Vorming voor elke dag podcast artwork

PODCAST · religion

Vorming voor elke dag

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

  1. 600

    De helm van de zaligheid (Preek)

    Preek over Efeze 6: 17a

  2. 599

    Ds. W.L. Tukker: Jezus als God en mens

    Wat is Hij u? Waarachtig God en waarachtig God gebleven?' Aldus ds. W.L. Tukker in de Waarheidsvriend in 1961 'Is Hij voor u dat niet, dan werd Hij voor u ook niet mens en dan bent u nog in uw zonden. Ieder die Zijn Godheid loochent, bespot of verkleint, loochent daarmee Zijn enig redmiddel en hij zal eens zien Wie hij veracht heeft. Zalig hij, wiens hart in jem opspringt als hij Hem ontmoet, die zal Hem ook met woord en daad al de eer van Zijn Godheid geven. En die mag ook delen in al de troost van Zijn mensheid. In alles is Hij de broeders gelijk, zodat Hij hun aanvechtingen kent, hun smarten, noden en drukkende schuld, om ze uit die alle te verlossen. Dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken. Klemt u daaraan vast met geheel uw verstand, met geheel uw hart, met alle aanneming en klemt u er tevens aan vast met volle aanneming, dat het slechts voor de grootste zondaren is, dat God mens werd.'

  3. 598

    Robert Murray MacCheyne: Hij strekt Zijn armen uit

    Eens vroeg ik aan een schaapherder hoe hij schapen terugvond die in de sneeuw waren verdwaald. Hij antwoordde: "Dan dalen we af in de diepe ravijnen, waar de schapen tijdens een storm beschutting zoeken. Daar vinden we ze, dicht tegen elkaar aangekropen, bedekt onder de sneeuw." Ik vroeg hem vervolgens of de schapen zelf uit de sneeuw konden komen nadat die was weggegraven. "Nee," zei hij, "als ze zelf nog maar één stap zouden moeten zetten om hun leven te redden, zouden ze dat niet kunnen. Daarom dragen wij ze naar boven."   Zo redt Jezus ook verloren zondaren. Hij vindt ons koud en geestelijk dood in de diepe put van de zonde. Als wij zelf ook maar één stap zouden moeten zetten om onze ziel te behouden, zouden wij daartoe niet in staat zijn. Maar Hij strekt Zijn armen uit, neemt ons op en draagt ons eruit. Zo handelt Hij met ieder schaap dat Hij redt.   Glorie, glorie, glorie aan Jezus, de Herder van onze zielen. Kinderen, laat je door Jezus bijeenbrengen. Erken dat je verloren bent, zie op naar Hem en bid: "Heere, help mij!"     Voor de hele preek zie www.tabernakel.nl  

  4. 597

    Het schild van het geloof (Preek)

    Preek over Efeze 6: 16.

  5. 596
  6. 595
  7. 594

    Vol van jezelf

    De heidenen in Rome zijn gestempeld door het denken van die tijd. Dit denken hangt in de lucht. Ook de christenen in Rome hadden daar last van. Zij waren erg trots op de gaven die zij kregen van God en voelden zich er beter mee dan anderen. Door hoog over hun eigen gaven, talenten en inspanningen te denken, kleineerden zij andere gemeenteleden. Dus zelfs als je niet druk bent met je online profiel, kun je in de christelijke gemeente toch hoogmoedig zijn.    Paulus zegt dat we niet zo hoog over onszelf moeten denken, maar juist over anderen. Hoe doe je dat? Door te beseffen dat christenen deel zijn van een lichaam. De één een hand, de ander een voet; en Christus het Hoofd. De Zoon van God was hoger dan iedereen. Hij vernederde Zichzelf. Waarom? Om zondaren zalig te maken ten koste van Zichzelf. Sprak Hij daarbij over Zichzelf? Nee, over Zijn Vader. Hij kwam om te dienen. Maak jij deel uit van Zijn lichaam?    We mogen met dankbaarheid zien wat de Heere ons gaf, om het in Zijn dienst te besteden. Zelfverlaging en het voeden van een laag zelfbeeld maakt de lof aan God niet groter. Integendeel.    De ene immers zoekt roem van de mensen te krijgen, terwijl voor de andere de hoogste roem in God ligt, de Getuige van het geweten. (Augustinus)  

