Leven in overvloed | 365x – Alistair Begg

PODCAST · religion

Leven in overvloed | 365x – Alistair Begg

‘Leven in overvloed’ is een dagboek met korte, bijbelgetrouwe overdenkingen die helpen om elke dag gericht te blijven op Gods genade en trouw. In heldere woorden wijst Alistair Begg de weg naar het evangelie en naar een leven van geloof in het alledaagse.Een betrouwbare en bemoedigende gids voor wie dagelijks wil lezen, nadenken en groeien.

  1. 125

    Een theologie van verdriet | Ruth 1:20

    ‘De Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.’ Naomi verbergt haar verdriet niet wanneer zij terugkeert naar Bethlehem. Midden in verlies en onbeantwoorde vragen blijft zij toch spreken over God als Shaddai – de Almachtige die voorziet en beschermt. Haar eerlijkheid laat zien dat geloof het lijden niet ontkent, maar ermee vlucht tot God. Terwijl de oogst weer binnengehaald wordt in Bethlehem, breekt voorzichtig een straal van hoop door. De God die Naomi droeg, blijft ook vandaag Zijn kinderen vasthouden in de duisternis.

  2. 124

    De God van het alledaagse | Ruth 1:22

    ‘Ik ken jou.’ Het verhaal van Ruth en Naomi laat zien dat Gods voorzienigheid zichtbaar wordt in de gewone gang van het leven — in gerstvelden, dagelijkse maaltijden en zelfs midden in menselijke dwaasheid en verdriet. Wij denken vaak dat God alleen werkt in het spectaculaire, maar Zijn trouw schittert juist in het alledaagse. Hij weet, Hij onderhoudt en Hij voorziet. Zoals Hij zorgde voor Naomi en Ruth, zo houdt Hij ook vandaag Zijn oog gericht op Zijn kinderen.

  3. 123

    Je moet kiezen | Ruth 1:16

     ‘Waar U heen gaat, zal ik ook gaan.’ Ruth laat het vertrouwde achter en kiest ervoor Naomi te volgen naar Bethlehem — niet uit zekerheid, maar omdat de God van Naomi haar God geworden is. Haar keuze wijst heen naar de dagelijkse roep van Christus: volgen wij Hem of keren wij terug naar het oude leven? In grote en kleine beslissingen laat discipelschap zich zien. De weg van navolging vraagt offers, maar leidt tot het ware leven in Christus. 

  4. 122

    Dit is het werk van de HEERE | Ruth 1:6

    ‘God geeft Zijn volk wat het nodig heeft.’ Terwijl Bethlehem — het ‘broodhuis’ — getroffen werd door honger en verdriet, bleef de HEERE toch zorgdragen voor Zijn volk. Naomi ontdekte midden in haar verlies dat God opnieuw brood gaf in Bethlehem. Diezelfde voorzienige zorg draagt ook ons, vaak stil en onopvallend. In dagelijkse gaven, zelfs in ‘eieren en melk’, schittert Zijn trouw. Uiteindelijk wijst al Zijn zorg heen naar Zijn grootste gave: Jezus Christus, de Verlosser.

  5. 121

    De voorwaarden | Markus 8:34-35

    ‘Wie achter Mij wil komen, moet zichzelf verloochenen.’ De voorwaarden van Christus veranderen nooit: discipelschap betekent een leven dat niet langer om jezelf draait. Door Zijn genade worden we hervormd om Hem te volgen, ook wanneer die weg kostbaar en zwaar is. Jezus roept ons niet tot iets wat Hij Zelf niet heeft gedragen. Hij ging ons voor naar het kruis. Wie zijn leven verliest omwille van Zijn koninkrijk, zal ontdekken dat geen offer opweegt tegen de heerlijkheid die komt.

  6. 120

    Hij weet wat het is | Hebreeën 2:17-18

     ‘Hij kan volkomen meevoelen met ons geworstel.’ Christus werd verzocht zoals wij, maar zonder te zondigen. Daarom mogen ontmoedigde gelovigen weten dat verzoeking op zichzelf geen zonde is en dat Jezus niet van een afstand toekijkt. Hij kent de strijd aan den lijve. Wanneer verzoekingen hevig worden, roept Hij ons niet om eraan toe te geven, maar om tot Hem te vluchten. Deze grote Hogepriester draagt schuld en schaamte weg en geeft genade om staande te blijven in de strijd. 

