan is er een overgang naar de reclame en het nieuws en dan willen ze niet dat dat binnen de tekst afgebroken wordt, dan kun je instrumentaal eerder afbreken. Ja, en ik kan die muziek dus niet laten horen hier in de podcast. Maar ik kan er natuurlijk wel over vertellen! En dat doe ik dan in deze aflevering. Want de muziekkeuze, die ik gemaakt heb voor mijn eigen radioprogramma, ja dat zegt wel heel veel over mij. En de titel van deze aflevering heet dan: Hier in het nu. Dat is een regel uit de tekst van een van die liedjes die in het 2e uur gedraaid gaat worden. Maar ik begin natuurlijk bij het eerste uur en bij het eerste nummer. Ik kan er ook meteen een beetje omheen vertellen, wat ik daar over gevonden heb. En als je het leuk vindt, kun je natuurlijk die muziek zelf gaan opzoeken en dat ook eens gaan beluisteren. Het eerste nummer wat ik gekozen heb, is: Heb het leven lief. En wat blijkt nou? Dit lied dat is niet een nieuw lied in het Nederlands, dat komt uit het Frans. Het is gezongen ooit door de Franse zanger Florent Pagny, in 1997. En toen is het zelfs een nummer 1 hit geweest in Frankrijk. Han Kooreneef die heeft dit lied bewerkt voor Liesbeth List. En in 1999 heeft Liesbeth List dit gezongen, Heb het leven lief. Het was ook het levensmotto van haar. En in 2017 zong Elske DeWall dit lied in de Passion en dat is een geweldige uitvoering! Toen hoorde ik dat lied voor het eerst. En dat heeft me zo gegrepen, ook de manier waarop zij dat zong en ook de beelden die daar dan bij zijn, als je dat nog kan vinden; de Passion 2017. Vanaf dat moment is het ook mijn levensmotto geworden. Heb het leven lief. Ja, en ik vind dat dus een geweldige zin. Die zin heb ik volledig omarmd. In die tekst zingt zij dan ook: ‘Als de stormwind gromt en als de lente komt, en verberg je niet.' Dat wil natuurlijk zeggen van alles wat je overkomt, verberg je niet, het overkomt je, ga daarmee om. En dan ook: ‘Je kunt uit je as herrijzen. Het geluk van het moment, zet een streep door het verleden. En wees niet bang.’ En dat 'uit je as herrijzen', dat komt later in het programma nog weer terug, omdat ik daar dan zelf ook over vertel. Het was heel mooi dat de interviewer, Robert Weij, ook die vragen heeft gesteld over dat kantelpunt in mijn leven. Maar het begon over mijn jeugd, dat heb je gehoord als je aflevering 15 geluisterd hebt. En het tweede nummer wat ik gekozen heb, is van Laïs Lenski. Laïs Lenski is een combinatie van de naam Laïs, dat is een groep dames die samen zingen en Lenski. Lenski is de naam van Simon Lenski, en dat is een cellist, hij speelt cello op de cd, waarbij de titel dan is: Laïs Lenski. En deze cd, die hebben wij hier in huis. In 2009 hadden we die al. En die heb ik heel vaak geluisterd, omdat het een beetje mysterieus is en ja, gewoon mooi! En het nummer wat ik gekozen heb is: Hymne. Hymne dat is een woord voor een plechtig lied, een lofzang. En die 3 dames die zingen dat. En het begint dan met die cello. En het zijn maar 4 regels die in dat liedje zitten en dat doet me denken aan het mantra zingen. Ik doe dat graag, mantra zingen, doe ik geregeld. En wat mij dan aanspreekt in Hymne, is dat ze zo door elkaar heen zingen. En dat doe ik ook heel graag als we mantra zingen, dan ga ik ook een beetje buiten de lijntjes zingen en zo en dat mag ook en dat vind ik heerlijk om te doen.Dit nummer Hymne, is ook eigenlijk een cover, net als bij het lied ‘Heb het leven lief’ wat uit Frankrijk kwam. Dit is een nummer ..ehm.. experimentele folkmuziek, was dat. Het is een cover van Noises. En dat duurde maar 1 minuut 48, een heel kort nummer. Maar zij hebben dat veel uitgebreider dan gemaakt. En de tekst in het Nederlands is: 'Wie verandert, wie komt, wie neemt je hand, wie houdt van mij, wie zaait en wie verkoopt de zaden?' En dat dan ook door elkaar heen. Als je het leuk vindt, luister dat nummer eens. Het volgende nummer wat ik gekozen heb, is een nummer van Stef Bos. Ja Stef Bos maakt geweldige teksten. En ik gebruik heel vaak liederen van hem in het programma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Er is altijd wel een tekst namelijk die past bij de persoon of bij het seizoen of waar het dan over gaat bij het onderwerp. En ook dit keer vond ik een tekst die helemaal volledig bij mij past. Het is een nummer uit 2025, dus een heel nieuw nummer. En dit lied heb ik gekozen naar aanleiding van dat kantelpunt. Waar ik het net ook even over had. En Bos, Stef Bos, heeft de woorden zo gekozen, dat ze naadloos passen bij hoe dat is gegaan! Wat hij dan ook zingt is dan: 'Je ziet jezelf in de spiegel. Gedachten vliegen uit de bocht. Je komt niet uit je woorden, en elke zin die schiet te kort. Want alles wat je lief is, hangt aan een zijden draad.' En een stukje verder: 'Je raapt jezelf weer bij elkaar, staat op en gaat weer door. Niet bang om te vallen. Ook al dans je op een koord.' Dat dansen op een koord heeft natuurlijk met evenwicht weer te maken. En dat is ook naar aanleiding van dat schilderij, daar heb ik het wel eens eerder over gehad. Dat schilderij, daar heb ik het, even kijken hoor, seizoen 2, aflevering 2 'Ik zie ik zie, wat jij niet ziet' praat ik uitgebreid over de vuurvogel. Het schilderij wat ik gezien heb in het Gronings museum en daar heb ik ook over verteld, dus in deze radio-uitzending. En dat past ook bij dit nummer van Stef Bos. En het volgende nummer, is ook trouwens een heel nieuw nummer, uit 2025, is van HAEVN. HAEVN schrijf je met hoofdletters: H A E V N. Het is een Engelstalig nummer ‘Get up’ en als het een buitenlandse tekst is dan lees ik dat altijd heel goed door. En zo nodig vertaal ik dan ook de teksten om beter te begrijpen wat er dan gezongen wordt. Dat heb ik ook bij dit nummer gedaan. En HAEVN is van oorsprong een Nederlands muziek-duo. Daar ben ik pasgeleden achter gekomen, dat wist ik niet eens! Marijn van der Meer die zingt dat. Hij heeft een warme, beetje rustige stem en het is ook heel prettig om naar te luisteren. Samen met Jorrit Kleijnen. Samen zijn zij HAEVN. Ze maken gebruik ook van een heleboel andere instrumenten, van een heleboel andere muzikanten om zich heen en soms met een heel orkest. En dat maakt dat ze echt hele mooie muziek ook hebben gemaakt. Ook van HAEVN draai ik geregeld iets in mijn radioprogramma. Maar dit liedje, 'Get up', heeft een paar teksten die ook passen -toen ik vertelde over, na dat kantelpunt dat ik weer aan het opkrabbelen was- want wat er dan gezongen wordt: 'Soms moet je breken om weer helemaal op te staan' en ook: 'Sta op het is in orde. Sta op het is veilig. We zijn op reis waar niets hetzelfde blijft. Bij elke stap die je zet, blijf ik bij je.' Zó mooi! En dan: 'Blijf ik bij je, bij elke stap die je zet', dat doet me dan heel erg denken aan mijn man die toen bij me was. En bij de jongens die toen bij wij in huis waren. Dat die ook voor mij zorgden. Bij wat ik deed, zij zijn bij mij gebleven. En het laatste nummer van het eerste uur, daar ben ik mee begonnen met een lied. Dat was een heel kort nummer, dus als er nog tijd over was, dan kon daarna een instrumentaal nummer nog komen. En ik heb toen gekozen voor een nummer van Justin Samgar. Spoken word. Toen ik spoken word voor de eerste keer hoorde, van een artiest die dat dan op die manier deed, daar moest ik enorm aan wennen. Ik had zoiets nog nooit eerder gehoord. Spoken word, gesproken woord. Dat is een soort, ja een zingzeggen, beetje declameren. En dat van poëzie, van mooie teksten. En dit nummer van Justin Samgar is een heel kort nummer: In beweging. Op YouTube vind je dan de tekst ervan. Justin Samgar dat is een dichter, een woordkunstenaar. En hij is ook spreker, hij vertelt ook heel graag. Hij heeft heel veel meegemaakt in zijn leven. Ook hoe zijn leven begonnen is en zo. Alles is helemaal anders dan wat ik heb meegemaakt....

  18. 195

    15 Paula Hijne-Muller deel 1

    Tien jaarDeze aflevering is het eerste uur van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' uitgezonden door de Lokale Omroep Zeewolde. Dit programma maak ik met veel plezier vanaf januari 2016. Deze maand was het een speciale uitzending. Ik ben geïnterviewd door Robert Weij, in mijn eigen programma.Ik stelde dit keer niet de vragen. Ik hoefde geen muziek aan te kondigen en de tijd in de gaten houden. Heel vreemd en heel leuk.Ik vertel over mijn jeugd, het onderwijs, creativiteit en theater, het kantelpunt in mijn leven, over sleutelmomenten en de nieuwe keuzes die ik heb gemaakt.In deze podcast staat niet de muziek. In aflevering 16 vertel ik over mijn muziekkeuze. (Eigen foto, in de studio van de LOZ, van het schilderij waar ik over spreek in het interview)Volledig transcript:(Jingle) Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne. Maar vandaag doen we het even helemaal anders. Normaal gesproken is zij degene die de vragen stelt. Maar in januari ‘26 viert ze een opmerkelijke mijlpaal: 10 jaar 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik zit hier met Paula Hijne-Muller, geboren in de herfst van 62. Een vrouw van het theater, van het onderwijs. Een vrouw die letterlijk uit het evenwicht... uit evenwicht werd gebracht, om daarna een nieuw fundament te vinden. Wij kennen elkaar nu 5 jaar. En werkten samen aan je eerste luisterboek. Hé Paula vandaag hoor ik jou. Welkom in je eigen studio. - Ja ja, dank je wel Robert. Het is ook heel raar dat jij mij nu aankondigt terwijl in mijn programma begin ik altijd na de jingle. Haha! R: Mooi hè. - Ja het is even wennen. R: Laat het maar even lekker onwennig voelen, zeg ik dan maar. - Ja, oké. R: Je bent een kind van de herfst van 62. Als buurmeisje gaf je al leiding aan Scouting en reddingsbrigade. ..ehm.. zat dat zorgen voor en leiden van, zat het er eigenlijk altijd al in? - Ik ben wel oudste in het gezin. Maar ik weet niet of ik echt voor mijn zusjes gezorgd heb. Ik heb 2 zusjes onder mij, een tweeling. Daar heb ik nooit echt zo voor gezorgd. Maar wat ik wel van jongs af aan gedaan heb, is, als er een verjaardag was en er moest iets georganiseerd worden, dan was ik degene die het organiseerde. Ik zorgde ervoor dat er spelletjes waren. Dat alles klaarlag. Dat ik van tevoren al had bedacht: we gaan dat doen en we gaan dat doen en dat is leuk! En dan ook zorgen dat dat mogelijk was. Want dan heb je ook al die spullen nodig. En dat regelde ik allemaal. Dat heb ik van jongs af aan gedaan. Dat was ik zelf vergeten, totdat een vriendin dat onlangs tegen mij zei van: ‘maar weet jij dat jij vroeger dat deed?’ En ja, jij weet dat nog omdat dat heel bijzonder was en ik vond het heel gewoon om dat te doen of zo. Dus ik heb dat dus altijd wel gedaan. R: Dus het zit eigenlijk al in je? - Ja. R: En geldt dat ook voor de Scouting? - Bij Scouting was het zo dat ik zelf ..ehm.. eerst kabouter ben geweest in een... Met diezelfde vriendin dat ik meeging naar toen... padvinderij was het nog. R: Leeftijd? - Dat was toen.... we kwamen in Vianen wonen toen ik 9 jaar was, dus ik denk dat ik met 9 of 10 jaar meeging naar de padvinderij. En dat vond ik al heel leuk om te doen. En ik weet dat ik daar ook al binnen mijn eigen clubje, want dan heb je van die kleine groepjes binnen die kabouter-groep, grote groep - dat ik daar ook al altijd dingen aan het regelen was. En liedjes maken. Haha! R: Je lacht erbij. Ja... Komt er een liedje naar boven? Haha! - Nou, ik heb pasgeleden het boekje weer gezien van de kabouters hoe het ging en ik geloof dat ik ..ehm.. de elfjes was of zo, bij de elfjes hoorde. In ieder geval op een gegeven moment. R: Dat is dan een groepsnaam? - Ja een groepsnaam binnen die kaboutergroep. Later is dat anders geworden, want toen was het Bambilië, een soort land, fantasieland. Maar op een gegeven moment ging ik mee op Scoutingkamp met de kabouters, omdat ik zelf toen net eentje hoger was. ..ehm.... de verkenners, maar dat heette anders bij de meisjes. (Padvindsters-red). Maar dat deed ik en toen hebben ze gevraagd: ‘wil jij leidinggeven aan een kaboutergroep?’ Toen was ik nog 15 jaar of zo. En toen ben ik al met een kaboutergroep begonnen. Toen mocht ik die al begeleiden. R: De hele groep? - De hele groep op zaterdagmorgen. En ik ging dus al met een groep van 30 kinderen op kamp toen ik 15 jaar was en was ik de hoofdleiding. Ik snap nu nog steeds niet hoe ik dat toen ooit heb kunnen doen, maar dat was wel het geval (ha). Dus zo ben ik die hele Scouting ingerold en heb ik daar dus ook heel lang leidinggegeven.R: Zit er ook een Pipi Langkous in je wat dat betreft? Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het wel. Of kon je het eigenlijk al wel? Zat die eigenschap er wel in? - Ja, die zal erin gezeten hebben. Dat heb ik verworven door al die dingen steeds te doen. Het is toch steeds heel veel herhalen, door elke keer die dingen te organiseren. En ik denk dat ik het altijd voor mezelf altijd wel goed georganiseerd had. Ook in mijn eigen kamer, met alle dingen die ik daar wilde regelen. Ik dacht er ook over na, als ik iets anders wilde doen: hoe ga ik dat dan doen? Ik ben nooit zomaar in het diepe gesprongen. Ik heb wel altijd van tevoren bedacht: hoe ga ik dit aanpakken? Lijstjes maken, over nadenken. Dus het is nooit zo maar... En bij de Scouting was dan weer één van de andere leidsters die toen zei van ..ehm..: ‘eigenlijk zou je naar de pedagogische academie moeten gaan’. Ik zei: ‘hoe zo?’ ‘Ja, je zou heel goed op school kunnen lesgeven.’ ‘Oh’. En toen was mijn eigen keuze natuurlijk op een gegeven moment, middelbare school, ja, even na de middelbare school, logische stap was dan toch pedagogische academie, ja. R: Maar wel gestart dus, het vonkje, het zaadje was geplant door iemand die dat in jou zag? - Iemand die dat al noemde ja. Want ik wilde eigenlijk de technische kant op, omdat ik toen een vriendje had die heel veel in die technische kant zat. Maar toen had ik zelf al op een gegeven moment door, toen zij dat zei van 'je zou dat heel goed kunnen' dat ik wel zoiets had van ja...R: Dat klopt. - Ja, daar heb je wel gelijk in. Ik ga dat doen. R: Mooi. En ..ehm.. heb je ook, wat dat betreft nog iets van waarvan je zegt: hmmm, dit komt bij één van mijn ouders vandaan? - Dat heb ik me altijd afgevraagd, maar er is niemand verder in mijn familie die het onderwijs in is gegaan. Ook niet ..ehm.. het leidinggeven en zo. Nou weet ik wel, mijn vader heeft altijd wel een verantwoordelijke baan gehad, dat ie andere mensen wel moest aansturen. Maar dat heb ik nooit zo meegemaakt. Nooit bewust meegemaakt, dus ik weet het eigenlijk niet. Dus ik denk dat ik het toch zelf verworven heb en dat het wel ergens erin heeft gezeten. Maar het kan ook best zijn, mijn moeder was wel goed in het organiseren, als het gaat om het koken bijvoorbeeld, dat ze heel precies wist hoe ze dat moest doen. ..ehm.. Ze kon kleding heel goed naaien, wist ze ook precies hoe ze dat moest doen. Dus er zit wel iets van dat goed kunnen organiseren, zit er wel in. Maar ik denk dat mijn moeder te weinig mogelijkheden heeft gekregen om dat verder uit te bouwen. R: Dat zit in die generatie ook wat meer erin hè denk ik? - Klopt, ja zij moest toch meer thuisblijven en voor de kinderen zorgen, in plaats van zelf aan het werk gaan en zo. Ja. R: En jij hebt denk ik het geluk gehad dat de generatie waar jij uit voortkomt, dat je al in het onderwijs mocht gaan en dat als je daarna een relatie kreeg dat je niet ontslag moest nemen? - Neeeeee, gelukkig niet! Haha! R: Want dat was 10 jaar daarvoor nog het geval hè? - Klopt ja. Ik mocht wel ..ehm.. gewoon gaan werken en samenwonen en zelfs op een katholieke school, dat kon ook allemaal, was heel gewoon. Ik heb nog wel meegemaakt, toen ik zwanger was, wilden ze niet dat ik terugkwam in een deeltijdbaan en daar heb ik nog heel veel voor gevochten, wat niet gelukt is. Dus ik kon daar ook niet blijven werken. Dat is wel een heel issue nog geweest. Echt lastig. En ik had het zelf helemaal voor elkaar. Ik had een deeltijd... iemand die dat parttime met mij wilde doen, hadden we allemaal gesprekken al over gehad, dus het was al geregeld. Maar de leiding die wilde dat toen niet en ik heb het niet voor elkaar gekregen. Dus toen... En daarom zijn we ook wel weggegaan waar we toen woonden, Maarssenbroek, dat we in Zeewolde zijn komen wonen. R: Ja, toen al. Ja, en dat is gelukkig wel allemaal veranderd hè? - Ja ja ja.R: Je hebt lesgegeven aan groep 1 tot en met 4, veel? - Ja, sowieso ..ehm.. ik ben begonnen in groep 3 ooit. En in groep 3, dan op een gegeven moment krijg je groep 3-4, die combinatie. Af en toe was het uitstapje naar groep 7, omdat ik daar bepaalde lessen mocht geven, ook met gym en muziek en zo, in groep 7-8. Want toen was het net groep 1 tot en met 8 geworden hè, toen ik net ging werken. R: Daarvoor was het eerste tot en met zesde klas hè? - Ja. En had je kleuters nog. En toen kwam het net allemaal bij elkaar. En hier in Zeewolde ben ik gaan werken, in eerste instantie ook invallen groep 3 en zo, wat ik gedaan heb. En daarna heb ik een paar jaar kleuters gedaan, groep 1-2. Wat ik ook heel leuk vond! Ja. R: Dus met kinderen werken. In die tijd ..ehm.. zijn er ook kinderen van 6 geweest die jou iets moois geleerd hebben? - Oh ongetwijfeld! Sowieso heb ik van heel veel kinderen dingen geleerd. Ik heb ze zelf natuurlijk heel veel dingen uitgelegd. Maar ik denk dat ik elke dag wel iets leerde van wat er gebeurde in zo'n klas. En dat had dan te maken, nou, wat me nu dan te binnen schiet, ik heb een meisje in de klas gehad. We zaten met z'n allen in de kring en dat meisje vond het moeilijk om gewoon stil te zitten op haar stoel. Die hing gewoon af en toe onder de stoel, die lag onder de stoel en toen dacht ik: als ik er geen aandacht aangeef, is het gewoon prima dat zij dat doet, wa...

  19. 194

    14 Knerpen

    Deze aflevering maak ik in de eerste week van januari 2026. Het heeft flink gesneeuwd. Hoe is het om door de sneeuw te lopen? Welke tips kan ik gebruiken om niet uit te glijden? Ik heb ze op een rijtje gezet.(foto door Roel Hijne. Schoenen met sneeuwkettingen in de sneeuw)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en dit is seizoen 10, aflevering 14: Knerpen. Ik maak deze opname op 5 januari 2026. En vanochtend vroeg heb ik door de sneeuw gelopen. Er is ineens sneeuw gevallen! Oh, het is een hele witte wereld. En als je door een berg sneeuw loopt, dan knerpt de sneeuw. Zelfs zonder hoortoestellen in hoor ik dat. Want ik liep vanochtend naar de sportschool en dan heb ik mijn hoortoestellen nooit in. En ik voel dat ook met mijn voeten. Je zet dan je voeten op de sneeuw of met de schoenen aan natuurlijk, want dat doe ik niet op blote voeten. Je schoenen zet je neer en dan ga je zachtjes door die sneeuw heen. Dan voel je ook dat je een beetje door zo'n laagje heengaat. Totdat je op de sneeuw daaronder komt, dat je de sneeuw een beetje platdrukt. En dat moment dan gaat het knerpen. Eerder in een aflevering, eens kijken… seizoen 9, aflevering 16, heb ik het gehad over knisperen en toen noemde ik ook dat lopen over de sneeuw knisperen is. En toen zei ik al, knisperen is meer een droog geluid, dat is bij de sneeuw ook wel. Want de sneeuw is ook een droog geluid, maar niet zo knapperig. En dan vind ik het meer knerpen. Ik kon toen niet op dat woord komen en dat woord heb ik nu wel gevonden. Als je door de sneeuw loopt, dan.. dan is dat een geluid van knerpen en vooral al die verse sneeuw, als die net gevallen is, dat is heerlijk om doorheen te stappen en ook om dat te voelen dan. Dat is zo anders dan als je met je schoenen op asfalt loopt of op de stoep loopt. Zelfs als je door het gras loopt is het heel anders. Dat lopen door de sneeuw is wel iets heel bijzonders, omdat we dat natuurlijk hier in Nederland heel weinig doen! Er is ook een heel pak sneeuw gevallen, de afgelopen dagen. We hebben gisteren ook voor het raam gestaan en toen hebben we gekeken naar die dwarrelende vlokken zo. Het waren hele grote vlokken ook en die komen dan ook echt helemaal naar je toe en die zie je dan helemaal zo dwarrelen naar beneden. Je kunt ze helemaal volgen met je ogen. En op een gegeven moment was het ook dat het allemaal kleine vlokken waren! En heel veel kleine vlokken en dan is dat weer heel anders dan die hele grote dwarrelende vlokken. Op het moment dat je daarnaar kijkt, dan kan het zelfs zijn dat je zelf helemaal duizelig wordt, heel draaierig wordt door, nou ja, al die vlokken die dan zo naar beneden dwarrelen. Moet je dus ook niet te lang doen! Het grappige is ook wel dat de sneeuw nooit op dezelfde manier helemaal valt. Heeft ook de maken met de wind, waar de wind vandaan komt. Of de sneeuw meegenomen wordt of dat ie echt recht zo naar beneden dwarrelt. Het is gewoon heel mooi om naar te kijken en ook om die verschillen dan te zien! En we hebben gisteren ook ja, verschillende vormen van sneeuw dus zien vallen! Het gebaar voor sneeuwen. Het gebaar uit de Nederlandse gebarentaal is dan ook dat je je handen rechtop houdt met de palmen naar voren en je handen horizontaal (moet verticaal zijn. red) en dan begin je een beetje hoog en dan ga je een beetje ..ehm.. heen en weer bewegen met die handen. En het leuke is als ik dat gebaar voor sneeuw doe, dan kan ik dat niet alleen maar met mijn handen doen, maar mijn hele lijf gaat meebewegen alsof het dwarrelende sneeuwvlokken zijn. Dat is het gebaar dus voor sneeuwen. Voor het vallen van de sneeuwvlokken. Heb je het over de sneeuw zelf dan is dat een sneeuwbal maken in de handen. Dat is het gebaar voor sneeuw. En het gebaar voor sneeuwen is dan dus met je hele handen open en dan zo heen en weer bewegen. En vandaag ben ik gaan lopen naar de sportschool. En dan was het dus een hele witte wereld, overal om me heen. En toen ik terugliep van de sportschool naar huis, toen viel er sneeuw. En er was zo veel sneeuw dat je de huizen verderop niet eens meer kon zien, die waren helemaal niet zichtbaar. Net als het mistig is, dan zie je ook dat het allemaal niet helemaal zichtbaar is. En toch vind ik het heel anders bij de sneeuw. Het voelt ook heel anders! Sowieso omdat het natuurlijk veel kouder is dan. Je voelt je ook een beetje verloren als je dan, dat heb ik in de mist ook wel, als het heel erg mistig is en je ziet heel weinig voor je, dan voel ik me een beetje verloren. Een beetje alleen op de wereld lijkt dan wel. Het is ook wel een beetje een stille wereld als alles wit is. En er is zoveel sneeuw gevallen, dat er nauwelijks auto's rijden. En de hele ochtend hebben er geen bussen gereden. En mensen die op de fiets zijn, die zie ik heel vaak dan gaan lopen, met de fiets aan de hand. En alle mensen die hun kinderen op gaan halen of weg gaan brengen naar school, die doen dat dan met een slee. Dat is grappig dat ineens al die sleeën overal vandaan komen. En dan worden dus de sleeën getrokken, komen ze op die morgen naar school in plaats van met de auto of op de fiets. Eigenlijk heel slim! En vanochtend liep ik daar dan, met mijn sjaal om. Ik had een muts op. Ik had hele natte haren, want het was na het douchen. Ik had handschoenen aan. En tijdens het lopen hoor ik dus continu het knerpen van de sneeuw onder mijn voeten. En toen bedacht ik al: wat doe ik eraan om niet uit te glijden? Want dat is wel een mogelijkheid als er sneeuw ligt. Dan wordt het toch al wel anders lopen dan als er helemaal geen sneeuw ligt. Dan moet je dus toch beter gaan opletten. En ik heb het even opgezocht wat voor een tips zijn er dan om niet uit te glijden. Als eerste tip wordt vaak gegeven: loop als een pinguïn. Gekke gedachte! Maar dat betekent dat je iets naar voren leunt met je gewicht op je voorste been en dan dat je ook kleine stappen zet. En dan hou je je voeten ook laag, zodat je eigenlijk wel steeds contact houdt met de grond. En dat is een beetje waggelend. Het voelt ook een beetje waggelend. Het ziet er ook een beetje raar uit, maar het is dan veel stabieler als je door die sneeuw loopt. Wat ook belangrijk is om je looptempo dan aan de passen. Dat je niet het normale tempo hebt, tenzij het natuurlijk een stuk is waar je prima kunt lopen, maar als dat niet zo is, pas je looptempo aan en dan ook de volgende tip: kijk goed voor je op de weg! Kijk goed vooruit. En waar de sneeuw dan is platgedrukt, omdat daar al heel veel mensen overheen zijn gelopen, of dat er ..ehm.. fietsers overheen zijn gegaan of heel veel auto's die gereden hebben. Op die plekken kan het best heel glad zijn. En dan weet je, als je dat van tevoren al ziet, dat je daar voorzichtiger moet lopen. Of ga erom heen lopen. Zoek dan de plekken waar de sneeuw nog ligt. Waar de sneeuw wat hoger ligt, waar wat bobbeltjes zijn van de sneeuw. Houd ook rekening met de stoep. Want de sneeuw ligt zó hoog dat je bijna het verschil tussen de stoep en de straat niet ziet. Houd daar ook rekening mee, dat je weet oh hier is ongeveer de stoep, dat je weet dat je weer naar beneden moet stappen of juist omhoog moet stappen. Want anders kan je nog alsnog vallen. Als de sneeuw helemaal bevroren is, dan wordt de sneeuw helemaal stijf. En dan wordt ie ook glad. Dan is het veel moeilijker om daarop te gaan staan. Daar kan je vanaf glijden. En ook bij hele diepe bandensporen dan. Auto's die daar gereden hebben, waar diepe bandensporen zijn, als dat weer helemaal hard is geworden, stijf bevroren, dan moet je ook voorzichtig zijn. Dan kan je beter zo in de sporen lopen dat je dus niet op die randen gaat staan, want dan kun je ook weer wegglijden. En een volgende tip is dan: kies voor de juiste schoenen. Stevige wandelschoenen kunnen helpen, maar zijn vaak net een beetje te glad. Ik heb het zelf ook gemerkt. Ik heb mijn wandelschoenen vandaag niet aangedaan. Ik heb andere schoenen aangedaan met een beetje ..ehm.. stevige zool met een veel grover profiel dan mijn wandelschoenen. En zorg ook dit die schoenen waterdicht zijn. Dat is natuurlijk ook wel fijn. Want in de sneeuw, als die sneeuw allemaal op de schoen komt, dan wordt het op een gegeven moment nat en dan krijg je koude voeten, natte sokken en zo. Dat is helemaal niet fijn. En zorg voor antislip-zolen. En die is wel heel leuk, want vanmorgen, ik heb al gezegd: ik heb andere schoenen aangedaan, maar ik had ook een antislip-zool onder mijn schoenen. Dat zijn een soort ijzertjes. Een... ze noemen het al wel eigenlijk een sneeuwketting. En dat is van Yaktrax Walker. En die heb ik al járen en die heb al veel vaker gebruikt in de sneeuw dn daar ben ik zó blij mee dat ik die heb! Ik denk dat ik die gekocht heb, nadat ik Ménière kreeg en dus veel meer last had van het evenwicht. Ben ik op zoek gegaan naar iets in die tijd, dat het ook glad was, het zal wel ergens in 2008 of zo zijn geweest, en toen heb ik deze al gekocht. En daar ben ik nog zó blij mee. Dus ook die had ik vanochtend om mijn schoenen heen gedaan. Een soort sneeuwketting om de schoenen. Ideaal dan! Want vooral op de sneeuw, ik hoor het nog steeds knerpen, maar er is veel meer houvast. En vanochtend op de sportschool kreeg ik nog een tip van iemand. Toen ik vertelde zo over de sneeuwketting die ik heb, klinkt heel wat, sneeuwketting. Het is natuurlijk heel klein, want het is zo groot als de zool van je schoen (ha) dus zo groot is het niet. Maar zij zei: ‘Je kunt ook sokken over je schoenen heen doen. Dan moet je gewoon een grote heren-sok of zo en die erom heen doen.’ En dat zou ook helpen. Ik heb dat niet uitgeprobeerd, dus ik weet niet of het ook echt helpt. Maar het zou kunnen zijn dat je daardoor toch... dat het stugger wordt aan de onderkant en dat het uitglijden dus minder snel gebeurt. </...

  20. 193

    13 Omarmen

    Een aflevering over emoties en het leven omarmen. Met als mantra: Heb het leven lief. Mooi begin voor 2026.(afbeelding komt uit het boek Hoor jij wat ik hoor?)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel heel graag over dat evenwicht. Zowel ons fysieke als ons psychische evenwicht. En de ene keer is dat heel praktisch en de andere keer is het heel filosofisch en soms zit het er helemaal tussenin. En af en toe ga ik ook van de hak op de tak. Dit is seizoen 10, aflevering 13: Omarmen. En dan begin ik met een citaat, dat doe ik wel vaker, want naar aanleiding van een citaat komt er een heleboel naar boven waar ik dan over kan vertellen. En dit is een citaat van Jack Komfield: 'De wijze waarop wij omgaan met emoties, ketent ons vast of bevrijdt ons.' Ja, dus de wijze waarop wij omgaan met emoties. Omgaan dat geeft inzicht dat je een keuze hebt hoe je om kunt gaan dus met die emoties. En zo had ik een coach-gesprek met een man die gehoorverlies heeft. En toen hadden we het over emoties. Als er een emotie komt, daar kun je dus op een verschillende manier mee omgaan. En één van die manieren is dan om die emotie te gaan voelen. Gaan voelen zonder oordelen. Zonder verhaal en ook zonder om er maar iets aan te willen veranderen. Alleen door te voelen en er niets mee doen. En als je merkt dat je lijf wel iets wil doen, dus die emotie is er en je lijf die wil ..ehm.. schudden of die wil juist gaan liggen of je wil gaan trappelen of ja, wat er ook gebeurt dan, doe dat ook! Laat dat lijf dan datgene doen wat ie wil doen! En ook dan daar niets van vinden! Dat je daar geen oordeel op legt. En als er een stemmetje is, en het stemmetjes zegt toch iets tegen je dat het heel raar is dan, kijk dan of je dat kunt aanhoren zonder tot actie over te gaan. En daar bedoel ik mee zonder het te gaan beredeneren of uit te leggen. En terwijl ik dat vertelde aan die man, tijdens de coach-sessie, kwam dat stemmetje bij mij naar boven; 'Maar hoe doe ik dat dan zelf?' En toen vertelde ik ook: ‘Ja, ik besef dat ik zelf ook nog dagelijks aan het leren ben. En dat betekent niet, het is zeker niet de bedoeling, dat er geen emoties meer zijn. Want emoties ploppen vanzelf naar boven! Die komen vanzelf en die komen ook heel snel! Dat kun je bijna niet tegenhouden. Dus ze mogen komen, en vervolgens mogen ze er zijn! Ik geef dan toestemming aan mijn hele wezen dat het gevoel er mag zijn. En als het lukt om er geen woorden van te maken, geen negatieve en geen positieve. En als het lukt om er geen oordeel op te leggen, geen verhaal, geen uitleg, alleen voelen. Dan vloeit die emotie vanzelf weg. Ja, gebeurt waarschijnlijk via m'n vingers, via m'n tenen. Via m'n hoofd. En even later besef ik dan van 'hè! Ik was toch boos? Of ik voelde me toch teleurgesteld?' En als die emotie dan weg is, is het bijna niet mogelijk om het weer terug te roepen. Dat die emotie er mag zijn, dat is zo essentieel, want daarmee geef ik toestemming aan mijzelf dat ik er mag zijn.’ Toen ik er later over nadacht, vroeg ik me dan ook af van: maar hoe vaak word ik overvallen door een emotie? En wat doe ik er dan mee? Ja, en dan als ik dat zo naga... ehm.. gisteren kwam er dus, nadat ik iets gelezen had, plopte dat ook ineens weer omhoog. En dan merkte ik dat ik toch fel word, dat ik dat meteen wil beredeneren, terwijl daar die emotie achter zit die ik eigenlijk helemaal niet de ruimte gaf. Het was eigenlijk helemaal niet zo handig. Ik had dat beter anders kunnen aanpakken. En als ik nu hier zo sta, dan ja, dan kan ik het als ik weer terugdenk aan gisteren, kan het wel weer naar boven komen. Maar ik kan er niets mee, ik kan het niet veranderen. Dus waarom zou ik me daar dan druk over maken? En zoals nu, als ik gewoon op dit moment hier sta en dit vertel aan jou, is die emotie van gisteren, die is heel ver weg, dus dan is er verder eigenlijk geen emotie, denk ik. Ik heb wel een beetje last van mijn schouder. Die pijn is er en daar doe ik verder eigenlijk niets mee. Ik merk het alleen op. Ja, alleen nu ik dat natuurlijk vertel (ha) dan komt je gedachte op van ja 'het zou er niet moeten zijn'. Maar die gedachte: 'het zou er niet moeten zijn' is niet automatisch. Dat komt omdat ik me even bezig hou met die pijn. En is pijn dan ook een emotie? Of is dat het pas als ik iets van die pijn vind? Dat het anders zou moeten zijn? Of dat die pijn er niet zou moeten zijn. En dat ik me dan weer afvraag: waarom? En al die acties die ik op een dag doe, begint dat dan met een emotie? En hebben we dan continu, de hele dag door, een emotie? En remt die ons juist af of zet die ons juist tot actie aan? Eigenlijk wel een hele interessante gedachte. Heb ik nooit zo over nagedacht. Want dan komt ook natuurlijk de vraag naar boven: wat is dan een emotie? Als je heel prettige, fijne emoties hebt, zijn dat dan ook wel emoties? Of noem je dat dan anders? En dat doet me dan weer denken aan een uitspraak van Wayne Dyer, die zegt: ‘Als je vredige gedachten hebt, ervaar je vredige emoties. En die neem je mee in elke levenssituatie.’ Vredige gedachten, dat doet me ook denken aan weer een hele andere uitspraak, van Kate Perry: ‘Mijn beste ideeën ontstaan niet uit denken, maar door te rusten. Als ik in evenwicht ben, komen ze spontaan op.’ Ja dan snap je al, hier zit natuurlijk het woord ‘evenwicht’ weer in. En dan zoek ik ook van: wat is dan precies in evenwicht? Dat is wanneer ik dus die vredige gedachten heb en dan tegelijkertijd is dat ook wel, dat naast die vredige gedachten, dat daar ook iets van onrust bij mag zitten. Want tussen die vredigheid en ook de onrust, de dingen willen doen, ..ehm.. ..ehm.. in actie komen, daar zit een soort ruimte tussen. En die ruimte die heb ik dan ook nodig. Het gaat eigenlijk om die ruimte. Wordt ook gezegd: mijn beste ideeën ontstaan niet uit denken, maar door te rusten. Juist in die rust, dan komen er wel weer nieuwe ideeën op. En dan is het niet alleen rust. Het is meer een soort ..ehm.. traagheid. Een soort geduldig zijn. En als mij dat lukt om traag te zijn en geduld te hebben dan, dat alles wat zich aandient, dat ik dat kan omarmen. Dan is er ineens die ruimte en vanuit die traagheid komt er ineens van alles naar boven, dat er ook heel veel mogelijkheden zijn. Dat er ook dingen helemaal anders kunnen. En eigenlijk gebeurt dat steeds weer in mijn leven. Dan begin ik iets en dan komt er een moment dat ik vastloop, en pas als ik dat herken, en erken, dan kan ik dat als rustmoment zien. En als ik dan geduld ga opbrengen of nee, het is eigenlijk... dat geduld is er dan vanzelf, en vanuit die rust, vanuit die traagheid, -soms is het zelfs stilstand- dan kan ik weer om me heen kijken. Dan kan ik weer de ruimte zien en dan ineens zie ik welke stappen ik kan zetten! Dus ik heb geduld nodig! In vertrouwen wachten op wat komen gaat. En dan niet lijdzaam wachten dus, maar juist vanuit die nieuwsgierigheid. En dan is het ook heel vaak, dan ligt het op het puntje van mijn tong en volgens mij heb ik het er wel eens eerder over gehad in deze podcast, dan ligt het op het puntje van mijn tong en en... dan.. weet ik waar ik naartoe wil, maar niet precies hoe... En als ik dan ondertussen tijdens dat wachten gewoon bezig ben met ..ehm.. sporten, schoonmaken, lezen, puzzelen, schrijven ..ehm.. mensen ontmoeten, dan maakt dat het wachten op dat nieuwe idee, dat maakt dan de moeite waard! Dus die ruimte, die ruimte is dan weer om heel langzaam te vullen en dan ben ik weer op weg naar een nieuwe ruimte. En dat doet me weer denken aan dat liedje van ..ehm.. Bløf. Bløf die zingt het liedje van: 'Omarm me, omarm me.' Als ik in die ruimte mezelf omarm en mijzelf liefheb, kan ik ook andere mensen liefhebben. Ja, heb het leven lief. Het is al heel vaak mijn mantra geweest. Eigenlijk is dat een mantra voor mijn hele leven! Elke keer kan ik weer terugkomen naar: 'heb het leven lief'. Waarbij ik mezelf omarm. En juist ook als het even minder lekker gaat, als het nét even anders gaat, dan ik had bedacht. En (ha) de laatste tijd is dat wel wat vaker gebeurd (ha) dat het even anders gaat en dan word ik er wel steeds beter in om er mee om te gaan. En soms begint het wel al een beetje te wennen. Dan gebeurt er iets, dan is het ..ehm.. floep het gebeurt, er komt een reactie en de emotie en als die emotie er mag zijn, dan kan ik ineens die gedachten omkeren en dan als het zo niet gaat, dan kan ik het misschien zo doen? Dan heb ik eindelijk de tijd om dat te gaan doen! Ja, en dan hou ik dus van plannen maken, afspraken maken, ook die met mezelf. Maar ik kan ook wel makkelijker meebewegen als het net even weer anders gaat dan wat ik gepland heb. In aflevering 11 had ik het over hoop. Dan had ik mezelf de vraag gesteld: waar hoop ik op? En waar hoop ik op in 2026? En daar had ik niet direct dat antwoord op. Ik heb eerst die ruimte nodig en de rust nodig om goed na te denken wat ik dan precies wil. Ik heb nu wel een beetje een antwoord gevonden. En dat is toch weer dat: heb het leven lief! En ik heb mezelf dus dan die opdracht nu gegeven: ‘heb het leven lief.’ Niet alleen nu, maar een leven lang. Ik omarm het leven en ik hoop dat ik dat nog heel lang mag blijven doen. Ik omarm het leven en ik hoop dat heel lang nog te blijven doen! Deze podcast begon ik over emoties, en ook die omarmen. En is nog steeds ook voor mij, dagelijks waar ik van leer. En ook dat mag ik allemaal omarmen. Dit was seizoen 10, aflevering 13: Omarmen. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer!