  8. 593

    De tijd van je leven

    Het internet biedt de hele wereld in binnenzakformaat. Dr. Jean Twenge toont in een onderzoek aan dat jongeren meer binnen zitten dan ooit: ‘Dagelijkse activiteiten met vrienden liepen met 40% terug tussen het jaar 2000 en 2015. Die tijd ontmoeten zij elkaar nu online.’ Het is dus heel gezellig online, want we zijn daar massaal aanwezig. Vanuit onze slaapkamer. Het verkennen en dwalen door de onlinewereld vraagt om begrenzing in tijd en ruimte. Waarom? Omdat we aan kijken niet snel genoeg hebben. Herken je niet dat je vaak langer online bent dan je eigenlijk wilde?    Welke grens stel jij aan je onlinetijd per dag? Met de schermtijdfunctie op je iPhone kun je handig bijhouden hoeveel tijd je daar nu besteedt. Maak je daarbij in je dagschema ook ruimte voor stille tijd?    In de vorige eeuw gaf een predikant daarover een wijze les. Dr. A. van Brummelen zei: ‘Er moet te midden van alle drukte één stille plek zijn, een binnenkamer, van waaruit het contact verticaal wordt gezocht met God, maar van waaruit ook de lijnen lopen naar het leven om ons heen.’   Welke plaats in huis vormt jouw stille plek? Zit je daar gebogen over je scherm, of buig je daar de knieën? Wordt stil en luister, de Heere spreekt.    Begraaf jezelf niet in aardse verlangens. (Nathanaël Hardy)

  9. 592

    Het grote leven

    Johannes waarschuwt tegen het verlangen naar het grote leven. Hij doelt daarmee op een opschepperige, blufferige, arrogante levensstijl. Dat komt met name tot uitdrukking bij hen die zich rijker, groter en beter voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. De onlinewereld is daar vol van. Scrollend door het sterrennieuws blijf je precies op de hoogte van de opgeklopte wereld waarin sterren ronddobberen. Zolang het goed gaat tenminste. Gezien de kijkcijfers heeft het volgen daarvan een verslavende werking. We doen het massaal.    In een onderzoek naar slaapgedrag bevroeg men jongeren tussen de 18 en 25 jaar op hun kijkgedrag. Van hen gaf 80% aan regelmatig te bingewatchen. Meestal keken ze dan drie tot vier afleveringen van een serie. Zo’n twintig procent van de bevraagde jongeren deed dat meerdere keren per week, met name als er een nieuw seizoen van een bepaalde serie online beschikbaar kwam. Hoeveel godslastering, overspel en geweld komt daarbij voorbij?   Deze wereld gaat voorbij, met haar sterren. Verga jij met hen? Zie op naar het kruis! Richt mijn oog weg van verleidende wereldgroten, op Christus.

  10. 591

    Begeerte van de ogen

    Volgens Thomas van Aquino bedoelt de apostel Johannes twee dingen, als hij spreekt over de ‘begeerte van de ogen’. Allereerst een verlangen om te kennen, in de zin van nieuwsgierig zijn. Je wilt dat wat je ziet graag helemaal kennen. Die leuke kleren, dat mooie meisje, die snelle auto. Je weet er dan ook alles van. Uren kun je erover praten. Je raakt er niet op uitgekeken.    Vervolgens wil je het volgens Thomas van Aquino niet alleen kennen, maar ook hebben. Ernaar kijken is fijn, maar het zelf hebben nog beter. Dan kun je die kleren dragen, met dat mooie meisje shinen of in die snelle auto rondrijden. Iets zien leidt dus naar het verlangen er alles van te weten, maar het uiteindelijk ook te bezitten.    Bij veel dingen in dit leven kan het geen kwaad dat je er meer van wilt weten, of ook bezitten. Nuttige dingen helpen ons in het praktische leven. Andere dingen waar wij graag naar kijken, leiden ons echter af van God. Wat leidt jou momenteel af van God, zowel offline als online?    Kijk hoger, richt je blik op de hemel. Mediteer over hemelse zaken, in het verlangen bij God te zijn. Dan verliest veel op aarde haar glans.  We worden wat we kijken. (Tony Reinke)