  7. 119

    De kracht van de Geest | Handelingen 1:8

     ‘U zult Mijn getuigen zijn … tot aan het uiterste van de aarde.’ De discipelen die zich eerst angstig verborgen hielden, gingen na Jezus’ opstanding en de komst van de Heilige Geest vrijmoedig het evangelie verkondigen. Diezelfde Geest leeft ook vandaag in allen die in Christus zijn. Hij geeft kracht om grenzen over te steken, mensen lief te hebben en met moed het goede nieuws door te geven – dichtbij en ver weg. Bid dat God Zijn Geest opnieuw uitstort in jouw leven. 

  8. 118

    Iedereen aanbidt iets | Jesaja 42:16-17

     ‘Je zult vandaag iemand dienen.’ Wij zoeken zo gemakkelijk naar vervulling in afgoden die Gods plaats innemen – ‘drank en seks en status’, terwijl ware vreugde alleen in Hem te vinden is. De afgoden die om onze aandacht roepen, blijken uiteindelijk machteloos en stil. Maar de levende God spreekt, leidt en brengt licht in de duisternis. Hoewel wij Hem de rug toekeerden, gaf Hij ons Jezus, onze Wonderbare Raadsman. Ware vervulling ligt in het dienen van Hem en het gediend worden door Hem. 

  9. 117

    Vrijwillig geven | Filippenzen 4:14-15

     ‘U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets.’ De gemeente in Filippi steunde Paulus niet uit plichtsgevoel of emotie, maar omdat zij begreep dat alles wat zij bezat eerst van God ontvangen was. Hun vrijgevigheid bleef niet beperkt tot een enkel moment, maar werd gekenmerkt door volharding en toewijding. Ook wij geven ‘naar de genade die ons is gegeven’ – niet onder druk, maar als ontvangers van Gods overvloedige genade. 

  10. 116

    Jezus reinigt de tempel | Johannes 2:15, 17

    ‘De ijver voor Uw huis heeft Mij verslonden.’ Hij verdraagt niet dat Gods huis ‘in het teken van de verering van geld’ staat en dat Gods eer wordt bezoedeld. In heilige ijver reinigt Hij wat ontheiligd is. ‘Breek deze tempel af…’ — Hij spreekt over Zichzelf, de ware tempel, die gegeven wordt. Hij komt niet alleen om te reinigen, maar om te herstellen. Zie Zijn hartstocht voor Gods eer, en overweeg wat dat betekent voor het hart. 

  11. 115

    Jezus is Koning | Openbaring 5:13

    ‘Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging… in alle eeuwigheid.’ De troon is niet leeg: Jezus is Koning, en Hij regeert. ‘Niemand ontbreekt in dit verhaal’; allen zullen staan voor Hem. Er komt een scheiding, een eeuwig onderscheid. ‘Ons burgerschap is in de hemelen.’ In dat licht krijgt het leven zijn richting—om Hem te eren, nu en tot in eeuwigheid. 

  12. 114

    Veilig op vaste grond | Psalm 13:4-6

    ‘Ik echter vertrouw op Uw goedertierenheid, mijn hart zal zich verheugen in Uw heil.’ Te midden van wankelen en strijd kiest David: hij slaat de tentpinnen van zijn hart in Gods onfeilbare barmhartigheid. ‘Verlicht mijn ogen… anders ontslaap ik in de dood’, maar toch blijft dit belijden staan. In storm en beproeving blijkt Zijn goedertierenheid het vaste fundament, waarop vreugde opnieuw ontwaakt. 

  13. 113

    Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van mijn hart | 1 Korinthe 6:9-11

    ‘Dwaal niet… onrechtvaardigen zullen het Koninkrijk van God niet beërven.’ ‘Maar u bent schoongewassen… geheiligd… gerechtvaardigd.’ In een wereld vol misleiding blijft één boodschap staan: ‘Jezus Christus, en Die gekruisigd.’ Alleen Zijn verzoenend sterven bevrijdt en vernieuwt. ‘Laat Uw bloed mijn hoop dan wekken en mijn schuld voor God bedekken.’ Hier vindt het hart rust, temidden van alles wat wankelt. 

  14. 112

    De slapende Zaligmaker | Markus 4:38-39

    ‘Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?’ Jezus lag te slapen, met Zijn hoofd op een kussen. De Heere der heerlijkheid kende honger, dorst, moeheid en ongemak. ‘Christus weet wat het is.’ Hij is de levende Christus, een meevoelende Zaligmaker en een trouwe Metgezel. Breng je angst maar bij Hem, ‘want Hij zorgt voor je’. 

