PODCAST · health
Mens in Wording
by Suze Maclaine Pont
Je bent als arts, therapeut, coach, hulpverlener dit vak ingegaan omdat je iets wilde brengen. Niet symptomen verplaatsen. Niet mensen repareren. Maar werkelijk aanwezig zijn bij een mens die ergens vastloopt. En toch ben je moe op een manier die je moeilijk kunt uitleggen. Niet door de cliënten. Niet door de uren. Maar door iets wat je al lang met je meedraagt. Mens in Wording is een podcast voor therapeuten, artsen, coaches en andere hulpverleners. Voor de mens achter het vak. We praten over trauma, aanwezigheid en wat het werkelijk vraagt om dit werk vol te houden — niet door harder je best te doen, maar door dichter bij jezelf te komen. Suze McLaine-Pont is traumatherapeut en theoloog. Samen met Karen Smets, huisarts, en Carine Godrie, gz-psycholoog, verkent zij wat het betekent om als hulpverlener zelf in wording te blijven. Elke twee weken een nieuw gesprek. Warm. Eerlijk. Confronterend waar nodig. Dit is geen podcast om bij te leren. Het is een plek om te zijn.
-
2
Met de angst het water op
Carine is terug. En ze belde vanuit een Airbnb in Marokko, met ongepakte koffers en drie uur om het pand te verlaten. In deze aflevering beginnen Suze, Karen en Carine niet met het onderwerp — ze beginnen met zichzelf. Hoe is het nu, op dit moment, van binnen? Het is een simpele vraag. En tegelijk de moeilijkste die je kunt stellen aan mensen die geleerd hebben het antwoord netjes te omzeilen. Carine is in Marokko en is twee keer bijna verdronken tijdens het kitesurfen. Haar harnas drukte letterlijk haar longen in. En toch ging ze een derde keer het water op — met haar vriend die zei: jij kunt dit gewoon. Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis, maar ze is er. Suze heeft haar vaders kelder leeggeruimd: 400 camera’s, 23 compressoren, 120 vierkante meter vol met alles wat hij ooit wilde vasthouden. En ze neemt voelbaar afscheid. Het gesprek gaat over angst en overgave. Over vijf minuten vakantie — vacare Deo, je vrij maken voor iets groters. Over het harnas dat je beschermt en het harnas dat je stikt. Over toewijding middenin de druk, in plaats van eerst de druk oplossen en dan pas beginnen. Over het goddelijke lijntje in jou dat soms iemand anders nodig heeft om het te zien. En over wat er gebeurt in de zorg als die verbinding er niet is — met jezelf, met de ander, met iets dat groter is dan het protocol. Wat je leert / meeneemt Wat het verschil is tussen dóór de angst heen gaan en mét de angst het water op gaan Waarom vijf minuten vakantie meer helpt dan een week — en waar dat woord eigenlijk vandaan komt Hoe je herkent wanneer een harnas je beschermt en wanneer het je stikt Wat toewijding is — en hoe het verschilt van vermijden Waarom je soms iemand anders nodig hebt om je eigen goddelijke lijntje te zien Hoe een spiritual bypass er in de praktijk uitziet — ook bij therapeuten Wat er in de zorg concreet misgaat als verbinding ontbreekt, voor zowel patiënt als hulpverlener Met de angst het water op Carine ging twee keer bijna kopje onder in de Atlantische Oceaan voor de kust van Marokko. Haar harnas — het ding dat haar veilig moest houden — drukte haar longen dicht onder de kracht van de golven. Ze verloor haar board, ze verloor haar lucht, ze verloor even haar vertrouwen dat ze levend aan de kant zou komen. Eenmaal op het strand, op haar knieën, buiten adem, dacht ze: ik moet Karen appen. Haar vriend zei: je moet