  21. 192

    12 Vormgeving

    Hoe is het gegaan tijdens de vormgeving van de drie boeken? Waar let ik op, wat vind ik belangrijk? (afbeelding is eigen foto van de drie boeken)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht, in uitvoering' en 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 10, aflevering 12: Vormgeving.Ja, ik noemde net al die drie boeken. Maar als je mijn vorige aflevering hoorde, dat was een beetje een filosofisch verhaal over hoop. En over de essentie van het leven. Dan zou je bijna denken, als ik zeg vormgeving, dat ik het zou gaan hebben over 'ik geef mijn leven zelf vorm'. Nou en dat is dus niet zo. Het gaat over de praktische vormgeving van de drie boeken die zijn uitgekomen. En daar wil ik het even met je over gaan hebben. Wil ik gewoon even doornemen. Want in het derde boek is het een beetje samengekomen. En hoe is dat dan gegaan? Bij het eerste boek 'Ménière in balans', dat is door de uitgever gedaan. Die uitgever die heeft alles verder geregeld. De redactie en de vormgeving. Daar had ik zelf niet zo veel invloed op. Ik had wel het hele model helemaal precies getekend zoals ik het wilde hebben. En dat is heel mooi grafisch vormgegeven. Maar alle andere afbeeldingen die in het boek staan, daar heb ik helemaal geen invloed op gehad. Ook niet op de keuze van lettertypes en zo. Ik heb alleen het manuscript terug gezien toen de redacteur er doorheen was gegaan. En heb ik een paar dingen gezien die toen gewijzigd zijn, maar daarna heb ik het pas gezien op het moment dat ik het helemaal binnenkreeg. Dat het boek al gedrukt was. Ik kreeg wel meteen in het begin al commentaar dat het een klein lettertype was. Mensen vonden het boek zelf wel heel handzaam, maar door het kleine lettertype nog wat moeilijker te lezen. Dus toen ik zelf voor de 2e druk ging zorgen, want dat had de uitgever gezegd: ‘Ik ga geen 2e druk regelen, hier heb je alles. Je mag het zelf verder gaan regelen’. En dat vond ik alleen maar heel fijn, want toen heb ik ervoor gekozen om dat boek groter uit te brengen. Dus het is een grotere uitgave geworden, waardoor de letters dus wat groter zijn. En makkelijker leesbaar. En verder is het helemaal hetzelfde gebleven. De cover is precies hetzelfde gebleven. De flappen die erin zitten. Helemaal mooi. Want ik vond dat het wel heel goed was vormgegeven. Het tweede boek, daarbij had ik alles zelf in de hand! Van begin af aan. Als het gaat over die vormgeving, dan heb ik het dus niet over de redactie, dat was allemaal al gedaan. Maar dan ging het over de keuze van de lettertypes. En de vormgeefster, Daniëla Postma, die heeft dat voor mij gedaan. Die heeft toen wel eerst gekeken ook, de letters die gebruikt zijn in 'Ménière in balans'. En daar heeft ze een beetje meegekeken van wat kan ik dan nu anders doen? En wat kan ik behouden? Zo zijn er dingen die terugkomen die ook in 'Ménière in balans' staan, die ook in het tweede boek weer gebruikt zijn. De vorm van de lettertypes. Want ik ben heel gevoelig voor hoe een letter eruitziet. Er zijn bepaalde lettertypes, echt dat vind ik heel vervelend lezen! Dat heb ik ook besproken met Daniëla in het begin, toen ik net helemaal in het begin van 'Evenwicht, in uitvoering' met die vormgeving bezig was, dat de keuze van letters, hoe die eruitzien, de vorm daarvan, ja, ik wil dat graag van tevoren zien. Ze moet niet meteen een heleboel gaan maken, laat mij eerst de letters maar zien en dan geef ik aan of ik dat een prettig lettertype vind. En zo is dat in het begin ook over en weer gegaan, dat zij een keus had gemaakt, liet ze het eerst zien en daarna heeft ze dat dan verder verwerkt. Wat ik in dat tweede boek ook heb gedaan, is dat ik stukjes van liedjes gebruikt heb. Liedjes die iets met evenwicht te maken hebben. En daar kleine stukjes van die teksten heb ik toegevoegd en die staan ook mooi tussen alle andere teksten in dat boek. Daardoor is het een heel afwisselend, heel luchtig boek geworden. En dat maakt het geheel dan wat minder, minder zwaar! Het is best een ingewikkeld verhaal, het hele zintuig evenwicht. Hoe het in elkaar zit en zo. En ik heb dat ook tot op celniveau ook allemaal uitgelegd. Dus door verschillende teksten te gebruiken, krijg je, dat de boodschap die je wil brengen veel makkelijker overkomt. Juist door die afwisseling. En ik zeg dan wel minder zwaar. ..Ehm.. het boek zelf weegt meer dan een kilo hè! (ha) Het is een hardcover boek geworden. Daardoor kun je het boek goed openleggen en kun je het plat neerleggen en dan toch blijven lezen zonder dat het dichtslaat. Wat ik verder ook bij het tweede boek gedaan heb, is dat al die hele specifieke tekeningen, als het gaat over de evenwichtsorganen, dat heb ik laten maken door een grafisch tekenaar. Die daar ongelofelijk veel moeite voor heeft gedaan, want die is allerlei afbeeldingen gaan zoeken die te vinden zijn op internet. En dan heeft hij gekeken: wat haal ik hieruit, wat voor een vorm kan ik nou het beste maken? En ook dat is heel vaak over en weer gegaan toen ie dat aan het maken was. Dan ging ik kijken: klopt het wel? En op een gegeven moment, oh nee, het slakkenhuis en de evenwichtsorganen die moet een bepaalde kant op staan, die moet je niet zo tekenen, nee die moet je andersom tekenen. Allemaal dat soort kleine dingen, ik wilde dat het helemaal klopte, dus daar was ik wel heel alert op dat het ook allemaal klopte. En heel fijn dat er dan een grafisch tekenaar is die daar heel goed in mee kan gaan. Die daarin heel mooi meebewoog om die plaatjes helemaal mooi te maken. En duidelijk. En dan het derde boek. Het derde boek, het onderwerp tinnitus, dat is niet echt een uniek onderwerp, want er zijn natuurlijk al veel meer boeken over geschreven. En ik heb het er al eerder over gehad, wat kan ik hier dan anders over gaan schrijven zonder dat het een herhaling is van wat er al is. Wat ik zelf al van het begin af aan wilde, is dat er allerlei kleine teksten in staan, kleine gedichtjes, omdat enkele woorden in een soort gedichtvorm soms veel meer zeggen dan een hele bladzijde tekst. Dus dat vond ik al heel mooi om die daar ook in te zetten. En het is ook gewoon mijn eigen proces geworden. Ik heb een soort voorbeeld gegeven van hoe een proces naar acceptatie verloopt. Dat is heel anders dan in het allereerste boek. In het allereerste boek gaat het over de ziekte van Ménière. Gaat het ook over het proces naar acceptatie, maar dat was een veel algemener proces. In dit derde boek heb ik het veel meer over mijn eigen proces. Wat heel anders is gelopen dan wat andere mensen zullen meemaken. En dat is niet erg, want dat is juist heel mooi om te zien hoe iemand anders ook zo'n heel proces doormaakt. Dat je daar herkenningspunten in vindt, maar dat je vervolgens ook je eigen proces daarin gaat lopen, want dat is de bedoeling. Ook bij dit derde boek had ik van begin af aan alles in de hand. En samen met de vormgever hebben we dus gekeken hoe we die afwisseling kunnen maken van die verschillende teksten. En zij heeft gekozen voor bepaalde lettertypes, voor bepaalde titels hoe ze die dan neer ging zetten. En die afwisseling maakt dat het ook weer heel prettig te lezen is. Vind ik belangrijk. Ik lees heel graag een roman en dan lees je achter elkaar door, maar als het gaat over informatie zoals ik dit nu deel, over eigen ervaringen en tegelijkertijd ook een stukje informatie delen, dan vind ik het belangrijk dat het in kleine stukjes gebeurt. En ook door dus de vorm van de lettertypes, grootte van letters, kun je daarin variëren en weet je oh dit is een stukje informatie en het volgende stukje is weer een ervaringsverhaal. De vormgeving verder, waren we mee bezig ook, van hoe groot maken we het boek. En de grootte is precies hetzelfde... precies dezelfde grootte afmetingen als het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. De uitstraling van het boek met de softcover en flappen die daarin zitten, die zijn hetzelfde als het Ménière-boek! En ook omdat de lettertypes uit 'evenwicht' weer gebruikt zijn ook in dit derde boek, maakt dat het in dit derde boek eigenlijk alles een beetje samenkomt. Het zijn ervaringen van mijzelf, het zijn inzichten die ik op heb gedaan, door alle werkzaamheden en door alle mensen die ik ontmoet heb. En ja het zijn echt drie totaal verschillende boeken, maar de vormgeving op de manier waarop we het nu hebben gedaan, komt het overeen! Het past wel bij elkaar! En als het gaat over de inhoud, dan kan ik even gaan naar wat Daniëla daar nog over geschreven heeft. De vormgeefster, zij zegt al: dat ik allerlei feiten die ik vond in boeken en op internet, dat ik dat ondersteboven, binnenstebuiten en achterstevoren (ha) heb gedraaid, zodat ik de juiste invalshoek vond om mijn eigen verhaal te vertellen. Om ook zin en onzin van elkaar te scheiden. Zo is dit boek een ontdekkingstocht vol verhalen en ervaringen die in woorden en beelden zijn weergegeven. Dat geldt dus ook voor de vormgeving, want zij merkte dat ze het heel leuk vond om weer heerlijk te spelen met allerlei afbeeldingen en lettertypes om emoties en ervaringen uit te drukken. Want wat zij nog speciaal heeft gedaan, anders dan in tweede boek over het evenwicht, want daar hebben we heel veel foto's gezocht die pasten bij al die verhalen en dat zijn allemaal van die stockfoto's die kun je, mag je gratis gebruiken van internet. Of ik had dat van fotografen en dat heb ik geregeld en die namen van die fotografen staan erbij. In dit boek heeft Daniëla alle afbeeldingen zelf gecreëerd. Wel met behulp van AI. Maar het zijn wel allemaal nieuwe creaties. Dit zijn plaatjes die je niet zomaar ergens anders vindt. En door het kleurgebruik ook en dat consequent in het hele boek zo door te voeren wordt het toch één mooi geheel! Dus ik ben heel blij met die samenwerking die ik met Daniëla Postma heb gehad....

  22. 191

    11 Hoop

    Zoekend naar de essentie. Om welke essentie gaat het dan? Waar hoop ik op? En wat hoop ik voor 2026? (Afbeelding Pixabay)Volledig transcript:Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over ons fysieke zintuig evenwicht en ook over dat psychische evenwicht. En af en toe deel ik ook wat filosofische gedachten. En dit is een beetje een combinatie van het fysieke evenwicht en ook die filosofische gedachten die naar boven komen. Dit is seizoen 10, aflevering 11: Hoop. Af en toe lees ik een quote of een zinnetje en dat vind ik dan zo mooi bedacht en dan heb ik zo van ..ehm.. dat schrijf ik op. Dat schrijf ik over, want daar wil ik nog een keer wat mee. En dit is ook zo'n stukje tekst wat ik met je ga delen waar dan vervolgens een heleboel achteraankomt. Ik heb dit namelijk gelezen bij een overlijdensbericht, het overlijdensbericht van Wibe Veenbaas. Dat was in de Volkskrant. Hij is overleden op 24 september 2024. En Wibe Veenbaas was één van de grondleggers van de Phoenix opleidingen. Phoenix opleiding is wel een beetje een begrip in management-land. En hij heeft daar heel veel voor gedaan. En hij is dus in september 2024 overleden. En dit stond bij dat overlijdensbericht: Wetend, vallend, struikelend, in de zoektocht naar essentie. Dat komt uit een heel groot gedicht, een lang gedicht wat hij zelf geschreven heeft. Maar dat vallend en struikelend dat zijn woorden die mij dan opvallen. En dat is begonnen ergens toen ik begon met het schrijven aan dat boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want dat zijn woorden die passen natuurlijk bij evenwicht. Vallend en struikelend. En beelden die gebruikt worden bij artikelen over het evenwicht, dat zijn altijd mensen of dingen, voorwerpen, stenen die zich met moeite in evenwicht houden of die perfect in balans liggen. En ik vind dat niet helemaal kloppen! Het is te eenzijdig. Want het gaat dan over balanceren. En voor balanceren heb je je evenwicht nodig. Maar andersom, is dat niet zo. Je evenwicht is niet continu aan het balanceren. Als het goed werkt, merk je namelijk niets van die werking. Het evenwicht werkt dan feilloos. En pas als je over een smal oppervlak loopt of een hobbelige, bewegende ondergrond of op een boot zit of eigenlijk loopt, op een boot loopt, die op het water vaart, dan moet je met aandacht je in evenwicht houden. En dan ben je dus aan het balanceren. En bij normaal bewegen, bij ..ehm.. lopen, bij fietsen, dan houd je je heel makkelijk in evenwicht. Dan ben je niet steeds aan het balanceren en je houdt je wel continu in evenwicht. Dat is een onbewuste actie die gebeurt. Als het evenwicht niet goed meer werkt, dan gaat het bewegen niet meer vanzelfsprekend. En mensen die daarmee te maken hebben, zijn dan ook de hele dag wél aan het balanceren. Dat is wat ik zelf herken, maar met name op de wiebeldagen en ook het gewone lopen is voor mij altijd een aandachtig proces. Ik heb het er natuurlijk veel vaker over gehad. Alleen ik noem dat niet direct balanceren. Senseren, vind ik een veel mooier woord. Dat heb ik geïntroduceerd in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat woord senseren, ja daar mag ik nog veel meer aandacht aan schenken. Ik wil zelfs dat dat woord wordt opgenomen in het Nederlands woordenboek. Maar ja, daar moet ik dan wel zelf werk van maken. Even terugkomend op die quote, die ik aan het begin heb verteld; wetend, vallend, struikelend in de zoektocht naar essentie. In de zoektocht naar essentie. Zoektocht geeft aan dat het een weg is. Dat het een proces is. En ook die zoektocht is naar die essentie toe. Maar wat wordt nou bedoeld met essentie? Dat heb ik dus ook weer even opgezocht. Essentie, dat komt uit het Latijn. Van essentia. En dat is ‘het wezen van iets’. Of een hoofdpunt, een hoofdzaak. Of de kern van iets. Het meest belangrijke. De essentie is ook dat waar het om gaat! Of datgene wat onmisbaar is om een bepaald doel te behalen. Zo staat het in de woordenboeken. Datgene wat onmisbaar is om een bepaald doel te halen.Maar welke essentie wordt dan bedoeld? Bedoelen ze dan de essentie van het leven? En dat vermoed ik wel, want dit stond bij de tekst van het overlijdensbericht. En heeft deze overleden persoon de essentie van het leven gevonden? Dat staat er namelijk niet bij. En is dit een opdracht die iedereen in het leven heeft? Of is er helemaal geen eenduidig antwoord te geven? Is die essentie voor iedereen anders? En ik neem aan dat dat een heel leven lang een zoektocht blijft. Dat je dat nooit precies vindt. Dat je altijd wel weer op zoek bent naar een nieuw doel. Een andere quote van die Wibe Veenbaas is ook de essentie van de ontmoeting. En daaruit maak ik op dat er dus verschillende essenties zijn. Hij geeft ook aan, hij... hij... heeft het volle vertrouwen dat de ene mens niet zonder de ander kan. Ja, dat klopt denk ik wel, want ook al woon je in je eentje, je bent altijd afhankelijk van andere mensen, in alles wat je doet. In alles wat je eet. Ehm.. waar je werkt. Hoe je reist. Waar je woont. Je hebt altijd met andere mensen te maken, die iets voor jou regelen of waar jij iets voor regelt. Het is een wisselwerking. En het leven op aarde voor de mens is dus alleen mogelijk als wij dat samen doen! Vorige week, was 8 december, hadden wij het schrijfcafé. En het thema was ‘hoop’. Naar aanleiding van het boek van Joke Hermsen: Tijd is hoop. Dat is een filosofisch boek en daarin staan alle essays over de tijd die zij geschreven heeft. En wij kregen als opdracht -tijdens het schrijfcafé- om de letters hoop H O O P, om dat onder elkaar te schrijven en overal een regel achter te schrijven. Dat heb ik dan ook gedaan. Hoeveel hoop is nodig Om op de been te blijven in deze Ongelofelijke veranderende wereld? Of is Pas op de plaats nodig om te ontdekken wat 'ik' kan doen? Uit die regels mochten we één regel of één woord kiezen, en daar gingen we dan weer verder over schrijven. En ik koos voor dat woord, van die twee woorden, drie woorden: Ongelofelijke veranderende wereld. Klopt het dat de wereld enorm aan het veranderen is? En wat verandert er precies? Klimaat. Machtsverhoudingen. Oorlog. Dreiging van oorlog. Is dat niet van alle tijden? Is dit niet wat er altijd is, gewoonweg omdat er altijd mensen zijn die de macht in handen willen hebben. En als het gaat over oorlog, ten koste van alle andere mensen waarvoor zij zouden willen zorgen. Als er ergens langdurig vrede is -en voor mij voelt dat wel zo hier in Nederland- dan hoeft er ook maar iets te gebeuren, waardoor de vrede wankelt. Waardoor wij onzeker worden. En.. en.. er wordt een beetje angst ook aangepraat en dan weet je ook niet: is dat nou reëel? Moeten we hier echt angstig voor zijn? Of zal de boel wel loslopen? We weten het niet. En dan gaat het over landsniveau. Want er zijn altijd mensen die in hun eigen omgeving wel in angst leven. Door allerlei omstandigheden. Kan met alles te maken hebben. En ook mensen die het zó moeilijk hebben die ook in armoede leven en heel moeilijk kunnen rondkomen. Ja, voor hen is die wereld die verandert, nee dat is meer een vraag voor mij, is voor hen de wereld die zo verandert veel minder een issue, omdat hun eigen dichtbij-wereld al zo ongelofelijk lastig is om in te leven? Het is dus met welk perspectief je de wereld bekijkt. Het maakt al verschil of je pessimistisch of optimistisch bent ingesteld. En wie is er dan eerder hoopvol? Zijn dat de pessimisten of de optimistische mensen? Dat is wat ik geschreven heb op die 8 december. En we zijn nu bijna aan het eind van het jaar 2025. En dan komt die vraag ook naar boven: Waar hoop ik op? Ja, wáár hoop ik op? Waar hóóp ik op? Of waar hoop ík op? Ligt ook waar je de klemtoon legt. Als ik mezelf die vraag stel, dan weet ik helemaal niet direct antwoord te geven. Dan wil ik eerst weten wat hoop betekent voor mij. En dat heb ik ook opgeschreven tijdens het schrijfcafé. En toen schreef ik op: Hoop is een kijkje in de toekomst en daar blij van worden. Hoop is bijna een houvast, want zonder hoop geen zicht op de toekomst. Hoop is opluchting. Iets van: oh zo kan het ook! En dat je je daar dan weer op kunt richten. En als ik heel dichtbij mezelf blijf, naar aanleiding van die vraag waar hoop ik op? Dan is het antwoord eigenlijk een groots antwoord. Namelijk dat mensen in vrede leven. Dat we elkaar als gelijkwaardige mensen zien. En dat wil niet zeggen dat iedereen dezelfde behandeling krijgt, want het gaat natuurlijk om maatwerk. We zijn niet hetzelfde qua mogelijkheden en beperkingen. Jij hebt iets anders nodig om fijn en prettig te leven dan wat ik nodig heb. En daar kunnen we elkaar wel in helpen. Die steunen. En begeleiden. Over en weer. En zo van elkaar leren. En zo elkaar op een hoger plan tillen. Samenwerken. Ik heb het er net ook al over gehad, het samenwerken. Want zelfs als ik alleen ben en alleen aan het werk ben, dan heb ik altijd te maken met anderen om me heen. En het liefst dan mensen die mij de ruimte geven en die kaders schetsen, die mij houvast bieden, zodat ik met vertrouwen verder kan. En dat dan dus over en weer, want het geldt net zo goed andersom. Dat ik de ruimte aan jou geef om je eigen weg te gaan. En waar nodig ondersteun ik dan en geef een grens aan en bied houvast. En dan weer even terug naar die vraag: Waar hoop ik op? En dan even: Waar hoop ik op in 2026? Ja, dat doet me dan denken aan die uitspraak van C.S. Lewis. Die heeft als titel: Hoop. En die schrijft dan: ‘Het is nooit te laat om een nieuw doel te stellen of een nieuwe droom te dromen’. En toch, als ik dat lees, ik heb nu geen nieuw doel voor ogen. En ik heb ook geen nieuwe droom. En dat wil niet zeggen dat ik me hopeloos voel of wanhopig ben of de hoop laat varen. Ik ben namelijk hoopvol! Maar kan dat ook zonder een precieze invu...

  23. 190

    10 Omdenken

    Welkom in mijn wereld van het horen. Zo begon ik het praatje tijdens mijn boekpresentatie. Deze woorden heb ik omarmd. Nu deel ik stukjes informatie over het boek Hoor jij wat ik hoor? als reactie op een recensie waarin ik mijn eigen boek niet herkende. Na het lezen van die recensie raakte ik namelijk ietwat uit evenwicht. Door om te denken heb ik een vorm gevonden die mij bij mij past, namelijk erover schrijven. Deze teksten deel ik ook nu hier in de podcast. (Afbeelding komt uit het boek Hoor jij wat ik hoor?)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht, in uitvoering' en sinds kort het boek 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik vertel graag over het evenwicht, over gehoorverlies, tinnitus, de ziekte van Ménière en over al die dingen die te maken hebben met waar ik tegenaanloop, waar ik wel eens last van heb. Waardoor ik ook psychisch uit evenwicht kan raken. Dit is seizoen 10, aflevering 10: Omdenken. De vorige afleveringen heb ik het gehad over het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dat is sinds kort uit. Het is nu december 2025. En dat boek mag nu de wereld in. En daar heb ik over verteld. Want het is een heel proces geweest om dit boek voor elkaar te krijgen. Het is dan ook een ervaringsboek geworden met allerlei inzichten die ik deel waar ik zelf achter ben gekomen in míjn proces om te leren omgaan met tinnitus. Toen op 29 november de boekpresentatie was heb ik dat als een feestje gevierd. Maar vlak daarvoor was een recensie verschenen en daarvan raakte ik nogal wat van slag. Dat heb ik ook hier verteld, aan jou. Dus misschien weet je er een beetje over. En daar zat ik wel mee. Want in die recensie herkende ik mijn eigen boek niet terug! Er waren een paar dingen zo omgekeerd, dan denk ik: volgens mij bedoelen we hetzelfde, alleen jij keert het zó om alsof dat helemaal niet klopt! Ik begreep het dus ook niet. Ik heb het meerdere keren moeten lezen en toen dacht ik: wat doe ik hiermee? En ik heb geprobeerd dat weer neer te leggen bij die recensent. Daar krijg ik geen ingang. Ik wilde mij ook niet verdedigen. Ik wilde ook niet gaan uitleggen, het zit zo en zo, of zo bedoel ik het. Ik dacht daar begin ik helemaal niet aan. Maar hoe kan ik dat dan wél doen? Hoe kan ik aangeven dat het -en dat heb ik wel trouwens aangegeven, het is geen wetenschappelijk boek, het is geen handboek neuropsychologie, het is ook geen zelfhulpboek. Op het moment dat je dan schrijft van het is geen zelfhulpboek en dan concludeer je ook dat dat niet de bedoeling was van mij, dan denk ik waarom begin je überhaupt dan over een zelfhulpboek? Dat is ook nooit de bedoeling geweest en dat ís het ook helemaal niet. Zo zijn er bepaalde dingen die dus niet kloppen. Toen dacht ik hoe kan ik dat dan toch duidelijk maken zonder dat dan direct bij hem neer te leggen? En mijn man zei al: 'Ga eens omdenken. Daar ben je altijd zo goed in. Ga omdenken. Dat heb je ook in dit boek gedaan. Je hebt bepaalde dingen echt omgekeerd. Dus hoe kun je dat nou naar buiten brengen? Wat kun je daar zelf mee doen?’ En ineens had ik het idee: ik ga steeds kleine stukjes tekst delen, en dat kan via Facebook, dat kan via LinkedIn om te vertellen over hoe ik het zie. Gewoon in kleine, korte stukjes. Met elke keer een soort thema. En daar ben ik mee begonnen. En ik wil een paar van die deeltjes die ik al gemaakt heb, die wil ik even hier met je delen, want ik weet niet of je mij volgt op Facebook. Het kan best zijn dat je dat nooit ziet, omdat je zelf Facebook helemaal niet gebruikt. Dus ik laat het hier horen, een paar van die delen, want ik doe het elke keer in een klein verhaaltje. En dat begint elke keer met: Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 1. In 2000 hoorde ik ineens een ruisje. Vlak na een zware griep. Een restverschijnsel. En in het audiologisch centrum zei de audioloog: ’Dat is tinnitus en daar kom je niet meer vanaf, dus leer er maar mee leven’. En in 2000 was er nog geen internet en in de bibliotheek waren er geen boeken over tinnitus. Dus ik kon geen informatie vinden waardoor ik beter begreep wat er aan de hand was. En de eerste jaren met geluiden in mijn hoofd, die niet van buitenaf kwamen, die waren moeilijk. Ondertussen bleef ik alles doen. Een gezin om voor te zorgen en een volle agenda. Ik raakte oververmoeid en had geen idee wat ik met de tinnitus aan moest! Tweede deel.Welkom in mijn wereld van het horen, inclusief tinnitus. Deel 2 -Hoeveel?Tijdens de eerste jaren dat ik tinnitus had, ben ik niemand tegengekomen die ook geluiden in het hoofd hoort. In de krant las ik er ook geen artikelen over. En ik had geen idee hoeveel mensen tinnitus hadden en hoeveel last dat met zich meebracht. En tegenwoordig worden er wel aantallen en percentages genoemd. En ik heb ze op een rijtje gezet en dat loopt behoorlijk uiteen. Welk getal of percentage klopt? Tegelijk realiseer ik me dat het niet uitmaakt hoeveel mensen ook tinnitus hebben, als je behoorlijk last hebt van de gevolgen die tinnitus met zich meebrengt. Ik denk zelfs dat er heel veel meer mensen tinnitus hebben, dan de getallen aangeven. Mensen die zich er niet aan storen. Die niet anders weten en gewend zijn hun geluid. Deze mensen hoor je niet en worden niet meegeteld. En tijdens een gastles, jaren geleden, bij audicien-studenten, kreeg ik de vraag: 'Krijgen kinderen ook tinnitus?' En tot dat moment had ik daar nooit bij stil gestaan. Dus ik antwoordde: 'Ik heb geen idee, maar als dat wel zo is, denk ik dat kinderen daar veel eenvoudiger mee omgaan. Ze denken dat iedereen dat heeft en ze zullen sneller eraan wennen.' En na die les heb ik dat rondgevraagd en het komt inderdaad voor. Maar er waren geen getallen bekend. En ja, ze gaan daar makkelijker mee om. Een jaar later verscheen het eerste artikel over een kind dat tinnitus had en daar heel veel moeite mee had. Worden de kinderen die tinnitus hebben, tegenwoordig nou wel of niet meegeteld? Zij zijn straks volwassen. De groep mensen met tinnitus wordt steeds groter. Alleen al omdat er steeds meer mensen zijn op de wereld. De getallen zullen dan mee-veranderen. Ook dan zal de vraag blijven hoeveel precies? Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 3 - Gehoorverlies. In de jaren 90 kreeg mijn moeder hoortoestellen. En het bleek dat zij genetisch gehoorverlies had. Dat moet via haar vader aan haar doorgegeven zijn, want die had ook behoorlijk gehoorverlies. Dat kwam waarschijnlijk toch niet alleen door het werk in de textielfabriek. Ik werkte in het onderwijs en vond het zeer vermoeiend. 36 kinderen, groep 6/7 in een noodgebouw, harde vloeren en wanden. Veel ramen zonder bekleding. Ik kon de kinderen niet altijd verstaan. Het geschuifel van tafels, stoelen. Laatjes open en dicht. Geroezemoes. Hoestende en snotterende kinderen. Gejoel van buiten spelende kinderen. Er was altijd geluid om me heen. Zou er bij mij ook sprake zijn van gehoorverlies? Na hoortesten in het audiologisch centrum was dat inderdaad het geval. Genetisch gehoorverlies, grote kans dat dat hetzelfde was als mijn moeder had. Maar geen idee wat voor soort. En toen kreeg ik in 2000 tinnitus. Mijn moeder had geen tinnitus, dus het had waarschijnlijk niets met het genetische defect te maken. Het gehoorverlies werd steeds meer. Ik hoorde steeds minder. De tinnitus werd steeds luider. Het werd een héél orkest dat ik, nog steeds, dag en nacht hoor. De hoge kinderstemmen in de klas, ik kon hun verhalen nauwelijks verstaan. Ik had mijn ogen erbij nodig. Nu weet ik dat ik dat mijn hele leven al deed, spraakafzien, maar was me dat nooit bewust geweest. Ik had het mondbeeld en de mimiek steeds harder nodig. Dus ik vroeg aan de kinderen of ze mij aan wilden kijken als ze iets tegen mij zeiden. 'Maar juf, je luistert toch niet met je ogen?' Toen heb ik verteld over het gehoorverlies. Ik heb niets gezegd over de tinnitus, want hoe leg je zoiets uit aan kinderen? Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 4 – Geluid. De maatschappelijk werker in het audiologisch centrum zegt tegen de man met tinnitus: 'Het geluid is er niet'. Het geluid is er niet? Wat horen mensen met tinnitus dan in het hoofd? Ik heb het opgezocht: Horen. Horen dat is geluiden waarnemen met het oor. En geluid zijn trillingen in het frequentiebereik die door het gehoor kunnen worden waargenomen. Volgens deze definities kan je inderdaad zeggen dat tinnitus geen geluid is. Maar hoe moeten we het dan noemen? Ik kan de ‘geluiden’ (tussen aanhalingstekens) die ik in mijn hoofd hoor nadoen. Hoewel dat wel lastig is, want ik kan niet tegelijk verschillende tonen zingen. Soms lijkt het een heel orkest. Als er af en toe een brom of piep klinkt, probeer ik die na te doen. Dan hoor ik de brom of piep van buitenaf én binnenin. Je zou denken dat het elkaar dan opheft, maar dat gebeurt dan niet. Toch de verkeerde toonhoogte? Zolang er geen ander woord is gevonden voor wat ik 'hoor' in mijn hoofd en oren, noem ik het geluid. Ook al komt het niet van buitenaf, via mijn oren naar binnen. Ik hoor geluiden in mijn hoofd. Een audioloog heeft verteld dat dat tinnitus is. Maar klopt dat woord dan wel? --Wordt vervolgd— Welkom in mijn wereld van het horen. Deel 5 – Keuze. In 2000 hoorde ik dat het geluid in mijn hoofd een naam had, namelijk tinnitus oftewel oorsuizen. Vanaf 2008 ben ik gaan schrijven, creatief schrijven. Aangezien ik het moeilijk had met al die geluiden die ik hoorde, schreef ik daar regelmatig over. Ik gebruikte de ene keer het woord tinnitus en de andere keer oorsuizen.Maar kloppen die woorden wel, tinnitus en oorsuizen? Tinnitus komt uit het Latijn. Officieel heet het Tinnitus Aurium. Tinnire betekent gerinkel of geratel. Aurus betekent oren. Rink...

  24. 189

    9 Spannend

    Dit was de eerste keer dat ik een heuse boekpresentatie heb gehouden. Dat was spannend. Niet alleen om het feestje te vieren. Ik raakte namelijk echt even uit evenwicht toen ik de recensie las met stukken tekst erin die niet kloppen met wat ik bedoel in het boek. Onterechte kritiek zei iemand tegen me toen ze het boek helemaal had gelezen. Gelukkig heb ik kunnen genieten van het feest. En de kritiek, geen idee hoe dat afloopt. (foto van Roel Hijne, vlak voor aanvang van de boekpresentatie)Volledig transcript Welkom, bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. En in deze podcast vertel ik over ons evenwicht. Zowel het fysieke als ons psychische evenwicht. En daar komen ook allerlei ervaringen naar boven waar ik mee te maken heb en wat ook te maken heeft met gehoorverlies en tinnitus en onder andere natuurlijk, nu mijn nieuwe boek. Dit is seizoen 10, aflevering 9: Spannend!In de vorige aflevering heb ik het gehad over de boekpresentatie en heb ik jou het verhaal alvast laten horen, het praatje wat ik zou gaan doen bij de boekpresentatie. Maar voordat ik die boekpresentatie had was ik natuurlijk al wel een beetje zenuwachtig van oh zou dat allemaal wel goed gaan. Toen kwam de recensie in Hoorzaken. En daar was ik behoorlijk ondersteboven van! Het bracht mij ja, zelfs letterlijk uit evenwicht! Want, omdat het evenwicht zelf niet zo goed meer werkt is dat een soort zwakke plek geworden. Want de een krijgt hoofdpijn en de ander buikpijn en ja ik word dan instabiel. Toen ik die recensie las, dacht ik echt van hè, heb ik het dan helemaal verkeerd?! Dus ik mijn eigen tekst nog een keer door genomen in het boek, nog een keer gelezen. En toen dacht ik hè, het staat er écht toch anders dan wat de recensent in zijn recensie heeft geschreven. Het wordt gewoon helemaal omgekeerd. En dan gaat het om een tekst die... zijn twee stukken waar hij het over heeft, waar hij heel veel over schrijft, en het gaat om twee stukjes tekst wat, nou nog geen bladzijde beslaat. Terwijl in het boek heel veel meer woorden en zinnen en visies van mij en mijn kijk op tinnitus weergeeft. Maar zo spookte er van alles door me heen. Hoe... eh hoe moest ik hiermee omgaan? En ondertussen was ik natuurlijk bezig met die voorbereidingen voor de boekpresentatie en daar keek ik ook enorm naar uit! En ik werd dus ineens overspoeld ook door die onzekerheid. Ik ben in gesprek gegaan met mensen die mij goed kennen. En die heb ik ook gevraagd: zie ik het dan zo verkeerd? En die mensen zeiden: nee hier spelen andere zaken. Hier is waarschijnlijk iets heel anders aan de hand. Ja, daar kun je alleen maar naar gissen. En een ander zei -die het boek ook kent, die het boek gelezen heeft- die zegt: hè het is toch geen wetenschappelijk informatief boek? Dan is het vreemd dat het als zodanig beoordeeld wordt. Het lijkt erop alsof ze jou boek helemaal willen onderuithalen! Ja, nou ja, enzovoort. Wat moest ik hiermee, want het zijn natuurlijk mensen die mij liefhebben, die begrijpen hoe mijn visie is. Ja, kunnen zij dan ook weer met een kritische blik naar zo'n recensie kijken? En ondertussen, die voorbereidingen. Dan ben je bezig met, -oh ja, wat ik nodig had was de banner. En de visitekaartjes in de vorm van boekenleggers. Die heb ik opgehaald bij de drukkerij. Alles was klaar en dat was heel mooi. Ik kwam daar de drukkerij binnen en daar stond de banner rechtop, dus ik zag hem eigenlijk van verre al staan, zo door het raam heen. En toen had ik van: yes, dit is precies wat ik voor ogen had! Hier staat precies alles op wat ik wil delen op het moment dat ik ergens kom en ik mag een presentatie geven en het gaat over een van de drie boeken die ik geschreven heb, over een van de drie onderwerpen waar ik zo mee bezig ben. Welkom in mijn wereld van het horen! Zo noemde ik ook mijn praatje. Alles rondom dat horen waar ik ook graag over vertel! Ik heb ook nog afgesproken op de locatie van: hoe gaan we het precies doen? Hoe doen we de indeling hier? Kan ik echt de microfoon gebruiken? Gaan jullie dat klaarzetten of moet ik nog wat vroeger komen, zodat ik kan helpen met dingen klaarzetten? Nee, dat zou allemaal geregeld worden. Daar hoefde ik zelf niet mee bezig te zijn. Op het moment dat ik daar zou komen zou alles klaar staan. En thuis had ik natuurlijk al die spullen die ik mee ging nemen. Dat was dan de banner, de boekenleggers, de boeken zelf. Maar ook de eerdere boeken, zodat mensen het ook even kunnen inkijken. Ik had ook ..ehm.. wat lekkers meegenomen. Als ze weg zouden gaan dan konden ze ook daar iets van pakken. Dat heeft te maken dan weer met gebaren. Waren kleine duimpjes, in pepermuntvorm. Echt grappig! En zo was ik er op vrijdagavond ook helemaal klaar voor om dus de volgende dag de boekpresentatie te gaan houden. En ondertussen was er toch een beetje die onzekerheid. Op donderdag 27 november lees ik de 'Dagelijkse gedachte' en daar stond dan 'niets is van alle kanten volmaakt'. Die vond ik mooi. En op vrijdag kwam de 'Dagelijkse gedachte' ook weer binnen -want dat krijg ik elke dag binnen via de mail- 'het vergt moed om los te laten wat je niet echt nodig hebt'. En dat heb ik op vrijdag gedaan! Ik heb losgelaten dat er vreemde kritiek komt op wat ik geschreven heb. Ik heb losgelaten dat iemand die ik best heel hoog heb zitten, omdat ik vaak zijn recensies zo goed in elkaar vind zitten, daar is echt onderzoek naar gedaan en dat ik dat bij deze recensie vind dat hij de plank volledig misslaat. Niet volledig, er staan ook goede dingen in de recensie die gewoon helemaal passend zijn, maar de foute conclusies die hij trekt, nou! Om dat dus allemaal los te laten. En dat lukte gelukkig. Ik heb goed geslapen. En ik werd 's morgens wakker met echt dat gevoel van: há ja, ..ehm.. nu mag ik het boek presenteren aan een grotere groep mensen, die komen speciaal luisteren naar wat ik te vertellen heb en ook naar de andere sprekers. Ik heb er zin in! En we zijn daar naartoe gegaan, naar die locatie. Ik heb mijn hoorhulpmiddelen even allemaal aangezet, want dat had ik ook nog in de week van tevoren goed getest. En de batterijen goed opgeladen, zodat ik met goed gevulde batterijen dat ik de extra hoorhulpmiddelen goed kon gebruiken en dat het al die tijd -dat die aan konden staan- dat het bruikbaar was. Dus toen we daar aankwamen heb ik dat even allemaal aangedaan. Ik heb zo'n werpbox waar dan een microfoon in gaat en zelf sluit ik dat aan op een ringleiding, die hang ik om mijn nek heen. En dat gaat dan naar een ontvangstkastje en die kan ik zelf steeds uit- en aan zetten. Het mooie is dat we ook op dat moment, dat ik dat aan had gesloten, dat mijn zoon, die nam de werpbox mee en die ging helemaal aan de andere kant van de locatie -het koffiehuis De Oude Bieb- en hij ging daar zachtjes iets zeggen tegen mij. Dat hoor ik dan rechtstreeks op mijn oren. Ik verwonder mij nog steeds dat dat dus mogelijk is, dat ik iemand die ver weg staat letterlijk kan verstaan wat die dan zegt! Het werkte dus. Dat was al mooi! Alles stond klaar. Ik kreeg zelf al een kopje koffie, want degene die daar bediende weet al wat ik graag drink. Ik hoef alleen maar het gebaar te maken met dat ik dat graag wil en wat ik wil, hij herkent het. Want hij vindt het heel leuk dat we daar, op die locatie, elke donderdagochtend de gebarenoefengroep hebben. Hij vindt het leuk om te zien hoe wij dan met elkaar aan het oefenen zijn. Op die plek waar ik met de gebarenoefengroep zit, elke donderdagochtend, daar heb ik ook gestaan nu, om mijn praatje te houden. En op een gegeven moment kwamen de mensen een beetje binnen druppelen. En ze kregen koffie of thee. Ze kregen wat lekkers. En daar had ik mooie, van die kleine petitfourtjes met het logo van het boek erbovenop. Dus het was ook nog iets heel bijzonders wat paste bij waar ze voor kwamen. Ze konden ondertussen ook de boeken in kijken, want die lagen daar. En op een gegeven moment ben ik mijn praatje begonnen, hadden we allemaal... we hadden een programmaatje gemaakt en dat lag ook op de tafels, dus mensen konden ook zien oké, ja het begint om 11 uur, dan gaat ze vertellen. En toen ben ik gaan vertellen! Dat verhaal wat ik al aan jullie heb verteld. Wel met nog wat meer tekst erbij. Want ik kon nu, terwijl ik daar stond te vertellen, ook mensen meteen even bedanken, want die hebben daar allemaal in meegeholpen. En die mensen kon ik even noemen. Want die waren er! Die kon ik aankijken! Vond ik zelf heel fijn dat dat mogelijk was. En zo waren er na mijn praatje ook twee andere sprekers. Eén is de meelezer, één van de meelezers, die heeft ook het voorwoord geschreven. En een stukje uit het voorwoord staat ook op de achterkant van het boek. Hij heeft ook gesproken namens de Stichting Hoormij. Want daar is hij de organisator, ja de organisator van Tinnitus Trefpunt. De andere spreker was de vormgever, redacteur en vormgever. En zij heeft het boek binnenstebuiten gekeerd. In eerste instantie rondom de tekst en in tweede instantie helemaal de vormgeving van het boek. En ook zij had hele mooie woorden en ook hoe de samenwerking is verlopen. Ja, dat was gewoon heel fijn om dat van haar te horen en dat zij ook zelf trots is op dat boek wat zij mede mogelijk gemaakt heeft. Daarna konden de mensen vragen stellen. En daar had ik die werpbox ook voor nodig. Die werpbox die ging dan naar de persoon die de vraag stelde. Zo kon ik het letterlijk horen. Voor de andere mensen was dat moeilijker. Alleen, er waren ook twee schrijftolken bij, de hele ochtend. Hele ochtend, het was maar anderhalf uur hè, het valt mee, totaal. Maar er waren twee schrijftolken die van het begin af aan de belangrijke dingen, de sprekers en van mij allemaal getypt hebben. En op tablets die verdeeld stonden over de tafels konden mensen meelezen, als ze het niet goed konden volgen, en dan konden ze gewoon lezen wat er gezegd werd. W...

  25. 188

    8 De t van ...tinnitus

    De t van tinnitus, het had de titel kunnen zijn van het nieuwe boek over tinnitus. Deze titel is het niet geworden. De titel is geworden: hoor jij wat ik hoor?Ik wachtte in spanning op de boeken. Die zijn gearriveerd, dus nu weet ik hoe ze er in het echt uit zien.Tijdens het opruimen van de papieren manuscripten van het boek kwam ik de mindmap tegen die ik helemaal aan het begin van het schrijfproces heb gemaakt. De meeste ideeën op de mindmap zijn in het boek opgenomen.Ik deel ook de tekst, mijn praatje dat ik ga houden tijdens de boekpresentatie.(eigen foto van het nieuwe boek Hoor jij wat ik hoor?)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 10, aflevering 8: De t van tinnitus. Vorige week was ik een tijd onrustig, ongedurig, alsof er iets stond te gebeuren. En dat was ook zo! Want ik wachtte in spanning op de boeken. De boeken die ik heb geschreven over tinnitus. Ik heb die in een grote oplage laten drukken, dus die werden allemaal bij mij thuisbezorgd. En het was spannend, hoe ziet het eruit als ik het in mijn handen heb? En ik had het natuurlijk allemaal al gezien. De vormgever, daar heb ik elke keer mee heen en weer gemaild en elke keer ook mee gekeken. Daar feedback opgegeven. En ze heeft het heel mooi gedaan. Alleen, dan zie je het alleen maar op de laptop, op een scherm. Dan zie je het nog niet gedrukt in een boek. En dat was dus zo spannend. Hoe zal het zijn op het moment dat ik het boek in mijn handen zou hebben. Toen zei een vriendin tegen me 'ja, dat is een beetje een gezonde spanning die je dan voelt'. Bestaat dat dan? Gezonde spanning? Dus ik ben het toch weer even gaan opzoeken en dan blijkt het ook, ja dat gezonde spanning is een gezonde vorm van stress... En het is ook een natuurlijke reactie van het lichaam. Want het zorgt ervoor dat je alert bent. En het helpt je ook om te presteren. En na een tijdje verdwijnt die spanning weer en dan keert het lichaam terug in een toestand van rust. Nou, dat gebeurde waarschijnlijk ook toen eenmaal de boeken er waren en ik ze in de handen had en het kon bekijken. Toen kwam er toch wel weer wat rust over mij. Van ja, hè hè, ze zijn er. Het ziet er mooi uit. Ik ben er heel blij mee. Maar dan, komt er af en toe ook wel weer die onrust naar boven. Van wat gaat nu de ander ervan vinden? Degene die dit boek gaat lezen. Het gaat naar buiten toe met allerlei interviews. Dus er zijn mooie stukjes geschreven. En dan kan het een hele mooie recensie zijn, maar hoe gaan mensen daar dan op reageren? Dat maakt dat het toch elke keer die spanning even naar boven komt. Maar goed, de titel van deze podcast, dat is 'De t van tinnitus'. Het grappige is dat ik dit tegen kwam toen ik aan het opruimen was. Ik was een heleboel manuscripten aan het opruimen. Ik heb meerdere manuscripten laten ..ehm.. kopiëren zodat ik het ook in papier in de hand had. Want dat vind ik veel makkelijker als ik aan het lezen ben, en ik kan veel makkelijker schrappen. Ja, ik kan er van alles bij schrijven. Ik vind het veel makkelijker dan op de laptop werken. En tijdens dat opruimen, kwam ik de mindmap tegen die ik als allereerste heb gemaakt, toen ik net begonnen was met het schrijven. Ik heb het al een paar afleveringen eerder gehad over de mindmap die ik gemaakt heb over dat hele uitgeefproces. Maar ik heb ook helemaal aan het begin van het schrijfproces dus die mindmap gemaakt met midden in het woord 'tinnitus' en daar van alles omheen geschreven. Ik heb daar opgeschreven dat het belangrijk is om een stappenplan te maken. Dat ik het een beetje in de tijd kan gaan zetten. Dat ik na moet denken over financiën. Ik ga het boek in eigen beheer -in eerste instantie- uitgeven, dat was mijn idee. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. Maar ik moest wel even nagaan, gaat het dan lukken met dus die uitgaven daarvoor? Verder had ik ook opgeschreven 'wat is de boodschap die ik wil brengen?' Wat is de aanleiding van het boek? ..Ehm.. welke vorm ga ik kiezen. Wat zijn de titels van de hoofdstukken? Welke bruggetjes kan ik dan daarin verweven? En ook dan de opbouw van het boek zelf. Dus niet het stappenplan van het hele schrijfproces, maar ook de opbouw van het boek zelf. Waar gaat het naartoe? Wat ik zelf ook belangrijk vond, heb ik hier ook op de mindmap opgeschreven; ik wil ook korte teksten en citaten gebruiken. En het liefst wat ik zelf geschreven heb, die mogen daarin verweven worden. En ook een logo. Ik wil een logo ook van dit boek, heb ik van de andere boeken ook. Wat voor een logo past daarbij? Ja, iets met twee oren. Misschien toch weer die vorm van Equi Libre? ..Ehm.. het zou mooi zijn als er ook een soort kruispunt in zit. Kruispunt waar dan een soort actie uit voortkomt. Beetje de symboliek daarvan. Wat ik daarbij heb geschreven, ik wil rondom dat tinnitus-verhaal ook de psychosomatische kant belichten. En ook dat het een signaalfunctie is. En ook welke andere invalshoeken zijn er rondom tinnitus? En zijn er ook andere mensen die erover geschreven hebben? Er zijn heel veel boeken al geschreven over tinnitus. Maar wat is daar dan anders wat ik dan kan gaan doen? Hoe kan ik het anders maken? En dat had ik natuurlijk van tevoren al bedacht, voordat ik ging schrijven. Ik wil uitgaan van al die ervaringen van mij. Ik wil mijn eigen proces van het leren omgaan met tinnitus, die wil ik beschrijven aan de hand van allerlei korte ervaringen. Want dat heb ik zelf het liefst, dat het korte ervaringen zijn en niet ellenlange verhalen, waardoor je het hele proces wat lichter maakt. Als ik het lichter maak voor mezelf, dan doe ik dat ook voor de lezer om het wat lichter te maken. Op die mindmap staat ook van: hoe zat het dan vroeger? En welke media-aandacht is er? En waarom zijn lotgenoten belangrijk? En wat mist daar nog allemaal in? Helemaal aan de zijkant van de mindmap, bovenin, staat de titel van het boek. En heb ik een heel rijtje van andere titels opgeschreven. Het had dus ook de titel kunnen zijn: de t van tinnitus. Het had ook kunnen zijn: geen stille wereld meer. Of voorbij de stilte. Of iets van: tussen mijn oren. En dan helemaal onderaan staat daar dan: 'Hoor jij wat ik hoor?' En bovenaan staat ‘de zee in mijn hoofd’. Dat had zeker de titel kunnen zijn van mijn eerste boek. Zelfs bij het 2e boek en ook bij dit 3e boek had ik die titel kunnen kiezen. Heb ik niet gedaan. De titel is geworden: 'Hoor jij wat ik hoor?'. En die heb ik hier op deze mindmap al neergezet. En pas later besloten, dat gaat het worden. Wat ik belangrijk ook vond in die ervaringen, ik zie hem hier ook nog weer staan, op die mindmap. Dan gaat het uit vanuit vroeger. En alle veranderingen die hebben plaats gevonden en vooral ook de sleutelmomenten benoemen. En ook, hoe gaat het er nu dan mee? Hoe ga ik er nu mee om? En verder ook ja, ik heb er werk van gemaakt, van tinnitus. Dat hele proces wil ik dus dan beschrijven, maar dat is ook gelukt omdat ik zelf als hoorcoach werk en mensen begeleid met tinnitus. En dat ik presentaties heb gegeven en nog steeds presentaties geef. Maar wat ik aan ervaring heb meegenomen ervan, dat kan ik ook meenemen in dat boek. En de gastlessen die ik heb gedaan. Het beheer van de Facebook-groep heeft daarbij geholpen. De podcast die ik maak waarbij het ook af en toe over tinnitus gaat. De radio-uitzendingen, één keer per jaar over tinnitus. Daar is allemaal zo veel informatie uit te halen wat ik kan gebruiken. En ik heb al vanaf 2006 -toen ik thuis kwam te zitten- dat is echt het kantelpunt in mijn leven, en dat ik een hele tijd niets kon, heb ik een heleboel dingen steeds opgeschreven, kleine ervaringen over de tinnitus. Maar dat heb ik in allerlei verschillende schriften geschreven. Tijdens het creatief schrijven kwam dat heel vaak langs. En juist al die kleine ervaringen uit al die schriften dat is goed om dat allemaal weer op te zoeken en die te gaan gebruiken. Want die verhalen zijn er al. En dat is ook wat hier op de mindmap staat: maak gebruik van wat er allemaal is, wat je allemaal eerder hebt geschreven. Het leuke is, als ik nu die mindmap terugzie, dan denk ik dat het precies is geworden zoals ik het voor ogen had. Terwijl ik deze mindmap al een hele tijd niet meer heb gezien, is het toch dat boek geworden wat ik zelf had willen lezen toen ik het nodig had. Op 29 november, ik maak deze podcast in de week van 29 november, dan is boekpresentatie. En ik wil jullie alvast mijn praatje laten horen, want dan kan ik het even oefenen en dan ..ehm.. ja, jullie weten het dan al, maar alle andere mensen die nog komen naar de boekpresentatie, die weten dit natuurlijk nog niet. Maar ik dacht, dit verhaal wil ik gaan vertellen. Die boekpresentatie wordt gehouden hier in een horecagelegenheid in Zeewolde.En dan wil ik zo beginnen. Het kan zijn dat ik ook allerlei dingen nog tussendoor ga vertellen, dat weet ik niet. Ik probeer me te houden aan wat ik wil gaan vertellen tijdens die boekpresentatie. ‘De zee in mijn hoofd’. Daar begin ik mee. Die staat op de banner, een mooie grote banner waar alle drie mijn boeken op staan en bovenaan staat: ‘de zee in mijn hoofd’. Dat is mijn metafoor in het leven. En het had dan ook de titel kunnen zijn van alle drie de boeken. Het is het niet geworden. Het is een andere titel geworden. En ik neem jullie even mee in mijn wereld van het horen. In 1996 kreeg mijn moeder hoortoestellen. Zij had te horen gekregen dat zij genetisch gehoorverlies heeft. Dat ze dat vanaf haar geboorte al heeft. Het was toen best heel zwaar in het onderwijs voor mij, want daar werkte ik. Dat ik dacht van, ik laat het ook eens onderzoeken. En ik ben naar het audiologisch centrum gegaan inderdaad ik heb ook genetisch gehoorverlies. Hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als wat mijn moeder heeft. We hadden nog geen idee wat voor...