  15. 111

    Hoe reageer ik op het succes van een ander? | Genesis 37:9, 11

    ‘Afgunst verteert de afgunstige.’ Wat begint als jaloezie, groeit uit tot ‘bedrog en boosaardigheid’. De broers van Jozef zien niet hoe hun hart wordt meegevoerd. ‘God bestuurt alle menselijke aangelegenheden’ en geeft aan ieder zijn plaats. Wie dit erkent, leert anders kijken. In het gebed verliest afgunst haar greep. Leg je hart open en buig je neer: dankbaar voor wat Hij geeft, vrij van de last van jaloezie. 

  16. 110

    Hoog verheven | Filippenzen 2:9

    ‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd.’ Na de weg van vernedering volgt de verheffing van de Zoon, ‘zeer hoog verheven’. ‘Elke knie’ zal buigen en ‘elke tong’ belijden dat Hij de Heere is. De Vader zag Zijn gehoorzaamheid en Zijn lijden, en ‘de liefde van de Vader’ verhief Hem. Niet de kroon, maar ‘Zijn doorboorde hand’ trekt het hart. In Zijn heerlijkheid schittert de vernederde Koning. 

  17. 109

    Jezus richt ons op | Markus 9:26-27

    ‘Ik ben de Opstanding en het Leven.’ In een ‘vreselijke situatie’ grijpt Jezus in: Hij bestraft de macht van de duisternis en ‘pakt de jongen bij de hand en richt hem op’. Waar alles verloren lijkt, brengt Hij leven. ‘Er is niemand die niet door Jezus kan worden geholpen.’ Wie hulpeloos is, mag komen; wie gebroken is, wordt opgericht. In Zijn nabijheid blijkt: geen nood is te groot voor Zijn machtige ontferming. 

  18. 108

    Vraag het Hem maar! | Jakobus 4:2

    ‘U nadert tot een Koning. Smeek Hem om grote dingen.’ Jezus zegt: ‘Alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult.’ Toch klinkt ook: ‘niet wat Ik wil, maar wat U wilt.’ In die spanning leeft het gebed: vrijmoedig en afhankelijk. Wij vragen, maar onderwerpen ons aan Zijn wil. ‘Nooit iemand Hem kan overvragen.’ Wie zo bidt, leert rusten in Zijn macht en Zijn goedheid. 

  19. 107

    Verheerlijk God in je lichaam | Filippenzen 1:20

    ‘U bent immers duur gekocht.’ Je lichaam ‘is een tempel van de Heilige Geest’ en behoort toe aan God. Paulus verlangt ernaar dat ‘Christus verheerlijkt’ wordt, zelfs in een lichaam dat ‘de littekens van de Heere Jezus’ draagt. Hij ziet zichzelf slechts als een kanaal. ‘Hij moet meer worden, maar ik minder.’ In alles klinkt deze belijdenis: je bent niet van jezelf. Leef zo dat ook je lichaam Hem eert, in toewijding en vreugde. 

  20. 106

    Hij ontfermt zich over blinden | Markus 10:47

    ‘Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij!’ In het donker roept Bartimeüs, en zijn roep ‘getuigt van geloof’. Hij ziet wat anderen niet zien: dat God Zich in Jezus ontfermt. Als hij ziende wordt, volgt hij Hem. ‘U hebt ogen, en u ziet niet?’ Blindheid en inzicht komen samen in één ontmoeting. Wie roept om ontferming, ontvangt licht. En wie ziet, leert Hem te volgen, stap voor stap. 

  21. 105

    Van verdriet naar blijdschap | Johannes 20:20

    ‘Het is volbracht.’ Wat klinkt als nederlaag, blijkt overwinning. In de stilte van angst en ‘diep verdriet’ begrijpen de discipelen niet wat er is gebeurd; ‘ze kenden de Schrift nog niet’. Maar de Opgestane zoekt hen op en hun ‘ongeloof verandert in geloof’ en ‘droefheid in blijdschap’. Eerst de smart over zonde en gebrokenheid, dan de vreugde van vergeving. ‘De Heer is waarlijk opgestaan.’ In dat licht krijgt zelfs het donker een ander gezicht. 