  11. 590

    Porno werkt verwoestend

    De woorden van de Heere Jezus zijn niet voor tweeërlei uitleg vatbaar, als het gaat om de Bijbelse visie op begeerte en pornografie. Wie een vrouw aankijkt met seksueel verlangen, doet overspel. Het stelt je schuldig voor het aangezicht van de Heere.    Maar, stel dat jij hier nu mee worstelt. Of dat een goede vriend of vriendin hierin verstrikt zit, wat dan? Belijden! Allereerst door de knieën voor het aangezicht van de Heere. Stort je hart uit voor Hem, in ootmoedige belijdenis van schuld en verlorenheid. ‘Ik heb gezondigd, wees mij om Jezus wil genadig’. Vernieuwing van het hart is nodig. We moeten niet allereerst de gevolgen aanpakken, maar met de vuile bron tot Christus gaan. Bij Hem is vergeving, ook voor de grootste van de zondaren. Om door genade van dubbelhartig, één van hart te worden.    David struikelde op het gebied van seksualiteit. Dit had grote gevolgen, niet alleen voor hemzelf. Bij de Heere was echter uitkomst en vergeving. Door schuld belijden heen. Niet om iets in hemzelf, maar om Christus wil.   Een man die leert om lief te hebben door porno, zal simultaan iedereen en niemand liefhebben. (dr. Russell D. Moore)

  12. 589

    Verlangen van het vlees

    Johannes bedoelt echter iets anders. Dat legt hij uit. Liefde voor wat God geeft, is als zodanig goed. Als we God erom dienen. Maar als we alleen onszelf ermee dienen en bedoelen gaat het mis. Daarom gebruikt Johannes drie voorbeelden om duidelijk te maken wat hij bedoelt. Vandaag behandelen we het eerste voorbeeld dat Johannes gebruikt. Hij noemt het ‘de begeerte, het verlangen, van ons vlees’.    De puritein Nathanaël Hardy meent dat het hier gaat om het najagen van seksuele lusten. Hij zegt dat jonge mannen het meest gevoelig zijn voor de verlangens van het lichaam. Als ze ouder worden dan volgt volgens hem de hoogmoed over wat zij bereikten. Wanneer ze oude mannen worden, dan gebruiken ze vooral hun ogen om zich te vermaken met verlangens.    De duivel heeft als ‘verwarringstichter’ een werkwijze die je kunt onderkennen. Hij keert bij voorkeur het meest kostbare om tot het meest verwoestende. De Heere bedoelde seksualiteit als een taal waarbij je elkaar ontmoet. Je schenkt jezelf liefhebbend weg aan de ander. De duivel keert dit om. Dat begint in gedachten. Wat moet jij belijden vandaag?    Basilius (4de eeuw) over de duivel: ‘Hij gebruikt onze eigen lusten en verlangens als wapens om tegen ons te vechten.’  