  26. 187

    7 Schakelen

    Deze dagen ben ik continu aan het schakelen tussen acties, denkwerk en de gewone huishoudelijke taken. Maar er is nog een andere manier van schakelen, namelijk op de fiets. Fietsen in Zuid-Limburg, ik moest echt even leren schakelen. Pfff.(foto van de maretakken die in dit deel van Zuid-Limburg veelvuldig voorkomen)Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik vertel in deze podcast over het fysieke evenwicht en ook over mijn psychisch evenwicht. Dan gaat het ook wel over het evenwicht tussen werk en privé. En ook wel het evenwicht tussen al die activiteiten die ik doe. Daar gaat het over in deze aflevering. Dit is seizoen 10, aflevering 7: Schakelen. Ik heb het gevoel dat ik deze tijd, de afgelopen weken, en ook denk ik wel wat er aan gaat komen, dat ik voortdurend aan het schakelen ben. Het ene moment ben ik bezig met het ontwerp voor de banner die ik wil gebruiken als ik een presentatie geef over het nieuwe boek. En dan ben ik bezig met hoe ik dat eruit wil laten zien en dan heb ik een heel gesprek over met degene die dat ontwerpt. En het volgende moment ben ik aan het uitleggen aan een fysiotherapeut over dat evenwicht. Leg ik het een beetje uit van zo zit het en zo zit het. En dan ben ik weer aan het begeleiden, de gebaren-oefengroep. Daar zit eerst een voorbereiding aan vast, dan ben ik er al een dag eerder mee bezig van wat gaan we doen de volgende dag, en dan ben ik zelf aan het begeleiden op de donderdagochtend, elke donderdagochtend. En het volgende moment ben ik een tekst aan het redigeren over gehoorverlies. Het ene moment heb ik een live radio-interview, dan word ik geïnterviewd. Dat is ook heel vreemd voor mij, want meestal interview ik andere mensen. En dan ben ik weer een verslag aan het lezen over het busvervoer in Flevoland. Want ik ben ROCOVF-lid, daar heb ik het al een keer eerder over gehad en we hebben binnenkort weer een bijeenkomst. En dan komen er allerlei verslagen en plannen, komen langs over het busvervoer en dat moet je natuurlijk doorgenomen hebben van tevoren. En dan is weer een moment dat denk ik: oh ja, ik moet nog even regelen dat er een datum is wanneer ik weer radio-opname heb. En dan ook nog een gast uitnodigen, ik moet zorgen dat de studio gereserveerd is, de techniek. En dan ben ik daar weer even mee bezig. En dan is er weer een webinar over ‘boekmarketing’, dan gaat het over dat nieuwe boek van hoe kan ik dat nog mooier in de markt zetten? Het volgende moment zijn we aan het nadenken: wat gaan we doen met de kerst dit jaar? En dan ga ik naar de audicien voor controle van mijn eigen hoortoestellen. En dan komt er een bericht binnen, een mail binnen, over het inplannen van het meedoen als trainingsacteur op de hogeschool bij de tolkopleiding om mee te doen aan het examen voor de studenten. Ja, en daarnaast komt natuurlijk het huishouden, de boodschappen doen, het koken, ..ehm.. nadenken: wat hebben we allemaal nodig? Een verjaardagsfeestje, wat gaan we dan precies doen? Wie worden er allemaal uitgenodigd?En nou ja, dat schakelen tussen al die verschillende activiteiten dat is natuurlijk altijd zo, alleen voelt het op dit moment als veel meer activiteiten die er zijn. En dat komt natuurlijk omdat mijn derde boek eraan komt. De promotie voor dat boek moet ik al veel eerder doen dan wanneer het boek er op dat moment ook is. Het is goed om dat al allemaal in gang te zetten. Zodat je een soort voorbereiding hebt en zodat andere mensen ook de tijd hebben om bepaalde dingen te kunnen regelen voor mij. Zoals bijvoorbeeld die banner. En ook van: ga ik nou een visitekaartje doen of ga ik even iets heel anders doen? Want mijn visitekaartjes waren allemaal op, dus ik moest toch nieuwe hebben. Wat ga ik daar dan mee doen en hoe gaat dat eruitzien? Al die verschillende activiteiten. Ik heb verteld ook over die mindmap die ik gemaakt heb, over alles wat nodig is voor alleen maar het boek. En dat er dingen tegelijkertijd kunnen gebeuren. Je kan met verschillende dingen al bezig zijn. Het is niet zo dat je één ding helemaal afrondt en dan weer met het volgende. Nee, het loopt een beetje door elkaar heen. Maar dat betekent dus dat ik steeds aan het schakelen ben in mijn hoofd. Wat ik zeg: het is altijd al wel zo dat je schakelt. Als je 's morgens al voor de kledingkast staat van 'wat ga ik aandoen?' dan ben je ook aan het schakelen. Wat ga ik vandaag doen? Waar heb ik zin in om aan te doen? Wel of niet een felle kleur? Ehm... warm of iets wat koeler is? Nou, enzovoort. Dan begint eigenlijk al het nadenken over wat je wil en dan ben je ook al aan het schakelen. Want ondertussen ben je al bezig van wat ga ik nog meer doen vandaag? Het zit er altijd doorheen verweven in de voorbereiding waar je dan mee bezig bent. Dus ik bedenk 'wat zal ik aandoen', dan bedenk ik tegelijk ook 'Wat ga ik allemaal doen vandaag? Waar ga ik naartoe? Wie ga ik ontmoeten? Wat is handig om aan te doen?' Nou, schakelen. Een hele andere vorm van schakelen, daar wil het verder (ha) over gaan hebben in deze podcast. We zijn een weekje in Zuid-Limburg geweest. We hadden de fiets mee. En daar heb ik een hele andere vorm van schakelen meegemaakt. Je hebt namelijk in Zuid-Limburg allerlei heuvels. Of het is anders, het is een dalenlandschap hebben we begrepen. Het is altijd een hoogland geweest en door de rivieren die daar doorheen zijn gestroomd, jaren geleden al, zijn er allerlei geulen ontstaan en is er heel veel grond en zo allemaal weggehaald juist, is allemaal mee gestroomd, waardoor er dus dalen ontstonden. Het is dus eigenlijk een dalenlandschap. Neemt niet weg dat je dus ergens omhoog en omlaag moet gaan en dan voel je misschien al aankomen. Gelukkig is dat niet overal zo. Want de eerste dag dat we gingen fietsen, zijn we wel omhoog en omlaaggegaan, maar dat was alleen bij de dijk waar we omhoog moesten om de brug over te kunnen die over het kanaal ging. We konden niet de Maas over. Pontje wat daar normaal vaart in de zomer, die vaart niet vanaf 31 oktober meer en wij waren na 31 oktober in Zuid-Limburg. Dus we konden niet met het pontje over. Maar we konden wel dat land daar, vlak langs de Maas, daar konden we wel fietsen. We zaten dan ook -je moet je even voorstellen, Maastricht en daar zo'n 8 kilometer daarboven, in het noorden daarvan- in een heel klein plaatsje, en dat heet Geulle. En vanuit Geulle gingen we dus de ..ehm.. het kanaal over en eigenlijk vlak naar de Maas toe en daar ligt Geulle aan de Maas. En we zijn daar gaan fietsen en fietsen. En op een gegeven moment moet je weer terug, dat kanaal over, dus dan ga je weer omhoog en omlaag. Maar dan heb je dus niet te maken met het dalenlandschap, wat verderop in Zuid-Limburg allemaal wel is. Dus het viel reuze mee. We zijn toen heerlijk in Maastricht geweest. We hebben daar gewandeld. We hebben daar lekker gegeten. En toen zijn we weer ook zo gaan fietsen terug, want we moesten ook nog even boodschappen doen voor het avondeten, en dat was allemaal een beetje vlak land, dat was prima te doen. Vanuit Maastricht fiets je dan naar Bunde, ook een klein plaatsje en dan door naar Geulle. En dan heb je helemaal niet te maken met dat je omhoog en omlaaggaat. Was goed te doen. De volgende dag wilden we meer oostwaarts gaan. We gingen fietsen. Je hebt het spoor vlak langs Geulle, de ..ehm.. de spoorlijn loopt daar. We gingen daar het viaduct onderdoor en daar sloegen we af en ik was er niet op voorbereid. We sloegen af en dat was een beetje met een bocht, je kon niet helemaal zien hoe de weg precies verder liep. Maar op een gegeven moment zaten we op een hele steile weg. En ik was vergeten om meteen bij te schakelen, dan kan ik hem harder zetten, op de e-bike is dat heel fijn. Ik deed dat te langzaam, het lukte me niet. Ik kwam dus niet omhoog! En dat is zó ontzettend vermoeiend als dat niet lukt! Ik ben toen afgestapt. En ik moest mezelf ook tegenhouden dat ik niet achteruit eigenlijk weer rolde met de fiets. Toen dacht ik: nou dan ga ik maar verder lopen met de fiets aan de hand, maar dat is ook loeizwaar als je dus zo schuin omhoog moet. Ik was er dus écht niet op voorbereid. En nou zei mijn man van: ga het nou nog een keer proberen. Je moet hem in zijn hoogste stand zetten, dat je dus dat ..ehm.. ik heel veel ondersteuning krijg, eco is de eerste stand en dan heb je tour, dan heb je sport en dan heb je turbo. Dus dan kan je hem helemaal op turbo zetten. Maar aan de andere kant, aan de rechterkant, kan ik ook het verzet veel lichter zetten. En die stond waarschijnlijk iets te zwaar. Dus ik die lichter zetten en ik probeer weer op te stappen en dat lukte nog niet! Toen zei Roel van (mijn man): "ga nou eens aan 2 kanten van de stang staan". Dan ga je voor je zadel staan en dan dus je trapper even goed doen en dan op die manier kracht zetten, om dan wel weer op gang te komen. Nou is dat heel lang geleden dat ik zo over de stang ging staan, dat heb ik gedaan, ..ehm.. dat mijn evenwicht weg was, dus het zal in 2006 zijn geweest, 2007, toen had ik heel veel moeite met het evenwicht. Toen had ik nog een gewone fiets, had ik nog geen elektrische fiets. En toen ik weer een beetje ging fietsen, kon ik niet met één been opstappen. Moest ik dat echt vanaf twee benen doen, voor m'n zadel - we hadden het zadel ook wat lager gezet- en dan kon ik dus zo met mijn voet erop zetten en dat je dan eigenlijk direct gaat zitten. En dat had ik al die tijd niet meer gedaan. Op het moment dat ik weer gewoon kon opstappen zoals je van de zijkant dat doet. Dus nu moest ik dat weer doen! Ja, op zich is dat niet vreemd. Heb ik vroeger ook gedaan, dus kan ik het nu ook wel doen. Maar dan sta je op een hele schuine helling. Dus je moet jezelf ook goed tegenhouden, want die fiets die wil jou bijna eigenlijk achteruittrekken, omdat je zo schuin staat. Uiteindelijk toch geprobeerd! Voet erop. Veel kracht zetten en mete...

  27. 186

    6 Praten met je lichaam

    Op het NmG weekend heb ik geleerd over het gebruik van gebaren in combinatie met het gebruik van je hele lichaam. Hierbij komen ook de emoties langs, want die zijn heel goed met je lichaam uit te drukken.(Foto gemaakt tijdens een activiteit op zaterdagavond)Volledig transcript:Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord, zowel fysiek als psychisch. En ik deel allerlei ervaringen waar ik mee te maken heb in mijn leven, wat ik tegenkom, wat ik mee maak, ook dat deel ik hier in deze podcast. Helemaal omdat ik denk dat jij dat ook best interessant vindt om daarover te horen. Dit is ook weer zo'n aflevering, het is seizoen 10, aflevering 6: Praten met je lichaam.Elke donderdagochtend ga ik hier naar een horecagelegenheid, 'De Oude Bieb' in Zeewolde, en daar ga ik naar de gebaren-oefengroep. Dat noem ik eigenlijk 'praten met je handen'. Zo staat het ook in de lokale krant in de agenda. Elke week op donderdagochtend wordt daar een activiteit georganiseerd in De Oude Bieb en dat heet 'praten met je handen'. Wat wij dan doen, is met de groep samen, rondom een thema, allerlei gebaren leren. Het kan leren zijn, het kan herhalen zijn. We gaan dat oefenen en dat zijn dan de officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal. Maar wij praten erbij en daarom is het NmG: Nederlands met Gebaren. Als je gebaren leert, dan heb je te maken met verschillende dingen. Ik heb het ooit wel eens eerder verteld, denk ik, maar ik ga het hier nog een keer benoemen. Een gebaar bestaat namelijk uit de handvorm. Gebaren maak je met je handen en dan heb te maken met de vorm van de hand. De vorm van je hand: hoe houd je je hand en ook hoe gebruik je je vingers daarbij? Dus die handvorm is heel belangrijk. En dat vormt dan een soort woord. Dan heb je ook de gebaren-ruimte, de plaats waar het gebaar wordt gemaakt. Wordt het vlak voor je lichaam gedaan, wordt het naast je gedaan, iets hoger, iets lager. Dan heb je de oriëntatie van de hand, met de handpalm naar voren toe of naar je toe of naar beneden of met de palm op, dat ie omhoog staat. Dan heb je te maken met de vingerrichting. Naar welke kant wijzen de vingers. En dan gaat het er ook om: gebruik je 1 vinger, 2 vingers, alle vingers? Alle manieren zijn mogelijk. Je hebt ook te maken met beweging. En die beweging kan een lange beweging zijn of een korte. Een doorgaande beweging. Het kan snel gaan. En als je met 2 handen een gebaar maakt, gaat dat gelijk of ongelijk? Het kan ook zijn dat met die beweging, dat je ook je hand verplaatst in de ruimte. Dus niet alleen de hand zelf die beweegt, maar ook de hele hand die je verplaatst. Het kan zijn dat bij bepaalde gebaren, dat je je gezicht aanraakt. Of ergens anders op je lichaam het aanraakt. Het kan ook zijn dat je met je ene hand waar je het gebaar mee maakt, de andere hand ook aanraakt. En dan heb je een actieve hand en een passieve hand. De actieve hand gaat dan naar die andere hand toe, de passieve hand en die wordt dan ook aangeraakt. En verder wat belangrijk is bij Nederlandse gebarentaal is de mimiek. Dat is: hoe gebruik je je gezicht? Hoe kijk je? Wat doe je met je ogen? Wat doe je met je wangen? Hoe kijk je, dus niet alleen maar je wenkbrauwen, want die kunnen omhoog en die kunnen juist naar beneden toe en die hebben allemaal een andere uitdrukking. En misschien zelfs ook de mondstand. Als je heel verdrietig bent, dan doe je iets heel anders met je mond, dan wanneer je aan het lachen bent. Dan maak je daar een lach van. Dus die mimiek is ook heel belangrijk in de gebarentaal. En wat dan ook kan helpen, het mondbeeld. Dat je het woord ook zegt. Mensen die helemaal doof zijn, die gebruiken minder mondbeeld, maar als ze wél hebben leren praten, dan weten ze ook wat het mondbeeld is van een bepaald woord en dan kun je het woord ook uitspreken. En dat hoeft niet altijd met geluid, maar je kunt het wel laten zien, met je mond. En wat verder nog heel belangrijk is, is dat dat hele lichaam gebruikt wordt. En daar wil ik het verder met je over gaan hebben.Ik ben namelijk geweest naar het NmG-weekend. Georganiseerd door de Stichting Plotsdoven. Dat gebeurt één keer per jaar. En dan komen we met een groep mensen samen, zowel beginners als gevorderden. En dan krijgen we daar gebarenles. En dit keer ging het niet om het aanleren van allerlei nieuwe gebaren bij de gevorderden les -daar mag ik al aan meedoen- maar het ging om een hele andere manier van gebaren. Veel meer gebruik maken van de lichaamstaal. Sowieso is de gebarentaal een visuele taal, want je kijkt ernaar met je ogen. Je hoort het niet, je kijkt ernaar. Je ziet het. Verder was het thema 'emoties' en bij die emoties horen gebaren. Maar het kan best zijn dat jij het officiële gebaar niet eens maakt, maar dat je toch kunt laten zien, met welke emotie je te maken hebt. Dus je hoeft niet alle gebaren helemaal specifiek, precies te weten. Het hoeft ook helemaal niet perfect. Het gaat erom dat je me je hele lichaam kunt laten zien wat je precies wilt vertellen, zodat de ander begrijpt wat jij bedoelt. En ik vond dat zó mooi om dat verschil te zien, tussen als je alleen maar gebaart zonder mimiek, zonder lichaamstaal -dan zijn het echt alleen maar, nou bijna losse gebaren, dan is een verhaal ook best moeilijk te volgen. Maar op het moment dat daar mimiek bij komt en die lichaamstaal en je ziet die ogen spreken, dan wordt het al veel makkelijker om zo'n verhaal te volgen. Dat is wat in Nederlandse gebarentaal heel veel gebeurt. Als je naar de tolken kijkt op televisie dan kun je het ook zien dat daar veel meer te zien is dan alleen maar dat handgebaar. Wat mooi was wat wij hebben gedaan, dat wij emoties, dat we die lieten zien. En het grappige was, het was niet alleen maar het gebaar van die emotie, maar dat kun je ook in gradaties doen. Je kunt blij zijn en ik kan het natuurlijk niet laten zien, nu in de podcast, maar je kunt het gebaar van blij-zijn doen. Maar op het moment dat jij veel blijer bent, gradaties dus; 1 is gewoon blij, 2 of 3 of 4 of zelfs 5 dan ben je heel blij, dan kun je dat laten zien. Je doet hetzelfde gebaar maar op een veel ja, grotere manier! Met een veel blijer gezicht! En als je dan heel blij bent, gradatie 10, dan kun je die handen zelfs helemaal in de lucht doen en laten zien met je hele lichaam hoe blij je bent. Zo kun je dat ook met boos doen. Je kunt gewoon boos zijn en even een vuist op steken zo. Dat is dan boos. Maar het kan ook zijn dat je ontzettend boos bent en ook dat kun je laten zien. En het leuke is bij die gebaren, boos-zijn, woedend, daar gebruik je écht je hele lichaam bij, je... je staat bijna in een soort vechthouding. Je gebruikt je buikspieren erbij en toen zei ik al: 'eigenlijk zijn we gewoon buikspieroefeningen aan het doen (ha)'. Dus door zó boos te zijn (ha) dat je dus.. je hele lichaam komt ..ehm.... in actie ..ehm.. staat op spanning en nou, echt geweldig om dat dan te mogen spelen! Dat hebben we dan ook gedaan. We hebben gespeeld, we hebben aan elkaar laten zien ook hoe raar het eruit ziet -daar konden we dan weer heel erg om lachen- maar zo kun je emoties op allerlei manieren laten zien. Het kan dus een hele kleine emotie zijn, maar als het een heftige emotie is kun je dat met je hele lichaam uiten. En wat ook ja, bijna een thema was, is als je het gebaar helemaal niet kent, het officiële gebaar uit de Nederlandse gebarentaal, laat het gewoon zien! Beeld uit! Want je wilt duidelijk maken aan de ander wat je nou precies bedoelt. En als je dat niet met woorden doet, gebruik dan ook alles wat je tot je beschikking hebt. Je kunt ook ergens naartoe wijzen. Je kunt iets erbij pakken. Maar je kunt het ook in je eigen lijf, met je eigen lijf het helemaal laten zien. Zoals ook mijn eigen inbreng naar aanleiding van de vraag: 'wat heeft jou geholpen in het proces van leren omgaan met slechthorendheid?' Ik kan er nog even bij vertellen dat dat ook een thema was, van wat heeft jou nou zo geraakt rondom jouw slechthorendheid? Wat is jou ooit overkomen? En waar heb je dan nog moeite mee? En welke emotie hoort daar dan bij? Hoe ziet dat eruit? Laat het eens zien! Dat hebben we gedeeld met elkaar en dan kom je erachter, dan zie je bij andere mensen hoe moeilijk zij bepaalde dingen ..ehm.. hebben gehoord van andere mensen die iets gezegd hebben wat hun zó geraakt heeft en waar ze nu nog steeds emoties bij krijgen. En met name ook verdriet en boosheid. Dat zijn emoties die dan het meest naar boven komen. Dat hebben we laten zien. En ook van wat zal je dan tegen die ander nog kunnen gaan zeggen? En hoe zou je dat dan doen? Hoe kun je dat dan met die lichaamstaal nog duidelijker maken, zodat die boodschap die jij brengt bij die ander, dat die nóg duidelijker overkomt. En het is mooi om te zien hoe mensen daarin groeien op het moment dat we dat laten zien en dat we dat ook allemaal gaan durven. Dat we steeds meer durven. En op het eind kregen we dan die vraag: 'wat heeft jou geholpen in het proces van leren omgaan met die slechthorendheid?' En ik hoorde die vraag, 'k denk: daar heb ik eigenlijk niet direct een antwoord op. Behalve dan dat ik lang geleden al van een vriendin hoorde, die zei: 'nou dat gehoorverlies betekent voor jou misschien wel, je hoeft niet meer alles te horen'. Die heb ik dan ook gedeeld. Maar toen die vraag nog een keer kwam, toen dacht ik wat heeft mij nou echt geholpen? Dan is het zeker het schrijven ervan. Ik heb heel veel opgeschreven, altijd. Ik heb er zelfs boeken over geschreven (ha) onder andere nu ook over het oorsuizen. En het heeft ook met gehoorverlies te maken. Vooral het schrijven ervan helpt mij ook om daar goed mee om te gaan. Maar wat mij nog meer heeft geholpen, en dat is vanaf het moment dat ik thuiskwam met de ziekte van Ménière en toen ik het re-integratietraject ging doen, omdat ik niet meer het werk kon doen, in...

  28. 185

    5 Meniere vroeger

    De titel is meer: Meniere vroeger en nu, want ik vertel over uitspraken van eind jaren '80 en hoe ik erover denk en hoe daar tegenwoordig over wordt gedacht. In de jaren '80 werden er boekjes uitgegeven met informatie over Meniere, door de N.S.V.M. In deze aflevering ga ik in op het artikel geschreven door KNO arts prof dr Oosterveld.(foto is uit het Meniere boekje Balans, 8e jaargang, no 1,1990)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast in Nederland die gaat over ons fysieke en psychisch evenwicht. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ook auteur van het boek 'Ménière in balans'. En deze aflevering gaat over Ménière. Dit is seizoen 10, aflevering 5: Ménière vroeger. Op Facebook is er een pagina: 'Eerlijk over Evenwicht' dat wordt beheerd door Verony Manders. En zij heeft hele interessante informatie die zij deelt over het evenwicht, en ook over de samenwerking van zintuigen en over mogelijke behandelingen. Zij geeft waardevolle informatie dus. Wat zij nu heeft gedeeld zijn bladzijden uit een boekje, uit Ménière boekjes, en die boekjes die heten: Balans. En die komen uit eind jaren 80. En ze heeft een artikel gedeeld uit één zo'n boekje van de kno-arts professor doctor Oosterveld. Hij werkte toen in het AMC, eind jaren 80. De boekjes die werden uitgegeven door NSVM. En ik heb even opgezocht wat NSVM is, dat is een afkorting. Maar ik kom er dus niet achter, want er wordt aangegeven; ja waarschijnlijk is het een typefout en moet het de NVVS zijn. De NVVS, Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden. Die bestaat nog steeds. Dat is een vereniging, maar die valt onder Stichting Hoormij, daar is het nu aan gekoppeld. Maar ik weet zeker dat de NSVM wel bestaan heeft, want dat staat zelf in dat boekje. En daar was mevrouw van Denderen, die hielp bij het secretariaat en die hielp toen ook mensen met een luisterend oor. Je kan daar naartoe bellen, want er was verder heel weinig informatie nog over Ménière te vinden en dan kon je haar bellen en dan kon je daar de informatie krijgen die je nodig had of in ieder geval, je kon je verhaal kwijt. Maar even terug naar die kno-arts professor doctor Oosterveld, die heeft daar een heel artikel in geschreven over die ziekte van Ménière. En ik neem je daar even een stukje in mee en ik geef daar ook meteen de uitleg bij of wat meer informatie of ja, wat misschien al wel erg verouderd is. Want er staan echt een paar dingen in waarvan ik denk: ik vraag me af of dat wel klopt. Alleen, in die tijd hadden ze die informatie niet allemaal. Tegenwoordig heb je ook dat naast de ziekte van Ménière er nog veel meer evenwichtsstoornissen zijn, en dat wordt steeds duidelijker dat het iets anders is dan de ziekte van Ménière. In de jaren 80 werden heel veel evenwichtsstoornissen de ziekte van Ménière genoemd. In het artikel, van die kno-arts, staat dat de ziekte van Ménière een welvaartsziekte is. En later in het artikel gaat het over een beschavingsziekte. En dan blijkt dat bij de mensen in Zuid-Afrika, daar komt de ziekte van Ménière helemaal niet voor. Het komt ook niet voor bij de Papoea's - midden Afrika heb je het dan over. En ook niet in India. En dan staat er ook in het artikel: minder ontwikkelde gebieden. En dat de ziekte van Ménière vroeger ook niet bij alle oude stammen voorkwam en ook niet bij de Germanen en zo. En dan staat er ook nog bij als, ja, vervelend woord, maar als een neger in Afrika zich westers gaat gedragen dan zie je na 20 jaar de kans op Ménière ontstaan. Ik vind dat nogal wat uitspraken, maar in die tijd was dat ja, gewoon? Ik weet niet of het echt gewoon is. Ik vind in ieder geval dat je het nu niet kan maken om daar op die manier over te praten. Was het alleen maar een ziekte die in heel West-Europa, in ja, omdat het een welvaartsziekte wordt genoemd, dat het daar echt, alleen daar voorkwam? Ik denk dat het altijd overal voor is gekomen. Al die mensen die met die klachten kwamen, daar werd niets meegedaan! Ik denk dat heel veel van die mensen nooit bij een arts kwamen, dus het is niet genoteerd! Hoe weet je dan dat het daar wel of niet voorkomt? Ik vraag het me af of daar de mensen... dat niemand dat had of dat het wel gewoon er was. En dat mensen er mee om konden gaan. En als ze er niet mee om konden gaan, ook dat werd niet ergens opgeschreven. En het werd ook niet geteld. Het werd misschien niet eens herkend. Als je dan bij de arts kwam en je vertelde je klachten, dan kon die arts daar in Afrika, in India, kon hij niet eens vertellen dat het een naam heeft. En dat die combinatie van factoren, wat bij Ménière hoort, de aanvallen van draaiduizeligheid, tinnitus, gehoorverlies, dat die symptomen samen, dat dat dan de ziekte van Ménière heet. Want deze ziekte Ménière, komt uit Frankrijk. Daar is een arts geweest, Prosper Ménière, die heeft deze symptomen, deze naam gegeven. Op die manier is het een ziekte die hier bekend is, omdat daar een naam aan gegeven is. Maar het kan best zijn, dat al die symptomen ook voorkwamen in alle andere landen op aarde. Dat het altijd er is geweest. Want dan zou je ook denken dat het vroeger helemaal nooit voorkwam. Maar ook daar zijn natuurlijk geen cijfers van, dus we weten het niet of het in de vorige eeuwen ook is voorgekomen. Dan zou het toch ergens opgeschreven moeten zijn in allerlei boeken. We weten wel dat het oorsuizen er al heel lang al is. We weten ook dat er wel mensen zijn geweest met draaiduizeligheid. Ook daar zijn wel dingen over geschreven. Heel vroeger. Maar die ziekte van Ménière, die symptomen zo bij elkaar dat dat één bepaalde naam heeft, dat is natuurlijk pas sinds Prosper Ménière dat zo benoemd heeft. Dus ja, als je dat als arts helemaal niet weet, kun je het ook geen naam geven. Ik denk dat het altijd is voorgekomen.In dat artikel van die kno-arts professor doctor Oosterveld staat ook dat er grote verschillen tussen Zweden en Frankrijk zijn. En dan vraagt ie zich af, zouden de oogkleuren er iets mee te maken kunnen hebben. Dat blauwe ogen een hogere kans geeft op Ménière. En in Afrika hebben ze die blauwe ogen niet, ja, kwam het daarom daar niet voor? Ik vraag het me af. Ik vind dat een vreemde uitspraak en er is ook nu nooit meer iets over gezegd over dat het te maken heeft met waar iemand woont. Tegenwoordig wordt gezegd dat de ziekte van Ménière overal voorkomt, op de hele wereld. Maar of dat dan komt omdat overal die westerse samenleving, de beschaving, overal is binnengetreden? Nee, volgens mij klopt dat dus niet. Wat hij ook aangeeft, deze arts, ‘bij een Ménière-aanval hoort een aanval te zijn. Je voelt het aankomen.’ En dan noemt hij de symptomen hoofdpijn, een bandgevoel om het hoofd, lichte zweverigheid en het begin van een beetje misselijkheid. Hij geeft er dan nog wel bij aan: individueel zijn er grote verschillen tussen de soorten aanvallen. En het wisselende gehoorverlies. Bij hoofdpijn, ik heb nog nooit hoofdpijn gehad tijdens een aanval van draaiduizeligheid. Tegenwoordig, als er mensen zijn die die hoofdpijn hebben, is het vaak de vestibulaire migraine. Bij vestibulaire migraine hoef je geen hoofdpijn te hebben, dan heb je wel de draaiduizeligheid, maar geen hoofdpijn. Maar dat kan wel. Omdat het wel vanuit die migraine komt. Dan is het een andere manier, een andere manier van ontstaan ook van die draaiduizeligheid. Mensen die allebei hebben, die en Ménière hebben en vestibulaire migraine voelen het verschil in de aanval. In de aanval van draaiduizeligheid. Waar dat precies aan ligt ben ik nog steeds niet achter. Maar er zit dus een verschil in. Zij kunnen dat verschil wel voelen. En een bandgevoel om het hoofd, ken ik ook niet. Bij mij was het chaos in mijn hoofd. En niet het gevoel van een bandgevoel. En lichte zweverigheid kan ik ook niet zeggen. Want het is zo veel chaos in dat hoofd, tijdens zo'n aanval van draaiduizeligheid, dat het zeker geen lichte zweverigheid is, want ik kan geen kant op. Ik kan me niet bewegen. Ik kan niet opstaan. Ik kan niet omhoogkomen. Als ik omdraai wordt het nóg heftiger. Ik voelde het wel vaker aankomen en dat was de druk op het oor. En dat wordt hier dan weer niet genoemd in het artikel. Terwijl dat juist een kenmerk kan zijn, je voelt het aankomen door de druk op je oor. De tinnitus die heel luid wordt. Het gehoorverlies, dat je dan ineens een soort vervorming van geluid hoort. En dan dus die druk op het oor. Dat zijn symptomen die een naderende aanval aangeven. En als je dan naar die signalen luistert, dan weet je al; van ja ik kan beter gaan liggen. Ik kan beter nu even rustig aan doen. Misschien dat je het dan tegen kan houden. Als je het niet tegen kan houden, kun je dan wel nog regelen dat je dus op een plek bent, waar je ja, de aanval kan uitzitten. Of uitliggen. En dat andere mensen voor je kunnen zorgen. En er zijn mensen die die signalen niet krijgen. Ook dat komt voor. Dus het is niet altijd zo dat je die aanval voelt aankomen. Of, het is misschien toch die vestibulaire migraine. Het bijzondere in het artikel van die Oosterveld, is dat hij zegt dat ..ehm.. ‘een oud verhaal doet de ronde. Mensen met de ziekte van Ménière hebben een lage tonen verlies. Dat is misschien in het beginstadium, maar in een verder gevorderd stadium zie je dat ook hoge tonen uitvallen.’ Dat vind ik ook vreemd. Een oud verhaal, dan denk ik: dit wordt nu nog steeds gezegd over de ziekte van Ménière, dat er een lage tonen verlies is. Ik heb al vaker aangegeven, dat hoeft helemaal niet, het kunnen ook juist de hoge tonen zijn waarin de uitval is. Het hoeft niet per se lage tonen verlies te zijn. Dat is dus heel wisselend, per patiënt. En dan vind ik het vreemd dat hij dat al een oud verhaal noemt terwijl het nu nog steeds gezegd wordt dat bij Ménière in het beginstadium er lage tonen verlies is. En dan heeft hij in het artikel over een evenwichtstype...

  29. 184

    4 Mindmap

    Om overzicht te krijgen in de acties die ik kan gaan doen om straks het nieuwe boek goed de wereld in te brengen, heb ik een Mindmap gemaakt. Ik vertel welke onderwerpen belangrijk zijn, waar ik aan moet denken en wat handig is om te regelen. Het boek verkoopt zich namelijk niet vanzelf. (eigen foto van de Mindmap)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de enige podcast in Nederland die gaat over zowel ons fysieke als psychische evenwicht. Dit is seizoen 10, aflevering 4: Mindmap. Ja wat is dan een mindmap, hoor ik je al denken. Als je nog nooit een mindmap hebt gemaakt, dan kan het zijn dat je dat hele begrip niet kent. Het is een tool om creatieve processen te ondersteunen. En je kunt het ook gebruiken om iets wat je gaat leren, wat je wil onthouden, omdat dus in een... in de vorm van een mindmap te maken. En dat begint met een centraal thema. Daar begin je middenin. En daar rond omheen zet je allerlei sub thema's. Het is voor mij... is het een geweldige tool om overzicht te krijgen in wat er allemaal gedaan moet worden. En omdat al die acties die rondom dat centrale thema komen te staan, die ik dan heb genoteerd, dan hoef ik geen rekening te houden met wat prioriteit heeft - wat ik als eerste zou moeten doen. Want het staat er rondom heen, dus het maakt niet uit wat waar staat. Als het maar wel genoteerd staat. Want dat vind ik het meest belangrijke, dat ik niets vergeet. En ik heb een mindmap gemaakt voor als het boek 'Hoor jij wat ik hoor?' strakjes uitkomt. Wat daarvoor allemaal nog gedaan moet worden. Ik ben begonnen met middenin op te schrijven 'Hoor jij wat ik hoor?' Het is de titel van het boek. Dat is voor mij het centrale thema. En pas toen ik alles genoteerd had, toen ontdekte ik ook wat ik als eerste alvast kon gaan aanpakken. En wat ik later kan gaan doen. En daar wil ik je even in meenemen. Want dat is niet zomaar bedacht of zo. In de loop der jaren, ook eigenlijk bij ..ehm.. toen het tweede boek uitkwam, moest ik me hier ook mee bezig houden. Omdat ik zelf verantwoordelijk ben voor de hele PR. Voor de hele marketing, voor de hele promotie van het boek. En daar komt heel wat bij kijken. Je zou denken: ja het boek is er nu nog niet, dat doe je dan toch pas als het boek er is? Maar je moet juist van tevoren al een heleboel dingen geregeld hebben. En daar neem ik je even in mee. Zelfs dingen die ik van tevoren nog niet eens bedacht had, pas toen ik het ging noteren in die mindmap, kwam het dus naar boven, van oh maar die is natuurlijk ook belangrijk! Die moet ik zéker niet vergeten. Goed, ik ben begonnen met dat thema dus, centrale thema middenin 'Hoor jij wat ik hoor?'. En als ik hier naar mijn mindmap kijk, die hier voor me staat, dan zie ik dat het niet helemaal middenin staat (ha!) maar dat maakt niet uit, er is genoeg ruimte rond om heen en er staan allemaal sub thema's rondom heen. Onder andere ..ehm.. wat ik dan toevallig bovenaan heb geschreven is een persbericht maken. Als ik een persbericht maak, dat het boek eraan komt, dan is die tekst heel erg nodig, die moet ik laten controleren. En daarna ook bedenken: naar wie ga ik dat dan sturen? Wat dan ook belangrijk is, is het benaderen van journalisten. Dat is sowieso lokaal, het kan regionaal, het kan landelijk. Ik kan ook kijken naar vakliteratuur, want dit boek gaat specifiek over tinnitus, daar kan ik ook bij vakliteratuur terecht als het gaat over audiologen, audiciens, alle mensen die met mensen werken waar gehoorverlies is en die te maken hebben met tinnitus. Ik moet dus een lijst gaan maken ook van namen en het liefst ook met mailadressen of telefoonnummers, zodat ik die mensen persoonlijk kan benaderen. Nou heb ik een hele lijst al van alle mensen die een artikel hebben geschreven over het evenwicht. Toen het boek 'Evenwicht, in uitvoering' uitkwam. En die mensen kan ik natuurlijk opnieuw gaan benaderen. Daar heb ik de naam van. Daar heb ik al mee gesproken. Die hebben al een interview met mij gehouden. En een heleboel van die mensen hebben toen ook gezegd: ‘als er nog een boek aankomt, denk dan aan mij, geef het dan aan mij door.’ Dus ik hoef er ook niet bang voor je zijn om dat te doen, ik kan het oppakken! Dan, wat belangrijk is, is dat ik zelf ook content blijf maken. Dat ik zelf een soort ja, reclame blijf maken. Het liefst doe ik dat altijd met een stukje informatie erbij. Of dat het naar aanleiding is van iets wat gebeurd is. En dat kan ik dan op Facebook zetten. Ik kan het op LinkedIn neerzetten. Ik kan het hier in de podcast... kan ik dingen benoemen. Ik kan zorgen dat er een radio-opname komt. Zo zijn er allerlei mogelijkheden om aandacht te genereren voordat het boek er is. Zodat mensen weten, ja dat komt eraan! Dus niet alleen bij de journalisten, maar ook bij het bredere publiek. Bij mensen die zelf tinnitus hebben. Wat ik dan nog meer heb opgeschreven in die mindmap is ook de boekpresentatie. Toen het boek 'Evenwicht, in uitvoering', uitkwam, was in 2020, en toen zaten we in de lockdown. Ik kon toen heel weinig mensen ontvangen. We hebben dat wel op een hele bijzondere manier gedaan. We hebben het hier thuis gedaan en dat is wel gelukt. Alleen het was zeker niet groots! Je kunt het heel groot doen en daar een zaal voor afhuren en zo. Ik ga er een beetje tussenin zitten. Ik wil het wel heel huiselijk houden, maar niet thuis. Ik ga de boekpresentatie houden in een locatie hier in Zeewolde. Op het moment dat ik dat op had geschreven hier in de mindmap, wist ik al wat ik wilde, alleen moest ik dat allemaal nog gaan regelen. Er moet een datum komen, de tijd, ..ehm.. ik moet goed afspreken met de locatie hoe of wat. Dat moet nog gebeuren trouwens. Maar ze weten het al wél. Ik heb het gereserveerd, dat ik dan op die datum daar kom en nog niet weet hoeveel mensen er komen. Dan ga ik ook nadenken over welke mensen kan ik uitnodigen? Wie wil ik dat daarbij aanwezig zijn? Een ander punt is dat ik ook vakgenoten kan gaan benaderen. Dat zijn mijn collega-hoorcoaches. Dat zijn audiologen. Audiciens. Het liefst ook de audiologische centra. De opleidingen voor audiologie en voor audiciens. Ook dat is belangrijk in het hele proces om aandacht te genereren voor dat boek. En eigenlijk ook voor de boodschap natuurlijk die ik wil delen met het boek. Het gaat niet eens om het boek zélf, maar over de informatie die daarin staat, dat wil ik graag delen, met mensen die dat ook graag willen lezen. Dan heb ik opgeschreven 2026. We zitten nu aan het eind van 2025. Wat kan ik in 2026 doen? Het lijkt me heel mooi om presentaties te gaan houden over tinnitus. Over wat het met je doet. Hoe je daarmee om kunt gaan. Een soort presentatie ..ehm.. het boek in het kort. Heel in het kort, maar wat wel heel aansprekend is voor mensen, zodat ze zich daarin herkennen, erkennen en vervolgens ook weten hoe zij ermee om kunnen gaan. Dan heb ik opgeschreven, een ander subkopje: regelen. Wat ik moet regelen is dat ik een banner wil hebben. Dat als ik ergens naartoe ga waar ik een presentatie heb, dat ik dan een banner neer kan zetten waar duidelijk is dat ik diegene ben met dat boek om daar dus aandacht voor te vragen. Een banner valt goed op en ik vind dat zelf wel een mooie tool om te gebruiken. Ik heb hem ook van 'Evenwicht, in uitvoering'. En nu komt er nog één voor dan dit boek! Hoewel ik al ondertussen een tip heb gekregen van iemand die zei 'waarom zet je daar niet meteen alle drie de boeken op, zodat je hem overal kan gebruiken? Wat je ook gaat doen.' Toen dacht ik hé, dat is slim. Dat is iets wat ik ook mee kan nemen. Maar het regelen van die banner, ontwerp daarvan, dan moet ik ook daar alle juiste informatie voor hebben. En dan ook, waar laat ik dat dan doen? Bij welke drukkerij kan dat ik dat laten maken? Ga ik wel of niet visitekaartjes doen? Dat is ook waar ik mee bezig... waar ik nog een beetje mee stoei, van hoe doe ik dat dan? Doe ik dat in een andere vorm? In plaats van een standaard visitekaartje? Nog een ander punt op die mindmap is -dat noemde ik net eigenlijk al bij die banner- als daar alle boeken op staan, dat auteur-zijn van de andere boeken, dat ik daar ook aandacht voor blijf genereren, dat ik ook die boeken heb geschreven. En dat ik daar dus ook over kan vertellen! Dat ik daar heel graag over wil presenteren. Ik wil die kennis delen zodat andere mensen makkelijker omgaan met de ziekte van Ménière, als het gaat over het boek 'Ménière in balans' of over dat evenwicht. En dat is natuurlijk dat boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Hoe mooi zou het zijn als ik daar ook steeds weer de aandacht op kan richten, met informatieve stukjes tekst die ik dus kan delen. En dan heb ik nog een ander punt opgeschreven. Kon niet meer helemaal rondom in, dus ik heb hem een beetje in het hoekje geschreven, maar die is wel superbelangrijk. De website. Ik heb twee websites; eentje van Via Novus Coaching en één van 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar moeten de teksten op aangepast worden, dat dit derde boek er nu ook is. En, wat het allerbelangrijkste is, dat de webshop ook gevuld is. Dat daar dit boek 'Hoor jij wat ik hoor?' erbij staat! Zodat mensen dat kunnen bestellen, want als die er niet op staat, kunnen mensen ook niet dat boek bij mij kopen. En dan op de website van Via Novus Coaching komt er een link en dan kom je ook weer op de website van 'Evenwicht, in uitvoering' waar de webshop staat. Dat is natuurlijk wel belangrijk dat ik dat ook geregeld heb voordat het boek hier aankomt. En toen dat ik daar mee bezig was, was het ook nodig om even na te denken: wat doe ik met de boeken die hier strakjes aankomen? Ik geef het boek in eigen beheer uit. Dat wil zeggen dat ik de boeken hier zelf krijg. Dat ze niet via Bol.com te koop zijn. Via de boekhandel kan wel, maar dan bestellen ze dat bij mij. En dan stuur ik dat naar de boekhandel toe en de boekh...