  22. 104

    De rivier die leven geeft | Ezechiël 48:35

    ‘Ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel.’ Te midden van klein begin en ‘geen triomfantelijke stemming’ zien de teruggekeerde ballingen dat hun werk niet de vervulling is van Gods belofte. Hun tranen wijzen vooruit. ‘God zal in ons midden wonen’ en ‘de heerlijkheid van God verlicht haar.’ Wat nu onvolkomen is, zal volmaakt worden. Leef als iemand die uitziet: het beste komt nog, in de stad van God. 

  23. 103

    Het pad van ongeloof | Johannes 18:5

    ‘Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.’ In de hof, een plaats van verbondenheid, wordt Christus verraden door een bekende vriend. Judas’ ‘diepe schijnheiligheid’ en ‘weg van ongeloof’ tonen hoe een hart kan verharden. Zelfs dicht bij Jezus blijven biedt geen zekerheid. ‘Wij zijn bereid om Jezus te verraden.’ Bid om een zacht hart en hoor de innerlijke roep: ‘Ga naar deze Christus en geloof Hem.’ Alleen Gods genade bewaart. 

  24. 102

    Gekozen door God | Efeze 1:4-6

    ‘Als het recht zijn loop heeft, géén van ons behouden wordt.’ Voor Gods aangezicht blijft die waarheid staan: onze zonde verdient oordeel. En toch: ‘ieder die in Hem gelooft… heeft eeuwig leven’. Niet om iets in ons, maar ‘vanwege de liefde die in Hem is’ koos Hij. Daarom wordt hoogmoed gebroken en groeit heiligheid. Wie dit verstaat, zegt verwonderd: ‘Ik heb Hem niet gekozen; Hij koos mij’, en leeft in nederigheid en stille vreugde.

  25. 101

    Soevereine Heere, goede Herder | Jesaja 40:10-11

    ‘Hij is de soevereine Heere.’ Wij willen niet bestuurd worden, maar ‘besturen ons leven liever zelf’. Toch blijft Hij: eeuwig, onveranderlijk, machtig. En juist deze Heere kwam in Christus, ‘onderwierp Zich aan de wet’ en overwon zonde en dood. Maar Hij is ook ‘de zachtmoedige Herder’, die Zijn kudde bewaart. In Zijn kracht én nabijheid ligt rust. Wie Hem zo kent, buigt in eerbied en vindt vreugde in Hem alleen.

  26. 100

    Een waarschuwing | 1 Korinthe 10:12

    ‘De beste mensen zijn slechts mensen op hun best.’ De Schrift verbergt niets: Noach, Abraham, David, ze ‘tonen moed en gaan hard onderuit’. Juist na overwinning dreigt val. ‘Een mens staat geen moment langer overeind dan Gods genade hem ondersteunt.’ Daarom is er geen plaats voor zelfvoldaanheid. Wie zijn zwakheid kent, leert rusten in genade alleen. En belijdt stil: alleen de Heere houdt mij staande, van moment tot moment.

  27. 99

    God weet het beter | Psalm 131:1-2

    Zoals een kind wordt gespeend en leert vertrouwen, zo leert het hart: ‘ik hoef het niet te begrijpen’. In verwarring en gemis ontdekt het dat de Vader weet wat Hij doet. ‘Ook al begrijp ik het niet, vertrouwen kan ik wel.’ Zijn wegen blijven verborgen, maar Zijn zorg niet. Wie zo leert rusten, belijdt: ‘Ik heb Hem en Hij is voor mij genoeg’ en vindt stilte, zelfs in de storm.

  28. 98

    Van angst naar geloof | Johannes 20:18

    De discipelen zaten ‘bang… achter gesloten deuren’, hun hoop begraven met hun Meester. Maar daarna verkondigen zij vrijmoedig dat Hij leeft. Er is één verklaring: ‘ze moeten de opgestane Jezus hebben gezien’. Want zonder Hem is ‘uw geloof zinloos’, maar met Hem wordt alles anders. De Levende brengt vergeving en hoop. Wie Hem ontmoet, ziet hoe bange twijfel wijkt voor een stil, zeker geloof.

  29. 97

    Geen gewone dood | Johannes 19:30

    ‘Het werd duister over heel het land.’ Wat voor de soldaten routine lijkt, wordt door God Zelf getekend als uniek: ‘dit is niet zomaar een terechtstelling’. Want aan het middelste kruis hangt ‘de mensgeworden God’. Zijn lijden gaat dieper dan zichtbaar is: ‘het lijden van Zijn ziel’ onder de scheiding van de Vader. Toch klinkt het: ‘Het is volbracht’– de schuld is voldaan. Zo komt Zijn kruis dichtbij, en opent het in de duisternis het licht van het leven.