  13. 588

    Overwinnaars

      Over jongeren zegt Johannes dat zij de boze overwonnen hebben. Dat schrijft hij in de voltooide tijd. De overwinning is behaald. Niet allereerst door henzelf; maar in Christus. Hij heeft overwonnen en laat hen in die overwinning delen. Hoe? Door in Zijn kracht te strijden tegen zondige invloeden. Bijvoorbeeld door dwaalleraars te herkennen en weerstaan. Of door te strijden tegen zondige verlangens.     Daarom allereerst een vraag: Wie dien jij? Als je Christus niet door genade lief kreeg, dien je Zijn tegenstander. Dan ben je een volgeling van de god van deze wereld. Satan heeft heel veel onderdanen. Als je echter oog kreeg voor het feit dat satan je misleidt, besef je dat hem volgen leidt naar de ondergang.    Wie Christus volgt, wordt een bestrijder van satan. Calvijn laat zien dat die strijd geen onzekere afloop heeft. Hij zegt: ‘Het gaat met ons heel anders dan met degenen die onder de vlag van mensen vechten. Want zij strijden op het onzekere, en de afloop van de oorlog is onzeker. Maar wij, voordat wij de vijand tegemoet gaan, zijn reeds overwinnaars.  Want Christus ons Hoofd heeft eenmaal voor ons de hele wereld overwonnen.’ ‘Hij zal de aarde onder zijn voeten hebben, die de hemel in zijn ogen heeft.’ (Nathanaël Hardy) 

  14. 587

    Online niet alleen

    Het beeld van de eenzame stadswandelaar is bruikbaar als een beeld voor de zwervende mens in de onlinewereld. Door niemand gekend, wandelend in een eindeloos online universum. Als internetzwerver kom je in een wereld terecht die heel groot, maar tegelijkertijd klein is. Want je kunt overal bij, maar tegelijkertijd krijg je aangereikt wat bij je past. Zo kom je in een bubbel terecht.    Hoewel we allemaal online zijn, verblijven we daar toch vaak solo. Als zwervers in een bruisende stad, ongekend alleen. Dirk de Wachter legt de vinger bij een groeiend probleem in de samenleving: ‘Eenzaamheid, zowel fysiek (lichamelijk) als psychisch (geestelijk), is misschien wel hèt cruciale probleem van de westerse wereld in de moderne tijd.’    Toch is dat niet het hele verhaal. Hoewel we veelal alleen online gaan, is er altijd Iemand bij. De God van hemel en aarde is niet ver weg, maar dichtbij. Wat Google ook van je weet, de Heere ziet dieper. Hij kent ons hart. God doorgrondt het, voor Hem zijn we transparant. Je hoeft Hem er dus niet bij te roepen, als je online gaat. Hij is er al. Roep Hem aan als je online gaat. Zodat je niet zwerft, maar volgt. Ook online.    Het gevoel van alleen zijn in een menigte, is het gevoel van afwezigheid in aanwezigheid.’ (Andrew Zirschky)

  15. 586

    Wat God gemaakt heeft!

    Blijkbaar zag Samuel deze nieuwe ontwikkeling als van God gegeven. Als mensen uitvindingen doen, komt dat omdat zij daar gaven voor krijgen. Ze doen de uitvindingen met materiaal dat in de schepping aanwezig was. Uiteindelijk leidt het allemaal terug naar God. Hij geeft mogelijkheden om uitvindingen te doen. Om te ontdekken wat Hij al weet. Daarom mogen we nieuwe technische mogelijkheden zien als een gave van God. Dat geldt ook voor de apparaten die jij gebruikt. Denk aan je telefoon, tablet en andere hulpmiddelen.    Tegelijkertijd zien we dat de duivel steeds weer het goede ombuigt. Dat deed hij toen we ijzer ontwikkelden als hulpmiddel voor het bewerken van de grond. Al snel gebruikten we hetzelfde materiaal om elkaar mee te bevechten. We smeedden onze ploegscharen om tot zwaarden.    Dit betekent dat we nieuwe mogelijkheden als zodanig mogen waarderen. Tegelijkertijd moet je kritisch zijn. Op welke manier gebruik ik het? Een eenvoudige manier om aan het eind van de dag de balans op te maken is door te bidden. Vertel de Heere wat je deed en dank Hem voor wat Hij gaf. Kun je niet danken voor wat je online deed? Dan blijft schuld belijden over. Wat gebruikte jij vandaag anders dan hoe God het bedoelde?