  30. 183

    3 Proces dat aandacht vraagt

    Een aflevering over het schrijfproces van mijn derde boek Hoor jij wat ik hoor? Vanaf het begin, de eerste verhalen tot en met de verzending naar de drukkerij. (eigen foto van het tinnitus schrift)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast in Nederland die gaat over het fysieke zintuig evenwicht. Het gaat ook over ons psychisch evenwicht, want dat is onlosmakelijk verbonden met dat fysieke evenwicht. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 10, aflevering 3: Proces dat aandacht vraagt. Proces dat aandacht vraagt heeft ook een ondertitel en dat is: En vooral geduld. Ik wil het met je gaan hebben over het schrijven, het hele schrijfproces van het boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. Maar wat ik eerst even wil vertellen is dat gisteren best een bijzondere dag was. 21 oktober 2025, toen heb ik het boek definitief, dat het naar de drukker is gegaan, naar de drukkerij. Zodat het boek ook écht fysiek een boek wordt. Hoe dat precies gaat, vertel ik straks verderop in de podcast. Maar het was wel een mijlpaal. En wat ook bijzonder was, ik had mijn radio-opname voor het programma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Dat is dezelfde titel als mijn boek 'Hoor jij wat ik hoor?'. En in dat radioprogramma nodig ik gasten uit en die ga ik interviewen en dat kan overal over gaan. Het gaat over horen in de breedste zin van het woord. Maar wat wil nou? Voor deze keer kon ik helemaal geen gast vinden. Het is me niet gelukt. Wat ik toen wel heb gedaan, want de techniek had ik geregeld, ik had de studio gereserveerd, dan is het handig dat er wel een opname is. Ik heb toen samen met de technicus besloten dat ik stukjes uit de podcast 'Evenwicht, je leven' voor de radio ging doen. En dat heb ik ook daar gedaan. Ik heb -omdat ik overal de transcripten van heb, heb ik de verhalen al- die heb ik meegenomen en die ben ik gaan vertellen voor de radio. Een heel vreemd iets dat ik in de studio ben en geen mensen interview en dan zelf aan het praten ben. Nou is het niet helemaal vreemd, want dat doe ik in deze podcast altijd al. En toch voelde het even helemaal anders toen ik daar zat tegenover de technicus en ik mijn verhaal kon doen over de verhalen van het evenwicht. Ik heb er een paar uitgekozen en die heb ik gedeeld. Ja, en daarom is het een bijzondere dag. Mijn boek 'Hoor jij wat ik hoor?' is naar de drukkerij gegaan. Mijn radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?', de opname, is gewoon doorgegaan. Maar het gaat dan over het evenwicht! Dat is die andere passie die ik heb, dat andere waar ik heel veel in mijn leven mee bezig ben. Ik zie dan ook de uitgave van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' als een soort levenswerk. Maar ja, hoe zie ik dan nu dit boek? Hoe zie ik dan 'Hoor jij wat ik hoor?'? Is het ook een levenswerk? Want dit boek gaat heel duidelijk over mijn eigen ervaringen en mijn mening over een heleboel dingen die over het onderwerp tinnitus, allemaal gedaan worden. In de media en zo. En ik wil je even meenemen in dat hele schrijfproces. Ik ben begonnen in 2018, toen was ik dus nog aan het schrijven voor het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Toen heb ik een schrift gepakt en toen ben ik allerlei verhalen die ik overal heb opgeschreven in andere schriften, over ..ehm.. tinnitus. Al die stukjes over tinnitus heb ik eruit gehaald en ben ik gaan overschrijven, gewoon lekker met vulpen. En ik dacht, dan wordt dat mijn boek over tinnitus, over mijn ervaringen daarmee. En ik had op een gegeven moment zó veel van die ervaringen opgeschreven dat ik, toen in 2020 het boek 'Evenwicht, in uitvoering' net uit was, dat ik.... dat het meteen begon te kriebelen, van zal ik toch eens gaan proberen om al deze ervaringen om dat bij elkaar te gaan nemen om daar toch een boek van te maken? De vorm had ik helemaal nog niet duidelijk, maar ik dacht: dat ga ik toch eens proberen. En ik ben begonnen met het overtypen van al die geschreven stukjes en dat heb ik allemaal, dat het op de computer kwam, zodat het aparte stukjes tekst zijn geworden. Dan heb je op een gegeven moment heel veel kleine verhaaltjes. En die kleine verhalen ben ik dan weer gaan bundelen, van dat past bij elkaar en dat past bij elkaar. Dit zijn herinneringen van heel lang geleden, dit is van heel recent. Dus een ja, een beetje ..ehm.. orde in de chaos, want het was van alles en het ging alle kanten heen. En om die orde erin te brengen, een soort sub-hoofdstukjes allemaal van gemaakt. En vervolgens ben ik gaan kijken wat is hier nu de rode draad in? Hoe kan ik dit nu nog meer vormgeven? ..Ehm... dat het leuk leesbaar is. Wat kan ik toevoegen? Wat kan ik weglaten? ...Ehm.. nou, in ieder geval, ik ben daar wel mee bezig gegaan. Maar er is wel heel duidelijk een onderbreking geweest van dat schrijven, want in 2023 is mijn moeder overleden. Ik was executeur en ik moest heel veel dingen regelen na het overlijden. Daar heb ik me toen heel vol op ingezet. Maar dat betekent dat er geen ruimte in mijn hoofd was om met schrijven bezig te zijn. Dus er is wel duidelijk een onderbreking geweest. En op een gegeven moment heb ik dat -ik denk zo begin 2024- weer opgepakt en toen ben ik wel heel erg aan het werk gegaan om er een goede hoofdstukindeling van te maken. Dat heeft nog best een tijd geduurd voordat ik die indeling helder had. Maar door daar toch steeds mee bezig te zijn en ook even te laten rusten, is dat uiteindelijk gelukt. En toen had ik dus een heel groot manuscript. En dat heb ik laten lezen door mijn man. Dat was de eerste meelezer. En daar kreeg ik best wel stevige feedback op. Hij had écht zo van: nou wat je daar allemaal hebt opgeschreven, dit is wel dubbel, hier vertel je veel te veel over hetzelfde onderwerp. Dat hoeft niet zo veel. Dat kan veel minder. Dus met die feedback ben ik aan de gang gegaan. Heb ik het manuscript nog een keer helemaal opnieuw doorgenomen. Een heleboel dingen aangepast. En toen heb ik het gestuurd naar andere meelezers. Die had ik van tevoren al geregeld, gevraagd of ze wilden meelezen. En die hebben het manuscript ook meegekregen. En ook daar kreeg ik verschillende feedback van. En dat is leuk dat het verschillende meelezers zijn; mensen die zelf tinnitus hebben, mensen die er zelfs mee werken, mensen die juist heel weinig daarvan weten. En al die verschillende feedback heb ik weer gebruikt om te kijken hoe ik dat manuscript nog meer kon verbeteren. En dat was heel prettig. Want dan krijg je in ieder geval die input die nodig is om het nog weer een level hoger te krijgen. En met dat ik daar zo mee bezig was, had ik ook al afgesproken met de redacteur dat dat naar haar toe zou gaan. En ineens was er een moment dat ik had van: ja, nu heb ik het helemaal door! Op dat moment, écht zo'n eureka-moment. Het was vlak voordat het naar de redacteur zou gaan, heb ik nog echt dingen aangepast! Ik heb nog wat weggehaald. Ik heb dingen verplaatst. Ik heb een hoofdstuk... heb ik in 2-en gesplitst omdat dat voor mij veel helderder zou zijn. Dat betekent dat er een extra hoofdstuk bij kwam. En toen had ik ineens van ja, nu is het precies zoals ik het wil hebben! Dus het was heel goed dat het nog even duurde voordat ik het naar de redacteur zou sturen. Want die afspraak hadden we, omdat begin 2025 dat dat naar haar toe zou gaan. En vlak voor dat moment had ik dus écht van ja, nu heb ik het, yes!! Ik heb het ook groot opgeschreven in dat allereerste schrift van 2018: yes nu heb ik het gevonden!! Toen is het naar de redacteur gegaan. En dan gaat het over en weer, want dan geeft zij aan wat ze heeft aangepast. ..ehm.. soort uitleg erover waarom ze dat heeft aangepast. Want dan werd er af en toe gevraagd om een verduidelijking. Van nou, dit vertel je hier wel, maar dit is nog niet helemaal duidelijk. Hier moet nog even een zinnetjes bij of twee regels bij. Daarna kregen we de fase van het redigeren. Dan ga je heel erg op de spelling letten. De hele spelling, grammatica, zinsbouw, alles wordt dan heel goed bekeken en dan gaat het niet meer om de inhoud, maar om de spelling. Na het redigeren ging de vormgever aan de gang. Het is dezelfde persoon trouwens, de redacteur is... eerst is zij redacteur even geweest en daarna ging ze op de stoel zitten van de vormgever. Want dan moet je ineens -als vormgever- heel anders gaan denken. Dan gaat het niet meer om de inhoud, niet meer om de teksten zelf, maar om hoe je dat dan mooi in een boek neerzet! En ja, zoals ook in mijn andere boeken, ik heb verschillende stijlen gekozen waar ik in schrijf. Het zijn ervaringsverhalen. Het is meer een soort mening daarover, dat ik daar een soort uitleg weer over geef. Dus dat is dan weer een ander soort tekst. Dan staan er ook dingen in die ik van buitenaf heb gehaald, informatie van buitenaf en dat weer in eigen woorden heb neergezet. Ik heb kleine gedichten toegevoegd, omdat ik in loop der jaren ook heel vaak iets in een korte tekst, in een gedichtje heb opgeschreven wat te maken heeft met tinnitus. En ik heb, even kijken, wat had ik nog meer? Ja, ik denk dat het dat wel is. Al die verschillende soorten informatie, dan is het mooi dat het ook duidelijk is wat is welke informatie? En het mooie is dat de vormgever dat ook heel goed heeft gedaan! Door een ander lettertype te kiezen, een andere lettergrootte ..ehm.. een gekleurde achtergrond. En daar kun je dan mee spelen. En ik had het zelf al helemaal in het manuscript aangegeven: alles wat van buiten kwam, alle informatie, dat had ik blauw gemaakt. Alle gedichtjes waren paars. Alle dingetjes die ik in de kantlijn had gezet, want er staan ook een soort opmerkingen in de kantlijn steeds bij, die had ik allemaal groen gemaakt. De ervaringsverhalen waren schuin. Dus zij kon zelf wel al zien wat voor een stukje tekst het was. Alleen heeft zij dat dan weer netjes in het boek neergezet, zodat het heel rustig oogt. Op elke bladzijde, er gebeurt wel wat, maar het moet ook rustig ogen. Het moet wel evenwic...

  31. 182

    2 Terugdenken

    Als je spullen van vroeger aan het opruimen bent, kom je heel wat tegen. Dan komen er ook heel wat herinneringen naar boven. Soms pijnlijk, soms grappig, soms verbazend. Er komt van alles aan emoties langs. En zal ik het blijven bewaren of nu echt een keer wegdoen?Eigen foto van bewaarde spullenVolledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik deel allerlei ervaringen over ons evenwicht. En zoals ik net al zei 'in de breedste zin van het woord'. Dat kan zowel fysiek zijn als psychisch. En dan gaat het ook wel over het herinneringen, want ook herinneringen doen iets met je welzijn en daardoor kun je uit balans raken of weer in balans komen als je met herinneringen bezig bent. Tenminste dat is mij overkomen. En daar ga ik over vertellen. Dit is seizoen 10, aflevering 2: Terugdenken. We zijn aan het opruimen hier in huis en met name ook opruimen van spullen die we al heel lang bewaard hebben. En dan gaan we kijken: willen we dit nog langer bewaren of zijn dat spullen die al heel lang weg kunnen? Nou, dan kom je weer aan allerlei herinneringen die ik dan tegenkom, waarbij ik dan even kritisch ga kijken: wil ik dat nu nog langer bewaren om er nog een keer naar terug te kunnen kijken? Of is dat niet meer helemaal nodig? Dat vind ik best moeilijk om daar een beslissing over te nemen. Omdat ik niet weet als ik het nu weggooi, misschien heb ik het over een paar jaar, wil ik het zoeken, en dan is het er niet meer! Maar oké. Ik wil een paar dingen met je delen wat ik zo ben tegengekomen. Dan is het in ieder geval ergens nog dat ik het terug kan luisteren of zo (ha). Ik heb namelijk allerlei foto's bekeken van vroeger en ik ben foto's tegengekomen die ik al heel lang niet meer gezien heb, omdat die niet in een boek liggen. Die zitten gewoon, zaten los, lagen los. En een heel stel van die foto's daar ben ik zo rond de 20- 25 jaar. En eigenlijk voel ik me nog wel altijd 25 jaar. Dat zal je niet helemaal denken, ik ben nu ontzettend verkouden ..ehm.. dat is dan ook wel... ik voel me 25 jaar, maar mijn lijf die voelt vaak tegenwoordig wel anders. Dan heb ik een pijntje hier en een pijntje daar en.. Ik heb natuurlijk ook de beperkingen nu waar ik rekening mee moet houden. Toen ik 25 was wist ik nog helemaal niets over mijn genetisch gehoorverlies. Ik had nog nooit gehoord over tinnitus. Ik wist niet eens wat de ziekte van Ménière was. En ik had toen een prima evenwichtsgevoel. Deed ook juist heel veel met dat evenwicht. In sporten. In bewegen. ..ehm.. dansen. Dus voor zover ik weet waren er helemaal geen beperkingen. En volgens mij sliep ik ook gewoon de hele nacht door! Kan ik me eigenlijk nu helemaal niet meer voorstellen. Maar dat zal in die tijd gewoon heel normaal zijn geweest. Mijn menstruatiecyclus was ook heel normaal. Ik had er wel buikpijn bij en hoofdpijn op de eerste dagen als ik ging menstrueren. Maar verder kan ik me daar geen problemen over herinneren. Het enige is dat ik wel mijn ogen, die zijn altijd wat minder geweest. Ik heb vanaf mijn 4e jaar altijd een bril gedragen. En in mijn puberteit ben ik lenzen gaan dragen dus ja, ook dat is eigenlijk het enige waarvan ik weet ‘dat werkt niet zo goed’. Toen wist ik dus nog niets over mijn gehoor. Het enige wat ik als kind had is dat ik wel heel vaak verkouden ben geweest en ik heb ook alle kinderziektes gehad. Dan praat ik ook echt over mijn jonge jeugd zo vanaf, ik denk vanaf mijn geboorte tot een jaar of 16 of zo. En ben ik echt, ik heb alle kinderziektes gehad. Tot roodvonk aan toe (ha). Het enige, wat heel bijzonder is, achteraf gezien, is dat ik af en toe een heel zeer been had. En dat begon dan eind van de middag of ergens in de loop van de dag, en als ik dan door bleef lopen, dan werd dat steeds erger. En dan kon ik het beste vroeg naar bed gaan, gaan liggen dus, en mijn been rust geven. En dan was het na een nacht wel weer over. En dat was zo pijnlijk! En dat was wisselend. De ene keer het rechterbeen en de andere keer het linkerbeen. Dan weer beide benen en zo. Dat heb ik altijd gehad, in mijn hele jeugd, in mijn puberteit en zo. En dat was om de paar weken, was dat wel een keer. En ik kon er geen patroon of zo in vinden. Daar was ik als kind natuurlijk ook niet mee bezig. Ik heb het ook nooit laten onderzoeken. Ik weet ook niet of ik het ooit ..ehm.. ook verteld heb aan mijn ouders en of daar ooit iets aan gedaan is. Als ik het wel verteld heb, zijn we dan bij de dokter geweest? Ik heb geen idee. Het vreemde hiervan is wel dat toen ik zwanger was, heb ik al die maanden er geen last van gehad, en dat viel mij zelf heel erg op. Want het was een gewoonte, dat dat gewoon af en toe kwam, dat wist ik. En in die zwangerschap helemaal niet. En na de zwangerschap is het ook verder weggebleven.Ik heb het daarna nooit meer gehad! Die pijn, die echt, ja, intense pijn die het kon zijn, is daarna altijd weggebleven. Dus ik weet niet wat er gebeurd is in mijn lichaam, maar het is veranderd en dat was ten goede! En dat is dan zo'n herinnering die dan ineens op komt, terwijl ik dus foto's zit te bekijken. Eigenlijk best wel gek dat je het dan over pijn gaat hebben. Maar zo kwam ik ook tijdens het opruimen een poëziealbum tegen. Ik heb twee poëziealbums gehad. Voor de jongeren die luisteren, dat was een album waar mensen die jij dan goed kende, daar een versje in schreven en naast het versje werden er ook poëzieplaatjes ingeplakt. En sommigen waren ook heel creatief, die gingen er dan zelf wat bij tekenen en zo. En ja, op een gegeven moment kreeg je wel allemaal dezelfde soort versjes. Ik heb hier dus dat poëziealbum ook bij me en één zo'n versje is dan: Al ben je klein Je kunt iets zijn Je hebt iets weg te geven Een lach, een knik, een lieve blik Doen veel in iemands leven En volgens mij is dat een ..ehm.. schoolvriendin geweest. Een meisje van de lagere school die toen bij mij in de klas zat. En dat was geschreven in 1972, want dat staat erbij 3 mei 1972. Dus die herinnering heb ik, alleen ik kan mee haar niet zo goed voorstellen wie dat nou precies was. Dus dat is toch wel weggezakt dan. Een ander versje, dat komt uit 1978, dat is weer jaren later. Dat is van een vriendin van de middelbare school. In een van de eerste jaren heb ik een vriendin gehad, die had toen een gedichtje en dat vond ik zó ontzettend mooi, dat heb ik daarna zelf nog heel vaak gebruikt! En dat gaat als volgt: Nu ben je jong Nu ben je klein Hebt veel te vertellen Maar weinig te zeggen Straks ben je groot En hoe zal het dan zijn? Je zult bij veel dingen toch neer moeten leggen Droom niet van later Droom niet van mij De dagen van nu en van straks gaan voorbij Ze waaien als wind En ze stromen als water Wees liever vandaag Maar gelukkig en blij Het zou best kunnen zijn dat mensen die mij nog kennen van vroeger, dat ik dit in hun poëziealbum ook heb geschreven. Dat zo maar kunnen (ha). Dan is het weer een herinnering aan mij. En het zou best kunnen zijn dat ze mij zelf helemaal niet herinneren, maar dat ze alleen de woorden nog kennen. Want ja, dat staat er ook in, in het gedichtje. 'Droom niet van later, droom niet van mij' (haha) dus ze hoeven mij ook niet te onthouden hè. En zo hoef ik ook al die andere mensen niet te onthouden. Hoewel dat in het poëziealbum wel vaak de bedoeling was: 'vergeet me niet'. Dat werd er heel vaak wel in gezet. En toch ben ik heel veel van deze mensen vergeten, hoe jammer is dat! En tussen al die spullen kwam ik ook een plakboek tegen en dat is echt van mijn eerste schooljaar. De eerste klas op de lagere school. Tegenwoordig is dat groep 3, maar toen was het de eerste klas. Je ging eerst naar de kleuterschool en daarna ging je naar de lagere school. En dat plakboek, daar heeft, denk ik, de juf van alles in geplakt, van allerlei dingen die wij maakten op school. En met name ook met het leren lezen en zodoende ben ik er ook achter gekomen, dat ik nog heb leren lezen met het 'aap-noot-mies'-plankje. Met het leesplankje. Dat was ik zelf eigenlijk helemaal vergeten. Ik dacht dat dat héél ouderwets was, maar in de jaren ‘60 werd dat dus nog gewoon gebruikt! En toen heb ik dat ook nog wel even opgezocht, want het leesplankje, 'aap-noot-mies' is van 1910 tot 1970 gebruikt als leesmethode op de lagere school. En daarna kwam 'Veilig Leren Lezen'. En ik heb zelf 'Veilig Leren Lezen' kinderen mee leren lezen en daarna ook de 'Leeslijn' - weer een hele andere manier van leren lezen. Wat ik me daar nog van herinner is, dat ik niet begreep wat de bedoeling was van die letters. Ik kon het heel mooi overschrijven allemaal. Als ik dat zie, in dat plakboek, het is écht keurig geschreven. Maar ik begreep niets van die letters en ik begreep ook niet wat je ermee moest. Dus het hele leren lezen is helemaal niet vanzelf gegaan! Ik weet ook niet of het lang geduurd heeft voordat ik dat door had. Of ik dat echt in de eerste klas toch geleerd heb of pas in de tweede klas heb opgepakt. En toch is het wel bijzonder dat... ik heb het dus wel geleerd, want toen ik eenmaal in, nou ik denk in de derde klas zat, volgens mij kon ik toen al heel goed lezen. Dus waarschijnlijk is het heel snel gedaan dat proces. Toen ik het eenmaal doorhad, oh, dit is de bedoeling ermee, dat ik toen ja, dat er een wereld voor me openging! En dat ik toen alles ging lezen wat los en vast zat. Juist doordat dit, dat ik dit ..ehm.. gezien had, dat plakboek, kwam ook naar boven dat ik, toen wij nog in Vlaardingen woonden, -en dat was dus in de eerste en tweede klas dat ik daar nog woonde-, daar ging ik ook naar de bibliotheek. Het kan ook zijn dat mijn moeder mij meenam naar de bibliotheek, omdat ik mee...

  32. 181

    1 Kruispunt

    In mijn leven is een kantelpunt, het moment tussen een leven zonder en met Meniere. Maar dat kantelpunt was eigenlijk een kruispunt, want er hadden hele andere dingen kunnen gebeuren als ik iets anders had 'gekozen'. Hoewel dat toen geen bewuste keuze zou zijn geweest. Ik vertel ook wat heb ik dan wel gedaan.(eigen foto)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. Maar ik heb natuurlijk ook te maken met mijn psychische evenwicht. En ook die verhalen die deel ik in deze podcast 'Evenwicht, je leven'. En in deze aflevering neem ik je mee naar een herinnering van lang geleden, waar ik, als ik daar nu op terug kijk, ook alweer heel anders naar kijk. Dit is seizoen 10, aflevering 1: Kruispunt. Pasgeleden zag ik de lijnen van vliegtuigen, die strepen in de lucht van vliegtuigen die elkaar hebben gekruist. En dat was precies een kruispunt geworden. En ik heb daar een foto van gemaakt en deze gebruik ik ook als afbeelding hier bij deze aflevering. En toen ik die foto had gemaakt bedacht ik ineens dat in 2006 mijn leven niet alleen een kantelpunt is geweest, maar dat het eerder een kruispunt is geweest. En dat besefte ik natuurlijk niet op dat moment, helemaal niet in 2006. Pas nu kan ik terugkijken en het is bijna 20 jaar later, het had ook heel anders kunnen gaan toen. Het lijkt een beetje op dat ..ehm.. 'Wat als' maar ik neem je even mee in het rijtje van mogelijkheden wat er had kunnen gebeuren. En ja soms geef ik even het gevolg aan, maar het gaat me meer over van, ik had ook anders kunnen reageren. Op dat moment in 2006, wist ik niet dat ik een keuze had. Want het is mij overkomen en ik heb min of meer gereageerd vanuit een primaire houding. Daar ga ik strakjes op in. Maar ik wil nu even een rijtje aangeven met wat er óók had kunnen gebeuren. Wat er ook had kunnen gebeuren is dat ik de hele tijd toen ik echt helemaal mijn balans kwijt was, mijn evenwicht kwijt was, letterlijk en figuurlijk, dat ik hele stevige emoties had. Dat ik heel woedend was. En ontzettend verdrietig. Dat ik min of meer een soort slachtoffer was en me ook als een soort slachtoffer had gedragen. Ik had ook kunnen kiezen om te gaan troost-eten. Allerlei lekkere dingen gaan eten, zogenaamd heel lekker. En ik vraag me ook af of ik er écht van genoten zou hebben. Maar troost-eten gebeurt nog wel eens als je écht helemaal niet lekker in je vel zit. Dat had kunnen gebeuren. En uit mijn verhaal hoor je nu al -denk ik- dat is niet gebeurd. Ik had me ook kunnen verliezen in films kijken. Nu bestond Netflix nog niet, maar ik had wel de tv aan kunnen zetten. En dan alleen maar gaan zappen en kijken en kijken en.... Het is de vraag of ik dan wel iets écht gezien zou hebben of het onthouden zou hebben. Maar dat ik dan de hele dag alleen maar dus voor die tv zou zitten. Ik had ook kunnen kiezen om alcohol te gaan drinken. En eigenlijk om dan je emoties waarschijnlijk te dempen en je dan ja, zo vaak alcohol drinken dat je er niet meer bij bent. En dat misschien dagenlang ook. Ik had ook kunnen doen alsof er helemaal niets aan de hand was. Dat ik me helemaal groot hield en het gevolg daarvan zou zijn geweest dat ik nog véél vaker aanvallen van draaiduizeligheid had gekregen. En ja, ik kon sowieso nauwelijks op mijn benen staan, die eerste maanden. Maar ik had toch wel beetje m'n kop in het zand kunnen steken en dan doen alsof er niks aan de hand was. Ik had ook kunnen kiezen om te gaan schrijven. Of te gaan zingen. En alles wel vanuit mijn stoel, want ik kon niet makkelijk lopen. Niet zelfstandig lopen in die eerste maanden. Ik had kunnen gaan knutselen. Schilderen of tekenen. Maar ik weet nog wel dat ik echt niet creatief kon denken, op dat moment. Wat ik wel ging doen, vertel ik strakjes. Ik had ook heel veel mensen deelgenoot kunnen maken. Dat ik heel veel mensen ging bellen en ging mailen. Zodat ik me niet zo alleen voelde. Als iedereen het huis uit was, naar school en naar werk, dan was ik helemaal alleen in huis. En dat ik dan alleen maar andere mensen ook om me heen verzamelde en contact wilde leggen. Heb ik dus niet gedaan. Als mijn man en mijn zoons thuis waren geweest, dan had ik ze ook allerlei opdrachten kunnen geven. En dat had ik op een vriendelijke manier kunnen doen of juist op een hele onvriendelijke manier. Dat ik helemaal niet aardig voor ze zou zijn geweest. Dat had gekund. Ik had ook heel chagrijnig kunnen zijn. En ook echt helemaal nergens meer interesse in meer willen hebben. Die interesse was er ook inderdaad niet. Maar ik kan me niet herinneren dat ik chagrijnig was, maar het had natuurlijk wel gekund. Ik had ook ..ehm.. heel veel informatie kunnen opzoeken, willen opzoeken over wat Ménière is. En wat je daar dan aan kan doen. En wat je dan allemaal te wachten stond en zo. Nou lukte het lezen helemaal niet in die periode. En ik weet niet of de informatie te vinden was. Die is er nu trouwens wel in het boek 'Ménière in balans'... Maar die informatie dat... Ik had natuurlijk heel veel meer kunnen zoeken: wat is er allemaal aan de hand, wat overkomt mij? Wat moet ik hieraan doen? Dat heb ik dus niet gedaan. Helemaal niet in die eerste maanden vanaf 2006, vanaf die eerste aanvallen van draaiduizeligheid. Dat ik daarna ook een hele periode niks kon. En tijdens een schrijfdag in 2016, 2016, dan heb ik 16 jaar tinnitus, want die is in 2000 begonnen en dan heb ik 10 jaar Ménière. En tijdens die schrijfdag krijgen we een opdracht. Er liggen dan verschillende stapeltjes kaarten en ik neem het tarot-kaartendeck en daar pak ik een kaart uit en dat is de Kluizenaar. En deze kaart heeft een schaduwkant. En daar staat op: 'trekt zich terug uit te maatschappij, kan anderen in nood niet helpen.' En dat brengt mij dan direct terug naar 2006, toen dus de Ménière begon. En dan schrijf ik het volgende: 'Door de zware aanvallen van draaiduizeligheid, blijft er tussen de aanvallen door een grote instabiliteit. Ik ben mijn evenwicht kwijt en kan maandenlang helemaal niets. Ik heb me volledig teruggetrokken in mijn huis. Ik kan niet werken. Er zijn geen sociale contacten. Alle sporten, hobby's en vrijwilligerswerk heb ik afgezegd. Ik kan niet lezen. Geen tv kijken. Niet op de computer werken. En ik kies daar niet zelf voor. Mijn lichaam heeft die keuze gemaakt, omdat ik al jaren niet goed had geluisterd. Mijn lichaam heeft meerdere keren signalen gegeven en ik heb ze genegeerd of misschien voor korte tijd dingen aangepast die ik vervolgens meer vergat.' Ja, en dat is dus het begin van het ziekteproces ..ehm... Dat was heel erg heftig. En dan gaan er in het begin dagen voorbij met huilen en toch wel met boosheid en zo. En daarna volgt dan dat kluizenaarsbestaan. Hoewel ik niet weet of dat het juiste woord is. Ik ben in ieder geval weken niet aanwezig. En mijn schrijven gaat dan verder: 'Niets doen is raar. En toch vliegen de dagen voorbij. Lege dagen. Lege agenda en wel een hoofd vol draaierigheid. Te harde geluiden. En chaotische gedachten. Ik ben in mezelf gekeerd en ja, ik doe dan helemaal niets. Ik doe er ook niets mee. Ik heb geen besef van tijd. Ik heb geen oog voor mijn omgeving. Dat lukt écht niet, want ik heb niet eens oog voor mezelf. Ik slaap. Sta op. En kleed me aan. Ik ga ontbijten. En dan heb ik een redelijk vast ritme in een vertraagd tempo. Zeer traag. Alsof je een film in slow motion ziet. En na het ontbijt ga ik zitten op de bank. Maar ik weet niet eens hoe de dagen verlopen! Ik ben er niet! Voor niemand. Ik ben alleen met mijn eigen lawaai in mijn hoofd - toen noemde ik de tinnitus nog lawaai, dat doe ik tegenwoordig niet meer, was toen wel-. Ik ben alleen met mijn eigen lawaai in mijn hoofd en dat stopt nooit. Eind van de dag komen Roel en de jongens thuis. -Roel is mijn man-. En de jongens, onze twee zoons, en zij gaan koken. Dan gaan we samen eten. En ik kijk naar ze hoe ze hun verhalen vertellen. En ik kan er niet naar luisteren. Ik kan mijn aandacht niet richten. Ik kan me niet focussen.' Ja, en wat ik dan nog wel weet, is dat ik in die periode meerdere malen heb gezegd: "kan ik maar een winterslaap doen. Laat mij maar slapen. En in het voorjaar word ik dan wel weer wakker en dan gaat het wel weer beter." En achteraf was dat misschien ook een soort winterslaap. In het voorjaar, dan moet je bedenken, ik... in 2006 ben ik in september helemaal uitgevallen, en in het voorjaar 2007 stond ik mezelf toe dat ik niets hoefde te doen. Dat ik mezelf mocht overgeven aan de rust. Aan het inactief zijn. En toen pas kwam er échte rust over mij. En dat was toen zó heerlijk, die lege agenda. Het niets moeten. Ik hoefde voor niemand te zorgen. Ik hoefde nergens aan te denken. En eindelijk werden mijn gedachten af en toe stil. En dat was toen heel nieuw! Was écht een heel ja, eigenlijk een ongelofelijk gevoel! Ik kon zelf bedenken waar ik aan wilde denken. Waar ik me mee bezig wilde houden. En heel langzaam ging ik weer dingen in huis doen. Ik ging weer zelf eten koken. Ik ging de was ophangen. En soms een tv-programma kijken overdag. Daar had ik dan ook echt zin in. Maar dan was het ook echt maar één programma, niet de hele dag lang. Ik schrijf dan weer verder: 'Ik ga puzzelen, legpuzzels maken. Stukje voor stukje in traag tempo, want ik heb toch alle tijd. Ik geniet van de lege tijd die ik vul met wat ik op dat moment wil. En het lijkt wel één grote vakantie! Het is wonderlijk hoe ik de rust en aandacht voor al die kleine bezigheden elke dag weer kan ervaren! Laat mij maar de was ophangen. Dat is zo heerlijk werk! Laat mij maar de aardappels schillen. Eén voor één. En dat voel ik, dat zie ik, dat ruik ik en ik hoor hoe ik dat doe. Laat mij maar... Laat mij zó veel heerlijke...

  33. 180

    20 Goed gehoord

    Ik leer veel van de nascholingsdagen, georganiseerd door Hooridee. Als ik dan ook apparatuur kan uitproberen waardoor ik beter kan spraakverstaan, dan is dat geweldig. Een aflevering over soloapparatuur naast het gebruik van hoortoestellen.Op de foto zie je mij tijdens de presentatie tijdens de nascholingsdag. Hier heb ik de inductielus om.(foto: Marijke van den Berg)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En in deze podcast vertel ik over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Het evenwicht in mijn leven, dat is een dynamisch proces. Het is dus niet echt evenwichtig. Daar bedoel ik mee, het is geen statische balans. En dat geldt ook voor mijn gehoorverlies. Ook dat wisselt per uur, per dag en tegenwoordig ben ik dan ook heel blij met mijn hoortoestellen. Want dan valt dat toch minder op, dat fluctueren van het gehoorverlies en ook het fluctueren van het volume van de tinnitus. Dit is seizoen 9, aflevering 20: Goed gehoord. Ik neem je even mee naar 10 jaar geleden. Oktober 2015. Toen heb ik de basiscursus gedaan 'Coach gehoorverlies' in Haarlem. Dat was bij Hooridee bij Wendelina Timmerman. En tijdens één van die dagen heb ik een collage gemaakt -dat was de opdracht die we kregen op die dag- en toen heb ik gekozen voor een spin in 't web en een herfstbos en een roofvogel en ook water ..ehm.. beetje de zee die je dan zag. En de woorden die ik daarbij geschreven had was ..ehm.. voordelen van de beperking en daar bedoelde ik natuurlijk het gehoorverlies mee. Dat van die roofvogel, dat oog, dat is luisteren met mijn ogen. Dat herfstbos dat ging over de stilte. En die zee ja, dat is natuurlijk dan, de zee in mijn hoofd. Als je mij al langer volgt dan weet je dat ‘de zee in mijn hoofd’ altijd een belangrijk item is. Een soort metafoor voor mezelf. En ik had er ook bij geschreven: professioneel luisteren. Die spin in het web, dat ging dan, denk ik ook toen al, over dat dat horen voor mij allerlei mogelijkheden had. Ik weet het niet meer helemaal zeker. Ik denk het wel, en anders ook dat ik zelf als zelfstandig ondernemer ook met allerlei dingen bezig ben. Dat ik misschien dat ook bedoelde met spin in 't web. Niet alleen coach, maar ook alle andere dingen die nodig zijn om als zelfstandig ondernemer te kunnen werken. In die tijd, 10 jaar geleden dus, droeg ik nog geen hoortoestel. En als ik dan bij de scholing was bij Hooridee, tijdens die basiscursus, dan was er altijd de mogelijkheid om met bepaalde apparatuur alles goed te kunnen horen. Er waren sowieso altijd schrijftolken bij. En ik kreeg dan een koptelefoon op en dat zat dan vast aan een ontvanger en alles wat gezegd werd kon ik dan toch via die koptelefoon goed volgen. In die tijd, het was een jaar later, 2016 toen, heb ik een aanvraag gedaan voor werkplek-aanpassing met solo-apparatuur. Solo-apparatuur van Phonak. Die heb ik toen uitgeprobeerd. Ik had het natuurlijk allemaal al uitgeprobeerd bij de cursus zelf, maar ik kreeg die apparatuur om uit te proberen. Dat heb ik hier ook thuis uitgeprobeerd. Tijdens coach-gesprekken, tijdens een andere opleiding die ik deed. En ik vond het heel fijn om daar gebruik van te maken. Dan kon ik toch makkelijker op gehoor meedoen met wat er allemaal verteld werd. Die apparatuur was dus eigenlijk een microfoontje. Een microfoon die de spreker dan vasthield, degene die aan het praten was. Of die dan daar lag of die op de kleding vast zat. En ik had dan de ontvanger gekoppeld dan aan die koptelefoon. Sowieso als coach gehoorverlies -wat later genoemd werd Hoorcoach, want zo hebben we ons genoemd- heb ik altijd nascholingsdagen gevolgd. Elk jaar waren er één of twee dagen dat we dan bij elkaar kwamen en zo zijn er allerlei onderwerpen langs gekomen, zodat we van elkaar kunnen leren. Het is een keer over akoestiek gegaan, ..ehm.. een keer over hoortesten, over oplossingsgericht coachen. Over Auracast. ..ehm.. De impact van gehoorverlies. Het ging een keer over geweldloze communicatie. En we hebben het ook gehad over alle expertises die elke hoorcoach zelf heeft. En zo hebben we elkaar steeds weer geïnformeerd over nieuwe onderwerpen. We hebben ook casussen besproken, elke keer kwam dat ook wel aan bod. Kon je een casus inleveren en dan werd dat ja, besproken met elkaar of besproken met iemand die daar dan nog meer verstand van had. Een audioloog of een audicien. En zo konden we altijd van elkaar leren en ook van de sprekers die dan uitgenodigd werden. Het is dus altijd zo geregeld dat elke deelnemer heel goed kan meedoen met zijn eigen apparatuur om beter te horen én de apparatuur van PlanPlan adviesbureau. We hebben nu de laatste nascholingsdagen gedaan bij PlanPlan adviesbureau. Dat is advies en maatwerk op het gebied van horen en verstaan. Ze hebben daar allerlei soorten apparatuur en dat is geweldig als we dat kunnen gebruiken om dan toch alles te kunnen volgen. En er zijn altijd schrijftolken bij, zodat je het ook kunt mee kunt lezen. Er wordt overal een tablet neergezet en dan kun je meelezen wat er precies gezegd wordt. En zo was dat ook nu weer op de nascholingsdag hier in september 2025. Nou moet je weten, ik heb sinds 2019 zelf toch hoortoestellen. Dus die solo-apparatuur van 2016 gebruik ik helemaal niet meer. En ik ben nu met nieuwe hoortoestellen bezig. En daar zit een extra microfoon bij, maar daar kan ik niet helemaal mee uit de voeten. Als je al een keer eerder geluisterd hebt naar deze podcast, ik heb in 2023 namelijk extra apparatuur gekregen. Sennheiser-apparatuur en daar heb ik over gesproken; seizoen 5, aflevering 8: 'Fluisteren' heette die. En dat is een prima tool, een prima hulpmiddel om met groepen te kunnen werken. Want dan is er een microfoon beschikbaar voor de sprekers en ik heb een ontvanger en dat kan ik rechtstreeks op mijn hoortoestellen horen. Alleen zat er altijd wel een tussenstukje bij, die dan dat weer moest koppelen naar mijn hoortoestellen toe. Maar deze nieuwe hoortoestellen die connecten niet direct met die Sennheiser-apparatuur, dus daar moest nog iets op gevonden worden. Ik heb deze, heb ik op proef, ben ik aan het uitproberen; van vind ik dit prettig? Maar wat ik ook belangrijk vind is, dat nog steeds die apparatuur bruikbaar is, die Sennheiser-apparatuur, zodat ik dat ook in groepen en met meerdere mensen kan gebruiken. Wat nou mogelijk is, is dan een inductielus gebruiken. En een inductielus is een lus die je om je nek hangt en dan heb je zelf een soort ringleiding. Ringleiding is een systeem waardoor je het geluid wat via de microfoon gesproken wordt, binnen een, binnen een ruimte -dat kan een kerk zijn of een theater- en dat wordt dan dus ook naar je hoortoestellen... kun je je hoortoestellen op instellen, die zet je dan op ringleiding-stand en dan kun je horen wat er door die microfoon gesproken wordt. Dus de microfoon is wel belangrijk. En dat systeem moet er dan wel zijn. Wat nodig is dat ik dan op mijn hoortoestel de ringleiding-stand aan moet zetten -dat kan ik via de app doen. En dan dus die inductielus om, die zat dan vast aan de Sennheiser-apparatuur -aan de ontvanger- die hield ik dan bij me. Zo kon ik het rechtstreeks op mijn oren horen. Het fijne was, ik zet hem dan op een MT-stand, dat is niet alleen de ringleiding-stand, dat is de T, maar die M betekent dan dat ik ook het geluid van buitenaf ook nog steeds hoor. Dus ik hoor ook degene die vlak naast me zit en niet door de microfoon praat. Dat is wel heel fijn, dat je ook de geluiden om je heen nog steeds kunt horen. Dan moet je ook weten dat hele nieuwe hoortoestellen -en vooral die hele nieuwe hoortoestellen die buiten de categorie vallen, die niet dor de zorgverzekeraar vergoed worden- die hebben helemaal geen mogelijkheid meer voor zo'n ringleiding-stand. Dus de keuze voor een hoortoestel voor mij, een nieuw hoortoestel, is dan een type van een paar jaar geleden, want daar zit dan wel die ringleiding-stand nog op. En hij valt dan binnen de categorie 5, dus deze hoortoestellen worden ook door de zorgverzekeraar vergoed. Afijn, ik heb die inductielus dus uitgeprobeerd en vervolgens dus de hele dag ermee geluisterd. En dat is mij zó goed bevallen! Ik merk namelijk dat ik het nog steeds heel fijn vind om het gezicht van de sprekers steeds te kunnen zien. Tijdens het luisteren wil ik dat gezicht zien, ik wil de mimiek zien, het mondbeeld. Dus ik wil kunnen spraakafzien. Naast dat ik het op mijn oren hoor. En dan voel ik me ook veel meer betrokken bij wat er wordt gezegd. En ik heb natuurlijk alle voordelen al verteld van een schrijftolk, waarbij je mee kan lezen wat er gezegd wordt. En ik merk dat de combinatie van ook het zelf zien, maar ook het horen op mijn oren, dat ik dat een hele fijne combinatie vind om alles te kunnen volgen. Dus ik kan nu ook besluiten om deze nieuwe hoortoestellen aan te schaffen. Want hierbij kan ik ook die Sennheiser-apparatuur gebruiken waardoor ik ook in grotere groepen, waar mensen op afstand van mij zijn. Waar dan de microfoon bij ligt -dat is een kastje van Sennheiser, dat is dan de zender waardoor gesproken- en dan heb ik een ontvanger bij me en die zit dan vast aan die inductielus. En dan kan ik alles volgen doordat het dan naar mijn hoortoestellen... dat ik het daarop hoor. Heel dichtbij is dat dan. Die nascholing die wij afgelopen september hadden, toen was er een audioloog ook bij -Mieke Janssens- zij is pas haar eigen bedrijf gestart als zelfstandig audioloog. Dat komt nog heel weinig voor in Nederland. Er zijn nog maar drie andere mensen die dat doen. Maar daardoor kan zij veel meer op maatwerk werken en ook veel meer de tijd nemen voor de mensen die niet zomaar bij de audicien terecht kunnen, maar die veel meer hulp nodig hebben om het juiste hoortoestel, de juiste aanpassingen dan te kunnen uitproberen en vervolgens o...