  30. 96

    Je moet kiezen | Johannes 19:19

     ‘Jezus de Nazarener, de Koning van de Joden.’ Het bord, bedoeld als spot, verkondigt waarheid: ‘in drie talen’ klinkt Zijn koningschap tot de wereld. Rond het kruis staan velen: onverschilligen, spotters, berekenaars, maar ook ‘een wanhopige misdadiger’ die hoop vindt. Allen zien dezelfde Christus en worden gesteld voor dezelfde vraag. Onder dit opschrift straalt ‘de krachtigste liefde die de wereld ooit heeft gekend’. Wat betekent het dat Hij Koning is—ook van mijn leven?

  31. 95

    Een lafhartig compromis | Johannes 19:6-8

    ‘Ik vind in Hem geen schuld.’ Pilatus spreekt, maar handelt er niet naar. Hij geeft Hem over aan geseling, aan spot, aan de dood. ‘Hier staat een machtige man’ die toch buigt uit vrees voor mensen. Christus zwijgt en draagt het alles. Hij zoekt geen eer van mensen, maar volbrengt de wil van de Vader. Wiens stem weegt zwaarder? In het licht van Zijn lijden wordt zichtbaar wie wij willen behagen. 

  32. 94

    Ongeëvenaarde nederigheid | Johannes 19:5

    ‘Zie, de Mens!’ Bespot en gekroond met doornen staat Hij daar: ‘gekleed in ongeëvenaarde nederigheid’, zwijgend onder onrecht. Geen woord tot verdediging, geen poging om Zichzelf te redden; Hij draagt het alles. ‘Hoe groot is de liefde die het heilsplan bedacht.’ Zie Hem zoals Hij is: niet hulpeloos, maar de mensgeworden God, Die Zich overgeeft. Wie Hem zo ziet, aanschouwt een liefde die geen einde kent. 

  33. 93

    Wat ga je doen met Jezus? | Johannes 18:36-37

    ‘Wat ga je met Jezus doen? Neutraal kun je niet zijn.’  Voor Pilatus staat Christus, ‘zonder vrienden, verlaten’, en toch getuigt Hij van een koninkrijk dat niet van deze wereld is. Pilatus ontwijkt, maar antwoordt toch: hij wijst Hem af. ‘Ik ben als Koning geboren om te getuigen van de waarheid.’ De vraag blijft staan, ook voor ons. Ontwijken is onmogelijk. Wie Hem verwerpt, kiest; wie Hem volgt, vindt leven in Zijn Koninkrijk. 

  34. 92

    Stop je zwaard weg | Johannes 18:10-11

    ‘De drinkbeker die de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?’  In de hof openbaart Christus’ overgave zich, terwijl Petrus’ ijver ontspoort. Hij wil strijden voor zijn Meester, maar verzet zich tegen Gods weg: ‘ons onbezonnen vlees jeukt altijd om meer aan te durven dan God gebiedt’. Jezus corrigeert hem en bevestigt de wil van de Vader.  Leg uw verzet neer, vertrouw Zijn hand, en volg waar Hij u leidt ... ook wanneer Zijn weg een mysterie blijft. 

  35. 91

    Vrede voor de heidenvolken | Zacharia 9:9-10

    ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.’ In de roep ‘Hosanna’ klinkt verwachting, maar ook verwarring: een verlangen naar een koning naar eigen maat. Toch komt Hij anders ‘nederig… rijdend op een ezel’, om ‘vrede [te] verkondigen’. Niet om onze plannen te vervullen, maar Gods heerschappij te openbaren. Aanbid Hem om wie Hij is, niet om wie wij van Hem maken, en laat het evangelie je blik zuiveren. 

  36. 90

    De naam boven alle namen | Filippenzen 2:8-9

    ‘Jezus Christus is Heere.’ In deze belijdenis klinkt de Naam ‘boven alle naam’, de Naam die God Zelf draagt. ‘Hij vernederde Zich… en werd verhoogd’, opdat allen zouden erkennen wie Hij is. In Hem is ‘Gods majesteit… in de mantel van barmhartigheid’. De Zaligmaker is niemand minder dan de HEERE. Laat deze waarheid niet vertrouwd worden: lees haar opnieuw, en laat je hart vervuld worden met ontzag en stille aanbidding. 