  16. 585
  17. 584

    Thomas Chalmers: Liefde overwint

    Er is nauwelijks een grotere verandering denkbaar dan die welke van een mens gevraagd wordt wanneer hem, zoals in het Nieuwe Testament, geboden wordt de wereld niet lief te hebben, noch hetgeen in de wereld is. Dat gebod raakt immers alles wat hem dierbaar is en komt daarom bijna neer op een oproep tot zelfvernietiging. Toch plaatst dezelfde openbaring die zo’n grote gehoorzaamheid van ons vraagt, ook een even groot middel tot gehoorzaamheid binnen ons bereik. Het Evangelie brengt een nieuw verlangen aan de deur van het hart, dat, zodra het eenmaal de troon heeft ingenomen, alle voorgaande bewoners zal verdringen of onderwerpen. Het richt het oog van de ziel niet alleen op de wereld, maar ook op Hem Die de wereld gemaakt heeft. En dat doet het op een geheel eigen wijze: in het Evangelie wordt God geopenbaard als Iemand Die wij mogen liefhebben. Alleen daar wordt God voorgesteld als het Voorwerp van vertrouwen voor zondaren. Alleen daar wordt het verlangen naar Hem niet verstikt door de koude moedeloosheid die ontstaat door de barricade van onze schuld — die altijd tussenbeide komt wanneer wij niet tot Hem naderen door de Middelaar Die Hij heeft aangesteld. Het is door “de aanleiding van deze betere hoop, dat wij tot God naderen” (Hebr. 7:19). Want een leven zonder hoop is een leven zonder God; en waar het hart zonder God is, daar krijgt de wereld de overhand.   Lees de hele preek op www.tabernakel.nl    

  18. 583

    Edward Payson: Vreugde in de hemel

    De Schriften leren ons dat Hij Zich verheugt in al Zijn werken. En terecht verheugt Hij Zich daarin, want zij zijn alle zeer goed (Gen. 1:31). Maar als Hij Zich verheugt in Zijn andere werken, mag Hij Zich veel meer hierin verheugen, aangezien dit van al Zijn werken het grootste, het meest eervolle en het meest waardevolle voor Hemzelf is.  In dit werk wordt het beeld van satan uitgewist en het beeld van God hersteld in een onsterfelijke ziel. In dit werk wordt een kind des toorns veranderd in een erfgenaam van de zaligheid. In dit werk wordt een rokende vuurbrand gerukt uit het eeuwige vuur (Zach. 3:2) en gezet tussen de sterren in het hemelgewelf, om daar voor eeuwig en altijd te blinken met toenemende glans (Dan. 12:3). En is dit geen waardevol werk voor God, een werk waarin God Zich met recht mag verheugen?

  19. 582

    Horatius Bonar: Geen hopeloze gevallen

    Al hebben we oneindig veel zonden gedaan, de verlossing is oneindig veel groter. Meer dan er haren op ons hoofd zijn of zandkorrels aan de kust, waterdruppels in de oceaan, bladeren in het bos of sterren aan de hemel. Hoewel onze zonden verfoeilijk en walgelijk zijn, rood als scharlaken of karmozijn, dan nog is de verlossing oneindig veel groter. De zondaar kan niet te slecht of te vuil zijn om verlossing te ontvangen. Al is hij diep gezonken in een kuil van modderig slijk, onvoorstelbaar vijandig en vuil, dan nog is verlossing mogelijk. Er is bloed om zelfs zo’n ziel te reinigen, ja om die witter dan sneeuw te maken. Geen ziel is te slecht om door Jezus gereinigd te worden (Jes. 1:18). Geen enkele ziel kan té dood zijn om door Jezus te worden levend gemaakt. Als de ziel in de diepte van overtredingen en zonden verzonken ligt, dan nog kan de arm van Jezus haar redden. Jezus’ macht kan de ziel opwekken, al is zij in de diepste geestelijke slaap verzonken (1 Kor. 6:9-11). Laat niemand zeggen dat zijn ziel zó dood is, dat hij wanhoopt of zij ooit kan worden levend gemaakt. Hier is leven voor de meest dode, volkomen leven. Geen enkele trap van dodigheid is buiten het bereik van Hem Die de Opstanding en het Leven ís. Als u zo moedeloos over uw dode toestand spreekt, is dit geen nederigheid, maar hoogmoed. U beperkt daarmee de macht en de genade van Jezus. U zegt ermee dat Hij u niet kan redden, dat Hij niet élke dode zondaar kan bereiken.’   Voor de hele preek zie www.tabernakel.nl  