  34. 179

    19 Wie speelt er mee?

    Er zijn verschillende spelletjes waarbij evenwicht een rol speelt. Trouwens, tijdens elk spel dat je doet is je evenwicht betrokken, want ons evenwichtszintuig staat altijd 'aan'(Eigen foto van het spel Acrobat Tower)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dat hoor je mij elke keer zeggen als je al vaker naar deze podcast luistert. Het is dan ook in de breedste zin van het woord, omdat het gaat over het fysieke evenwicht en ook het psychische evenwicht en eigenlijk alles wat daar tussenin ook zit. Er zit nog zó veel in wat allemaal met evenwicht te maken heeft. Dit is ook zo'n speciale aflevering die daar een beetje, ja, misschien wel tussenin zit. Dit is seizoen 9, aflevering 19: Wie speelt er mee? Elk jaar wordt er in september de Balance Awareness Week gehouden. Dat is een speciale week, internationale week, met aandacht voor evenwichtsaandoeningen. De Stichting Hoormij in Nederland, die besteedt daar elk jaar aandacht aan. En dit jaar, in 2025 op 20 september, hebben ze een event georganiseerd. En die had de titel: In balans met bewegen. Zo waren er lezingen van Jeroen van Zanten, een fysiotherapeut. Hij is ook de initiatiefnemer geweest om dit event te organiseren. Josine Widdershoven, kno-arts. Zij heeft ook meegewerkt aan mijn boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat heeft ze meegelezen en zo, en daar commentaar opgegeven. En Marga Salemink, Marga is ervaringsdeskundige, maar ook deskundig in het hele gebied met bewegen en ondertussen ook coach geworden in het begeleiden van mensen die daar ook problemen mee hebben. Dat was al heel interessant al die lezingen. En daarnaast waren er workshops. Tai Chi. Zenboksen. En stoelyoga. Drie vormen van bewegen, drie vormen van een sport, die heel goed gedaan kunnen worden als je evenwicht niet meer zo goed werkt. En eigenlijk kon iedereen daar dan ook meedoen. Ik heb daar met een standje gestaan, waar ik mijn boeken kon verkopen. En zo kon ik ook vragen beantwoorden en tips geven aan deelnemers die ja, even bij mij kwamen, die hun verhaal ook deelden. En het was een hele week, hè! De Balance Awareness Week, is een hele week lang, is er dus aandacht voor. Ik heb toen ook elke dag een post gemaakt, en gedeeld op Facebook en op LinkedIn. En één daarvan ging over evenwichtsspelletjes. En toen dacht ik: hé dat is grappig, ik kan daar ook een podcast over maken! Dus bij deze: wie speelt er mee!? Ik ben eens gaan kijken welke spelletjes ik hier in huis heb, die met evenwicht te maken hebben. Ja, dan kom ik eigenlijk op twee soorten spelletjes, dat zijn spelletjes die je gewoon aan tafel kunt doen en er zijn spelletjes waar je je hele lichaam voor nodig hebt. En dan kom ik tot de conclusie dat we best wat spelletjes hebben die, ja, iets over het evenwicht zeggen. En ook al is het niet direct dat je je eigen lijf gebruikt, vooral bij de tafelspelletjes is dat dan anders, maar je bent wel met evenwicht bezig. Eigenlijk is het allemaal een vorm van spelen met de zwaartekracht. Zo wel in het klein, als in het groot. Nou, dan kan ik beginnen met Stapeltoren. Stapeltoren is dat je allerlei blokjes op elkaar gaat stapelen en dan zorgen dat het ..ehm.. niet omvalt. Dat kun je met elkaar doen, dat kun je met zijn tweeën doen of alleen. Het zijn eigenlijk ook die spelletjes die je kinderen ook altijd doen. In heel veel, heel veel speelgoed is ook het stapelen van blokken, van dingetjes, van vormen. En dat zijn allemaal vormen natuurlijk waar je mee bezig bent met, met evenwicht zoeken, met balans zoeken. Dat het stevig blijft staan. Een ander spel is dan Jenga. Jenga, dan maak je eerst een toren van allemaal blokjes en dan ga je daar steeds kleine stukjes uithalen. En dat moet je dan zó doen, dat die toren heel blijft. En degene die hem er uithaalt waardoor ie omvalt, die heeft dan verloren. Nog zo'n spel, en dat is een, ik denk best een heel oud spel en misschien wordt het ook wel over de hele wereld gespeeld, dat is Mikado. Mikado zijn een heleboel stokjes, die je hou je in je hand en die laat je dan in één keer vallen. Dan liggen ze kris kras door elkaar heen en de bedoeling is, is dat je dan steeds één stokje weghaalt zonder dat er iets verder beweegt. Dus je moet zo goed mogelijk en zo voorzichtig mogelijk een stok pakken, stokje. En dan voorkomen dat dat dus iets anders in die stapel beweegt of een ander stokje weg rolt. Want ja, dan ben je af. Het is een heel oud spel en ik vind het ook best wel heel moeilijk, want het is ook fijne coördinatie hè! Je moet heel goed kijken, je moet er ook een beetje bewust van zijn van wat wel en niet zou kunnen. En dat is gewoon uitproberen natuurlijk. Het is ook heel makkelijk eigenlijk om te doen, je kunt het overal doen. Een echt spel dat je in de speelgoedwinkel kunt kopen, dat is JunkArt. JunkArt dat zijn allemaal houten blokjes, volgens mij is het tegenwoordig ook in plastic, maar wij hebben dan de uitvoering met allemaal houten blokjes. En door middel van kaarten weet je wat voor een blokje je moet gebruiken om te gaan stapelen. En ook daar ga je steeds stapelen, maar het zijn verschillende vormen die blokjes. Het zijn ronde blokjes, het zijn cilinders, het zijn staafjes en dat maakt het zo moeilijk! Driehoekjes. En probeer dat maar eens goed bovenop elkaar te stapelen zodat het in evenwicht blijft, zodat het niet omvalt. Dan gaat het ook nog eens om dat het niet alleen maar een stevig bouwwerk is, maar ook wie dan de hoogste toren daarin bouwt. Dus het zijn twee componenten; het moet zo stevig mogelijk staan, maar ook dan, ja liefst zo hoog mogelijk. Dat kun je dus met een groep doen, je kunt het ook individueel doen. Je kunt ook allemaal je eigen stapeltje maken. Maar je kunt ook samen één grote stapel maken. Dus er is heel veel mogelijk in hoe je het gaat spelen. En ander spel wat ik heel lang al in huis heb, dat is BalanceDuels. Dat is een soort weegschaal, een soort wip, en aan beide kanten van die wip kan je pionnen in doen. En pionnen op verschillende plekjes. Je kunt het heel dicht bij het... waar het scharnierpunt van de wip zit, maar je kunt het ook helemaal aan de buitenkant zo'n pionnetje zetten. Daar zitten spelregels aan vast. Het grappige is, ik heb het nooit als spel gespeeld. Ik gebruik die BalanceDuels heel vaak in de coaching als het gaat over energie-management. En dan kan ik laten zien, dat als je iets verschuift, hoeveel invloed dat kan hebben, omdat dan die wip, die balans, die blijft niet meer helemaal recht, die gaat dan een beetje schuin. En hoe je dan door dingen te verplaatsen en door dingen anders aan te pakken, dat je dat weer in evenwicht kan brengen of de andere kant op kan slaan. Dat kun je natuurlijk allemaal laten zien dan. Dus ik gebruik (ha) hem eigenlijk veel meer tijdens de coaching. Maar het is écht een gezelschapsspel. Je kunt dat met twee mensen, met vier mensen, kun je het gewoon spelen. Een ander spel, en die kende ik nog niet zo heel lang, dat is Acrobat Tower. Dat is ook hetzelfde idee als JunkArt, maar dit zijn allemaal kleine ..ehm.. poppetjes in allerlei standen. Rechtop staand, dat ze buigen, ..ehm.. dat ze beetje ..ehm.. krom zijn in elkaar gedoken ..ehm.. op de kop. En de bedoeling is dat je ook die poppetjes allemaal neer gaat zetten, zodat ze allemaal in evenwicht blijven en dat ze dus niet vallen. Het leuke is dat ik dit spel, heb ik als cadeautje gegeven aan de mensen die mij meegeholpen hebben bij het maken van de podcast van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar heb ik best een hele tijd over gedaan om dat goed op te nemen. Dat hebben we in de studio gedaan van de Lokale Omroep Zeewolde. En die mensen hebben daar dus zo veel tijd in gestoken, dat ik dat wel een heel geschikt cadeautje vond als het gaat over evenwicht. Het is een klein doosje, waar alles in zit en die je dus zo kunt gebruiken om mee te spelen. Je kunt het in je eentje doen, je kunt het met meer mensen spelen. Het heeft allemaal dus met evenwicht te maken. Alleen zit je dan zelf rustig aan tafel en ben je dus aan het stapelen. Nou ben je ook altijd wel met je evenwicht bezig, want je gebruikt je armen. En alles wat we doen, je gaat reiken, je gaat iets pakken, heeft allemaal natuurlijk met evenwicht te maken. Alleen, als je zit op een stoel, is dat al heel anders dan wanneer je dus staat. Je zou deze spelletjes natuurlijk ook staande kunnen doen. Een gezelschapsspelletje staand aan tafel. Die zijn er dus wel. Want je hebt van die reactiespelletjes, en die hebben we ook hier in huis, zoals Happy Salmon. Happy Salmon, dat zijn kaartjes en ieder heeft dan een stapel kaartjes. Die moet je dan omleggen en als iemand hetzelfde kaartje heeft, dan moet je daar iets mee doen. Het is een high five geven aan elkaar, degenen die hetzelfde kaartje hebben. Of degene met een vuist, dan doe je je vuisten tegen elkaar aan. Of je gaat van plaats wisselen. En als je zo'n kaartje hebt, dan moet je dus van plaats wisselen. Dat spel heb ik voor de eerste keer gedaan tijdens het gebaren-weekend, het NmG weekend van de Stichting Plotsdoven. Daar hadden ze die spelletjes mee. Er worden altijd veel spelletjes meegenomen, er worden ook altijd veel spelletjes gedaan. En dit spel hebben ze toen rondom een ronde tafel gedaan. Je stond gewoon rechtop en je keerde een kaartje om en als iemand anders dezelfde had, dan gaf je dus die high five of een vuist of je ging dus van plaats wisselen. Dat deden we dus niet zittend, want als je staat, kun je dus veel sneller draaien. En het was zo grappig om te doen! Alleen merk ik dan wel, dat als ik wat wiebelig ben, dan moet ik zo'n spel niet doen. Want het gaat veel te snel en dan ga je veel te veel ronddraaien. Nee. Het is heel leuk om te doen, maar je moet dan wel even helemaal fit zijn. Je moet dan geen wiebelig evenwicht hebben. Twee andere reactiespelletjes zijn: Halli Gal...

  35. 178

    18 Alertheid

    Ik heb iets vreemds ontdekt. Ik ben minder alert zonder hoortoestellen in. Het zou beter zijn als ik juist dan beter oplet, qua veiligheid. (eigen foto van bril, hoortoestellen en spiegeltje)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht'. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. In dat boek ga ik in op het zintuig 'evenwicht', maar ook over andere zintuigen die we hebben, die in combinatie werken met het evenwicht. En deze aflevering gaat specifiek over twee andere zintuigen die weliswaar heel belangrijk zijn voor ons evenwicht, maar het gaat even iets minder over dat evenwicht, maar meer over ..ehm.. de alertheid die ik heb als het gaat over de zintuigen gehoor en zicht. Dit is seizoen 9, aflevering 18: Alertheid. Mensen die slechtziend zijn die gaan beter horen. Ze leren dan de nuances van geluiden herkennen. Dan horen ze of ze vlakbij de muur zijn of dat ze juist in een hele open ruimte komen. Die mensen die worden dus qua gehoor steeds alerter, omdat juist het zicht ontbreekt. Ik heb niet zo'n goed gehoor en dat wordt steeds... zelfs meer gehoorverlies, en mijn zicht wordt ook steeds iets minder. En gelukkig is dat met een hoortoestel en met een bril goed op te vangen. Maar zonder bril en hoortoestellen dan zie en hoor ik heel veel minder. Deze zintuigen kunnen elkaar dus niet versterken. Door minder te zien, wordt mijn gehoor niet beter. Want juist die nuances in al die geluiden kan ik echt helemaal niet meer opvangen. Dat kan ik met hoortoestellen wel, maar zonder hoortoestellen hoor ik die verschillen helemaal niet meer. En andersom ook niet. Door minder te horen, ga ik niet beter zien. Dus ik ben heel blij met die bril die ik heb. Maar wat is alertheid dan? Alertheid is een mentale toestand van waakzaamheid. Je hebt dan volledige aandacht voor je omgeving en de prikkels van buitenaf. En daardoor reageer je heel snel en adequaat op veranderingen in die omgeving. Een ander woord voor alertheid is oplettendheid, maar ook opmerkzaamheid. Dan vind ik opmerkzaamheid niet helemaal passen bij alertheid. Ik vind het toch echt wat anders. Want in de vorige aflevering, in de vorige podcast-aflevering, over roerloos, was ik juist heel opmerkzaam voor mijn omgeving. Maar ik was niet per se direct alert. Ik zou niet snel hebben kunnen reageren toen, als er iets in mijn omgeving gebeurd was. Dus ik was niet alert, ik was wel opmerkzaam. Ik zag wat er gebeurde om me heen. En je zou dus denken dat ik zonder hoortoestellen veel alerter zou zijn. Dat ik dan veel beter op zou letten, wat er in mijn omgeving allemaal afspeelt. Maar zonder hoortoestellen dan voelt het alsof ik in een soort bubbel loop, alsof ik een soort scherm om me heen heb, waar de geluiden allemaal niet door naar binnen kunnen komen. En ik heb dus ontdekt, dat ik niet waakzamer om me heen kijk. Terwijl ik dat beter wel zou kunnen doen, want dat zou natuurlijk veel veiliger zijn. Als ik buiten of in het donker loop, met mijn bril op, dan lijkt het alsof ik wel iets beter hoor. Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. Maar met bril ben ik dan wel iets alerter dan zonder bril. Omdat ik toch wat scherper zie. En toch heb ik dan minder in de gaten wat er in mijn omgeving gebeurt. Wat mij ook is opgevallen is, als ik zonder hoortoestel en bril loop, dat ik dan minder oplet hoe en waar ik loop. Dus niet eens direct op mijn omgeving, maar op mezelf, hoe ik zelf beweeg. Ik struikel dan veel eerder en ik bots veel eerder ergens tegenaan. Andersom, met bril op en hoortoestellen in, voel ik veel beter met mijn voeten op wat voor ondergrond ik loop en zie ik natuurlijk veel beter. Waardoor de kans op struikelen veel minder is en ik voorkom zo ook dat ik ergens tegen aan bots. Ik vind dat best tegenstrijdig. Of komt het, omdat zowel mijn gehoor als zicht allebei achteruitgaan en dat het daardoor moeilijker wordt om alert te blijven? Ik heb ook nog een ander voorbeeld. Ook van afgelopen zomer. Ik heb er zelf eens goed opgelet en ik dacht ik ga dit onthouden, ik ga het even opschrijven. Dat heb ik dus gedaan en vandaar dat ik nu deze podcast kan maken. Wij fietsen altijd met spiegels. Ik heb twee spiegels, mijn man heeft ook één spiegel op zijn fiets. Zodat we achteropkomend verkeer makkelijker kunnen zien. Hoef je niet steeds om te keren, hoef je niet om te kijken. Je ziet het al in je spiegels als er verkeer aankomt. En met name ook als je de auto's niet hoort aankomen, als het elektrische auto's zijn. Of als het fietsen zijn die je ook niet kan horen. Dan kun je dat toch zien, dat ze achteropkomen. En dan gingen we wandelen en dan tijdens dat wandelen, dan wilde ik ineens ook weten wat er achter me gebeurde! Dus ik ging op zoek naar mijn spiegel, zo van ik weet ongeveer op welke hoogte die spiegels zitten, maar ja, daar zit natuurlijk helemaal geen spiegel als je loopt (ha). Het gekke is, mijn man had het ook wel, die herkende ook wel dat je, dat je dan gewend bent aan het achteruit kijken door die spiegel, dat je dus kan zien wat er achter je gebeurt. En dat je dat dus niet hebt tijdens het wandelen. Nu heb ik hier thuis, heb ik wel zo'n spiegeltje, dat kan ik om mijn hand heen doen. Dat zit dan met klittenband vast en door mijn hand rechtop te houden en een beetje naast me te houden, kan ik zien welk verkeer er achter me aan komt. En nu is het vreemde, je zou denken dat ik zonder hoortoestellen dat spiegeltje heel erg zou missen, en dat is dus niet zo. Met hoortoestellen in en bril op, mis ik dus veel eerder dat spiegeltje. Ik ben dus veel alerter, veel waakzamer als ik dus die hoortoestellen in heb en die bril op heb! Dat is toch gek!! Zonder hoortoestellen en bril ben ik ook veel trager. En ik let dus écht veel minder op! Het lijkt dus alsof door die verminderde werking van deze zintuigen, alles in mijn brein minder werkt. En dat ik ook in al mijn handelingen veel trager ben, langzamer. En om te voorkomen dat ik altijd volledig afhankelijk ben van deze hulpmiddelen, ga ik nog steeds zonder hoortoestellen naar de sportschool. Ik hou tegenwoordig wel mijn bril op, zodat het zicht scherp genoeg blijft en ik niet misstap of mis grijp, tijdens de wandeling van en naar de sportschool en ook tijdens de sportlessen zelf niet. Dus die bril is al een ontzettend hulpmiddel, maar ik probeer dus nog zonder hoortoestellen alles wel te kunnen blijven volgen. Ik moet dus dan wel alert zijn, met echt, met bewuste aandacht dat ik dat ga doen. Als ik daar niet op let, tijdens dat wandelen naar de sportschool toe, dan kan ik me ook echt zo verstappen. Dat is al een paar keer gebeurd dat ik dan toch struikel over een stoepje die wat scheefligt. Dan heb ik dat dus niet gezien. En toch daag ik mezelf uit om niet altijd met hoortoestellen in te lopen. Mijn bril vind ik dan wel heel belangrijk, maar zonder hoortoestellen, dat lukt dus dan nog wel, als ik mezelf in ieder geval wel ..ehm.. bewust dus alert blijf. En 's nachts in het donker liep ik op de camping van de caravan naar de wc toe. Daar liep ik zonder bril om te kijken of ik alert genoeg kon blijven, en om dan niet te struikelen en om goed van de caravan het trapje af te gaan en de rits open te doen, dat ik dat allemaal zonder bril deed. Maar dan moest ik wel ja, een beetje wakker worden, om dat ook goed voor mekaar te krijgen. En in huis loop ik altijd zonder bril in het donker en dan heb ik ook altijd mijn hoortoestellen uit omdat dat het nacht is, want die gaan 's avonds altijd uit. Maar thuis, kan ik ja, bijna met mijn ogen dicht lopen, want ik ben zo gewend aan deze omgeving. En ik doe het wel eens. Dat ik mijn ogen helemaal dicht hou, en dan probeer op de tast weer naar bed te komen. En dan ga ik er wel vanuit dat er helemaal niets op de grond ligt, dat er niks slingert en dat er geen slangen of spinnen zijn waar ik op kan trappen. En dat alle meubels gewoon op zijn vaste plek staan. Maar 's nachts ben je natuurlijk moe, door de slaap, dus die alertheid die moet ik dan écht opzoeken! Dus ik kan pas eigenlijk uit bed gaan als ik toch een beetje meer wakker ben, want als dat niet zo is, dan ..ehm.. dan kukel ik écht zo om! Dan bots ik, struikel ik zelfs over de drempel heen. Dus ik moet altijd toch, als ik naar de wc ga (ha) 's nachts, dat ik dan toch zó wakker ben dat me dat gaat lukken. Want anders is die alertheid natuurlijk ver te zoeken, als ik te moe ben. Ja, alertheid, ook daar kan ik dus iets over vertellen. En het vreemde is, dat ik minder alert ben als mijn zicht minder goed is en mijn gehoor minder goed is, terwijl het eigenlijk andersom zou moeten zijn. Zou ik echt alerter moeten zijn. Dit was seizoen 9, aflevering 18: Alertheid. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En als je nog veel meer hierover wilt weten? Ik heb natuurlijk vaker verteld over lopen en volgens mij ook wel lopen in het donker. Je kunt zo eens kijken naar welke afleveringen ik allemaal al gemaakt heb en dan kun je de titel even zien. Even snel scannen in het kleine stukje wat ik erbij heb geschreven, waar de aflevering over gaat. En dan kun je nog even terugluisteren. In ieder geval dank je wel voor het luisteren naar deze aflevering en tot de volgende keer.

  36. 177

    17 Roerloos

    s Morgens vroeg op de camping. Alles is roerloos. Zo ervaar ik dat tenminste. Klopt dat wel? Roerloos is ook een vorm van stilte. Net als tijdloosheid ervaren. Stil de tijd.(eigen foto van gehaakte windvanger die roerloos hangt)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons fascinerende zintuig 'evenwicht'. Dan gaat het over het fysieke evenwicht, maar ik heb het in deze podcast ook vaak over ons psychisch evenwicht - over mijn psychisch evenwicht. En zodoende deel ik ook af en toe gedachtes die bij me naar boven komen, wat ik ervaar en wat ik graag wil delen met jou. Dit is seizoen 9, aflevering 17: Roerloos.Ik weet nog hoe het voelde. Het was 's morgens vroeg op de camping. Ik had geen hoortoestellen in. Ik had mijn bril niet op. En ik liep naar buiten. De caravan uit. De tent door. En dan sta je buiten op het gras. En iedereen slaapt nog. Tenminste, het lijkt erop dat iedereen slaapt. Niemand is er nog uit. Niemand is bij de tent bezig, loopt heen en weer. Ook alle kinderen zijn stil en slapen nog. D'r is geen enkele beweging zichtbaar bij dus de andere tenten. Er is geen wind. De bladeren van de bomen en struiken die bewegen helemaal niet, alles hangt helemaal stil. En de windvangers die ik deze zomer gehaakt heb, die heb ik aan de luifel van de tent gehangen. En die hangen roerloos! Ik kijk omhoog en in de lucht is er geen wolkje te zien. Het is helemaal helder. Ik zie ook geen beweging in de lucht van vliegtuigen, van satellieten. Ik zie en hoor geen enkele vogel. En er zijn ook geen vliegende insecten. Ik zie alleen de spin, die roerloos midden in zijn web hangt. Ik ben de enige die beweegt. Door te kijken, door rond te kijken. Door een stapje vooruit of achteruit te doen. En dan besef ik me, we bewegen keihard door het heelal. De aarde zelf draait met 1670 kilometer per uur om z'n as. En wij zitten op die aarde, dus we draaien daarin mee. De aarde draait ook wel altijd dezelfde kant op en ook altijd dezelfde kant om de zon. Want de aarde draait ook nog eens om de zon. En dat gebeurt met 107 duizend kilometer per uur. Om een voorstelling te maken, dat is 30 kilometer per seconde. En nog een stapje verder. Ons zonnestelsel waar wij toe behoren als aarde, draait ook nog eens met een snelheid van 220 kilometer per seconde, rond het centrum van de Melkweg. En dan praat je al over 792 duizend kilometer per uur. Het zijn getallen waar je je helemaal van gaat duizelen, ik tenminste wel! En nog één stapje verder. Het hele zonnestelsel waar wij als aarde toe behoren, waarbij wij ook in die Melkweg zitten, die hele Melkweg, die beweegt ook nog eens door het hele universum! En dat is dan 580 kilometer per seconde. Dan praat je over 2,16 miljoen kilometer per uur. Dat is dus een ongelófelijke snelheid. Daar kunnen wij hier op aarde, ons nauwelijks een voorstelling van maken, terwijl het dus elk moment gebeurt! Elk moment zijn wij dus met die snelheid aan het bewegen! Ik heb geen idee welke kant op! Ik heb geen idee waar we naartoe gaan. Dus het is helemaal niet roerloos! Het gekke is, dat we helemaal niets van die snelheid voelen. En dat komt, zo gek is het eigenlijk niet, omdat we een constante snelheid helemaal niet voelen, als we eenmaal constant bewegen dan, ja, daar worden we gewoon mee geboren. Je wordt geboren en dan ben je al op die aarde en dan beweeg je mee met die snelheid van de aarde. En dat is elke keer gewoon dezelfde snelheid. Er is geen versnelling van de aarde. En er is ook geen vertraging. Want een versnelling of een vertraging die zouden we zeker wel voelen! Dat heb je ook als je in een auto zit, als een auto optrekt dan voel je dat je dus vooruitgaat, als ie vertraagt dan voel je het remmen. Maar alles daar tussenin, die beweging, die snelheid, die constante snelheid, die voelen we niet. En toch, ik stond op die camping, op de camping in alle vroegte, en ik heb daar die roerloosheid om me heen wel ervaren. Zo voelt het ook écht! Het leek wel alsof de hele wereld even stil stond! Dat ik de enige was die even bewoog op dat moment. En dat doet me denken aan het boek wat ik heb geschreven over tinnitus, wat nog niet uit is, wat wel gaat komen. Hoofdstuk 15 in dat boek heeft de titel: 'Beleef de stilte' en een sub-hoofdstukje daarvan is: 'Vormen van stilte'. En de eerste vorm die ik dan noem is: De stilte kun je niet zien, ruiken, proeven of horen. Stilte is dan een toestand van bewegingsloosheid. Bewegingsloosheid is eigenlijk een ander woord voor roerloos. In dat rijtje van die vormen van stilte, is er ook een andere vorm van stilte, namelijk die van: tijdloosheid. Tijdens de vakantie ben ik helemaal niet bezig met de klok. Ik volg dan ook helemaal geen nieuws. Dat vond ik ook heel fijn, ik wist eigenlijk helemaal niet wat er allemaal in de wereld gebeurde. En wat ik wel ervaarde was dat ik dorst had of trek in eten. En ik voelde me heel energiek in de ochtend. En ik was moe in de avond. En als we gingen fietsen, dan wist ik wel waar we naar toe gingen fietsen, maar vaak had ik geen enkel idee hoe laat het nou was! En dat gold ook eigenlijk elke keer als ik heerlijk zat te lezen in de schaduw van de boom. De kloktijd valt dan helemaal weg. En dan wist ik wel dat het ochtend was of middag of avond. Maar hoe laat nou precies? Ik had geen enkel idee. En in dat boek, van die vormen van stilte, noem ik ook die tijdloosheid. Alleen, dan noem ik het al; we kunnen stilte ervaren op momenten dat we sprakeloos zijn of met de mond vol tanden staan of als je mond open valt van verbazing of ontroering. En dan ken je de uitspraak wel, 'daar zijn geen woorden voor'. Het gaat dan om momenten die intens beleefd worden. Bij het zien van schoonheid, het horen van muziek, bij verliefdheid of geboorte, bij de dood, tijdens een natuurramp. Het kan dan zelfs oorverdovend stil zijn. En het volgende punt ga ik in op, dat tijdens die woordeloze en sprakeloze momenten dan lijkt het alsof de tijd stil staat. Of anders gezegd: er bestaat even geen besef van tijd. Je hoeft of kan niets denken, zeggen of horen. En zodra je dat wel doet, dan is er wel weer die kloktijd. Sprakeloze stilte zorgt voor tijdloosheid. Maar ik heb dan op vakantie die tijdloosheid waarbij ik wel van alles aan het denken was, waarin ik van alles gezien heb, dat voelde ook tóch als tijdloosheid. Ook dat lekker lezen in een boek en me helemaal verliezen in zo'n verhaal, ook dat is voor mij die tijdloosheid. Want op dat moment valt voor mij de tijd weg, het is niet belangrijk, ben ik er niet mee bezig. Ik kijk niet op de klok. Ik voel op een gegeven moment dat ik trek heb om te eten. En dan klopt het meestal ook wel, dat het tijd is om te eten. Maar ik let er dus niet op. Dus die tijdloosheid ervaar ik dan wel. Terwijl ik natuurlijk weet dat de tijd nóóit stilstaat, die gaat altijd maar door. Dan is het wel fijn als je ervaart dat een dag ontzettend lang duurt. Meestal hebben we dat de dag voorbijvliegt. Maar op vakantie heb ik dan die momenten ook dat een dag héél lang kan duren. Komt ook wel omdat het natuurlijk 's avonds langer licht is en je dus heel veel buiten bent. Maar die momenten vind ik dan ook heerlijk om mee te maken. Dat ja, de dag dat er bijna geen eind aan komt, gewoon heerlijk om gewoon te zijn waar je bent. En daarvan te genieten. En dat doet me weer denken aan het liedje van Jacqueline Govaert, het liedje: Stil de tijd. Een klein stukje uit die tekst van haar lied: Stil de tijd Zo midden in het leven Want hoe ik nu leef Lijkt het of mijn lijf geschreven Stil de tijd Ja, de stilte ervaren, terwijl ik dus zelf nooit meer de stilte hoor! Door het altijd aanwezige geluid in mijn hoofd, kan ik nooit meer de stilte ervaren die betekent: afwezigheid van geluid. En toch heb ik de stilte dus wel gevonden. Zelfs in heleboel verschillende vormen. Onder andere die roerloosheid. Je hebt geluisterd naar de podcast 'Evenwicht, je leven', seizoen 9, aflevering 17: Roerloos. Ik heb je even meegenomen in een klein stukje ja, beetje filosoferen over de stilte, roerloos zijn, over de tijd. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

  37. 176

    16 Knisperen

    Het horen van allerlei geluiden is niet meer vanzelfsprekend als je gehoorverlies hebt. Als je dan hoortoestellen gaat dragen, is er een ware geluidenontdekkingsreis. Ook ontdek hoe luid de omgeving is. Ineens hoor ik iets knisperen. Wat is dat eigenlijk, knisperen?(eigen foto van lang geleden, winters tafereel, knisperende sneeuw)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. En ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ook over alles wat mij uit evenwicht brengt of juist weer in evenwicht terugbrengt. En dan heb ik het ook met name over het gehoorverlies en de tinnitus, beperkingen waar ik ook mee te maken heb. Dit is seizoen 9, aflevering 16: Knisperen. In 2019 kreeg ik mijn hoortoestellen. Dat was eigenlijk de 2e keer, want de allereerste keer kreeg ik in 2006. Dat is toen helemaal misgegaan. Daardoor kreeg ik de aanvallen van draaiduizeligheid, wat uiteindelijk de ziekte van Ménière is geworden. Toen heb ik geen hoortoestellen daarna meer gedragen. Maar in 2019 ben ik dan toch met hoortoestellen begonnen, omdat het gehoorverlies zó veel werd, dat door de kno-arts het advies werd gegeven: begin aan hoortoestellen, want dat zorgt ervoor dat je veel minder energieverlies tijdens het spraakverstaan hebt. Dat heb ik toen heel langzaam opgebouwd. Maar wat nog meer opviel is dat wat ik toen hoorde, met die hoortoestellen in, dat er zó veel geluid om ons heen is. Het was écht voor mij een soort geluiden-ontdekkingsreis. Ik heb een aantal van die dingen opgeschreven. Dan ging het over ..ehm.. dat ik allerlei opmerkingen heb gemaakt over wat ik nou allemaal hoor en hoe ik dat dan hoor. Tjonge wat hebben de mensen harde stemmen. Hmmm mijn eigen stem klinkt alsof ik in een ton zit, het is zó hol! Ik schrik van de piep van de magnetron. Wat een ongelofelijk hard geluid maakt de waterkoker. Ik loop liever even weg, want het doet pijn aan mijn oren. De wc doortrekken! Ik probeer zo snel mogelijk de wc uit te vluchten. Dat kletterende water, au au! Het ritselen van de krant. Dat is een nieuw geluid, ik heb dat nog nooit eerder gehoord. Wat hoor ik toch? Het blijkt de klok te zijn, aan de muur. Hmm zijn dat rollende containers buiten? Logeervogel. Hij blijft maar kwebbelen, pfff dat deed hij anders nooit. De vulpen krast op het papier! Hè, dat is gek, de toetsen van de computer die maken geluid! Oh, wat zorgt de harde wind langs mijn oren voor een onaangenaam geluid! Wat zijn er een boel vogels in het bos, ik hoor ze van alle kanten! Dat verkeer buiten, daar word je moe van zeg! Wat zijn dat veel verschillende tonen! In 2019 heb ik een hoor-dagboek bijgehouden en daar heb ik allemaal dit soort opmerkingen in opgenomen. Het ging met name ook over hoe het gehoorverlies was, maar ook hoe de tinnitus was op dat moment. D'r waren heel veel geluiden die mij ineens opvielen. Heel veel geluiden die me opvielen, die ik nooit in mijn leven eerder heb gehoord. Of wat dan zó lang geleden is, dat ik dat eigenlijk vergeten was. Dat is zó bijzonder om ineens al die geluiden te horen, maar ook om te horen hoeveel geluid er is. Ja, en wat is dan geluid? Ik heb het daar wel eerder over gehad. Geluid zijn trillingen in de lucht, die door gezonde oren zijn waar te nemen. Geluid is hoorbaar wanneer de trillingen elkaar voldoende snel opvolgen en de geluidsbron de mogelijkheid heeft uiteindelijk voldoende geluidsenergie aan het oor heeft af te geven. Een andere definitie van geluid is: de trilling in het frequentiebereik dat door het gehoor kan worden waargenomen. Dat staat in het audiologie-boek. Dat is een hele korte samenvatting van wat geluid is. En geluiden horen we via onze oren. Maar geluid kunnen we ook in ons hele lijf voelen zoals in de muziek, de bastonen en de drum. Want ons lijf is namelijk één grote klankkast met allerlei holtes. In het hoofd en in de borst en in de buik. Ons lijf bestaat voor een groot deel uit water. En geluiden, trillingen en vibraties die worden zo door het hele lichaam geleid. Ik heb het dan over het geluid wat we opvangen met onze oren. Ik heb deze aflevering genoemd: knisperen. En wat is knisperen dan? Knisperen, ik vind dat een fascinerend woord. Ik vind dat een, ja misschien wel een grappig woord. Knisperen dat betekent... dat is een zacht knetterend of krakend geluid. Dat wordt vaak veroorzaakt door iets dat droog is of iets wat afbreekt. Dat is bijvoorbeeld als je over de verse sneeuw heen loopt, dan kraakt dat, maar dat kun je bijna knisperen noemen. Want echt kraken is het ook niet, het is meer echt een soort knisperen, ja... daar is het woord ook voor bedoeld. In de zomer is het juist als er heel veel droog gras is, met name ook in de duinen, daar heb je allemaal van dat hele stugge gras en als dat dan helemaal verdroogd is en je gaat daarop lopen, dan hoor je het knisperen. Kan ook zijn een plastic zakje wat je helemaal aan het verfrommelen bent of wat je open maakt, dat kan ook knisperen. Maak je het niet stuk, maar dat is wel droog en het is een soort ja, zacht geluid wat -als je het over plastic zakjes hebt- kan het ook juist een heel onaangenaam geluid zijn, omdat het knisperen dan heel luid is, heel hard is. Knisperen is dan dus knetteren en kraken. Maar ik vind knetteren en kraken vind ik net een beetje ..ehm.. een luider geluid dan knisperen. Knisperen is een wat zachter geluid. Dan kan je het ook hebben over ritselen. Maar ik vind ritselen iets heel anders dan knisperen. Het ritselen van de bomen als je alle blaadjes heen en weer hoort gaan, als de wind er doorheen gaat, dat is het ritselen van de bomen. Dat vind ik geen knisperen. Knisperen is een beetje krokanter of zo. Ik weet niet hoe ik het anders moet uitleggen. Nou kun je ook een knisperend geluid horen in je oor. En dat kan komen door problemen met de buis van Eustachius. De buis van Eustachius, die zit in het middenoor en die heeft een verbinding met de neus- en keelholte en als dat niet goed functioneert kan dan knisperend, hoorbaar iets zijn wat je dan dus hoort in je oren. Dan kan het zijn dat die buis van Eustachius niet goed opent, dat daar een soort druk op komt. En om dat weer weg te krijgen, als je dat zelf wilt doen, dan kun je je oren klaren. Dan kun je je neus snuiten door eerst je neus dicht te knijpen en dan doen alsof je snuit. Moet je ook je mond dicht houden en dan even doen alsof je snuit en dan gaan die trommelvliezen, die ploppen weer open. Die gaan natuurlijk niet echt open, maar die buis van Eustachius die opent zich dan eigenlijk. Dat is wat er gebeurt. En dan kan het zo zijn dat het knisperen weer weg is. Blijft het knisperen? Dan is het -denk ik- wel handig om naar de arts te gaan, om te kijken wat daaraan gedaan kan worden. Want als je altijd het knisperen hoort, of die druk op je oor zo voelt, dan is dat onaangenaam. Dan kun je er beter iets aan laten doen. De buis van Eustachius kan ook dicht gaan als je heel erg verkouden bent en dat is wat ik ja, geregeld wel ken. Dat is dan zo'n dof gevoel, dan hoor ik ook bijna helemaal niets meer, en dan is ook die buis van Eustachius.. omdat de neus verstopt zit, is ook het gehoor... werkt dan minder goed. Maar ja, als het weer over is, is er ook weer niets aan de hand. Dat knisperende geluid kan ook komen als er oorsmeer in je oor zit, dat zit in het buitenoor. En dat oorsmeer kan zich zo ophopen voor het trommelvlies, zodat het trommelvlies niet meer goed kan bewegen. Het irriteert misschien het trommelvlies ook wel, helemaal als het er een beetje tegenaan komt. En dat kan ook een knisperend geluid opleveren. En wat ook kan is dat de tinnitus die je hoort, dat dat gaat knisperen. Dat het geluid een knisperend geluid is. Knisperen is ook wel een woord, een onomatopee, oftewel een klanknabootsing, want knisperen lijkt een beetje alsof het een onomatopee is. Er zijn nog meer woorden die een klanknabootsing zijn, zoals ..ehm.. een gil, een sis, zoef, floep, klets, au, hik, tsjilp, kwek, miauw, klok, slok, plons, gak, bam, bons. Ja, ik doe natuurlijk al een beetje zoals het geluid klinkt, maar dit zijn ook gewoon woorden die je dus kan opschrijven. Het is écht een klanknabootsing. En knisperen kan daar wel tussen passen, zo'n klanknabootsing. Er zijn ook vogels die hebben hun naam te danken aan het geluid wat ze maken. Zo heb je de koekoek en de tjiftjaf, de kievit, de oehoe, de grutto, de tureluur. Moet je maar eens goed gaan luisteren naar als je meerdere grutto's hoort, dan hoor je de hele tijd ‘grutto, grutto, grutto!’ Dat is écht heel grappig om te horen. Dan vind ik het wel weer gek dat een duif, een duif zegt altijd roekoe, dan zou je denken dat je een duif eigenlijk ‘roekoe’ moet noemen. Het geldt dus niet voor alle vogelnamen dat dat meteen de klanknabootsing is. Want dan zou een duif dus roekoe heten. Maar zo'n klanknabootsing is ook dat knisperen. En wanneer hoor ik het knisperen? Nou, ik heb nu nieuwe hoortoestellen en met die nieuwe hoortoestellen daar zit het microfoontje op een andere plek dan bij mijn andere hoortoestellen. En nu is het zo dat ik mijn haren heel vaak over dat hoortoestel hoor wrijven. En helemaal met natte haren en als dat dan natte haren zijn, dan is het ook echt een beetje een knisperend geluid. Wanneer ik het ook hoor knisperen is als ik m'n nek draai. Als ik mijn nek horizontaal heen en weer beweeg, dan wil het nog wel eens dat het een beetje aan het kraken is, maar omdat het toch een zacht geluid is, noem ik het knisperen.En dan heb je het ook vaak over krakende chips. Maar als ik chips eet zonder dat ik mijn hoortoestellen in heb, dan is het geen kraken meer, maar dan wordt het chips eten wordt knisperen. Ik heb het ook bij bepaalde nootjes. Bij zonnebloempitten, als ik die eet. Dan is dat een...