nog een keer gaan. Ze ging. “Ik wilde niet zeggen: ga door de angst heen. Ik ging met de angst het water op. Samen.” In de derde aflevering van Mens in Wording beginnen Suze, Karen en Carine niet met een onderwerp. Ze beginnen met een vraag: hoe is het nu met jou, op dit moment, van binnen? Het lijkt simpel. Maar wat er in de eerste paar minuten gebeurt — Carine geeft het door aan Karen, Karen geeft het door aan Suze, Suze geeft het door aan Carine — zegt alles. We zijn goed in wegschuiven. We zijn getraind in het omzeilen van precies deze vraag. En toch is het de enige vraag die er toe doet. Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis. Ze had met alle recht van de wereld kunnen afzeggen. Ze deed het niet. Niet omdat ze een topper is, maar omdat ze ontdekt heeft dat aanwezig zijn mét wat er is haar minder kost dan wegschuiven van wat er is. ‘Ik ben hier, met alles wat er is,’ zegt ze. En je hoort dat ze het meent. Suze heeft de week ervoor haar vaders kelder leeggeruimd. Haar vader heeft dementie en verhuist naar een klein appartement. Uit de kelder kwamen 400 fotocamera’s, 23 compressoren, een tientonner aan elektriciteitsdraadjes. Vijfenzestig jaar van vasthouden, op straat gezet in één week. “Ik ben voelbaar afscheid van mijn vader aan het nemen. Hij is er nog. Maar dit stuk van hem… dit neem ik nu afscheid van.” Ze zegt ook dit: na vijftig jaar hopen dat er iets is wat blijvend is, staat ze met lege handen. En het geeft een enorme rijkdom. Dat is geen zen-cliché. Dat is iemand die het echt heeft doorgevoeld. De aflevering bouwt vanuit deze drie check-ins naar een vraag die hulpverleners zelden hardop stellen: hoe doe je dit eigenlijk? Hoe sta je aanwezig bij alles wat er is in jouw leven, zonder dat het de sessie binnenkomt, maar ook zonder het weg te stoppen? Hoe vind je het dragende lijntje terug als je het kwijt bent? Suze noemt het vijf minuten vakantie. Het woord vakantie komt van vacare Deo — je vrijmaken voor God. Vijf minuten per dag niks hoeven weten, oplossen of begrijpen. Vijf minuten jezelf losmaken van de hyperfocus van het werk, de kinderen, de administratie. Niet om te ontsnappen, maar om gevoed te raken door iets groters dan de to-do-lijst. “Vakantie is niet wegvluchten. Vakantie is je vrijmaken zodat je je kunt toewijden. Vacare Deo.” En dan is er het harnas. Carine’s kitesurfharnas dat haar bijna doodde. Het professionele harnas van Karen dat ze als huisarts droeg: masker op, niks aan de hand, vertel maar hoe het met jou gaat, terwijl ze zelf nog niet gegeten had en niet naar de wc was geweest. Het harnas dat beschermt — want soms moet je ingrijpen zonder toestemming te vragen, soms moet je gewoon klimmen zonder steeds je klikken te controleren. En het harnas dat stikt: het protocol dat sneller gaat dan de verbinding, de hulpverlener die ‘ja, alleen maar vocht’ zegt terwijl er morfine in de spuit zit. ‘Op het moment dat zorgvuldig werken betekent dat we maar even geen mens zijn,’ zegt Suze, ‘hoe zorgvuldig was het dan?’ Het kitesurfen is een totale overgave aan God, zegt Suze. Je hebt niks te zeggen over de golven, de wind, of je board in je handen blijft. En toch ga je. Niet omdat je niet bang bent. Maar omdat iemand jou zag — het goddelijke lijntje in jou zag — en zei: jij kunt dit. Dat is wat dit vak vraagt. En dat is ook wat dit vak geeft, als het goed gaat. Luister naar aflevering 3 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.