  37. 89

    God rechtvaardigt Zijn volk | Romeinen 12:18-19, 21

    ‘Leef in vrede, voor zover het van u afhangt.’ Wat zo eenvoudig klinkt, raakt aan diepe strijd: ‘vergeld je kwaad met kwaad… of reageer je in de geest van Christus?’ Onze neiging tot wraak ontmaskert wat wij geloven. Maar ‘toen Hij werd uitgescholden, schold Hij niet terug’. Laat het recht aan God. ‘Overwin het kwade door het goede’ en zoek de vrede, ook waar het je iets kost. 

  38. 88

    Je zult rein zijn | 2 Koningen 5:10-11

    ‘U zult rein zijn.’ De wereld zoekt genezing op de verkeerde plaatsen, en ook Naäman verwachtte iets groots—tot hij zich verootmoedigde en zich onderwierp aan Gods eenvoudige woord. Zo is ook de zonde onze ongeneeslijke kwaal, en blijft het geneesmiddel voor velen een ‘struikelblok’ en ‘dwaasheid’. Toch klinkt in Christus de belofte: ‘U bent rein.’ Zie niet op jezelf, maar zie op Hem, die alles heeft volbracht.

  39. 87

    Een offer dat God behaagt | Filippenzen 4:18

    ‘Een welgevallig offer dat God behaagt.’ Het is een wonderlijke waarheid dat wij onze Schepper een genoegen kunnen doen. Niet door overvloed, maar door een hart dat afgestemd is op Hem. Zoals de weduwe die ‘alles wat ze had’ gaf, zo wordt opofferende liefde een ‘heerlijke geur’ voor God. Hij ziet het en schept er behagen in. In Zijn genade ontvangen wij—en geven wij. Wat laat jouw leven zien van dat stille, toegewijde offer? 

  40. 86

    Gods wet en Zijn zegen | Exodus 19:5

    ‘De volmaakte wet, die van de vrijheid.’ Gehoorzaamheid lijkt uit de mode, en toch ligt daarin de weg van zegen. Niet om verlossing te verdienen, maar als antwoord op Gods bevrijding: eerst redt Hij, daarna leert Hij ons leven onder Zijn heerschappij. Waar wij Zijn gezag verwerpen, verliezen wij Zijn nabijheid. Maar wie ‘zich voegt naar Gods wil’, ontdekt een vreugde die niet verdooft en een leven dat rust vindt in Hem. 

  41. 85

    Zie Christus in de Schriften | Handelingen 2:22

    ‘Jezus de Nazarener …’ Zo begint Petrus, en zo blijft het hart van alle Schrift. We kunnen ‘een goed systematisch begrip’ hebben en toch Christus missen, gecharmeerd door onze methode. Waar Hij centraal staat, wordt het hart geraakt en wijst alles naar Zijn genade en werk. ‘Christus is het brandpunt van de Bijbel.’ Laat dit je gebed zijn: meer van Hem kennen, dieper in Hem wortelen, en Hem overal in de Schrift zien. 

  42. 84

    Jezus staat in ons midden | Johannes 20:19

    ‘Vrede zij u.’ Achter gesloten deuren verschijnt de opgestane Jezus aan bange discipelen en bewijst dat niets Hem tegenhoudt. Hij ontmoet de twijfelende Thomas, herstelt de verloochenende Petrus en zoekt Maria Magdalena op in haar verleden. Zo komt Hij ook tot ons, in angst, schuld en twijfel. Hij overbrugt de kloof en biedt vrede als geschenk. Hoor Zijn stem: ‘Vrede zij met je’—een vrede die blijft, ook vandaag. 

  43. 83

    Een nieuwe woonplaats | Openbaring 21:15-16

    ‘Johannes zag geen tempel in deze stad.’ Wat begon met Gods aanwezigheid in een aardse tempel, vindt zijn vervulling in Christus en eindigt in een werkelijkheid waar ‘alles tempeldomein’ zal zijn. Nu is onze kennis van God nog beperkt, maar eens zal de afstand verdwijnen en zullen wij Hem kennen zoals wij gekend zijn. ‘Wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’ gaat ons begrip te boven. Leef in dat verlangen en zie uit naar die volkomen nabijheid. 