  38. 175

    15 Koud douchen

    Na de warme douche vind ik het heerlijk om daarna even onder de koude douche te staan. De tinnitus wordt er niet meer of minder van, dus ik ga nog steeds te stralen onder de douche. Maar hoe douche ik veilig? Zonder uit te glijden over de vloer?(eigen foto: handgreep in onze douche)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Deze podcast gaat over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Het gaat over ons fysieke evenwicht, het gaat ook over wat mij uit evenwicht brengt of wat mij in evenwicht houdt en dat kan zowel fysiek als psychisch zijn. Dus vandaar evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 9, aflevering 15: Koud douchen. Als je mij al heel lang volgt, dan weet je misschien ook wel een keer dat ik heb gesproken over douchen. Seizoen 6, aflevering 8 'Douchen'. Toen sprak ik over hoe lekker het douchen is in relatie tot tinnitus. Want de tinnitus die werd eerst overstemd door de luide douchestralen. En dan was het in mijn hoofd even helemaal stil. Dat is nu niet meer zo. Ik heb steeds meer gehoorverlies gekregen en die harde geluiden van het water worden dus niet meer helemaal overstemd door de tinnitus. Dus die tinnitus die hoor ik ook, als ik die harde stralen, als ik dat water, hoor kletteren langs mijn oren, dan hoor ik daar de tinnitus bovenuit. En toch sta ik nog steeds te stralen onder de douche. Want dat was toen de aanleiding van die aflevering. Dat ging over dat tinnitus zo fijn overstemd kan worden door het douchen. En nu het bij mij niet meer het geval is, die over, ...dat overstemmen, helpt het mij toch nog enorm om heerlijk onder de douche te staan, omdat je gewoon lekker kan ontspannen! En deze aflevering gaat over het koud douchen. Daar bedoel ik eigenlijk mee het douchen met koud water. En het liefst doe ik dat na de warme douche en dat vind ik dan heel fijn. Dat voelt enorm fris! En dan, tijdens het warme douchen, dan kijk ik al uit naar het koude water wat ik erna nog ga krijgen. En wat ik daarna voel over mijn hele lijf, brrrr! Zo lekker! Koud douchen blijkt ook heel goed te zijn voor het immuunsysteem. Het immuunsysteem krijgt dan een soort boost. Dat wordt even extra aangezet om te helpen je lichaam met allerlei stoffen die in je lijf zitten die niet goed zijn, om die dan weer te verwijderen. En met het schrijven van het boek over tinnitus, heb ik gekeken naar allerlei oorzaken en toen kwam ik uit bij de Ayurveda. De Ayurveda die geeft bepaalde oorzaken voor tinnitus aan. In die Ayurvedische geneeswijze benoemen ze andere oorzaken voor tinnitus dan die in de reguliere gezondheidszorg worden benoemd. Dan gaat het over overbelaste zenuwen, altijd maar praten, overmatig sporten, te veel achter de computer werken of tv kijken, slechte spijsvertering, te veel diëten, te vaak blootstelling aan kou, te veel zwemmen en duiken, geluidsoverlast. Nou, die laatste, geluidsoverlast, dat is er eentje die ook in de reguliere gezondheidszorg wordt genoemd. Overbelaste zenuwen, als het gaat over stressreacties in je lijf, dan past het ook wel bij de reguliere gezondheidszorg. Maar te vaak blootstelling aan kou! Dat is wel een rare! Vind ik vreemd. Hoeveel is dan te vaak, vraag ik me af? Is dat 3x in de week? En dan alleen een paar minuten na die warme douche, als ik op de sportschool heb gedoucht. Of bedoelen ze daar dat het elke dag is en dat het een groot deel van de dag is dat je in de kou bent? Terwijl ze juist eigenlijk zeggen de temperatuur in huis, 20, 21 graden, als je dat nou terugzet naar 18, 19 graden dan zou dat ook heel goed zijn voor je lijf! Of is dat dan toch te koud? En dan vraag ik me af: hebben dan de mensen in Scandinavische landen dan veel vaker tinnitus? Als het gaat dus over te vaak blootstelling aan kou? En sinds een paar jaar ben ik gewend aan koud douchen. Na die warme douche dus. Dat is ooit begonnen op de sportschool en dat was meer een beetje een uitdaging met de andere dames na de groepsles. Dat we dan, nou ja, allemaal gingen douchen en dat we op een gegeven moment hadden, we konden de douche -er was een thermostaatkraan- konden we ook op koud zetten, dat we dan de uitdaging hadden om daarna dus even koud af te douchen. En dat was in het begin natuurlijk, ja een beetje gillen en ..ehm.. van dat zijn we helemaal niet gewend dus ..ehm..... Maar naarmate je dat vaker doet, ga je... gaat je lichaam eraan wennen, ga je er zelf aan wennen en nu is het gewoon een gewoonte geworden! En het koude douchen doe ik dus na de warme douche. Behalve als het 's avonds laat is en het is juist koud, dan wil ik de warmte vasthouden, dus dan ga ik niet koud douchen. En ook als ik me niet helemaal lekker voel, als ik verkouden ben of verkouden dreig te worden, dan wil ik die koude douche nog wel eens overslaan. Misschien zou het dan juist beter zijn, maar dan vind ik het niet prettig. Dus dan doe ik het niet. Maar de andere momenten wel. Ik merk dan geen verschil in de luidheid van de tinnitus. Het wordt er niet meer door, maar het wordt er ook niet minder door. Dan heb ik al zo van ja, dat koude douchen hoef ik dus niet meer of minder te gaan doen, toch? Ik hou ervan om me wel lekker warm te voelen, aangenaam warm. Maar dan niet dus door de zon, zoals in de zomer. Dan is het me vaak veel te warm, daar kan ik eigenlijk helemaal niet zo goed tegen. En ook de hittebuien die ik nog steeds heb als gevolg van de overgang, in de overgang had ik ze heel vaak. En die blijf ik nog steeds houden, die hittebuien. En ik denk dat ik die ook nog heel lang blijf houden, want mijn moeder had het ook nog steeds, zelfs toen ze al 80 was, had zij het af en toe zó ontzettend heet en dan begon ze helemaal te zweten. Nou dat is wat ik ook nu nog steeds herken bij mezelf. En ik houd er dus tegenwoordig van om na de warme douche toch ook koud te douchen.Tijdens zo'n hittebui dan doe ik mijn kleding allemaal zo veel mogelijk af. Ik heb vaak laagjes kleding aan, zodat het al koel is. En anders stap ik even naar buiten. Helemaal in de winter is het dan ook heel fijn om dan even buiten te staan, want dan is het ook wat koeler dus dan zoek ik ook de kou op. Vind ik toch wel prettiger om mee om te gaan.Maar even terugkomen op dat douchen. Dat douchen, hoe doe ik dat veilig? Ik wil namelijk niet uitglijden. En de kans op uitglijden is groot tijdens het douchen, omdat dan de vloer vaak te glad is. Onder andere op de sportschool doe ik dan slippers aan en die slippers helpen mij om dan niet uit te glijden, onder de douche - of als ik wegloop uit de douche. En thuis hebben we daar ook veranderingen in aangebracht. Dat hebben we al vanaf 2006, toen hebben we de badkamer verbouwd en dat was vlak na de eerste aanval van draaiduizeligheid die ik had gehad. Die dus zo heftig was, dat toen we bezig waren met de indeling van de badkamer, dat ik toen al heb aangegeven: ik wil graag een vast zitje in de douche hebben -een soort klapstoeltje is dat dan én een handgreep aan de muur. Dan wordt het makkelijker om na een aanval toch te douchen en dat niet iemand mij steeds moet vasthouden, omdat ik de neiging heb om om te vallen, want dan kan ik mezelf vasthouden, of dus zo nodig dan dat ik ga zitten. En nu tijdens die wiebeldagen vind ik dat ook heel fijn. Ik wil nog wel eens gaan douchen met mijn ogen dicht en dan vind ik het heel fijn om die handgreep vast te houden, want dan weet ik ook dat ik ..ehm.. niet omval, want ik heb gewoon die steun dan. We hebben ook in onze badkamer een goede vloer. Die niet zo glad wordt. Een beetje een stroeve vloer en dat is wel heel prettig. Dan hoef ik niet per se slippers aan thuis als ik onder de douche ga. Op vakantie is het natuurlijk heel wat anders. Als wij op vakantie gaan naar de camping, dan heb je daar het sanitair en vaak heb ik mijn slippers dan ook mee, omdat ik niet weet wat voor een vloer daar op de grond ligt. En dan is het heel prettig om met die slippers dan de douche in te stappen, dan voorkom ik gewoon dat ik uitglij. We gaan nu naar een camping met privé-sanitair. Daar wil ik eigenlijk mijn slippers niet aan doen, want ja het is gewoon van jezelf op dat moment. Maar ik heb dan wel een badmat mee en die badmat zorgt er dan toch voor dat ik daar aangenaam opsta, maar dus ook ..ehm.. een hele kleine kans, of eigenlijk géén kans heb dat ik zomaar uitglij. In die tussendoor-vakanties die wij hebben, gaan we nog wel eens naar een Bed & Breakfast en daar heb je natuurlijk ook allerlei verschillende soorten badkamers, verschillende soorten douchecabines. En ook daar komen we af en toe echt zo'n gladde vloer tegen. En ik heb niet altijd mijn slippers mee die ik onder de douche mee aan kan. En als er dan een gladde vloer is, dan vraag ik altijd of zij een badmat hebben. Als zij die niet zelf hebben, dan willen ze nog wel eens dat ze dat dan voor mij gaan aanschaffen. En dan zeggen ze ook, als ze die dan goed desinfecteren, dan kunnen ze die ook vaker gebruiken als er nog iemand daarmee zit. Want vaak hebben ze niet eens daarover nagedacht dat dat wel eens te glad kan zijn. Maar dan geef ik het zelf dus aan. Want ik wil veilig kunnen douchen. En tijdens het douchen, en dan gaat het weer echt over dat evenwicht, dan mijn haar wassen, doe ik niet door mijn hoofd helemaal achterover te kantelen. Want als ik mijn hoofd achterover kantel dan wil ik nog wel eens wat draaierig worden. Dus ik sta het liefst gewoon rechtop mijn haren te wassen en dat doe ik ook met het afdrogen van mijn haren. Dan ga ik ook niet te ver achterover en dat helpt enorm, dat je dan dus minder snel draaierig wordt en niet zomaar omvalt. Dus zo zijn er verschillende mogelijkheden dat als je veilig wilt douchen, dat je daar zelf een heleboel aan kan doen, als je daar maar alert op bent. Als je maar weet dat je er zelf iets aan kan doen om stevig te blijven staan en niet uit te glijden in de douche. En ben jij ook van pla...

  39. 174

    14 Lanterfanten

    Ik ben graag lui en toch ben ik altijd bezig met iets. Dus, hoe doe je dat eigenlijk, lanterfanten? (foto: Roel Hijne, aan het strand in Zeeland)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En ook dit keer weer is het in die breedste zin. Je luistert naar Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En er valt nog veel meer te vertellen over dat fascinerende zintuig en ook over al die psychische ervaringen als je het hebt over het psychisch evenwicht. Dit is seizoen 9, aflevering 14: Lanterfanten.De vorige aflevering ging het over die luie oren. En dat woordje 'lui' dat vind ik wel een apart woord, want ik zeg wel eens ik ben heel graag lui. Ik doe heel graag helemaal niets. En dan hoor ik mijn man al lachen op de achtergrond, want die heeft echt zo van: jij en niets doen, dat kan helemaal niet! Maar zo kwam ik ook op dat woord lanterfanten. En tijdens de vakantie dan is het eigenlijk het ultieme moment om vaak te lanterfanten. Maar, wat is lanterfanten dan precies? Ik was er eigenlijk wel nieuwsgierig naar. Dus ik ben op zoek gegaan, van wat wordt er nou gezegd over lanterfanten? Nou, lanterfanten dat is een Nederlands woord en ja dat betekent eigenlijk luieren, rondhangen, niets doen. Andere woorden ervoor zijn: lummelen en niksen, dat is eigenlijk hetzelfde als niets doen hè. Rondslenteren. Het grappige is dat al deze woorden, dat zijn eigenlijk werkwoorden. En ik heb al een keer eerder een podcast gemaakt over niets doen, seizoen 6, aflevering 14. En dat niets doen dat ging over het feit dat het ook een werkwoord is en dat niets doen, niet bestaat. Want je doet altijd wel iets! Als jij rustig zit en helemaal niks met je handen doet, niks met je gedachten doet, dan ben je nog steeds iets aan het doen en dat is namelijk zitten, kijken, luisteren, ruiken. Je doet altijd namelijk iets. Het woord lanterfanten dat is ja, een soort synoniem voor al die woorden waarin het niet helemaal duidelijk is wat je nou precies aan het doen bent. Ze zeggen het ook wel: het is een vorm van tijdverdrijf zonder specifiek doel. En dan is het zo dat je bij lanterfanten, dat kun je op een positieve manier zien. Dat is een manier van ontspannen. Waarbij je ook je geest de vrije loop laat. Maar je kunt het ook helemaal negatief zien en dat is dan die luiheid of tijdsverspilling. En dat zien zij dan negatief. Nou vind ik lui zijn helemaal geen negatief woord. Tenzij je natuurlijk hebt afgesproken om allerlei dingen te doen en je doet het vervolgens niet, dan kan je zeggen van: dan ben je lui, want je neemt niet je verantwoordelijkheid. Maar lui zijn zélf, luieren, het vermijden van inspanning, vind ik helemaal niet zo heel erg. En met name op vakantie is dat natuurlijk helemaal het moment ervoor om dat lekker te doen. En waarschijnlijk is het voor heel veel mensen eigenlijk ook noodzakelijk om lekker te luieren, om even helemaal niets te doen. Ik zie luieren dan niet dus als tijdsverspilling, maar meer als een vorm van de dingen even heel anders doen dan je anders deed. Niet haastig, van alles doen, ..ehm.. werken - en lanterfanten kan dan een hele bewuste keuze zijn. Als je dat weer negatief ziet, kan het een teken van verveling zijn of een gebrek aan motivatie. Maar je kan het ook zien op die positieve manier, dat als je je geest de vrije loop laat, dat je dan ook de creativiteit kan stimuleren. En dat ken ik ook zeker wel, want op het moment dat ik heerlijk ontspannen sta, bijvoorbeeld onder de douche of tijdens het wandelen, waarbij ik niet in m'n hoofd bezig ben met de boodschappen die ik moet gaan halen, maar gewoon heerlijk om me heen aan het kijken ben, dan komen ineens die, die ideeën naar boven. Dan plopt het opeens op. Die creativiteit stimuleren dat zit daar zeker bij in. En dan zou je kunnen zeggen dat het lanterfanten ook écht nodig is om dan dus dan ja, op die goeie ideeën te kunnen komen. Zonder dat je het afdwingt. Want je kunt ook zeggen: ik ga nu lanterfanten, want ik moet een nieuw idee hebben. Zo werkt het ook weer niet. Maar juist als je het even helemaal los laat, dan plopt dat ineens op! Dan is lanterfanten een methode om te onthaasten. Of zoals je ook wel eens leest, dat is de kunst van het ont-moeten. Met een streepje ertussen: ont-moeten. Niet meer moeten. En lanterfanten, dat komt al sinds de 16e eeuw in Nederland voor, dat woord. Want dat komt van lanterfan. Dat betekent dan wel een lui persoon. En het komt van een heel oud werkwoord: lanteren. Dat betekent leeglopen en dat komt uit het Frans. En het is eigenlijk weer een synoniem voor het verspillen van tijd óf iemand voor de gek houden. Die vind ik dan wel weer grappig, iemand voor de gek houden. Dat doet me niet denken aan, als ik aan lanterfanten denk, doet me dat niet meteen associëren met iemand voor de gek houden, maar oké. Tijdens de vakantie dan is lanterfanten, iets, ja dat is helemaal de.. de.. de manier om de vakantie door te brengen. Er zijn mensen die ontzettend actief zijn op vakantie, heel veel dingen doen. Mogen zij weten, maar als ik op vakantie ga dan wil ik eigenlijk het liefst de hele dag lanterfanten. En wat houdt dat lanterfanten dan allemaal in? Dan doe ik allemaal dingen die ik op dat moment gewoon graag wil doen! Dus ik ben zelf ook actief, maar dan op een hele rustige manier. Dat kan dus een boek lezen zijn. Of aan het haken. Tekenen. Schrijven. Gewoon lekker schrijven met de pen zonder daar per se een opdracht... aan een opdracht te moeten voldoen. En dan zijn dat soort dingen die ik op dat moment bedenk, zonder dat iemand dat mij oplegt dat ik dat zou moeten doen of zo. Dat vind ik ook een vorm van lanterfanten. Wat we ook wel in de vakantie doen is slenteren over de markt. Nou kan rondslenteren betekenen dat je heel langzaam loopt en dat het doelloos is. Nou vind ik slenteren over de markt, dat is voor mij niet doelloos. Ik vind het leuk om op een markt rond te lopen en daar rond te struinen om te kijken wat er allemaal te zien is. Alleen het slenteren, dat langzaam lopen, dat is niet eenvoudig. En dan kom ik even op dat hele evenwichtsgebeuren. Want tijdens slenteren over de markt, als het dan ook druk is, dan kan ik niet goed voor me uit kijken. Dan kan ik ook niet goed zelf de ondergrond zien. En dan wil het nog wel eens zijn dat ik heel makkelijk struikel. Omdat daar toch weer een stoepje is of een ..ehm.. scheefliggende tegel wat ik dan allemaal nét niet kan zien, omdat er allemaal mensen lopen. Het kost me dan ook veel meer moeite om me staande te houden, tijdens het lopen. Want je loopt heel langzaam en dat langzame lopen is voor mij veel moeilijker dan flink dóór stappen. Als ik zelf aan het wandelen ben, heb ik best een hoog wandeltempo en dat is ook wel om me goed in evenwicht te houden. Dus langzaam lopen is juist veel moeilijker. Dan sta je langer op één been, ik weet niet precies hoe dat is. Je bent ook niet gespitst op het lopen zelf, omdat je veel meer aan het kijken bent naar wat je allemaal kan zien om je heen en vooral op zo'n markt, bij al die marktkraampjes en zo. En dat betekent, ook tijdens dat rondslenteren, dat ik eerder ergens tegenaan kan botsen. Dat kan dan dus de marktkraam zijn, spulletjes die daar staan of tegen iemand aan botsen. Dus dat betekent dat ik extra alert moet zijn op mijn omgeving. Op al die mensen die om me heen zijn, maar ook alle dingen die daar zijn. Ik moet ook goed rekening houden met mijn tas. De tas die ik draag, waar draag ik die? Doe ik die op mijn rug of over mijn arm heen, lang hengsel dat ie aan mijn zij hangt. Die hou ik dan bij me, maar daar moet ik heel erg mee oppassen dat ik daar niet mee ga zwieren of dat ik daar dan ergens mee aan stoot. Dat slenteren over de markt vind ik heel leuk om te doen en tegelijkertijd kost het ook veel energie om dat goed te doen. Om niet te vallen en niet te struikelen.Wat wij tijdens de vakantie ook doen, is dat we onderweg met het fietsen -we fietsen heel veel- dat we onderweg ergens afstappen en dan heb ik altijd een zitmatje mee. En ik neem ook tegenwoordig een groot kleed mee, een picknickkleed. Als het prettig is kunnen we daarop gaan zitten. ..Ehm.. een natte ondergrond of dat het wat vies is en dan kun je toch veilig zitten. Ik vind het ook een prettig idee dat we zo'n kleed mee hebben. Waar we het picknickkleed ook voor kunnen gebruiken is, als het ineens ontzettend begint te stortregenen en we kunnen geen schuilplaats vinden en je bent ook je regenkleding vergeten, dan kun je dus dat picknickkleed over je heen hangen en dan kun je toch nog droog blijven. Dus hij is voor meerdere doeleinden geschikt. Je zou er zelfs ook wat in kunnen doen en kunnen dragen om iets groots mee te nemen. Nou hebben we dat nog nooit gedaan, dat bedenk ik nu ter plekke, maar dat zou kunnen. Als ik aan vakantie denk is wat ik niet fijn vind, dat is in de warmte, als het heel heet is, om dan buiten te zijn. Want ik ben niet graag in de volle zon, in de zomer. Ik zoek dan ook het liefst de schaduw op en liefst de schaduw van de bomen. Dat is de allerfijnste schaduw die er is. En als we dan die schaduw hebben gevonden -of het nou op de camping is, naast onze tent en caravan of onderweg waar we ergens in de schaduw kunnen zijn, kunnen zitten, waar we iets kunnen drinken of waar we gewoon gezellig even met zijn tweeën rustig kunnen zitten- dat zijn dat allemaal momenten waarop ik kan lanterfanten! Lanterfanten. Ja. De manier van ontspannen en ik zie dat dan ook als een heel positief woord, en ook al ben ik ergens heel graag heel lui, doe ik liever niets, is het tegelijk ook dat ik dat niet kan! Dan pak ik toch graag een boek, iets om te lezen of om het gesprek aan te gaan, rustig iets te snoepen, iets lekkers, fruit. Om me heen kijken, vogels kijken. Vogels kijken, eigenlijk is dat ook een mooie vorm van lanterfanten! Je hebt dan we...

  40. 173

    13 Dan krijg je luie oren

    Kun je je oren teveel verwennen? En krijg je luie oren als je hoortoestellen gaat dragen? Gehoorverlies kost altijd energie, helemaal als je wilt spraakverstaan. Maar worden je oren dan lui als je daar versterking bij gebruikt? (foto Pexels, Mike Bird)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Deze podcast is de enige podcast die gaat over ons zintuig 'evenwicht'. Ons fysieke evenwicht. En daarnaast ook alle andere ervaringen die ik op doe rondom dat evenwicht en eigenlijk ook de andere beperkingen die ik heb, als het gaat over gehoorverlies en tinnitus, en daar deel ik ook graag over in deze podcast. Dit is seizoen 9, aflevering 13: Dan krijg je luie oren.Dan krijg je luie oren. Ik ga daar straks op in,want ik ga eerst even iets vertellen over het blog wat ik gelezen heb van PlanPlan adviesbureau. Die geeft allerlei oplossingen rondom het horen als het spraakverstaan niet meer vanzelfsprekend is. En de titel van dat blog was: Kun je je oren te veel verwennen? En ik las die titel, 'Kun je je oren te veel verwennen?' en dan doet me dat denken aan ..ehm.. zouden ze dan bedoelen om je oren te masseren of zo? Of bedoelen ze daarmee dat je naar hele fijne muziek de hele tijd aan het luisteren bent of zo? Want dat zou ik denken bij ‘verwennen’. Maar daar ging het niet over. Het ging over een man waarbij het niet meer vanzelfsprekend is dat ie kan spraakverstaan, helemaal niet op zijn werk terwijl hij heel veel moet luisteren. Dus hij verloor heel veel energie aan het luisteren. Hij had dan wel naast zijn hoortoestellen een extra hoorhulpmiddel, maar dat voorkwam niet dat energieverlies. PlanPlan adviesbureau is toen ingeschakeld en ze hebben toen een heel systeem bedacht wat hij kan gebruiken om aangenamer te luisteren in gezelschap, bij vergaderingen en dergelijke. En dan gaat het ook over vergoedingen en zo. En toen ze daarmee bezig waren had de audioloog als opmerking:’ is het wel verstandig om zo'n systeem in te zetten? Want tijdens het werk kan hij dan beter verstaan, maar verstaat hij 's avonds een stuk slechter, want dan heeft hij die apparatuur niet. Dan valt dat toch juist tegen?’ Dat is een rare opmerking van de audioloog, vind ik! Energie verliezen overdag door ingespannen luisteren, dat haal je namelijk helemaal niet in. 's Avonds heb je dan totaal geen energie meer over om ook maar iets te doen! En door dat systeem -dat geluidssysteem met al die microfoontjes, door dat in te zetten tijdens al die vergaderingen, hou je juist energie over om ook 's avonds nog iets te doen. En meestal zijn dat 's avonds toch wel rustige dingen in je eigen huis. Maar mocht deze persoon toch nog naar een vergadering moeten, dan lukt dat ook, omdat hij die energie nog over heeft. En ik heb daarop gereageerd, op dat blog wat ik las op LinkedIn, want hoe zit dat dan precies? Ik heb toen gereageerd met wat ik heb meegemaakt. Dat een kennis waar ik mee aan het praten was, die kreeg als advies om geen hoortoestellen te nemen, want het was maar ongeveer zo'n 35 decibel verlies, dat is net de grens of je wel of niet hoortoestellen zou kunnen nemen. Alleen die had écht wel veel moeite met spraakverstaan. Maar het advies was: neem geen hoortoestellen, want dan worden je oren lui. En dat vond ik zó gek! Want je oren zijn gewoon een mechaniekje. Het is geen spier die je kunt trainen! En door meer inspanning om spraak te verstaan, gaat het mechaniekje helemaal niet beter werken. En als dat mechaniekje al beschadigingen heeft en je spant je enorm in om het toch nog te kunnen verstaan, gaat dat ook niet herstellen. Het herstelt helemaal niet. Als het mechaniekje stuk is, is het stuk! Dat was mijn reactie. Maar hoe leg je dat nou precies uit hoe dat mechaniekje dan werkt? Wat is er dan met dat mechaniekje. En dan ga ik het elke keer weer uitleggen hoe dat nou precies zit met de werking van het oor. Het blijkt dat heel veel mensen de werking van het oor niet begrijpen. En ik zeg mechaniekje -verkleinwoord- omdat het een heel klein iets is, waar we het over hebben. En ik heb het wel eerder verteld, maar ik vertel het nu nog een keer, de werking van het oor. Dan heb je het over geluid en geluid is een verandering in de luchtdruk. Het geluid dat wordt verplaatst in golven door de lucht en het oor vangt die geluidsgolven op. En die komen dan binnen via de oorschelp in de gehoorgang. Dan heb je eerst het buitenoor. In dat buitenoor daar zit het trommelvlies. En dat trommelvlies dat is heel gevoelig, want dat komt in trilling door die geluiden die daar binnenkomen. En die trillingen van het trommelvlies die worden dan doorgegeven aan het middenoor. In het middenoor zitten drie gehoorbeentjes: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. En die drie gehoorbeentjes die versterken de geluiden die doorgegeven worden via dat trommelvlies. Die stijgbeugel die geeft de trillingen door naar het binnenoor. En dat gaat via het ovale venster. Het binnenoor is namelijk een heel gesloten circuit. In het binnenoor zit de endolymfe vloeistof. En dat ovale venster is een vlies die die vloeistof dan tegenhoudt, zodat die endolymfe niet in het middenoor kan komen. Dat is niet handig namelijk. In dat binnenoor komen die geluidstrillingen... die brengen de endolymfe, die vloeistof, in beweging. En dan als een soort drukgolf wordt die endolymfe door het slakkenhuis geduwd. Dat slakkenhuis, hierin zit het orgaan van Corti, het eigenlijke gehoororgaan. En daar zitten trilharen in en zenuwcellen. En die trillingen dat zijn eigenlijk de afbuigingen. Het bewegen van die trilharen, en die afbuigingen.. de mate van afbuiging maakt hoeveel.. met hoeveel druk dat gebeurt en dat wordt dan een zacht geluid of een hard geluid. En die trillingen worden doorgegeven aan de zenuwcellen. En dan ontstaan er elektrische impulsen. Deze elektrische impulsen gaan dan door naar de gehoorzenuw en samen met de impulsen uit de evenwichtsorganen gaan ze dan door de achtste hersenzenuw zo naar de hersenstam. Ze worden dan via de hersenstam en kleine hersenen, door gegeven aan het gehoorcentrum, de auditieve cortex. En ook aan andere delen van de hersenen. En als het daar eenmaal is beland, dan weet je wat je hoort of wat er gezegd is en waar vandaan het geluid komt als je ook echt met twee oren hoort. En hoe zit het dan in die hersenen? Je hebt die grote hersenen en in die hersenen zitten slaapkwabben. Of wel de temporale kwab genoemd. En ze zeggen slaapkwabben, alleen ja, het heeft helemaal niets met slapen te maken. En misschien hebben ze het wel zo genoemd omdat als je op één oor ligt tijdens het slapen, dan ligt deze kwab, die slaapkwab, die ligt dan op het kussen. Die slaapkwabben die zitten net boven de oren. In je hebt er dus twee, aan allebei de kanten één. En die zijn er dus voor het verwerken van het geluid. Voor het spraakverstaan en ook het begrijpen van de spraak. In die slaapkwabben zit dus dan die auditieve cortex en dat is eigenlijk het eindstation van het verwerken van al die geluidsprikkels die via dat oor binnen komen. En bij beschadiging in dit hersengebied, in die slaapkwab, kan er auditieve overprikkeling ontstaan. Alle geluiden komen dan even hard binnen! En dan kun je het niet meer filteren. Je kunt niet meer één geluid, zoals de stem van iemand, eruit selecteren. Je kunt niet meer gericht luisteren. En dit is zintuigelijke overprikkeling. Heel lastig als alle geluiden allemaal hetzelfde klinken. Als je niet meer kunt filteren, is dat heel onaangenaam. Ook hierbij is duidelijk... het gehoor is een zintuig en het is ook het mechanische zintuig net als de evenwichtsorganen. Het is een mechaniekje. En wat ik net al zei, als dat mechaniekje niet meer helemaal goed functioneert, dan is ook alles wat doorgegeven wordt, wordt ook niet meer helemaal goed doorgegeven. Het horen van spraak is iets anders dan spraakverstaan! En het spraakverstaan is niet helemaal hetzelfde als spraak begrijpen. Horen van spraak, dat kan ik dan even voor mezelf uitleggen. Ik hoor dat er iets gezegd wordt door mijn man, verderop in de kamer. Ik hoor dat hij praat, ik hoor zijn stem, ik herken het geluid van zijn stem, maar ik versta niet precies wat hij heeft gezegd. En ik weet dat het een vraag is, dat kan ik horen aan de melodie. Dan kan ik al helemaal niet begrijpen wat er is gezegd. En spraak begrijpen is ook dan niet helemaal hetzelfde. Want stel dat ik met mijn hoortoestellen in heel goed een Engels filmpje waarin gesproken wordt, waar Engels in gesproken wordt, dat ik dat heel goed kan volgen. Ik hoor precies wat er wordt gezegd dus het spraakverstaan is goed. Alleen omdat het Engels is, kan het nog steeds zijn dat ik niet precies begrijp wat er is gezegd. En helemaal, omdat er bij mij een soort vertraging in het hele systeem zit, hoor ik dan wel wat er is gezegd, maar omdat er daarna nog door gepraat wordt, wordt het heel moeilijk om verder te volgen: wat is er nou gezegd? Want bij Engels moet ik het ook nog eens een keer gaan vertalen in het Nederlands. Ik denk namelijk nog helemaal niet in het Engels. Daar doe ik het veel te weinig voor. Dus ik moet het ook vertalen. En het komt al vertraagd binnen en dan moet ik het ook nog vertalen en dan lukt het dus niet om dat filmpje in het Engels, om dat goed te begrijpen. En dat heeft dus alles te maken met hoe het systeem bij mij werkt, dat het anders werkt dan bij een goedhorende. Maar krijg je daar dan luie oren van? Nee! Luie oren? Door versterking van hoortoestellen, daar krijg je geen luie oren van! Omdat die oren zelf dus geen spier zijn, maar een mechaniekje, wat zo goed mogelijk werkt zoals het werkt en als het is beschadigd, als er foutjes in zitten, als het genetisch niet goed is aangelegd, dan kun je het niet goed opvangen. En als je dat dan met een hoortoestel kan oplos...

  41. 172

    12 Wat heb je nu weer meegenomen

    Wat heb je nu weer meegenomen? Dat is een vraag die ik vaak na de vakantie krijg. We nemen dan ook meestal iets mee van vakantie dat we vervolgens in huis een plekje geven.(eigen foto van een uil van staal)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne en ik deel heel veel van mijn ervaringen over alles wat te maken heeft met het evenwicht. En ook deel ik ervaringen met ja, wat mij ook in balans houdt, waar ik door in evenwicht kan komen of in evenwicht kan blijven. Dit is seizoen 9, aflevering 12: Wat heb je nu weer meegenomen? Nou, deze vraag: ‘Wat heb je nu weer meegenomen?’ wordt af en toe door onze jongens gesteld. Onze jongens die wonen niet meer thuis. Maar toen ze nog hier woonden en niet meer meegingen op vakantie, dan was het altijd de eerste vraag die ze stelden als wij thuiskwamen: wat heb je nu weer meegenomen? Ze weten ondertussen dat wij altijd iets meenemen als we van vakantie komen. Want elke vakantie lukt het mij, lukt het ons, om een kunstwerk mee te nemen, dat we tijdens de vakantie tegen zijn gekomen. En het is niet zo dat we er speciaal naar zoeken. Het is meer dat we dan tijdens de vakantie de tijd hebben en de aandacht hebben om goed om ons heen te kijken. En misschien lokken we het wel een beetje uit, want we gaan wel kunstroutes volgen. En we gaan naar galerieën en kunstmarkten, dus ja dan lokken we het misschien wel een beetje uit. En dat doen we omdat we het heel leuk vinden. En ook heel mooi om te zien wat andere mensen allemaal kunnen maken. Het gaat ook vaak wel om amateur kunstenaars. En het gaat ons niet om per se iets te kopen. Het is ook een beetje ..ehm.. de prijs, het prijskaartje wat er aanhangt en in hoeverre we er echt heel blij van worden als we daar beiden naar kijken. Het moet wel betaalbaar blijven. Het blijkt wel dat mijn man en ik dezelfde smaak hebben. Op wat uitzonderingen na hoor. Er staan een paar dingen hier in huis, dat mijn man heeft van nou ja.... hmmn, hij kan daar niet echt het mooie in vinden, maar hij vindt het oké als ik het dan gekocht heb, omdat hij weet dat ik er wel heel blij van kan worden. En als we onderweg zijn, dan is het ook altijd weer even de vraag of we het wel in de fietstas mee kunnen nemen, weer naar de camping. En anders ook kunnen we het wel meenemen naar huis toe? Want we zijn dan op vakantie, dus we het kunnen niet altijd mee terug nemen. En anders moeten we dus met de verkoper of met de kunstenaar afspreken waar en wanneer we het kunnen komen halen. Ik weet eigenlijk niet wanneer we daarmee zijn begonnen. Maar ik herinner me nog wel, lang geleden, we woonden nét in dit huis, dus dan is dat toch nou, dat kan misschien wel 25, 24 jaar geleden zijn, toen gingen de kinderen trouwens nog wel mee op vakantie. En toen waren we op vakantie in Renesse in Zeeland. We zijn toen op de fiets naar Zierikzee gegaan en daar hebben we toen bij een bloemenwinkel een hele grote mier zien staan. Er stonden verschillende grote mieren en die kun je dan in de tuin neerzetten. Die vonden we allebei zo grappig en omdat we nog maar net in dat huis woonden, hadden we nog een hele lege tuin en toen hadden we zo van leuk, wat zou het leuk zijn als we dat in de tuin neer kunnen zetten! En dat is dan ook... na de zomervakantie is die mier dan bij ons thuisbezorgd, zodat we hem eigenlijk direct in de tuin konden zetten, want hij kon onmogelijk mee in de auto terug. En ik weet dat, kort daarna hebben we ook twee andere grote kunstwerken gekocht. Die zijn helemaal gemaakt van staal, dat zijn twee vogels. En die kunstenaar die gebruikte daarvoor allerlei stalen onderdelen van machines en apparaten en zo. En die vormt ie zo om... maakt hij zo aan elkaar vast dat je dus vogelfiguren krijgt. En die zagen we op de markt in Sint Maartenszee. Maar ook die waren heel groot en die zijn ook pas later thuisbezorgd. En dan heb je ook al, dan ga je naar huis toe, dan weet je dat je dat al wel gekocht hebt, maar je hebt het niet. Dus het is altijd nog even heel spannend als het eenmaal bij je thuiskomt en dan ben je ook weer heel blij als het er eenmaal is. Die stalen kunstwerken zijn ook heel erg zwaar en die staan dan ook buiten, want die zijn gewoon bijna niet te tillen. Die staan gewoon op een vaste plek en als ze even op een andere plek moeten staan dan kost dat even wat meer moeite, want je verzet ze niet zomaar! We hebben ook een kunstwerk in de eetkamer hangen. Dat hangt er nu ook al jaren! En het gekke is, ik hoef daar helemaal niets anders te hangen, want ik vind het nog elke keer leuk om daarnaar te kijken! En dat kunstwerk hebben we toen gezien in ..ehm.. Noord-Holland. Dat was tijdens een kunstroute in Noord-Holland. En ik weet nog precies, we gingen ook met de fiets die route doen en we kwamen bij een klein kerkje. En we komen dat kerkje binnen en we zien het allebei hangen en we hebben allebei zoiets van, maar dat vinden wij mooi! Die kunstroute was nog maar net geopend, dus we mochten het ook niet meteen meenemen. De bedoeling was dat daar twee weken lang, zou het allemaal daar blijven hangen en staan, al die kunstwerken op die hele route. We hebben toen wel gezegd we willen dat graag kopen. Daar is toen een stickertje op geplakt. En pas twee maanden later hebben we dat zelf opgehaald bij de kunstenares thuis. Die woonde op een andere plek in Noord-Holland en we gingen toevallig daar ook in die omgeving een korte vakantie vieren en toen hebben we het bij haar opgehaald. En wat bleek? Het was het eerste werk dat zij verkocht! Ze was er nog niet eens zo heel lang mee bezig, met kunst maken. Dus zij was heel trots dat ze dat werk kon verkopen aan ons! En zo is er dus elk jaar wel iets dat we kopen, dat we meenemen. En het leuke is dat we van de meeste werken ook nog precies weten waar dat was en wanneer dat nou... 't hangt er nog een beetje van af, als we een paar jaar achter elkaar op dezelfde camping waren weet ik niet meer precies welk jaar. Maar we weten vaak wel waar we het gekocht hebben, op welke plek dat was en wat de omstandigheden waren en of de kunstenaar er zelf bij was of niet. Komt nu opeens naar boven dat we ooit een houten kunstwerk hebben gekocht bij een huis, dat was in Serooskerke in Zeeland. En we konden bij dat huis naar achteren lopen. Daar in die hele tuin stonden allemaal houten beelden en één houten beeld fascineerde ons en dat hebben we toen ook ter plekke gekocht. En we kregen van deze mensen (ha), het waren oudere mensen, en die man had het kunstwerk gemaakt, maar ze hadden ook een hele grote tuin met allerlei fruitbomen erin, onder andere pruimen. We kregen na aankoop van dat kunstwerk -we hebben trouwens toen twee kunstwerken gekocht, want ik weet dat we ook een uil hebben gekocht, een houten uil, die hebben we nog steeds, het andere kunstwerk is al helemaal vergaan, dat bestaat niet meer- maar we kregen toen ook twee zakken vol met pruimen mee, want alle pruimen zijn tegelijk rijp daar en ze moesten van die pruimen af. Dus die vonden het heel fijn dat wij daar kwamen om daar even in die tuin naar die kunstwerken te komen kijken en dat we ook nog iets meenamen. Dat was toch wel heel bijzonder. We hebben ook ooit een keer een raamwerk gekocht met allemaal tegeltjes van keramiek gemaakt die daarin hangen. En dat hebben we gekocht ook tijdens een kunstroute en dat hing in een verzorgingshuis in Grijpskerke. Ik kan me nog helemaal ook voorstellen hoe dat eruitzag, hoe we daar aan kwamen fietsen, hoe we daarbinnen waren. En dat hing daar aan de muur en dat werk was ook zo groot, dat konden we ook helemaal niet meenemen. Sowieso waren we daar op de fiets, maar ook ..ehm.. met de auto kon dat ook niet. Het paste niet in de auto om mee te nemen. We waren toen nog met de tent op vakantie, dus we hadden ook niet zo veel ruimte. En dat hebben we pas veel later gekregen, dat kunstwerk, want die kunstenares die ging op een gegeven moment naar Utrecht. We hebben contact gehouden na de zomervakantie en die mevrouw vertelde 'ik ga nog naar Utrecht toe, naar familie toe'. Toen is mijn man speciaal naar Utrecht gereden om het kunstwerk bij haar op te halen. En nog niet zo lang geleden hebben we een klein werkje gekocht. Dat is een regenboog, helemaal van glas gemaakt. We reden daar langs een, ja een boshuisje -'t zag er heel grappig uit- en er stonden een paar spulletjes buiten, allemaal van glas gemaakt. En er stond ook bij 'galerie' met een pijltje en dat het open was. Toen zijn we gestopt en daarnaar toegelopen, naar die galerie. We zijn daarbinnen gaan kijken en de eigenaar van die galerie die was daar. Zijn vrouw maakte alle kunstwerken, maar hij zorgt voor alles wat er omheen nodig is. Dus hij stond ons te woord, zijn vrouw was er niet. En hij vond het heel leuk om te vertellen over al die kunstwerken. Was hij heel enthousiast over en we hebben daar een paar hele mooie dingen gezien. En een van die werken was een kleine regenboog en die konden we meenemen op de fiets. Dat heeft hij toen heel goed voor ons ingepakt en hebben we dus meegenomen. Het is ook veilig thuisgekomen. Het staat nu bij ons voor het raam. En elke keer als ik dat zie, word ik vrolijk van al die kleuren die daarop zitten. Het leuke is dat we deze mevrouw, deze kunstenares, een tijdje geleden op een gegeven moment op televisie zagen. Ik zag die ruimte van haar, ze vertelde over het werk wat ze deed en ik had echt zo van: dit komt me zó bekend voor! En toen heb ik gekeken bij die regenboog wat voor een plakaatje daarop zat. Zo'n plakaat zit daarop en dat is Torenbeek en toen heb ik dat opgezocht en het was inderdaad hetzelfde atelier waar wij toen al zijn geweest. Waar we spontaan langs fietsten en toch even naar binnen zijn gegaan. Het was heel leuk om die kunstenares op televisie te zien waar wij dan zo'n werkje van in huis hebben. Zo hebben we...

  42. 171

    11 Wat ik lees

    Ik lees graag en dat doe ik veel te weinig. Wanneer lees ik wel en van welk genre houd ik? Wat is handig tijdens het lezen om nek en schouders te ontlasten?(eigen foto van leesplank)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast vertel ik over van alles wat wel iets te maken heeft met het evenwicht. En dat is ook zo bij deze aflevering. Dit is seizoen 9, aflevering 11: Wat ik lees.Tijdens de vakantie dan heb ik de rust en neem ik de tijd om boeken te lezen. Dan gaat er altijd een hele stapel mee in de caravan. En ik wil ook nog wel eens in de boekwinkel, tijdens de vakantie, een boek kopen of ik zoek er eentje in de boekenkast in de kantine van de camping. En meestal zet ik dan ook weer een boek terug uit mijn stapel die ik al gelezen heb. En ik lees het liefst papieren boeken. Geen ereader. Een ereader vind ik niet zo fijn. Hoe klein hij ook is en hoe prettig leesbaar dat ook is. En ik kan me voorstellen dat een ereader heel handig is als je een lange reis maakt met de trein of het vliegtuig of met de fiets. Ik weet dat mijn zoon toen hij naar Australië ging ook een ereader meehad. Dat was alleen maar heel prettig, dan kon hij toch allerlei Nederlandse boeken blijven lezen, omdat het allemaal op de ereader stond. Je kunt dan ook complete boeken lezen, zonder dat je ze dus fysiek mee hoeft te zeulen. Wij staan het liefst op één plek tijdens de vakantie en we hebben ook genoeg ruimte om boeken mee te nemen en daarom nemen we het liefst een stapel boeken mee. En dan vind ik het heel fijn om in een boek te beginnen en te zien ook hoe ver je bent gekomen. Dat is het verschil met een ereader, dan weet je niet waar je precies bent in het boek. En dat vind ik met een boek wat je in je handen hebt, vind ik wel heel prettig. En om te weten waar ik ben gebleven, daar gebruik ik de zelfgemaakte boekenlegger voor, die doe ik dan tussen de bladzijden waar ik ben. Maar dat wist je al, want daar heb ik in de vorige podcast aflevering over verteld ;-) Maar zo vind ik het ook fijn om te zien dat het boek bijna uit is. En soms is dat natuurlijk heel jammer, vooral als het een heel goed geschreven boek is en waar ik ook met heel veel plezier dan in gelezen heb, dan heb ik echt wel zo van: hè het mocht van mij wel langer duren. En ik lees vaak dikke boeken en dan ben ik toch wel weer blij als het dan uit is, want zo'n dik boek ja, dat is ook wel weer de voldoening ervan dat je weer zo'n heel boek uit hebt gelezen. En dan wacht ik vaak één of twee dagen en dan pas begin ik aan een volgend boek. Dan heb ik nog even het verhaal van het vorige boek in mijn hoofd en dat blijft nog een beetje rondzingen en daar denk ik nog een keer over terug en zo. Ben ik een beetje aan het herhalen en dan begin ik daarna weer aan een volgend boek. En ik hou eigenlijk van verschillende thema's. Ik lees graag iets over historie, over geschiedenis. Of een familiedrama. ..ehm.. reisverhalen. En bij die reisverhalen en ook bij die geschiedenis, dan ga ik ook vaak opzoeken waar dat allemaal is. Via Google Maps en zo. Zo heb ik een tijd geleden het boek 'Het zoutpad' gelezen. En dat vond ik geweldig! En ik heb ook opgezocht toen, hoe en waar dat waargebeurde verhaal zich heeft afgespeeld. Dan kon ik er een beetje een beeld ook bij hebben, dan kon ik zien, oh dat is daar en dat is daar. En het is écht wel een behoorlijke afstand die ze daar gewandeld hebben. Het is een boek over wandelen. En dat boek inspireert mij dan ook wel om lange wandelingen te gaan maken. Alleen ja, dat doe ik nu nog niet. Ik hoop dat ik dat op een gegeven moment toch kan oppakken. Het lijkt me heel fijn om een hele dag lekker onderweg te zijn en dan is niet het doel het eindpunt, maar het doel is juist de weg zelf! Dat je gewoon lekker onderweg bent en daar van alles kunt bekijken, kunt zien, voelen, ruiken, ervaren. Maar oké, dat is eigenlijk naar aanleiding van het boek 'Het zoutpad' en volgens mij is dat boek verfilmd onlangs. Volgens mij is het ook te zien. Wat ik niet lees, dat zijn ..ehm.. thrillers en ..ehm.. detectives of streekromans. Zo zijn er wel een heleboel boeken die ik altijd links laat liggen. En het liefst -het allerliefst- lees ik fantasy. Een fantasiewereld waarin allerlei wezens leven. En dat er ook mensen leven die dan met die wezens samenleven. En meestal ontstaat er natuurlijk een conflict in zo'n boek of ze gaan oorlog voeren of er moet iets gezocht worden om iets anders weer te bestrijden. Er is dus altijd een held in zo'n boek. En die is dan op zoek naar de oplossing. Of ja, meestal toch ook wel op zoek naar verbinding. En omdat er ook allerlei wezens, andere wezens, in zo'n boek meedoen, zijn er heel veel mogelijkheden en komen er ook allerlei bijzondere oplossingen en zo. Dat vind ik leuk om over te lezen. En het vreemde van fantasy vind ik wel, dat het vaak in een andere tijd afspeelt en dat is meestal dat het jaren of nou soms zelfs eeuwen geleden is. Dus dan zijn er allerlei ..ehm.. al die moderne communicatiemiddelen, die zijn er dan helemaal niet. En ook al die, al het vervoer wat wij op dit moment hebben, komt niet voor in die boeken. Als het wel over de toekomst gaat, dan noem je het vaak geen fantasy -ook al is het een fantasie verhaal- dan is het eerder science fiction. En science fiction heb ik ook wel gelezen, want de allereerste boeken die nu fantasy genoemd worden, waren eigenlijk science fiction boeken. Tenminste, het hoorde onder het thema science fiction. En dat ging ook af en toe wel over hele andere planeten, over dat je zelfs heen en weer kunt reizen tussen de planeten. Maar de science fiction boeken spreken me tegenwoordig toch veel minder aan. Maar waarom nou de voorkeur voor die papieren boeken? Een papieren boek houd je namelijk in je hand, een fysiek boek. En om het in je hand te houden is dat altijd wel een belasting voor je nek en schouders. En als dan je evenwicht is verstoord, als je al last hebt ook van je nek, dan kan het natuurlijk een hele goede reden zijn om een ereader te gebruiken. Er is wel eens gevraagd of mijn boeken ook als e-book beschikbaar zijn. Maar dan schrik ik van de prijs om van een fysiek boek een e-book te maken en daardoor gaat mijn voorkeur steeds weer naar een fysiek boek. 'Evenwicht, in uitvoering' heeft een hardcover zodat je het boek helemaal open kunt leggen om te lezen. En dan klapt het boek niet vanzelf dicht en dan kun je er rustig dus in kijken. Kun je alleen ja, je kunt hem gewoon open leggen, je hoeft niet eens je hand erop te leggen. En 'Ménière in balans' en 'Hoor jij wat ik hoor?' die hebben een soft cover, een zachte omslag. Die moet je dus wel eigenlijk met je handen openhouden, ook al heb je hem ergens op liggen. Maar die boeken zijn dan ook minder dik. Dus die zijn nog wel heel handzaam. Maar om dan toch mijn nek en schouders te ontlasten tijdens het lezen, zet ik het boek altijd op een leesplank. En deze leesplank die zet ik op schoot of ik zet hem op tafel, want dan hoef ik het boek niet in mijn handen te houden. Ik hoef hem alleen maar open te houden met mijn hand zodat ie niet dichtklapt. Die leesplank heb ik al vele jaren. En ik ben op zoek gegaan of ik deze leesplank nog ergens kan kopen, want ik ben eigenlijk wel toe aan een nieuwe, maar ik vind hem dus nergens. Dat vind ik heel jammer. Dus ik ben wel heel zuinig op degene die ik nu heb. En deze leesplank gaat ook echt elke vakantie mee! Die kan ik ook... ik kan hem laag zetten of wat hoger zetten. Dus afhankelijk van het soort boek wat ik lees. En ook hoe ik zelf zit, want als ik met mijn knieën opgetrokken zit, dan kan hij bijna helemaal plat, de leesplank. Maar zit ik met mijn benen naar beneden, dan is het juist heel fijn dat de leesplank hoger is, dan kan ik toch op een prettige manier lezen en mijn nek en schouders dus ontlasten. Heel prettig! Nou zijn er ook andere leeshulpmiddelen. Er zijn ook andere leesplanken. Er zijn er ook met een kussentje. Die heb ik zelf ook, maar die vind ik dus niet prettig. Op een of andere manier werkt het niet voor me. Dus ik heb nog geen alternatief gevonden voor de leesplank die ik nu heb. Ja. Wat ik lees. Zo heet deze podcast. Ik lees soms de krant. Ik lees soms een tijdschrift. Dat doe ik heel vaak 's morgens bij het ontbijt. Als ik dan geen krant heb, dan pak ik één van de tijdschriften die is binnengekomen. En dan kan ik zo een hele week met zo'n tijdschrift toe, omdat ik dan maar 1 of 2 artikelen per dag lees. Maar het liefst lees ik een interessant, een inspirerend, een prettig leesbaar, hoopvol boek. Ook al is het fantasy. Of misschien juíst fantasy, want zo lukt het dan om de echte wereld even buiten te sluiten. En op vakantie is dat helemaal prettig. Dan waan ik me ook echt een beetje in een andere wereld. Je bent zelf al op een andere plek en dan vind ik het heerlijk om me mee te laten voeren naar een hele andere wereld. Met boekenlegger, want die doe ik er steeds tussen op de bladzijde waar... dat ik weet waar ik ben gebleven. Dit was weer een korte aflevering. Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Seizoen 9, aflevering 11: Wat ik lees. En het kan zijn dat jij niet naar mijn stem luistert, omdat er heel veel gehoorverlies is of omdat er minder tijd is, dat je dan het transcript leest. Want bij elke aflevering van deze podcast, staat een volledig transcript, inclusief alle kromme zinnen die ik noem, alle eht'jes die ik noem, alles wordt getypt en blijft daarin staan. Er zijn dan ook mensen die, als ze alleen lezen, dat ze dan zeggen van 'ik hoor je het ook zeggen!' Helemaal als je mijn stem al kent, dan kun je het ook -als je het leest- mijn stem al wel herinneren hoe ik het uitgesproken zou hebben. Je kunt natuurlijk nog terugluisteren. Als je nog niet alle afleveringen hebt gehoord, alle afleveringen zijn er nog vana...