-
1
Karma koekjes en “het gevoel dat nergens kan landen”
Wat je leert / meeneemt in deze aflevering Waarom het gevoel van alleen staan als hulpverlener zo hardnekkig is — zelfs als je collega’s hebt Wat er gebeurt in het lichaam van je patiënt als jij je eigen stress probeert te verbergen Hoe ‘karma koekjes’ werken — en waarom we onszelf belonen voor precies datgene wat ons uitput Waarom protocollen noodzakelijk zijn én onvoldoende — en wat daartussen valt Het verschil tussen een hulpverlener die zegt ‘ik kan alles hebben’ en één die haar eigen angst durft te delen Wat een spoedkeizersnede en een artsenexamen gemeen hebben — en wat dat zegt over hoe we dissociatie trainen Het gevoel dat nergens kan landen Normaal zijn we met z’n drieën. Deze week zijn Suze en ik met z’n tweeën — Carine kon er niet bij zijn. En eigenlijk voelt dat heel passend voor wat we bespreken. Want deze aflevering gaat over wat Karen noemt: dat gevoel van binnen dat nergens kan landen. Het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, bij een collega hebt aangeklopt, alles hebt gedaan wat je hoort te doen — en toch nog iets draagt. Alleen. We praten over karma koekjes. Over de OK-tafel. Over de gynaecoloog die stresste en de gynaecoloog die belde. Over burnout. Over schaamte. Over wie er eigenlijk voor de hulpverlener is. Het is een diep gesprek. En een mooi gesprek. Er is een moment in vrijwel elk gesprek met een arts of therapeut waarop ik het zie. Een lichte samentrekking. Een snelle wisseling van onderwerp. Het moment waarop ze van gesprekspartner naar “professional” gaan. Het is het moment waarop het over hen gaat. Karen Smets noemt het ‘dat gevoel van binnen dat nergens kan landen.’ Ze bedoelt het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, de stapjes hebt afgevinkt, bij een collega hebt aangeklopt, “weet” dat je alels juist hebt gedaan — en toch nog iets draagt. Iets wat te klein lijkt om groot van te maken en te groot is om weg te stoppen. “Ieder arts waar ik mee spreek, worstelt hier in zijn eentje mee. In zijn eentje. Tot het punt dat ik tien artsen heb gesproken die ernstig hebben overwogen om achter de schermen te gaan werken.” In de tweede aflevering van Mens in Wording zitten Suze en Karen met z’n tweeën — Carine is er niet. En dat is, zoals Suze het zegt, eigenlijk heel passend. De podcast over alleen staan is zelf even alleen. Het gesprek gaat over veel verschillende dingen, maar uiteindelijk steeds over hetzelfde: het systeem dat ons leert onze pijn weg te stoppen is hetzelfde systeem dat ons vraagt anderen bij hun pijn te zijn. En die twee dingen gaan niet samen. Ze kunnen niet samen gaan. Karen vertelt over een consult bij een gynaecoloog die zichtbaar overwerkt was, die haar dossier niet had kunnen inlezen, die probeerde zich er doorheen te slaan. En hoe ze als patiënte — zelf arts — niet kon landen in dat consult. Hoe de twijfel daarna bleef. Of ze echt goed had gekeken. Ze vertelt het niet om die gynaecoloog te veroordelen. Ze vertelt het omdat ze haar herkent. “Ik kon mij perfect verplaatsen in haar situatie. Maar mijn zenuwstelsel kon ook zo erg voelen: zij heeft pauze nodig. En misschien zelfs een paar dagen.” Suze vertelt over haar bevalling. De pre-eclampsie, de spoedkeizersnede, het moment waarop de gynaecoloog zonder toestemming ingreep omdat het leven van moeder en kind ervan afhing. Ze is dankbaar voor dat ingrijpen. Diep, oprecht dankbaar. En ze heeft er jaren therapie over gehad. Omdat het écht niet goed ging. Omdat ze op de OK lag terwijl de artsen praatten over auto’s en weekenden. Omdat niemand tegen haar praatte. Omdat ze dacht: misschien was ik helemaal