  44. 82

    Vol verlangen verwachten | Romeinen 8:23

    ‘We zuchten in onszelf, in de verwachting van (…) de verlossing van ons lichaam.’ Het leven van een christen is ‘prachtig en uitdagend tegelijk’: vergeven, opgenomen in Gods huisgezin, en toch nog levend in een gevallen wereld. Wij zijn gered van de straf op de zonde, worden bevrijd van haar macht, en zullen eens verlost worden van haar aanwezigheid. Leef met verwachting; je bent er nog niet, maar op een dag zul je er zeker zijn. 

  45. 81

    31 maart | Een schreeuw om hulp | Richteren 6:3, 6

    ‘De HEERE is met u.’ In onze nood leert God ons wat geloven is. ‘Hij laat het zo ver komen dat we roepen om hulp,’ opdat we leven uit Zijn genade. Wij verdienen het oordeel, maar Hij toont barmhartigheid. ‘Uw ziel zal Hij bewaren.’ Door donkere dalen en wachten heen blijft Zijn belofte staan. In onze hulpeloosheid ontdekken we: Hij is alles wat wij nodig hebben. 

  46. 80

    30 maart | Oneindige winst | Mattheüs 16:25-26

    ‘Wat heeft het een mens voor nut als hij heel de wereld wint, maar zijn ziel verliest?’ Jezus’ vraag ontmaskert wat ons hart zoekt. ‘Als je zo leeft, verspeel je je ziel’ en mis je het ware leven. Hij wijst op de waarde van je ziel, gezien in Zijn kruis. Niet vergankelijke winst, maar Hem volgen geeft leven. Overdenk die vraag, en buig je hart onder Zijn heerschappij, vandaag en alle dagen. 

  47. 79

    29 maart | Het ware Israël | Hosea 11:1-2

    ‘Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.’ In Jezus wordt zichtbaar wat Israël niet kon zijn. ‘Hij is het ware Israël,’ de gehoorzame Zoon, waar wij afdwalen. ‘De belofte is uit het geloof’ en rust op genade alleen. Niet wie wij zijn, maar van Wie wij zijn, bepaalt ons. In Hem worden wij opgenomen, ‘één in Christus,’ kinderen van God, geliefd om wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. 

  48. 78

    28 maart | Vast voedsel | Hebreeën 5:11-14

    ‘Ze zijn traag geworden in het horen.’ Waar honger naar groei ontbreekt, blijft men steken bij het begin. ‘Melk is voor baby’s,’ en het is niet de bedoeling dat je zo blijft. De roep klinkt om navolgers te zijn ‘van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.’ Heb Gods Woord lief, drink het in en herkauw het. Zo word je, door genade, gevormd naar onze Heere en Zaligmaker. 

  49. 77

    27 maart | Gered door een offer | Exodus 12:13

    ‘Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!’ In het avondmaal klinkt het oude getuigenis door: God verlost door plaatsvervanging. ‘Er is óf een zoon gestorven, óf een lam.’ Zoals het bloed aan de deurposten, zo spreekt nu het brood en de beker van Zijn offer. Hij is je plaatsvervanger. Het oordeel ligt achter je. In stille verwondering gedenk je Hem, en zie je uit naar het beloofde land. 

  50. 76

    26 maart | Bewaar jezelf in Gods liefde | Judas 1:21

    ‘Werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt.’ God is bij machte je te bewaren, en toch klinkt de roep om te volharden. ‘Zonder inspanning boek je geen vooruitgang.’ Haat de zonde, om je liefde brandend te houden. Voed je ziel met Zijn gaven. ‘We leven niet als eenlingen,’ maar worden samen gebouwd. Bewaar jezelf in Zijn liefde, en zie verlangend uit naar wat Hij voltooien zal. 

Type above to search every episode's transcript for a word or phrase. Matches are scoped to this podcast.

Searching…

No matches for "" in this podcast's transcripts.

Showing of matches

No topics indexed yet for this podcast.

Loading reviews...

ABOUT THIS SHOW

‘Leven in overvloed’ is een dagboek met korte, bijbelgetrouwe overdenkingen die helpen om elke dag gericht te blijven op Gods genade en trouw. In heldere woorden wijst Alistair Begg de weg naar het evangelie en naar een leven van geloof in het alledaagse.Een betrouwbare en bemoedigende gids voor wie dagelijks wil lezen, nadenken en groeien.

HOSTED BY

Geloofstoerusting

URL copied to clipboard!