  43. 170

    10 Boekenlegger

    Het idee om boekenleggers te maken heb ik overgenomen van mijn schoonvader. Waar is een boekenlegger handig voor? (eigen foto, met zelfgemaakte boekenleggers, van mijn schoonvader en van mijzelf)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. En ik maak deze podcast over het evenwicht. Hoewel het soms lijkt alsof ik een thema weer heb, waarbij je hebt van: nou wat heeft dat nou met het evenwicht te maken?! Maar als je dan goed luistert, dan zal je altijd wel de connectie vinden met óf het fysieke evenwicht óf met het psychische evenwicht. En dit is ook weer zo'n aflevering. Seizoen 9, aflevering 10: Boekenlegger. Ik hou heel erg van boeken lezen. En dat doe ik wel veel te weinig. Dat doe ik wel in de vakantie. In de vakantie dan heb ik altijd wel een boek bij me. En om te weten waar ik ben, gebruik daar een boekenlegger voor. En ja, als ik dan toch een boekenlegger gebruik, kan ik beter de boekenlegger gebruiken die ik zelf gemaakt heb. Ik heb namelijk een paar jaar lang een boekenlegger gemaakt. En ik ben benieuwd of er nog iemand is die één van die boekenleggers, die ik toen in die jaren heb gemaakt, of die ook nog echt gebruikt worden. Er staat namelijk ook een jaartal op. En ik denk dat er nog wel andere mensen zijn die mijn boekenlegger -één van boekenleggers- gebruiken, want als er een bestelling wordt gedaan van én het boek 'Ménière in balans' en het boek 'Evenwicht, in uitvoering', dat is een duo-pakket, stuur ik ook altijd een boekenlegger mee. En zolang de voorraad strekt kan ik dat natuurlijk doen. En dat zijn boekenleggers zonder jaartal. Die heb ik op een gegeven moment laten drukken, omdat ik merkte dat ik dat ook wel heel handig als een soort visitekaartje kan gebruiken. Maar hoe kwam ik nou op het idee om jaren geleden een boekenlegger te maken? Dat idee dat komt van mijn schoonvader Joop Hijne. Ergens in, ik denk 1987, is hij begonnen met zijn eerste boekenlegger te maken en dat deed hij met een kalligrafie-pen. Hij had toen net leren schrijven met een kalligrafie-pen. Daar was ik ook in die tijd mee bezig, we waren het eigenlijk allebei aan het leren. Dat schreef ie dan op een stukje papier en dat ging ie dan meerdere keren kopiëren en dan heel voorzichtig uitknippen, denk ik, want ik weet niet of hij een snijmachine had. En die boekenlegger die ging dan mee met de kerstkaart. Dus als er een kerstkaart verstuurd werd, was er ook een boekenlegger. Dus de hele familie kreeg van hem altijd een boekenlegger. Eén van die boekenleggers is uit 1990 en daar staat de tekst op: 'mensen: zij zijn op het mooist als ze bereid zijn hulp te ontvangen en hulp te geven.' En er staat een mooie tekening dan bij. En nou weet ik niet of hij de tekening dan zelf had gemaakt of dat hij dat als een plaatje ergens vandaan heeft gehaald. Dat weet ik niet precies. Maar hij heeft toen van 1987 tot en met ongeveer 1995, heeft ie elk jaar een boekenlegger gemaakt. En ik heb die boekenleggers toen altijd gebruikt. En dat was een beetje, ja wat ruw papier, gekleurd papier. Hij had ook vaak verschillende kleuren. Dan kon je uitkiezen in welke kleur boekenlegger van dat jaar je wilde hebben. Want het was duidelijk dat ik hem gebruikte, want op een gegeven moment viel ie gewoon uit elkaar! Maar dat idee van die boekenlegger, dat heb ik altijd onthouden. Mijn schoonvader is in 1999 overleden. Maar pas 14 jaar later heb ik dat idee weer opgepakt. Het heeft altijd in mijn hoofd gezeten. En ik wilde al veel eerder dat gaan maken en ook dat idee om het met de kerstkaart mee te sturen, zo'n boekenlegger. Maar ik kwam er helemaal niet aan toe. Ik had twee kinderen in huis. Ik had mijn werk. Vrijwilligerswerk. We gingen bij vrienden en familie op bezoek. Ik had allerlei hobby's. Ik had altijd een volle agenda. Dus er was niet zo veel ruimte om ook nog bezig te zijn om zoiets creatiefs te maken. Ik maakte ook altijd al de kerstkaart zelf. Maar dan ook nog een boekenlegger erbij, dat kon er niet bij in mijn hoofd. In 2006 ben ik volledig uitgevallen. Toen had ik ineens een hele lege agenda. Maar toen is ook eigenlijk mijn creativiteit uitgevallen! Ook toen kon ik er helemaal met mijn hoofd niet bij om daarmee bezig te zijn. Pas in 2012 ben ik gestart met het schrijven van mijn eerste boek, 'Ménière in balans' en toen pas kwam die creativiteit weer naar boven. Werd hij weer aangewakkerd. En ineens had ik daar dus wel tijd voor. En ik had er een idee voor. En in 2013 heb ik de eerste boekenlegger gemaakt. En ik weet nog dat ik het idee ervan, van die boekenlegger, om daar ook een tekst op te schrijven, net zoals mijn schoonvader dat had gedaan. Die tekst die heb ik bedacht toen ik naar een cliënt reed in de bus en ik ineens bedacht van, oh ja ik wilde nog iets voor die boekenlegger doen. Wat kan ik doen? En als ik dat dan ineens aanzet, om daarover na te gaan denken eigenlijk, kan ik het ook wel weer loslaten, want ineens komt het dan naar boven. En toen heb ik ook de eerste tekst bedacht en dat heeft natuurlijk alles te maken, ook weer met het uit balans zijn. En die tekst gaat dan: 'even uit balans, even in beweging, soms zwaar, dan weer licht, even een nieuwe kans voor een nieuw evenwicht.' En die eerste boekenlegger, die heb ik toen meegestuurd met de kerstkaarten die we allemaal verstuurden. Op die boekenlegger staat bovenaan het logo Equi Libre. En Equi Libre heb ik al vaker een keer iets over verteld. Dat is een mooi logo. Is ook naar aanleiding van de vorm, nee het is zelfs andersom gegaan. Ik had dit logo van Equi Libre, had ik al. En toen ik bezig was voor het model van het boek 'Ménière in balans', heb ik dit logo, de vorm van het logo, gebruikt ook voor het model in het boek. En het mooie is nu, in het derde boek komt dit model ook weer terug. Dus die vorm van dat model blijf ik gewoon geweldig vinden! En die staat dus bovenaan op de boekenlegger, dan komt de tekst en daaronder staat dan Paula. Later heb ik ook Paula Hijne opgeschreven. Via Novus Coaching. Zeewolde. En daaronder staat dan een plaatje, een foto van een bloem of een vlinder, iets van een zelfgemaakte foto, of van een kunstwerk wat ik zelf heb gemaakt, waar ik dan ook weer een foto van heb gemaakt. Want daarna dus ja, ongeveer 2012, ben ik steeds meer dingen ook gaan maken met mijn handen. En met kleuren gaan werken. Met vormen. Dus die hele creativiteit, die was zó weer aangewakkerd en die stroomt eigenlijk nog steeds. Door het maken van teksten. Door creatief schrijven. Door de dingen die ik maak. Ja, heerlijk om te doen! Even kijken, ik heb er nog eentje, die heb ik later gemaakt. En die heeft de titel: 'Stilte.' Die titel staat hier ook echt bovenaan. 'Stel ik laat alle emoties voorbijstromen. Zonder woorden. Gedachten, verhaal. Oordeelloos. In mijn hoofd ontstaat een zee van stilte.' En het kan zijn dat je die wel eens een keer eerder hebt gehoord. Want ik kan me zo voorstellen dat ik deze een keer eerder heb genoemd ook - in een andere podcast-aflevering. En zo gebruik ik de boekenlegger nog steeds tijdens de vakantie als ik een boek aan het lezen ben. Dan komt een van die boekenleggers weer tevoorschijn. Die gaat dan weer mee. Het wil ook nog wel eens zo zijn dat ik dan die boekenleggers daar laat liggen op de vakantie. Daar in de kantine of zo, waar ook allerlei andere boeken zijn. En dan hoop ik dat ie ergens weer een plekje krijgt en dat iemand anders daarvan kan gaan genieten. En verder nu, op dit moment, gaan de boekenleggers nog mee met dus dat duo-pakket. En als ik ergens een presentatie geef of een lezing, dan wil het nog wel eens zijn, dat ik ook een bakje met al die boekenleggers meeneem en dan kunnen mensen zo'n boekenlegger ook meenemen. Dan kunnen ze uitzoeken ook, welke tekst ze mooi vinden. Dus ja hoe leuk is het om een boekenlegger te gebruiken als een soort visitekaartje en tevens dat het een heel praktisch iets is, omdat je het kunt gebruiken in je boek als je aan het lezen bent. Dan sluit ik af deze aflevering, met nog de... ik denk dat dit de laatste is geweest die ik heb gemaakt, weet ik niet, ik heb er zo'n 6 gemaakt, dus niet zo heel veel. En eigenlijk zou ik er natuurlijk weer een heleboel kunnen maken, maar oké. Ik ben na 6 jaar, ben ik gestopt met het maken van een boekenlegger. Ook omdat we veel minder kerstkaarten gingen versturen. Maar deze wil ik dan nog met je delen. Want ik zei al: alles heeft met evenwicht te maken. De titel hiervan is: 'Evenwicht is beweging.' 'Stoeien met gedachtes, emoties. Vinden van treffende woorden. Het juiste gebaar. De aantrekkingskracht tussen jou en mij. Voortdurende bewegingen, zoekend naar evenwicht. Onontkoombaar.' Hier zit dus dat kleine stukje fysieke evenwicht in, evenwicht is beweging en de rest is dat psychische evenwicht. Wat ik al zei, dat is de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar seizoen 9, aflevering 10: boekenlegger. Dit is de podcast van Paula Hijne, auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering' en ook van 'Ménière in balans'. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.

  44. 169

    9 Gedachten zijn zoveel sneller

    Gedachten zijn zoveel sneller en buitelen om elkaar heen. Zoveel gedachten die er voortdurend zijn. Er is ook zoveel te bedenken. (foto van eigen tekening)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik vertel graag over het fysieke evenwicht, maar ook over een heleboel andere dingen waar ik nou ja, misschien wel dagelijks mee te maken heb. En dit is zo'n aflevering. Iets wat er dagelijks is bij mij. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 9, aflevering 9: Gedachten zijn zó veel sneller.Ik neem je even mee naar iets wat ik in 2021 heb geschreven. Dat is al heel wat jaren geleden. Toen heb ik een soort project gedaan van Etty Hillesum waarbij allerlei citaten gebruikt werden -van Etty Hillesum- waar dan over geschreven kon worden. Er zat een beetje een vaste werkwijze aan en die werkwijze was dat je eerst het citaat overnam, dat schreef je op in je schrift en daarna 15 minuten schrijven naar aanleiding van dat citaat. Zo maar wat bij je opkomt. Het is een vorm van creatief schrijven. En dat doe ik graag. Stap 2 was dan het voorlezen van wat je had geschreven. En daarna ging je bepaalde woorden onderstrepen. Zinnen die je raken waarbij je echt zo hebt van: nou, dat vind ik eigenlijk wel heel mooi. Dus die ging je onderstrepen. Stap 3 is de verdieping. Je kiest dan een van die onderstreepte fragmenten of dat woord wat je hebt onderstreept en ook daar ga je dan weer 15 minuten over schrijven. Na dat schrijven ga je weer voorlezen aan jezelf en ook dan ga je weer onderstrepen. En dat doe je een paar keer. En dan is stap 5: alle onderstreepte fragmenten ga je onder elkaar schrijven. En dan krijg je een soort lijstje en dan kun je weer beginnen aan een nieuw citaat. Dan wil ik je meenemen in -niet per se het citaat- maar wel wat daaruit voort is gekomen. En dat gaat met name over allerlei gedachten. Gedachten die er altijd zijn, die ik ook altijd heb. Naar aanleiding van het eerste citaat heb ik toen geschreven, een klein stukje daarvan, en dat gaat als volgt: Ik schrijf niet over alles wat in mijn gedachten rond dwarrelt. Dat is gewoon te veel! Veel te veel! Want gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. En soms is er geen touw aan vast te knopen. Als ik dat allemaal op papier wil zetten, dan is dat gewoon onmogelijk. Dit is een heel klein stukje uit een tekst van 15 minuten. En ik heb daar toen de zin uitgehaald: gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. Toen ben ik daar ook weer 15 minuten over gaan schrijven. En die hele tekst kan ik nu ook met je delen. ‘Gedachten zijn zó veel sneller en buitelen om elkaar heen. Mijn hoofd is heel vaak vol van allerlei gedachten. Van de hak op de tak. Onsamenhangend. Van de ene gedachte associeer ik een andere gedachte. Een herinnering. Een ogenschijnlijk klein voorval dat ineens naar boven komt, als ik compleet aan iets heel anders denk. Een idee dat ik ga uitwerken in mijn hoofd en dat blijf ik dan herhalen. En herhalen. Opdat ik het niet ga vergeten. En vaak is het dan het beste om het te noteren. Zodat ik het mag vergeten en het later weer terug kan lezen. Ja, dan krijg je zinnen van ..ehm.. wat zou ik kunnen doen als....En dat is ook voer om van alles naar boven te laten komen. Want er is zó veel mogelijk! Zo veel keuzes. Hoe. Wat. Waar. Met wie. Wanneer. En wat dan doen? En dat kan ook iets zijn naar aanleiding van een film. Of iets wat ik heb gelezen. Terugdenken. Hoe ging het ook alweer? Verwerkingsgedachten. Om iets te begrijpen. Of te doorgronden. Iets wat ik op een rijtje wil zetten. En ik heb toen een boek gelezen en dat heette: Sterkarm. En in dat boek was een tijdmachine waarmee men van de 21 eeuw naar de 16e eeuw kon reizen en weer terug. Iets wat natuurlijk totaal onmogelijk is en dus regelrechte fantasie is. En dat is zó leuk aan fantaseren. Wat zou ik doen als ik ineens in de 16e eeuw zou belanden? Maar dat vind ik onvoorstelbaar. Ik zou werkelijk niet weten hoe ik me zou gedragen. Ik zou niet weten hoe ik dan mijn leven zou leven. Terwijl juist omdat ik er over kan lezen, en dat er ook allerlei films over zijn gemaakt, dus je kunt het ook met allemaal beelden bekijken, is dat voor ons wel een beetje voor te stellen. We kunnen wel terug in de tijd denken. Andersom, iemand in de 16e eeuw, die heeft totaal geen beeld of voorstelling van hoe wij hier nu, in de 21e eeuw, leven. Zelfs iemand die aan het begin van 20e eeuw is geboren, zo in 1901, 1902, ook die kon zich, denk ik, geen wereld voorstellen met wat wij nu hebben, met internet, met computers. Dat je een mailtje kan schrijven. Een WhatsApp berichtje en dat je degene die aan de andere kant van de wereld is, dat je die ziet typen om een berichtje naar jou te sturen. Die mensen konden zich niet voorstellen dat je overal bereikbaar bent. Bijna op de hele wereld. En ook niet dat je totaal afhankelijk bent van het internet. En elke ontdekking vroeger, nou, denk maar aan elektrisch licht ..ehm.. de telefoon, de trein. Dat waren best hele grote veranderingen. En veranderingen die wij nu meemaken, dat voelt voor mij van: ze gaan heel snel, maar het gebeurt allemaal wel in kleine stappen. We worden daar eigenlijk helemaal in meegenomen. En daardoor is ja, bijna niets meer ons vreemd. Over de toekomst wat er dan mogelijk is, daar is nog zó veel over te schrijven. Ja, wij kunnen dat wel gaan bedenken, maar ook dan denk ik dat wij ook geen voorstelling hebben van hoe dat over een eeuw verder, hoe dan de wereld eruit zal zien.’ Uit deze tekst heb ik toen een regel gehaald: Herhalen, opdat ik het niet ga vergeten. En toen heb ik daar weer 15 minuten over geschreven. ‘Herhalen, opdat ik het niet ga vergeten. Ze hebben het wel over de kracht van herhaling. Dat is wanneer we iets nieuws leren, iets ons eigen willen maken. En soms is het dan écht nodig om veel, heel veel te oefenen. En te herhalen dus. Anders ben je het zo weer kwijt. Wat ik dan bedoel met het herhalen, is dat nieuwe idee. 's Avonds laat of midden in de nacht, in bed, dan komt het nieuwe idee, dat plopt op. Het kan ook onderweg zijn. En ik heb geen pen en papier bij me. Ik heb geen mogelijkheid om iets op te schrijven. Gebeurt ook als ik fiets of wandel. Dan heb ik ook eigenlijk niets bij me. Maar dat nieuwe idee komt wel op. En dat wil ik niet vergeten. En dan ben ik voortdurend aan het herhalen zodat het blijft hangen. En tijdens het herhalen, komen er dan weer allerlei nieuwe puntjes bij, die ik ook wil onthouden. Dus ook weer ga herhalen. En dat kan behoorlijk vermoeiend zijn. En zo heb ik al héle verhalen voor een podcast-aflevering gemaakt in mijn hoofd. En dan zijn dat best goede afleveringen, vind ik dan zelf. Alleen, het is dan niet opgenomen, het is niet echt, het staat nergens. Ik kan het niet opslaan, behalve in mijn eigen gedachten. En die ben ik dan weer aan het herhalen. En soms wel 4 of 5 keer. En dan heb ik écht van: tjonge wat een woordvondsten, oh wat een geweldige verhaallijn! Wat een mooie start! Wat een leuk plot ook! En dan kan het me enorm frustreren dat ik een deel ervan weer kwijt ben 's ochtends vroeg als ik weer wakker ben. Of als ik onderweg ben geweest, als ik dan weer eenmaal thuis ben. Heb ik het dan voor niets uitgedacht en herhaald!? Kan ik ook zonder al die gedachten, al die ideeën, fietsen of wandelen of slapen? Ja. Het liefst zou ik goed willen kunnen slapen. Het slapen lukt niet elke nacht even goed. Maar wat houdt mij dan wakker? Zijn dat die ideeën? Die continue stroom van ideeën? Of is het de tinnitus, het oorsuizen. Dat voortdurende geluid wat me wakker houdt? En soms ontdek ik dat het piekergedachten zijn. Maar het is gek dat ik minder piekergedachten heb, het zijn echt ..ehm.. veel meer creatie-gedachten. Dan bedenk ik ook van ..ehm.. welke gasten ga ik uitnodigen voor mijn radioprogramma? Waar kan ik nog meer boeken gaan verkopen? Of zal ik toch maar LinkedIn-berichten gaan maken? Maar welke thema's pak ik dan op? Waar ga ik dan over posten? En ook bijvoorbeeld dan bij de podcast: welk plaatje kan ik daarbij doen? Hoe kom ik daaraan? Moet ik die nog bewerken? Dus voortdurend zijn er allerlei gedachten die mij verder kunnen brengen. En stel dat ik al die gedachten daadwerkelijk had uitgevoerd? Als ik dat écht allemaal had uitgevoerd, dan had ik ontzettend veel acties ondernomen. Ik had hele boeken al geschreven. Ik had dan ontzettend veel ontmoetingen al gehad. Wat ik net al noemde, heel veel podcast-afleveringen al gemaakt. Al die programma's, al die ideeën, als die allemaal werkelijkheid waren geworden!’ Dit is naar aanleiding dus van een citaat van Etty Hillesum, waar ik elke keer weer op door-associeer op bepaalde zinnen. Zo heb ik ook nog een citaat en in dat citaat gaat het over muziek. En volgens mij heb ik dit kleine stukje over muziek al een keer verteld, maar juist in dat stukje staat weer een regel, die ik daarna weer oppak om verder over te schrijven. Dus dat deel ik dan, en misschien deel ik dat nu voor de tweede keer. ‘Muziek. Ik luister nauwelijks zelf naar muziek. Ik heb daar ook weinig behoefte aan. En het maken van het radioprogramma, dat, ja, dwingt mij, tussen aanhalingstekens, om passende muziek te vinden, bij het thema, bij de gast, bij het seizoen. En dat is wel heel goed, want dan luister ik tenminste af en toe wel naar muziek. En dan ook heel gericht, want ik luister naar de tekst, naar de tekstbeleving, naar de melodie, naar het ritme, de stijl van de muziek. Wat past er bij het radioprogramma en bij de gast? En ik zal dus nooit heftige, hardrock muziek kiezen en dat is gewoon omdat ik er zelf niet zo van hou. Maar ook bijvoorbeeld zware operamuziek of zware klassieke muziek, die zal ik niet zo gauw kiezen. Juist de lichtheid wil ik in het programma houden. Het programma wordt 's avonds uitgezonden en daarom kies ik ook h...

  45. 168

    8 Hoeveel stappen?

    Hoeveel stappen moet je doen per dag? Is 10.000 stappen de norm? Of mag het ook iets minder zijn? Zijn er ook alternatieven als je de stappen niet per dag kunt zetten?(Foto Pexels Clem Onojehuo)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht' en misschien ook wel de enige die gaat over het evenwicht in de breedste in zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 9, aflevering 8: Hoeveel stappen? Hoeveel stappen per dag, dan hoor je heel vaak dat je 10 duizend stappen per dag moet zetten. 10 duizend stappen, dat is nogal wat! En onze jongste zoon die wilde dat gaan nastreven, 10 duizend stappen, maar die kwam er al snel achter dat dat helemaal niet haalbaar is. Hij is gegaan naar 8 duizend stappen en hij probeert elke dag 8 duizend stappen te zetten. En hij heeft al gemerkt dat ook het in huis rondlopen, dat al die stappen mee kunnen tellen. Als je dan tenminste de stappenmeter ook aan hebt staan, anders kun je dat ook niet meetellen. Nu woont hij op zeshoog in een flat van wel 20 verdiepingen. Dus hij kan heel vaak die trap nemen. Met name omhoog, alleen dat doet hij dus niet zo vaak. Hij wil nog wel eens met de trap naar beneden gaan. En dan elke stap die je zet wordt natuurlijk geteld als een stap. Dus die 8 duizend stappen kan hij halen als ie in ieder geval een paar keer ook die trap naar beneden loopt. En dan naar boven gaat ie dan toch vaak met de lift. Maar 10 duizend stappen, waar komt dat eigenlijk vandaan? Ik ben eens op zoek gegaan en ik kom er ook achter dat het eigenlijk een marketing trucje is geweest. In de jaren 60 van de vorige eeuw, zo rond 1960, 1964 was er een bedrijf in Japan en die heeft toen de eerste stappenteller op de markt gebracht. En die stappenteller die heette: Manpo-kei. Dat is Japans en dat betekent 10 duizend stappen. En het Japanse teken voor 10 duizend, dat lijkt op een persoon die loopt. Dus misschien vandaar dat ze die stappenteller zo bedacht hebben of zo. Dit is door een heleboel andere bedrijven en organisaties overgenomen daarna. Helemaal zo'n 20 jaar geleden of zo, toen er heel veel meer stappentellers kwamen. Het werd eigenlijk ..ehm.. gewoon in Nederland om een stappenteller te hebben. Maar er is helemaal geen wetenschappelijke basis voor het aantal stappen. Dus ik ben toch ook eens effe op zoek gegaan van hoe zit het dan als je het hebt over het aantal stappen, wat is dan wel gezond om te doen? Nou heb je bij EOS wetenschap, hebben ze dat even allemaal uitgezocht. Die geven aan dat mensen die jonger zijn dan 60, die kunnen best volstaan met tussen de 8 duizend en 10 duizend stappen per dag. Dat zou heel goed zijn. Maar als je ouder bent dan 60, dan haal je het meeste voordeel als je tussen de 6 duizend en 8 duizend stappen zet! Dus het is toch al een heel stuk minder. En ben je boven de 75, dan zeggen ze, ja minimaal 1500 stappen. Het zou ook 4000 kunnen zijn. En maximaal 8000. Dus daar zit écht een grens aan. Nou zeggen zij, als je het hebt over stappen, misschien kun je het beter hebben over de lichaamsbeweging die je doet, de activiteiten die je doet. En dan zeggen ze al, dan 150 tot 300 minuten matige activiteiten wekelijks. Dus per week dat je tussen de 150 en 300 minuten bezig bent. Of als je dus heel krachtig bezig bent, gaat hardlopen of zo, dan zit je tussen de 75 en 150 minuten, dan kan dat korter. Dan gebruik je daar veel meer energie voor. Als dat lukt om die matige activiteiten wekelijks te doen, dan zorgt dat voor een betere levensverwachting en ook voor de cardiovasculaire gezondheid. Dus voor je hart en bloedvaten en zo. En dat klopt ook wel, we willen natuurlijk ook wel genoeg bewegen. En we weten ook wel, dat als je veel te veel beweegt dat dat dan weer ook een teveel is. Dat is dus helemaal niet nodig! Maar als ik nou ga naar die 8 duizend stappen, dan vraag ik me altijd af: hoeveel loop je dan ongeveer? Dat heb ik weer gevonden op een andere website. Bij Team Sportservice. Dan zeggen ze: ..ehm.. in zo'n 15 minuten kan je ongeveer 1500 stappen doen. En als je 30 minuten aan het lopen bent, dan zijn dat ongeveer 3000 stappen, 45 minuten zit je op 4500 stappen en bij 60 minuten dan doe je ongeveer 6 duizend stappen. Het ligt er ook een beetje aan hoe groot je stappen zijn. Lange mensen met lange benen zetten grotere stappen en die hoeven dus eigenlijk minder stappen te zetten. Of als ze zoveel stappen zetten, hebben ze ook een grotere afstand, dat ze kunnen afleggen. Want hier staat: 60 minuten is 6000 stappen, maar als je gaat wandelen, ongeveer 5 kilometer per uur, dat is ongeveer één uur wandelen, dan zouden dat ook weer 8 duizend stappen zijn. Dus het ligt er ook echt aan hoe groot je bent en hoe groot je stappen zijn. Wat daar ook bij gezegd moet worden is, dat oudere mensen minder stappen hoeven te zetten. Oudere mensen die gebruiken per stap veel meer energie en daardoor hebben oudere mensen minder stappen nodig om dezelfde voordelen te bereiken. En dat ken ik ook zeker bij mezelf. Als ik aan het wandelen ben, dan ben ik met mijn aandacht ook echt aan het wandelen en dan kost het zetten van de stappen, kost meer energie. Niet zo zeer het stappen zelf, als wel de aandacht die ik daarvoor nodig heb om me in evenwicht te houden. Want ik weet door de evenwichtsuitval die er is, dat het heel belangrijk is om in beweging te blijven, maar dat al het bewegen wat je doet waardoor je ja, links/rechts-coördinatie, ....ehm.... het recht op de weg blijven lopen, dat kost allemaal meer aandacht om dat goed te blijven doen. Dus kost ook meer energie. Nou ik ben al boven de 60, dus dan zou ik tussen de 6 duizend en 8 duizend stappen zitten wat voldoende zou zijn, maar als je weet dat het ook nog eens een keer sowieso het stappen zetten heel veel meer energie kost, kan ik misschien wel volstaan met 5 duizend stappen per dag. En nou weet ik niet eens of ik daar elke dag aan kom, want er zijn dagen dat ik veel minder aan het lopen ben. En de andere dag, als ik ga sporten, dan ben ik heel veel meer in beweging. En dan is het niet per se stappen, maar dan wel heel veel meer in beweging met mijn hele lichaam. Dan vroeg ik me af: als je het hebt over kilometer per uur? Hoe zit dat precies? Als je 5 kilometer per uur aan het lopen bent, hoeveel meter per seconde is dat dan? En dat blijkt dan 1,3 meter per seconde te zijn. Andersom, 1 meter per seconde is 3,6 kilometer per uur. 3,6 kilometer per uur dat is een beetje een langzaam wandeltempo. En waarom het nou dus die 1,3 meter per seconde is, als je 5 kilometer per uur wil wandelen? Het is een beetje een raar getal 1,3 - tenminste dat vind ik dan weer, dan denk ik het moet een mooi rond getal zijn. Maar komt dat natuurlijk omdat we 60 seconden in een minuut hebben en 60 minuten weer in een uur en als je dat dan omrekent, die 5 kilometer per uur is dan 1,3 meter per seconde. Als je ongeveer 10 duizend stappen wil zetten, dan ben je ongeveer 7 tot 8 kilometer qua afstand moet je dan afleggen. Maar ook dat is weer afhankelijk van de stappen die je zet. Mijn zoon die is lang, dus die zal grote stappen zetten, dus die hoeft minder stappen neer te zetten. Dus eigenlijk voor hem als hij dan 8 duizend stappen zet, moet hij best heel veel meer afstand afleggen wil die aan die 8 duizend komen, bedenk ik me opeens. Dat is voor hem toch wel anders. Ik heb kleinere stappen, ben dus eerder aan die 8 duizend stappen. En nóg eerder als ik ervoor ga om ongeveer 6 duizend stappen per dag te doen. Maar ik zei net al van als je gaat sporten, dan ben ik niet alleen maar aan het lopen, dan zijn er ook allemaal andere mogelijkheden. En op de sportschool is dat hè. Daar heb ik de crosstrainer waar ik op kan, daar zou ik dan ook in plaats van stappen tellen de crosstrainer voor kunnen gebruiken. ..ehm..... het fietsen kan ik daar doen. Ik kan op de loopband gaan lopen. Roeien. Roeien is ook een hele goeie. Dan ben je niet aan het lopen rechtop, maar door het roeien zelf ben je wel in beweging met je armen en te benen tegelijk. En een ander alternatief is ook dansen. Dansen is natuurlijk heel leuk, vind ik ook heel leuk. Dan ben ik mijn evenwicht aan het triggeren. Ik blijf daar soepel door. Ik ben nu zelf ook aan het bewegen dus (ha). ..ehm.. blijf er flexibel door. Dus met fijne muziek om me heen kan ik ook gewoon heerlijk dansen en is dat dus ook het alternatief om stappen te zetten per dag. En natuurlijk fietsen! Naar de sportschool ga ik altijd lopend. Maar ga ik naar het dorp of iets verder weg, dan neem ik altijd de fiets. En fietsen kun je dan ook in plaats van stappen zetten, kun je ook fietsen. Met het fietsen bouw je ook kracht op in je benen. En het verbetert ook je mobiliteit van je gewrichten en je knieën en zo. Terwijl het toch weinig belasting is voor je botten. Met een uur fietsen op een gematigd tempo, zit je zo aan 10 duizend stappen per dag! Ja en toen ik dat las, dacht ik van: nou een uur fietsen, dat doe ik nog wel eens. En dan is het niet vaak één uur achter elkaar, maar als ik een paar keer heen en weer fiets, dan zit ik op een gegeven moment al heel gauw aan dat uur. Dus dan doe ik misschien toch vaker die 10 duizend stappen per dag. Nou is natuurlijk naar het dorp hier fietsen, ben ik niet een uur onderweg, dat is 10 minuten, een kwartier. Maar ja, als ik dan al heen en weer ben gereden, ben ik zo dat ik een half uur toch wel samen, totaal gefietst heb. En als ik dat 2x gedaan heb op een dag zit ik natuurlijk al aan het uur. Want er staat niet bij dat je dat achter elkaar moet doen. Ik weet niet wat hier staat over dat fietsen of het een elektrische fiets is of een gewone fiets. 'k Moet zeggen: met een elektrische fiets, als ik wind tegen heb, dan is het door de elektrische fiets makkelijker om tegen de wind in te fietsen, is veel lichter. Dat zou anders zijn dan wanneer ik een gewone fiets zou hebben zonde...

  46. 167

    7 Tenenkrommen(d)

    Letterlijk en figuurlijk tenenkrommend, een aflevering over tenen, kromme tenen, tenen lezen en stevig staan.(foto Pixabay- Wokanpadix)Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons zintuig 'evenwicht'. Dat fascinerende zintuig waar we allemaal al dagelijks mee te maken hebben. En ook over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ik ben erachter gekomen dat er nog zó veel meer valt te vertellen over dat zintuig 'evenwicht' en helemaal dat evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 9, aflevering 7: Tenenkrommend. Tenenkrommend, dat is een uitdrukking. Dat is één woord, je schrijft het allemaal aan elkaar. Dat wist ik niet, maar toen ik dat ging opzoeken, en ik moest het zelf even opschrijven, dacht ik hé: het is één lang woord! Wat betekent tenenkrommend dan precies? Nou dat is iets als je je ergens heel erg voor schaamt. Of dat iets heel erg beschamend is. Dat iets gênant is. Dan kan dat tenenkrommend zijn. In Vlaanderen noemen ze het tenenkrullend. Grappig hè? En het kan dus tenenkrommend zijn maar het kan ook tenenkrommender zijn of zelfs overtreffend: tenenkrommendst. Dat woord 'tenenkrommen' dat iets al heel erg beschamend is, dat dat ook nog eens een keer een vergrotende en overtreffende trap heeft, dat het zelfs tenenkrommendst kan zijn. En kromme tenen van iets krijgen, ja, is eigenlijk ook ja, je rot ergeren aan iets. Het kan ook zijn dat het plaatsvervangende schaamte, dus niet de schaamte vanuit jezelf, maar je ziet iets gebeuren en jij schaamt je voor wat de ander er aan het doen is. Tenenkrommend, ergens kromme tenen van krijgen, kan ook zijn dat iets uitermate slecht is. En dan slecht, wat jij slecht vindt en dat je daar dus de uitdrukking voor gebruikt: kromme tenen van iets krijgen. Want het is natuurlijk een uitdrukking. En ik heb het even opgezocht. Ik dacht dat het een hele ouderwetse uitdrukking is van heel lang geleden. Maar het blijkt dat het pas in de jaren ‘80 in zwang is gekomen, want toen werden tenen als erg gevoelige lichaamsdelen beschouwd. Toen pas! Daarvoor waarschijnlijk helemaal niet. Pas vanaf de jaren ‘80 kwam daar veel meer aandacht voor en toen is dus die uitdrukking ontstaan: tenenkrommend. Dan moet je die niet verwarren met ‘gauw op zijn teentjes getrapt’, want dat is weer een hele andere uitdrukking. Kromme tenen, ja, je kunt het ook hebben. Kromme tenen dat zijn scheve tenen. En als je scheve tenen hebt, dan kan het helpen om daar steunzolen voor te gebruiken. Want die steunzolen die helpen dan om de druk op je voeten beter te verdelen en dat zorgt er ook weer voor dat je tenen minder belast worden. Ik weet nog wel dat ik vroeger als klein meisje een soort bult kreeg aan de zijkant van mijn voeten. En ik weet niet of het bij allebei de voeten was of bij eentje. En toen bleek dat ik heel erg naar binnen liep met mijn voeten, dat ik een beetje platvoeten had. En zodoende dat er een botje helemaal ging verschuiven, dat het naar de zijkant van mijn voet kwam. Het heeft niet direct met mijn tenen zelf te maken, maar wel met mijn voet en toen heb ik steunzolen gekregen om dat weer tegen te gaan. Want dan ga je op een andere manier weer staan, het wordt anders belast inderdaad. En dat heeft toen wel geholpen, want op een gegeven moment was dat bultje ook helemaal weg aan de zijkant. En dat was wel heel prettig, want toen werd ik er ook steeds bewuster van, van hoe ik zelf sta. Ik voel nu ook nog steeds als ik met mijn voet naar binnen ga, dat het écht een platvoet wordt, of dat ik meer op de buitenkant van mijn voet ga staan -dat ik die voetrand ook voel- en dan is het veel prettiger. Dus zo sta ik vaak, ik sta vaak hier op blote voeten aan de statafel te werken. Deze podcast op te nemen, online te werken. En dan ben ik me altijd bewust van hoe ik sta. Maar als ik sta, heb ik geen kromme tenen. Als je wel hele kromme tenen hebt, die door steunzolen niet op te lossen zijn, dan kan je dat ook operatief laten doen. Dan worden de kleine botjes van de teenkootjes, die worden gebroken en dan wordt dat weer goed recht gezet. En dan krijg je weer mooie rechte tenen. Maar als je gekrulde, samengeknepen tenen hebt of helemaal dat die voet dus verkrampt, dat kunnen dan tekenen zijn van dystonie. En dat kan dus bij de ziekte van Parkinson optreden. En ik ben nog verder gaan kijken. Nou blijkt dat naast gekrulde tenen er ook komma-tenen zijn. Ruiter-tenen. Hamer-tenen. Mallet-tenen. Jubeltenen. Klauw-tenen. Écht! Ik stond er verbaasd van, want dat wist ik niet! Je hoort af en toe wel dat er iets met een teen is van iemand. Maar dan ja, een komma-teen? Ik heb er nooit over gehoord. Ik heb dat volgens mij ook nauwelijks gezien bij iemand. Dus het valt ook niet echt op. En dat klopt ook wel, want we zitten natuurlijk altijd met die voeten in schoenen, dus het valt niet op dat tenen op een verkeerde manier zijn gegroeid. Maar al die soorten tenen, dat is een verstoring van het evenwicht van de voetspieren. Nou, dan hebben we weer natuurlijk evenwicht. Op ‘evenwicht’ ben ik alert van, wat bedoelen ze precies? En dan heeft het te maken met dat de trek- en buigspieren van de tenen, dat die dus niet meer goed werken. Dat daar dus iets verkeerd is gegaan. Dat kan met één teen zijn, dat is bijvoorbeeld zo'n hamerteen. Volgens mij gebeurt dat met één teen. Maar het kunnen ook meerdere tenen zijn of zelfs alle tenen als het echt al die tenen zijn, dat die zich gaan verkrampen. Dat kan onder andere ook gebeuren door artrose of diabetes, bij verzwakte voetspieren, dan kan het allemaal gebeuren. Als we kijken naar het psychische aspect, dan kan het ook zijn dat als je met gekromde tenen loopt, dan kan het duiden op spanning en stress. Dat is dan iemand die zijn uiterste best doet, waarbij het vaak wel lukt, maar ook vaak dat het nét niet lukt, dat het dan zo veel spanning op gaat leveren en dat je letterlijk met gekromde tenen gaat lopen. Nou, met gekromde tenen lopen, als je dat altijd doet, dan zorgt het ook voor spanning in je hele lijf, want alleen door het krommen van je tenen doen al die beenspieren ook mee! En ik denk als je dat helemaal doet, dan gaan je buikspieren meespelen, misschien zelfs je bilspieren. Maar als je dat continu aanspant, dan is het natuurlijk helemaal niet goed! Je kunt het ook zelf doen. Met je tenen krommen natuurlijk en dan vraag ik me af: kun je tijdens het lopen ook je tenen krommen? En is daar een verschil ook tussen dat, als je op blote voeten loopt of met schoenen aan? Want met schoenen aan en dan je tenen krommen, voelt heel anders dan wanneer je op blote voeten loopt. Nou is blote voeten lopen sowieso heel gezond. Want op blote voeten lopen dan versterken je voetspieren. Het zorgt ook voor een verbeterde bloedcirculatie. En daarmee ook de bloeddruk, die wordt daar ook positief door beïnvloed. En als je op blote voeten in de natuur loopt, daar word je rustig van. Want dan voel je ook echt de aarde onder je voeten, je voelt echt waar je loopt, de ondergrond en zo. En ook hierbij staat dan ook, je krijgt een beter evenwicht. Je wordt je bewuster van de stappen die je zet en je wordt je ook bewuster van je eigen evenwicht. Dat kan weer bijdragen tot een betere houding, een betere lichaamshouding. Dus blote voeten lopen dat is heel fijn om op die manier te lopen. Nou moet ik zeggen, ik kan niet altijd op blote voeten lopen. Ik vind het ook niet fijn om op harde ondergronden te lopen, op de stoep, op de straat, allemaal veel te hard waar we meestal op lopen. Dus daar doe ik toch veel liever schoenen aan. Helemaal ook om te voorkomen dat je wondjes oploopt. Dat je je bezeert en zo. Wat mij ook opviel toen ik daarover aan het lezen was, blote voeten: zonder schoenen, kunnen je voeten sneller gaan zweten! En dat kan best wel zijn dat dat zo is, maar dat valt dan bijna niet op, omdat je dan al aan het lopen bent of zo. En het meteen verdampt, want het is mij nooit op gevallen dat ik op blote voeten sneller aan het zweten ben. Nou heb ik sowieso weinig dat mijn voeten gaan zweten, dus ik heb daar sowieso niet zo heel veel last van. En er zijn bepaalde doelgroepen die beter niet op blote voeten kunnen lopen. En dat zijn mensen met diabetes of met MS of die een hernia hebben. Want die hebben een verminderde gevoeligheid in de voeten. En dan kun je beter niet op blote voeten lopen. Er is ook nog een andere uitdrukking en die uitdrukking is: ‘je schrap zetten’. En dan vraag ik me af: als je je schrap zet, ga je dan ook je tenen krommen? Want je schrap zetten heeft natuurlijk wel te maken met een soort spanning, dan is er iets wat heel spannend is. Maar ik vind ook, je schrap zetten is ook een teken van alertheid, dat je ..ehm.. gaat opletten. En ik vraag me af, als je je schrap zet of dan ook je tenen gaan krommen? Geen idee! Dat zou ik dan moeten uitvinden als ik zelf een keer... dat iets zó spannend is, ga ik dat dan ook doen? Ga ik mijn tenen krommen? Maar als je je tenen gaat bekijken, iedereen heeft andere voeten, maar ook andere tenen. Je kunt namelijk ook tenen lezen. Dat is dus een soort ‘tenen-taal’. Ik heb het gelezen (ha) op de website van Gehwol. En Gehwol is een merk van voetenbalsem en die geven bepaalde dingen aan over die tenen. Ze zeggen al; de vorm van je tenen, daar word je mee geboren. En dat is ook scheefstand en zo van je tenen, dat kan ook heel erfelijk bepaald zijn. In de loop der jaren kan het wel veranderen door prikkels van buitenaf. Bijvoorbeeld door verkeerd schoeisel of door een hele verkeerde houding van je voeten. En zodoende kunnen ook die verschillende tenen, die jubeltenen en hamertenen, dat kan allemaal dus ontstaan. Maar als je kijkt naar die tenen die van gezonde voeten. Als je dan aflopende tenen hebt, grote teen, tweede teen, derde teen, die dan een beetje zo schuin a...