niet zwanger. Misschien was het gewoon wat pijn. Misschien ga ik gewoon over twee dagen weer aan het werk. Zes jaar later zei ze bij een groep vrouwen die bevallingsverhalen deelden: ik ben niet echt bevallen. Het telt niet. “Voordat ik naar iemand toe durfde te gaan om hierover te praten, moest ik door diepe, lage schaamte heen. Terwijl ik al traumatherapeut was.” Dat is wat ‘alleen staan’ doet. Het overtuigt je dat het niet telt. Dat jij het had moeten kunnen. Dat jij geen recht hebt op wat je voelt, omdat er mensen zijn die het erger hebben, omdat jij van dit vak bent, omdat je het kind tenminste hebt. Suze noemt het ‘karma koekjes’ — de bonuspunten die we onszelf geven voor het feit dat we alles alleen gedragen hebben. Het is een prachtig woord voor iets wat schrijnend is. Want het moment dat het een prestatie wordt om alles alleen te dragen, is het moment dat je hulp vragen een mislukking is geworden. En dan vraagt niemand meer hulp. En dan worden artsen middelenmisbruiker. En gaan therapeuten bij zichzelf op de bank liggen. En klopt Karen in 2018 aan bij een collega die de protocollen met haar doorloopt en haar dat gevoel van binnen niet wegneemt. “Als je je emoties niet durft te voelen, zadel je je patiënten ermee op. Niet andersom.” Dit is aflevering 2 van Mens in Wording. Over het gevoel dat nergens kan landen. Over wie er eigenlijk is voor de mensen die er voor iedereen zijn. En over hoe het anders kan. Luister via alle podcastplatforms. Voor de mens achter de hulpverlener.
-
0
De therapeut als instrument – Aanwezig als er geen antwoord is
Je hebt geleerd jezelf opzij te zetten voor je cliënten. Maar wat als dat precies is wat het contact in de weg staat? In de allereerste aflevering van Mens in Wording introduceren Suze Maclaine Pont, Karen Smets en Carine Godri zichzelf — niet via hun CV’s, maar via de verhalen die hen in dit werk gebracht hebben en die er dwars doorheen lopen. Karen was twintig jaar klassiek huisarts tot ze ontdekte dat de consultatie van twintig minuten haar niet genoeg ruimte gaf om écht aanwezig te zijn. Carine werkte bij Defensie als militair psycholoog en merkte dat diagnoses stellen haar cliënten niet dichter bij herstel bracht. En Suze deelt iets wat ze zelden openlijk vertelt: hoe een periode van suïcidaliteit tussen haar 23e en 25e de basis werd voor alles wat ze sindsdien heeft geleerd. In dit gesprek gaat het over de professionele aanwezigheid die we geleerd hebben — en de echte aanwezigheid die er onder ligt. Over het teflonlaagje dat ons beschermt maar ook afsluit. Over het verschil tussen een oplossing aanbieden en naast iemand zitten terwijl je het niet weet. En over waarom burn-out onder hulpverleners niet een kwestie is van te veel werken, maar van werken vanuit de verkeerde plek. Dit is aflevering 1 — en het begin van een gesprek dat we elke twee weken voortzetten. Wat je leert / meeneemt Waarom aanwezigheid iets anders is dan beschikbaarheid — en hoe dat verschil alles verandert Hoe je eigen onverwerkte materiaal onbewust het contact met je cliënten beïnvloedt Wat er werkelijk nodig is om een plek te bieden waar boosheid veilig kan bestaan Waarom de vermoeidheid van hulpverleners vaak geen burnout is, maar een oproep Hoe drie vrouwen met heel verschillende achtergronden tot precies dezelfde kern zijn gekomen Wat ‘mens in wording zijn’ concreet betekent in de behandelkamer Je hebt jezelf weggeleerd Er is een moment in elke opleiding — therapie, geneeskunde, coaching — waarop je leert jezelf opzij te zetten. Het heet professionele afstand. Het klinkt als wijsheid: de sessie is niet over jou, jij bent er voor de ander, laat jouw reacties niet de ruimte innemen die de cliënt nodig heeft. En dat klopt. Ergens. Op een manier die precies goed genoeg is om je de eerste jaren door te helpen, en precies verkeerd genoeg om je op den duur langzaam uit te hollen. Want er is een verschil — en het is een verschil dat in geen enkele opleiding staat — tussen jezelf opzij zetten en jezelf verliezen. Tussen present zijn voor de ander en zo diep weggestopt dat je je eigen zenuwstelsel nauwelijks meer herkent als je thuiskomt. “Je cliënten leren niet van jouw interventies. Ze leren van jouw zenuwstelsel.” Dat is wat Karen Smets ontdekte na twintig jaar als huisarts. Ze was goed in haar vak. Ze was geruststellend, competent, dienstbaar. Maar elke keer als ze ‘s ochtends haar agenda bekeek en een naam zag staan die ze niet wist te helpen, voelde ze iets samentrekken. Een lichte neiging om de minuten te tellen. Een wens dat het voorbij was. Dat gevoel heeft niets te maken met schlechte therapie. Het is de stem van een professional die zichzelf voor zolang opzij heeft gezet dat ze haar eigen reacties niet meer herkent als informatie — maar als falen. Het kantelpunt voor Karen was niet een nieuwe methode. Het was een supervisiemoment waarop ze erkende: dit gaat over mij. Er is iets in mij wat geraakt wordt door haar verhaal en ik wil er niet naartoe. En in de sessie die volgde deed ze iets eenvoudigs en volkomen revolutionairs: ze ging naast haar zitten. Niet met een plan. Niet met een uitleg. Gewoon: ik herken dit. Het is lastig. Ik zit hier. De cliënte begon op te schieten. “Aanwezig zijn is iets anders dan beschikbaar zijn. Beschikbaarheid kost. Aanwezigheid geeft.” In de eerste aflevering van Mens in Wording praten Suze Maclaine Pont, Karen Smets en Carine Godri over wat dit verschil concreet betekent in de praktijk. Over het professionele masker dat we hebben leren dragen en de vraag of dat ons beschermt of juist afsluit. Over wat er ontstaat als een hulpverlener durft te zeggen: ik weet het niet. Over de moed die het vraagt van een cliënt om boos te zijn op de enige die hem vertrouwt. En over iets wat zelden gezegd wordt in de zorgsector: dat de vermoeidheid die zo veel hulpverleners voelen niet het gevolg is van te veel werken, maar van werken vanuit een plek die nog niet af is. Niet stuk. Niet gevuld. Nog in wording. Dat klinkt misschien als een probleem. Wij denken dat het een uitnodiging is. Luister naar Aflevering 1 van Mens in Wording. Voor de mens achter de hulpverlener.
No matches for "" in this podcast's transcripts.
No topics indexed yet for this podcast.
Loading reviews...
ABOUT THIS SHOW
Je bent als arts, therapeut, coach, hulpverlener dit vak ingegaan omdat je iets wilde brengen. Niet symptomen verplaatsen. Niet mensen repareren. Maar werkelijk aanwezig zijn bij een mens die ergens vastloopt. En toch ben je moe op een manier die je moeilijk kunt uitleggen. Niet door de cliënten. Niet door de uren. Maar door iets wat je al lang met je meedraagt. Mens in Wording is een podcast voor therapeuten, artsen, coaches en andere hulpverleners. Voor de mens achter het vak. We praten over trauma, aanwezigheid en wat het werkelijk vraagt om dit werk vol te houden — niet door harder je best te doen, maar door dichter bij jezelf te komen. Suze McLaine-Pont is traumatherapeut en theoloog. Samen met Karen Smets, huisarts, en Carine Godrie, gz-psycholoog, verkent zij wat het betekent om als hulpverlener zelf in wording te blijven. Elke twee weken een nieuw gesprek. Warm. Eerlijk. Confronterend waar nodig. Dit is geen podcast om bij te leren. Het is een plek om te zijn.
HOSTED BY
Suze Maclaine Pont
CATEGORIES
Loading similar podcasts...