  47. 166

    6 Kleurig is fleurig

    Ik hou van kleur. Het liefste wil ik ook kleurrijke, opvallende hoortoestellen die gezien mogen worden. Dat is niet eenvoudig, blijkt nu ik voor de keuze van nieuwe hoortoestellen sta. Het worden waarschijnlijk zwarte. Maar ik heb een ideetje hoe dat is op te lossen.(eigen foto van mijn huidige hoortoestellen)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Dat kan het fysieke evenwicht zijn, maar ook het psychisch evenwicht. En ook al die andere dingen die mij uit evenwicht kunnen brengen. Daar heb ik het over in deze podcast. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en ik werk ook als hoorcoach en begeleid mensen, mensen met de ziekte van Ménière, met tinnitus, maar ook met het gehoorverlies. En deze aflevering gaat over het gehoorverlies, of dat niet per se, het gaat meer over de hoortoestellen die nodig zijn voor het gehoorverlies, om het gehoorverlies minder te maken, om beter te kunnen spraakverstaan. Dit is seizoen 9, aflevering 6: Kleurig is fleurig.Dan neem ik je eerst even mee naar de opticien. ‘k Was naar de opticien om weer oogdruppels te halen of eigenlijk kunsttranen, want ik heb hele droge ogen. Ik heb er al een keer een aflevering over gemaakt. En die kunsttranen die helpen mij om dan toch voldoende traanvocht te hebben en dan worden die ogen niet zo droog en gaat het niet jeuken en zo, dus dat is heel prettig. Maar ik was bij de opticien en daar zag ik heel veel verschillende monturen. Te kust en te keur. Verschillend in vorm, verschillend in grootte, sowieso in kleur. En dan heb je één kleur of verschillende kleuren, binnen één bril. Er zijn mannenmonturen, er zijn damesmonturen, er zijn kindermonturen. En de vorm zelf dat het twee glazen zijn, dat is natuurlijk bij elke bril hetzelfde. En het glas is natuurlijk ook altijd hetzelfde. Ook al is de sterkte anders, het is altijd doorzichtig. Je hebt ook af en toe mee-kleurende brillen, anders dan een zonnebril. Maar veel keus daarin is er niet. Maar wél de keuze in het montuur. En ga je naar de ene opticien of naar de andere opticien en ook daar vind je weer heleboel verschillende andere monturen. En dan een hoortoestel. En dan beperk ik mij tot alleen achter-het-oor hoortoestellen. Dat is zo'n klein toestelletje wat achter het oor gaat en dan is er een slangetje wat dan in je oor gaat. En in je oor zit dan het luidsprekertje. En het kan ook dat het een heel oorstukje wordt. Maar dan beperk ik mij weer tot alleen maar wat achter het oor zit. Dat kleine apparaatje, dat kleine toestelletje wat daar zit. Die hoortoestellen, daar heb je verschillende merken van. Best veel verschillende merken. Binnen die merken zijn er ook nog weer allerlei types. En al die types, dat heeft ook nog weer te maken... in de loop der jaren had je eerst dát toestel, toen kwam dát erbij en dat type kwam erbij, dus je hebt ook nog -verspreid over de jaren- heel veel verschillende mogelijkheden. Dat maakt dat het kiezen van het juiste hoortoestel veel moeilijker wordt, omdat er zó veel keuze is. Toch heel anders dan bij het kiezen van een bril. Bij een bril zit daar dan toch een bepaalde beperking bij, want dat is wat in de winkel beschikbaar is, wat je kan zien. Maar bij een hoortoestel, je hebt niet de audicien die al die hoortoestellen op een rijtje heeft staan. De audicien die kiest voor jou wat bij jou het beste past naar aanleiding van jouw verhaal, over het gehoorverlies en wat jij belangrijk vindt om te versterken. Spraakverstaan of in rumoer te kunnen luisteren. Dat je graag muziek luistert of juist heel veel buiten bent. Aan de hand van het verhaal wat jij nodig hebt, kiest de audicien dan wat voor merk het beste bij jou past en welke type. Maar dat kleine toestelletje wat achter je oor zit, die vorm daarvan, dat lijkt eigenlijk allemaal wel een beetje op elkaar. En dat is ook wel logisch, want het moet wel achter het oor natuurlijk passen. De vorm daarvan kan wat ronder zijn. Het kan wat langer zijn dan de ander. Het kan iets rechthoekigs zijn. Dat is dus heel persoonlijk wat bij jou past. Want iedereen heeft een andere vorm oren. Maar verder blijft het wel beperkt. Het blijft klein en de één is iets groter, omdat daar bijvoorbeeld een ringleidingstand bij in moet. Dan wordt het een iets groter apparaatje. En dus ook nog een verschil of er batterijtjes in moeten of dat het oplaadbaar is. Want dan hoeft daar geen batterijtje in, maar wel een kleine accu. Dus het zijn allemaal dingen die maken hoe die vorm kan zijn. Maar dan de kleur. Ik ben eraan toe om nieuwe hoortoestellen aan te schaffen. En ik ben dus bij de audicien nu om dat uit te kiezen. En dan laat hij zien: dit is het merk wat we gaan uitproberen. Hiervan verwacht ie dat dat het beste bij mij gaat werken. En dan mag je kiezen wat voor een soort hoortoestel, welke kleur jij wilt hebben. En dan zie je die kleuren en dan is het de keuze tussen grijs, zilver-grijs, bruin, beetje metallic bruin, donkerbruin misschien nog wel, maar dan is het toch nog een soort huidskleur, of zwart. Heel veel meer keus is er gewoon niet. Zo saai! Ik vind het echt héél saai! De hoortoestellen die ik op dit moment heb, die zijn wit met een rode achterkant waardoor wit en rood ja, dat valt tenminste op. En ik vind het heel leuk dat het rood is. Tussen de keuze die ik had stond ook nog roze, lichtroze. Nou hou ik dus van kleur, maar ik vind lichtroze, ik heb zelf ook een lichte huidskleur, is ook een beetje roze, dan vind ik 'm ook weer wegvallen. Als het nou knalroze was geweest, had ik dat heel leuk gevonden! Waarbij de audicien nog zelf zei: het is maar de vraag of we daaraan kunnen komen, aan die kleur. Maar lichtroze viel voor mij sowieso af. Toen ben ik eens gaan kijken, als je hoortoestellen intikt en je kiest voor kleur dan kom je wel bij Phonak uit. Het merk Phonak, die heeft nog wel verschillende kleuren. Ik ga nu Oticon uitproberen en dan zie je wel een paar toestellen die wel een kleur hebben, maar precies dat merk en type waar ik nu voor gekozen heb, die heeft al die kleuren niet, behalve dat lichtroze. Dan moet je eigenlijk gaan naar de kindertoestellen. Het blijkt dat heel veel kindertoestellen wel in kleur zijn. En wat ik begrepen heb, is dat er vroeger veel meer kleurtjes waren en dat het steeds meer eruit gaat, omdat mensen er toch niet voor kiezen. Ik heb het ook gelezen op het blog van Janneke Roozen van Hoorstyle. Die heeft een blog gewijd aan dus die kleuren van het hoortoestel. Zij houdt ook heel erg van kleur en ze merkt ook dat er daar toch weinig variatie in is en weinig keuze in is. En waarom wil ik ze laten zien? Waarom wil ik graag een kleurtje? Nou sowieso, ik hou van kleur, maar ik heb ook gemerkt: ik zie ze dan beter. Ook zonder bril zie ik een kleurtje beter dan dat het een huidskleur zou zijn. En ik wil ook laten zien als mensen al iets van achter mijn oor zien -vaak hangt mijn haar er wel een beetje overheen- maar dan wil ik het laten zien: dit heb ik nodig. En ik wil ook laten zien dat het heel gewoon is om een hoortoestel te dragen. Net als dat je een bril draagt. Iedereen vindt het heel gewoon om een bril te dragen, dat ook een hoortoestel dragen heel normaal is. Dat het erbij hoort. Nou ja, wat ik al zei: ik hou van kleur dus het liefst wil ik dat in een kleur. En dan hoeft het nog niet eens verschillende kleuren te zijn, één kleur is wel goed. Ik geloof dat ik dan voor blauw zou kiezen of zo of ..ehm.. misschien wel groen. Waar ik minder van hou is de metallic-kleuren. En die Phonak-toestellen die ik dan vind, dat is heel vaak die metallic-kleur en daar hou ik dan weer niet van. Ik wil liever dat het wat mat is of zo. Nou ja, dat is dus écht heel persoonlijk. En jammer dat er dan zo weinig mensen voor kleur willen kiezen! Want als heel veel mensen het wél zouden kiezen, willen kiezen, dan zou dat natuurlijk veel meer zijn! Het grappige is, als je het hebt over kleuren hoortoestellen, dan hebben ze het ook wel over ..ehm.. ja de rode kleur is voor het rechteroor en de blauwe kleur is voor links. Maar dat zegt dus niets over dat toestelletje zelf, want die is helemaal niet rood en die is helemaal niet blauw. Dan gaat het over het kleine luidsprekertje aan de ene kant is dat dan rood, de rechterkant is rood en de linkerkant is blauw van kleur. Zodat je dus ook het toestel in het juiste oor stopt. Andersom gaat ook een beetje moeilijk, want ook het draadje loopt een bepaalde kant op, dus andersom krijg je het niet eens goed in je oor. Wat ik wel weet is dat je stickertjes kunt kopen. En die stickertjes die kun je dan plakken op je hoortoestel. En het is jammer dat het niet standaard is dat je dat door de audicien gezegd wordt, maar gelukkig heb ik dat zelf al gevonden. Ik heb er wel eens eerder over gehoord ook, dus ik ben even op die website gaan kijken, van Tiny stickers heet dat. Het lastige is alleen, daar zijn allerlei bewegende beelden. Al die stickertjes, al die thema's die ze hebben, dat verschuift steeds, dat draait, dat gaat heen en weer. En dat is weer heel lastig kijken voor mij. Dat heeft weer te maken dat het evenwicht niet goed werkt, dat bewegende beeld -en helemaal dan op deze website van Tiny stickers- is echt heel onaangenaam. Ik heb wel gezien dat daar ontzettend leuke kleine stickertjes op zitten. En die stickertjes zijn ook weer verwijderbaar, dus je kunt ze makkelijk weghalen, dus dan kan je weer nieuwe stickers erop doen. Dus ik vermoed -ik ga nu hoortoestellen uitproberen en ik heb nu gekozen voor de kleur zwart- en ik vermoed dat ik op een gegeven moment toch naar die stickertjes ga kijken, om te kijken van hoe ik ze dus kleurig kan krijgen. Hoe ik daar toch een kleurtje aan krijg. En het zijn verschillende thema's; het kunnen bloemen zijn of abstracte kunst of noem maar op. Ik weet zeker dat ik daar kleurtjes uit kan halen, p...

  48. 165

    5 Boodschappen doen

    Het dragen van boodschappen is nogal wat. Dat kan lastig zijn. Helemaal als het evenwicht minder goed werkt. (eigen foto van boodschappenkar)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons fascinerende en ingenieuze werkende zintuig evenwicht. Je hoort niet zo vaak verhalen over ons evenwicht. Terwijl we daar allemaal dagelijks mee te maken hebben. Je luistert naar Paula Hijne, ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En deze aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven' is seizoen 9, aflevering 5: Boodschappen doen. En dan begin ik met een verhaal. Boodschappen doen. Ik heb boodschappen gedaan, in de supermarkt vlak bij huis. Met twee overvolle boodschappentassen loop ik naar huis. Ze zijn eigenlijk te zwaar. Ik zet één tas neer en loop met de andere verder in één hand. Maar dat gaat veel lastiger. Ik loop helemaal te wiebelen met die ene tas, ik val er bijna mee om! Wat ongemakkelijk. Ik pak de tas met twee handen voor me en met moeite sjouw ik de boodschappen naar huis. Dan loop ik terug om de andere tas te halen. Die pak ik direct met twee handen vast. Met twee tassen aan beide zijden is het veel makkelijker lopen. Het lijkt wel of ik dan meer in evenwicht ben. Maar dan moeten ze niet te zwaar zijn. En lopen is sowieso altijd even uit balans toch? Dom om zo veel in één keer te kopen. Daar ben ik niet sterk genoeg voor. Dit verhaal staat in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', hoofdstuk 8 en dat heet: 'Links en rechts.' En dan gaat het over de hersenen. En dan ook hoe de hersenen werken in relatie tot de evenwichtsorganen en ook de linker- en de rechterhelft van de hersenen. Dat komt dan ook aan bod. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over die boodschappen doen. En waarom die boodschappen? Pas geleden had ik weer zo'n wiebeldag. Dat is zo'n dag dat ik instabiel ben, dat ik me wat draaierig voel, maar nog wel zelf kan lopen, eventueel met steun. En op zo’n dag, als het dan tijd is om boodschappen te doen, dan ga ik dat alsnog doen. En als dat op een zaterdag is, dan ga ik met mijn man naar de winkel. Met de auto gaan we daarnaartoe. En dat is een hele grote supermarkt. Op zo'n wiebeldag wil ik heel graag de winkelwagen hebben en die gebruiken als steun. Dus die wil ik de hele tijd bij me houden. Dat betekent dat ik dan met die kar overal dus langs ga rijden waar ik de boodschappen moet halen. Die steun is dan heel prettig. Wat het dan nog wel weer lastiger maakt is, dat er spullen zijn die heel hoog staan, dan moet je reiken. Dan moet ik helemaal op mijn tenen gaan staan. En op je tenen staan is natuurlijk ook wel weer wat uit balans. Dat is niet handig op een wiebeldag. Er zijn ook producten die helemaal aan de onderkant liggen. Dan moet je bukken om erbij te kunnen. Niet alles is op ooghoogte. En ook dat bukken is natuurlijk kantelen met je lichaam en ook maakt dat op zo'n wiebeldag dat lastiger is. Dat moet ik dan met beleid doen. Als ik dat zelf wil pakken, moet ik dat met aandacht doen, heel rustig aan. En als mijn man dan bij me is dan wordt het iets makkelijker, want dan kan hij die spullen pakken, die hoge en die veel te laag staan. En alles op ooghoogte kan ik natuurlijk zelf dan wel doen. Dat met steun lopen, met die winkelwagen, dan kan ik toch nog zelf boodschappen doen. Dat vind ik heel fijn. Waar ik nog wel mee te maken heb, is dat de winkel zelf allerlei triggers kan geven. En dan gaat het erom dat in een winkel, dan zie je allerlei drukke patronen, vormen, er is veel contrast, allerlei stippeltjes, streepjes, allerlei verschillende kleuren door elkaar heen en dat hele schappen lang. En vooral die grote supermarkt, met hele lange schappen, maakt als je dan daar doorheen gaat lopen, dat je aan weerskanten heel veel kleurrijke patronen allemaal ziet, en als je dan ook zelf aan het bewegen bent, dan wordt het moeilijker om daar doorheen te lopen. Dan kan ik me beter focussen op óf op mijn winkelwagen óf maar op één klein stukje steeds. En niet dat hele gangpad door kijken. Want dat zien van al die drukke patronen en kleuren, dat kan allemaal invloed hebben op dat evenwicht. En dat heeft dan ook bij mij, erge invloed op mijn evenwicht op zo'n wiebeldag. Dat zorgt écht voor desoriëntatie met alles om me heen. Dan lijkt het alsof het allemaal in beweging is. Als er dan ook nog allerlei mensen langs lopen, dan wordt dat nog wat moeilijker. Dat geldt ook, dat als je in een winkelstraat loopt -dat doe ik trouwens niet op zo'n wiebeldag, dan ga ik niet uitgebreid winkelen- maar zelfs als mijn evenwicht verder nou, rustig is, dat ik daar minder last van heb, en ik ga wel winkelen, kan ik last hebben van al die te veel aan prikkels, door nou ja, alles wat daar te zien is. Door te veel kleuren, door te veel vormen, vooral ook door licht! Het licht van buiten, gewoon van de zon, maar ook al het licht wat door die winkels allemaal gecreëerd wordt. Wat allemaal in de etalages staat. Sowieso ook in de supermarkt is het ook belangrijk wat voor soort licht daar dan hangt. Ze hebben recent de supermarkt helemaal verbouwd. En ik heb gemerkt dat het licht wat ze nu gebruiken, dat het voor mij fijner is, omdat dat veel rustiger is. Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar ze hebben het zó veranderd dat het voor mij rustiger is om daar dan rond te lopen. Dus het licht zelf heeft minder invloed op mij als ik zo'n wiebeldag heb, dat ik daardoor gedesoriënteerd raak. De muziek die gespeeld wordt in de supermarkt, dat is ook afhankelijk van hoe ik mij voel. Dat geldt denk ik voor heel veel mensen, maar op zo'n wiebeldag dan moet ik geen drukke muziek hebben. Geen techno-muziek, geen ..ehm.. met heel veel snel ritme of zo. Dan heb ik gewoon het liefst rustige muziek. Kunnen ze in de winkel niets aan doen, maar ik denk dat het voor heel veel mensen toch uitmaakt wat voor muziek er is. Ik heb wel eens dat als ik aan het winkelen ben, dat ik dan een winkel binnen loop waar de muziek zó hard staat, dan ga ik niet eens verder meer kijken. Daar loop ik uit, ga ik weg. Ik vind dat heel onaangenaam als daar hele luide muziek is. En dat geldt dus ook voor de supermarkt en als dat rustige muziek is, vind ik het veel prettiger om daar even iets langer te blijven. Maar wat kun je er nou aan doen, als je toch boodschappen moet doen en je hebt zo'n wiebeldag? Je voelt je niet zo prettig. Je bent wat instabiel. Nou, wat je dan zou kunnen doen, is dat je op hele rustige momenten gaat winkelen. Vaak zijn wij wel vroeg op de zaterdagochtend en dan zijn er nog niet zo veel mensen in de winkel, ik vind dat heel fijn. Ik merk het wel als ik hier naar de buurtsuper ga -die is bij ons vlak in de buurt- dan ga ik wel vaak op een moment dat het wat drukker is, omdat ja, dan heb ik bedacht vlak voor het eten: ik heb dat en dat nodig, maar dan gaan natuurlijk een heleboel mensen tegelijk... gaan dan naar de winkel. Dan kan het zijn dat ik... dat ik dat wel eens te veel vind. Helemaal als ik me dan niet zo prettig voel op zo'n dag, dan wil ik al die mensen niet om me heen! Dus je kunt beter kiezen voor rustige momenten om te winkelen. Wat mij ook helpt, helemaal op die zaterdag, is dat ik een lijstje heb. En met een lijstje dan hoef ik niet zo heel lang te zoeken. Ik hoef ook niet lang te treuzelen en dan nog te bedenken wat ik allemaal nodig heb. Dan hoef ik niet zo lang te blijven. Met zo'n wiebeldag -heb ik echt gemerkt- dan moet ik zéker geen haast hebben van, even snel dit en even snel dat. Dan is het voor mij belangrijk om de tijd te nemen en dan rustig rond te lopen en dat het niet uitmaakt of het 10 minuten langer gaat duren. Dus neem de tijd. Een andere tip die ik geef, dit komt allemaal uit het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Daar staat het ook écht een kopje: 'In de winkel' wat je allemaal kunt doen. Helemaal als het evenwicht dus niet goed werkt. Daar staat dan ook: gebruik de winkelwagen als steun. Nou dat is ook wat ik zelf natuurlijk heel erg ervaar. Dat het heel helpend is om die winkelwagen te gebruiken. Wat ook kan helpen is als dat dat licht toch ..ehm.. te fel is en er te veel kleuren zijn is dat je een donkergekleurde bril op gaat doen, een zonnebril. Dat tempert dan die kleurverschillen en dat maakt het contrast wat minder sterk. En dat maakt dan dat je rustiger kunt kijken. Dus ja, als het dan toch zo'n dag is waarop jij ook wiebelig bent, doe dan een zonnebril op als je naar de winkel gaat. Het klinkt misschien een beetje raar, het ziet er misschien ook een beetje raar uit, maar het kan écht helpen om toch rustig je boodschappen te doen. Wij gaan dan vaak met de auto, dan is het met de kratten terug in de auto en dan rijden we naar huis. Maar als je zelf niet met de auto van de winkel naar huis gaat, maar gewoon zelf lopend gaat, neem dan een boodschappenkarretje mee in plaats van dat je moet sjouwen! Helemaal in het begin van deze podcast heb ik verteld over dat sjouwen van zware tassen, dat dat heel onhandig is. En als je een boodschappenkarretje meeneemt, dan heb je daar nog weer een beetje steun aan. Je kunt een boodschappenkarretje achter je aan trekken, maar er zijn ook van die karretjes die kun je vooruitduwen, net als je eigenlijk een buggy ook duwt, kan je ook die boodschappenkar voor je duwen. En dan maakt het dat je wel wat meer steun daaraan hebt. Niet helemaal natuurlijk, ..ehm.. als die omvalt dan val je om, want hij glijdt natuurlijk zo weg. Maar het geeft wel toch wat steun. En omdat hij, als hij gevuld is, is hij ook wat zwaarder en zodoende helpt het ook wel weer op zo'n wiebeldag om daarmee te lopen. Ik heb die tas toen aangeschaft, want ik heb er zelf eentje. En dat was eigenlijk in de tijd dat de winkel hier net geopend was, dat is al jaren geleden dus, want toen had ik dus die Ménière en ik had continu dat ik aanvallen achter elkaar kreeg. En tussen de aanvallen door ook heel inst...

  49. 164

    4 Onze taal

    Taal is continu in verandering, ook al hebben we vaste spellingregels. Wat is taal precies, wat hoort ook bij taal?(eigen foto: scheurkalender uitspraak Loesje)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En in deze podcast vertel ik over ons evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over al die dingen die mij bezighouden. En daarvoor gebruik ik mijn stem en vind de woorden die ik wil delen met jou! Dit is seizoen 9, aflevering 4: Onze taal. Je luistert naar Paula Hijne. Ik deel allerlei woorden met jou. Die hoor jij, die versta jij. Je hebt daar misschien wel beelden bij. Dit gaat dus, deze aflevering, gaat over taal. Dat is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. En die gaat zo: Taal groeit. Taal ademt. Taal vindt altijd een weg. Ja, taal. Ik beheers alleen de Nederlandse taal. En ik kan ook een beetje Nederlands met gebaren. Maar ook dan gaat het om Nederlandse gebaren. Ik ken geen Engelse gebaren, geen Amerikaanse, geen Indonesische gebaren. Ik ken alleen maar de Nederlandse gebaren. Ik denk vaak in woorden en volgens mij dan minder in beelden. En toch zal het ook wel andersom zijn. Dan is er eerst een beeld, waarna ik dan de woorden zoek en vind, die het beeld dan weer woorden geeft, die het helderheid geeft, zodat ik dat beeld kan duiden. Zou ik ook alleen beelden hebben in mijn hoofd waar geen woorden bij passen? Volgens mij is dat onmogelijk. In dromen zijn er alleen beelden en gevoelens. Of droom ik ook in woorden? Dat weet ik eigenlijk niet precies. Taal vindt altijd een weg. Ja, dat vind ik ook dat het eigenlijk helemaal klopt, wat Loesje dan heeft opgeschreven. Op welke manier dan ook. Want in de communicatie is er altijd taal aanwezig, want communicatie is het gebruik maken van taal. En ook gebarentaal dat is een beeldtaal en al worden er geen letterlijke woorden gesproken bij echte gebarentaal, de NGT, Nederlandse gebarentaal, toch is dat communiceren met ..ehm.. gebaren, dat is ook een taal. Het heet ook niet voor niets gebarentaal. En toch ben ik daar langer over na gaan denken van, hoe zit dat nou precies met die taal? Als je nou kijkt naar de kunst, het maken van kunst. Dan hoef je toch niet per se taal bij te gebruiken? Sowieso iets maken, bijvoorbeeld eten klaar maken, dat kan volgens mij ook allemaal zonder taal. Je hoeft dus niet overal woorden op te leggen. Als je iets eet, maakt het helemaal niet uit of het woord ‘appel’ is. Je kunt die appel gewoon eten, zonder het woord ervoor te gebruiken. En ik had dat nooit eerder zo bekeken. Pas toen ik bezig was om na te denken over taal, kom ik op dit soort gedachten. En als ik kook, zonder recept, dan doe ik dat op gevoel, op ervaring ook en zo. En zo ook het toevoegen van kruiden. En dan maakt het niet uit of het kerriepoeder heet of dat het kurkuma is of dat het een mengsel is van allerlei kruiden. De naam zegt iets over het product, maar de naam die heb ik niet nodig om dan dat kruid toe te voegen. Ik kan gewoon die kerrie toevoegen, tijdens het koken. En als ik kijk naar de andere dingen die ik doe, bijvoorbeeld haken. Dat haken vind ik ook heel leuk, met katoen of wol. En de soort steek die ik dan maak, die heeft een naam. Maar ook zonder de juiste naam ervoor, kan ik die steek gewoon gebruiken tijdens het haken. Ik kan zelfs een steek bedenken waarvan ik niet eens weet dat er een naam voor bestaat. Gewoon een fantasiesteek. En als ik dat maar continu herhaal, dan kan ik dat gewoon doen. En volgens mij is het ook zo bij kleuren. Alle kleuren die hebben een naam, maar ook zonder de naam, kan ik wel gebruik maken, gewoon, van die kleuren. En het gekke is, ik zal zelf altijd de naam van de kleur of het ingrediënt, zal ik altijd in mijn hoofd benoemen. En dat komt gewoon omdat ik altijd in taal denk! En als het taalgebied in de hersenen beschadigd is door uitval, door een bepaalde ziekte, door een infarct, dan kan ik nog steeds -volgens mij- iets lekkers koken of iets kleuren of iets maken met mijn handen, want daar heb ik dus niet die woorden per se voor nodig. Alleen creatief schrijven, dat lukt dan natuurlijk niet meer, want creatief schrijven heeft natuurlijk álles met taal te maken. Dan gaat het om letters en woorden en zinnen, om daar teksten van te maken. En ook al zou ik dan de vorm van de letter na kunnen maken, als ik geen taal meer tot mijn beschikking heb, dan hebben al die letters helemaal geen betekenis meer. En ik zou nog steeds klanken kunnen maken, maar zonder taal is het onduidelijk hoe een bepaalde combinatie letters een woord vormen en wat dat dan betekent. En ik vraag me ook af, zou ik zonder taal kunnen zingen? Volgens mij kan dat gewoon. Allerlei klanken, daar kan je gewoon melodieën mee maken en dan hoeft het niets te betekenen, dus volgens mij kun je wel zingen zonder dat daar woorden aan te pas komen. Maar zonder taal, dan blijven alleen die beelden over. Beelden die misschien wel herkend worden, omdat er toch een ervaring aan zit, maar dan zonder dat het een woord is en zonder dat je er de betekenis achter weet. Maar voor mij is dat nauwelijks voor te stellen hoe zoiets precies werkt. Het lijkt me ook moeilijk om dat na te vragen bij mensen als taal als uiting niet meer mogelijk is. Want ja, hoe vertel je dat dan? Want vertellen doe je natuurlijk met woorden. Taal groeit. Taal ademt. Taal vindt altijd een weg. Taal ja, spelen met taal, dat doe ik natuurlijk heel graag hè! Als je al langer naar deze podcast luistert, dan heb je al veel vaker gehoord dat ik betekenis aan bepaalde woorden geef, aan bepaalde gedachtes geef, net weer op een andere manier dan hoe jij dat bedacht had of hoe een ander daarover denkt. En spelen met taal doe ik dan wel heel vaak met woorden. En al mijn gedachten zijn dan beelden dus, met daar die woorden toch bij. Als ik iets bedenk om te maken, dan komen daar altijd wel weer woorden bij, al gaat het maar om het materiaal wat ik wil gaan gebruiken, de voorwerpen die daarvoor nodig zijn om iets te maken, dan benoem ik in mijn hoofd toch dat materiaal of dat ding, de schaar, ..ehm.. de pen. En ook als ik een idee heb om een presentatie te geven, dan gaat het ook altijd over wat ik zeg. En wat ik wil doen. En ook daar gebruik ik natuurlijk steeds woorden voor. Dus een leven zonder taal, lijkt mij onmogelijk om heel bewust bezig te zijn. En zelfs als ik alles in gebaren zou doen, en met mimiek, dan is het steeds een vertaling van wat ik denk, wat ik wil, wat ik bedoel. Ja, en het is ook niet voor niets natuurlijk gebarentaal. Maar taal vindt altijd een weg. Ja, dat denk ik ook dat dat zo is. Ik kan me dus niet voorstellen hoe het leven zou zijn zonder taal. En dat is best vreemd, want ik kan me wel een voorstelling maken hoe het is om blind te zijn of doof te zijn. Alleen tegelijkertijd doof en blind zijn, dat is weer niet mogelijk - dat gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Hoewel, ietsjepietsje weet ik een beetje hoe dat is. Ehm.. gelukkig kan ik er ook over lezen. Ik heb pasgeleden daar ook een boek over gelezen van iemand met het syndroom van Usher die dus langzamerhand steeds minder gaat zien en ook steeds minder gaat horen. Haar voorland is ook, dat op een gegeven moment de hele, het hele zicht en het hele gehoor ook is weggevallen. Dan weet ik niet hoe je dan in de wereld staat. Hoewel zij wel heeft geleerd taal te gebruiken en woorden te gebruiken, dus ze heeft wel bepaalde beelden waar allerlei woorden bij horen. Maar weer even terug naar mezelf dan. Ehm.. zonder taal, hoe zou ik dan boodschappen doen? Nou denk ik dat als je door de winkel loopt, dan kan je aan de hand van wat je ziet, kun je toch een keuze maken. En kun je dat dan meenemen. Want van veel spullen, dan zie je al wat het is. Alle groenten en fruit. En anders zitten er plaatjes op, op verpakkingen. En de herinnering aan hoe iets smaakt, hoe de geur is, hoe je het klaar maakt dan, kan allemaal zonder de taal die je ervoor nodig hebt. Dus volgens mij kun je best boodschappen doen zonder taal. Alleen ja, niet het lijstje natuurlijk. Als je een lijstje, een boodschappenlijstje maakt, dan heb je weer woorden nodig om het op te schrijven. Tenzij je dat natuurlijk weer met foto's zou doen! Als je foto's van het product maakt wat je nodig hebt, dan kun je dat lijstje meenemen. Maar hoe zit het dan met getallen? Getallen dat is ook een soort van taal. En hoe ga je dan afrekenen? Als je dus contant moet afrekenen, dan heb je het nodig dat je weet hebt van de getallen - dus cijfers en het geld dus begrijpt. Dan is het wel makkelijk als je kunt pinnen met een pinpas en je hoeft die alleen maar tegen het apparaat aan te houden. Dan heb je weer geen woorden nodig en ook geen getallen. Tenzij je natuurlijk toch de pincode moet invoeren. Er zijn mensen die analfabeet zijn, die kunnen dus niet lezen. Die kunnen de woorden niet lezen. En toch zijn ze wel voortdurend met taal bezig, want communiceren, praten met elkaar is natuurlijk ook altijd taal. En als je in het woordenboek opzoekt 'taal': ‘taal is een systeem van klanken, letters en woorden en die worden gebruikt door mensen om elkaar dingen duidelijk te maken.’ Als jij niet kan lezen, dan kun je wel dat systeem van klanken en letters en woorden gebruiken. Want mensen die analfabeet zijn kunnen wel gewoon vertellen, kunnen wel dingen uitleggen, vinden wel de woorden voor wat ze nodig hebben. Wat ze willen gaan doen. Taal groeit. En taal is voortdurend in beweging. Er komen steeds nieuwe woorden bij. En er zijn ook woorden die verdwijnen. Er ontstaan ook allerlei nieuwe vormen van communicatie. Er is ook een computertaal. We hebben het ook wel eens over de lichaamstaal. Maar als er helemaal geen taal meer zou zijn, volgens mij zouden dan alle, bijna alle beroepen niet meer bestaan. Net zoals dat als er geen internet...

  50. 163

    3 Water

    Water drinken, het is onze eerste levensbehoefte. Ik vind het heerlijk om wat er te kunnen drinken. Dat heb ik wel moeten leren. (eigen foto; gebaar voor water drinken)Volledig transcript Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast heb ik het ook vaak over allerlei dingen die mij in evenwicht houden. Dat kan zowel fysiek zijn of juist psychisch. Dit is zo'n aflevering waarin ik het ga hebben over wat mij helpt om ook daadwerkelijk ook wel in evenwicht te blijven zonder dat het dus iets ..ehm.. fysieks is, maar het is wel heel tastbaar. Dit is seizoen 9, aflevering 3: Water Voordat ik altijd begin bij de podcast opnemen, loop ik altijd eerst even naar de badkamer om een beker water te drinken. Of ik heb al een glas van beneden meegenomen, daar doe ik water in en dat zet ik hier bij me neer. En voordat ik ga praten, neem ik altijd eerst een slok water. Water! Water drinken, ja dat is cruciaal om te overleven. We hebben water nodig. Het is eigenlijk onze eerste levensbehoefte. Ik heb wel eens gezegd over de behoefte om te voelen ‘waar is de aarde?’ Dan gaat het weer over het fysieke evenwicht. Die behoefte die ons lichaam heeft, waar is de aarde, die behoefte is groter dan eten en drinken. Nou denk ik dat het eigenlijk alleen maar om het eten gaat, want het drinken, ik vermoed dat dat echt wel de eerste levensbehoefte. Genoeg vocht tot je nemen, dat je genoeg vocht nodig hebt, om te blijven leven. En dat daarna de behoefte is van willen weten ‘waar is de aarde?’ En dat het eten daarna pas komt. Want dat voelen van die aarde is ook echt héél erg belangrijk. Dat weet je niet, dat is vaak een onbewust gevoel. Je gaat het pas begrijpen op het moment dat je ook echt een keer de aarde niet meer kunt voelen en hoe onaangenaam dat is. Maar dat is weer voor een andere aflevering. Nu gaat het over water. Cruciaal om te overleven. Water zorgt er namelijk voor dat er ook een goede opname van de voedingsstoffen is. Dat je dus, als je water drinkt, ook alle andere dingen die je eet, dat dat goed vervoerd kan worden door je hele lichaam, want het water zorgt ook voor het transport. En met voldoende water, met voldoende vocht, dan kunnen al die voedingsstoffen die nodig zijn voor je lijf ook goed opgenomen worden. Het water is ook nodig voor het afvoeren van allerlei afvalstoffen in je lijf. Als je allerlei voedingsstoffen opneemt is er ook tegelijkertijd altijd een soort afvalproductie en ook dat moet weer weg! Dat gaat via de urine en de ontlasting. Dus dat afvoeren is ook net zo belangrijk. En genoeg vocht is ook nodig voor het regelen van de lichaamstemperatuur. Water is dus cruciaal! Op één dag verlies je wel zo'n 2,5 liter vocht. En dat is natuurlijk de urine en de ontlasting, maar ook via de ademhaling en via het zweten. Al het bewegen, ook al voel je het niet direct dat je helemaal drijfnat wordt, iedereen heeft wel iets dat ie... dat ie zweet. En dan uit eten, als je gewoon alleen maar eet, dan haal je ongeveer 1 liter vocht, haal je dan wel, omdat in heel veel eten -en met name ook in allerlei groenteproducten en zo- daar zit al heel veel water in. Maar daarnaast wordt geadviseerd om toch zo'n anderhalf tot 2 liter water te drinken. En waarom maak ik deze aflevering? Ik vind het namelijk heel belangrijk om water te drinken. Dat heb ik niet altijd geweten. Maar ik weet nog, lang geleden en dan, dat was nog in de tijd... dat ik woonde in Maarssenbroek. Daar had ik een vriendin, en die vriendin die was natuurgeneeskundige, en ik was bij haar -ik weet niet meer met welke klacht ik bij haar kwam- maar zij ging bij mij van alles meten en zij gaf toen al heel snel aan: 'Je hebt een vochttekort. Je moet veel meer vocht tot je nemen en ja, dat kan door dus voldoende water te drinken.' En gewoon water drinken, was ik toen niet gewend. Het was altijd koffie, thee, het was sap, misschien ook wel frisdrank, dat weet ik eigenlijk niet meer. Het is best lang geleden. En toen ben ik dat heel langzaam gaan opbouwen om meer water ten drinken, want ik dacht: hoe kom ik nou aan anderhalf tot 2 liter? Dan moet ik eigenlijk elke keer gaan tellen en zo, en toen zei ze: 'als je nou gewoon een fles neerzet en die fles die moet leeg aan het eind van de dag. En dat is een literfles, dan heb je in ieder geval één liter al gedronken plus al je andere drinken aan koffie en thee. Dan kom je al een heel end. En als je die dan ergens neerzet, zichtbaar dus op het aanrecht waar je vaak genoeg langs loopt, en dan elke keer neem je daar dus water uit.' En zo heb ik dat gedaan, ik weet dat ik dat toen nog wel heel lastig vond. Maar heel langzaamaan ben ik steeds meer gaan drinken. En dat het ook steeds gewoner werd om water te drinken. Gewoon puur water! Niets erdoorheen. Helemaal niet! Dat was mijn eerste kennismaking dat mijn lichaam dus veel meer vocht nodig had. En het grappige is, ik wilde deze aflevering dus al heel lang maken, maar dan wilde ik wel even precies weten, waarom is water nou zo belangrijk? Dus daarom ben ik een heleboel gaan opzoeken daarover en ook in relatie tot wat ik zelf ja, daarvan ervaar. Ik weet ook wel dat op een gegeven moment was het ..ehm.. in het werk, in het onderwijs, had ik een klas met kinderen in een noodgebouw en het was ontzettend warm. En ik heb toen aangegeven dat de kinderen zelf een bidon of een flesje mee mochten nemen om op de tafel te zetten en dat we tijdens het werken, dat iedereen gewoon zelf water mocht blijven drinken. Dat was ook nodig, want het was daar zó warm! En ja je moest wel blijven lesgeven! En ik had al gemerkt, als de kinderen niet voldoende water namen, dan verslapte die concentratie, ..ehm.. (ha!) ze liepen bijna rood aan, ze hadden nergens meer zin in! Nou echt, dat is gewoon niet fijn werken! Dus, ik ben toen begonnen met dat het normaal is om dan toch water in de klas te hebben en dat elk kind daar gewoon gebruik van mocht maken. En dat hielp écht! Dat was heel prettig om te zien, het was fijn om te zien, dat de kinderen ja, als vanzelfsprekend toch ook zelf water gingen drinken en dat dat hielp! Want als jij weer een, als het heel warm is, een beetje een koel slokje water neemt -ook al is het water al wat meer lauw geworden- dan nog helpt het om je weer lekkerder te voelen. Het hoeft niet meteen heel koud water te zijn. Toen ik zelf kinderen kreeg, ben je in het begin gewend om de kinderen, als ze al wat ouder zijn, om dan pakjes drinken mee te geven. En tot mijn verbazing was onze jongste zoon, die wilde gewoon alleen maar water! Die hoefde helemaal geen limonade mee of sap of chocomelk, hij wilde gewoon graag water. En zelfs op feestjes, het was dan nog zo dat iedereen limonadesiroop kreeg en op een feestje kreeg je dan cola of sinas, hij hoefde dat helemaal niet! Hij nam gewoon water! En mensen vonden het altijd heel gek, die hadden zo van: doe eens gezellig, neem toch ook een glas cola. Nee, hoefde hij niet. Water was genoeg. En nog steeds drinkt hij genoeg water. Ik moet zeggen, soms drinkt hij ook een kop thee en als we toch uiteten gaan neemt hij nu wel ice tea of zo, dan is het niet meteen gewoon water. Maar gedurende de dag is hij al heel gewoon om water te drinken. En ik ben zelf ook helemaal gewend om altijd een flesje mee te nemen. Ook als ik wegga. Of juist als ik wegga. En pasgeleden was het ook, zat ik in een ruimte met zo'n elf mensen en zes van die mensen hadden allemaal een bidon op tafel staan om dus af en toe dus wat te kunnen drinken. Ook dat wordt veel gewoner voor heel veel mensen, om dus een bidon mee te nemen om dus ja, elk moment wel een slok water te drinken. Maar hoe zit dat dan? Ik noem dan water drinken, maar je kunt gedurende de dag ook koffie nemen. Hoewel je dat wel beperkt moeten houden. Stel dat je tien koppen koffie op een dag drinkt, dan is dat niet zo handig, want daar zit heel veel cafeïne in. En die cafeïne zorgt er ook weer voor dat er toch, het water weer onttrekt uit je lijf. Dus koffie moet je heel beperkt houden. Je kunt theedrinken, maar dan niet alleen zwarte thee, maar liefst eigenlijk meer de kruidenthee. Want in thee zitten theïne, dat is een beetje hetzelfde effect als cafeïne. Dan is kruidenthee al prima. En bij een kruidenthee is het ook wel belangrijk om niet altijd hetzelfde te drinken, maar daar wel afwisseling in te hebben. En je kunt natuurlijk ook een keer een beker melk drinken, maar ook daar niet te veel van. Want dan krijg je weer veel te veel eiwitten binnen. Maar als je dat dan bij elkaar gaat optellen, dan zit je op zo'n 8 tot 10 mokken, bekers per dag. Geen kleine kopjes, maar gewoon een beker van zo'n 250 milliliter en als je er daar dan 8 van drinkt, dat kun je gewoon tellen. Ik heb 's morgens thee gedronken, in mijn geval gemberthee. Om 11 uur een beker koffie. Tussen de middag een beker kefir, vind ik erg lekker. 's Middags een kop thee.'s Avonds drink ik een kop ..ehm.. cichorei-koffie, dat is een beetje nep-koffie. Dan zit ik al aan 5 of 6 bekers. En dan tussendoor neem ik water. Als ik ga sporten neem ik altijd een bidon mee en dat is een bidon van zo'n 750 milliliter en ook die drink ik dan altijd leeg. Maar ja, bij het sporten, ben je heel veel meer in beweging, ben je meer aan het zweten, dus is het goed dat je dat ook weer aanvult. Dus ik kom vaak wel aan die anderhalf tot 2 liter. En het fijne is, dat water dat helpt dan ook enorm bij de hydratatie van het lichaam. Het zorgt voor een gezonde huid. Het zorgt ervoor dat die huid stralender blijft. Dat die minder vatbaar is voor uitdroging. Het zorgt ook voor dat je niet vroegtijdig veroudert. Het houdt dus de huid gezond! En ik weet dat als ik naar de schoonheidsspecialiste ga, dan zegt ze ook altijd dat ze kan zien aan mijn huid dat ik voldoende drink. Ook al is mijn huid van mijn gezicht, dat is droog, ik heb sowies...

Type above to search every episode's transcript for a word or phrase. Matches are scoped to this podcast.

Searching…

No matches for "" in this podcast's transcripts.

Showing of matches

No topics indexed yet for this podcast.

Loading reviews...

ABOUT THIS SHOW

Evenwicht, je levenDe podcast over het zintuig evenwicht. Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht.De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht. In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord. 'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'.https://evenwichtinuitvoering.nl/

HOSTED BY

Paula Hijne

CATEGORIES

URL copied to clipboard!