  20. 581
  21. 580

    Kenmerken van de gemeente - 2 (Preek)

    Preek over Hand. 2: 43-47

  22. 579
  23. 578

    Gezalfde Heer’ en Koning,

    Gezalfde Heer’ en Koning, Die bij de Vader leeft En uit Uw hemelwoning Des hemels schatten geeft! O zend ons Uwen Geest; Doe ons de zegen vinden, Die neêrdaald’ op Uw vrinden, Op ’t heerlijkst Pinksterfeest! De Geest, die Gij doet dalen, Brengt hier getuigenis Aan kind’ren, die verdwalen, Dat God hun Vader is. Hij schenkt ons ’t kinderlot; Hij, die ’t geloof verzegelt, Der zwakken schreden regelt, Breng ons op ’t pad tot God. Wat is de Geest des Heeren? De liefde — liefd’ alleen; Mocht Hij tot ons zich keren En maken allen één! Welzalig wie gelooft; Hij heiligt de gemoed’ren En maakt ons allen broed’ren, Verenigd met ons Hoofd. Moog ons die Geest doordringen! Dan wordt het ons gewis, Dat met zijn zegeningen De Christus in ons is. Blijft in ons allen, Heer! Laat zó Uw Geest ons sterken, Dat wij het goede werken, Als Gij, tot ’s Vaders eer.   Hervormde bundel 1938

  24. 577

    Charles Haddon Spurgeon over vriendschap met ongelovige

    ‘Veel mensen in deze plaats zijn er erg op gesteld om hun kinderen bij slecht gezelschap vandaan te houden. Er is geen andere speelplaats voor hun kinderen dan de straten en het lijkt hard wanneer zij zeggen dat hun kinderen niet met onopgevoede kinderen op straat moeten omgaan. Toch moeten zij dit doen.  Onze God houdt er niet van, dat Zijn lieve kinderen zich met de erfgenamen van de toorn vermaken of hen tot hun boezemvrienden maken. Dergelijke slechte relaties zullen u vroeg of laat ellende brengen. U kunt niet verwachten dat de Heilige Geest met u doorgaat, als u met de tegenstanders van God bevriend blijft.’

  25. 576

    Charles Spurgeon over de kracht van de Heilige Geest

      Kent u de kracht van de Geest? Maakte Hij u nooit als de strijdwagens van Amminádab? Droeg Hij u nooit met Zijn oppermachtige kracht weg? Liep u nooit als Elia voor Achabs strijdwagen en voelde u niet dat het een kleinigheid was om dat te doen? Kunt u niet zeggen: “O mijn ziel, gij hebt de sterken vertreden! Met mijn God spring ik over een muur en dring ik door een bende. Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”? Dit zijn de uitingen van de ziel die horen bij de Heilige Geest. Dan bezielt Hij hen, zij zijn goddelijk sterk, zelfs tot almachtig toe. Broeders, wij moeten de Heilige Geest hebben. Ontvangt u Zijn sterkte? Ontvangt u het beste van Hem, zelfs op dit ogenblik?’

  26. 575

    Heb je Mij lief? (Preek)

    Preek over Joh. 21: 17

  27. 574

    Ongevoelig voor de noodzaak om Christus te kennen

    Volgens Thomas Boston ‘zondigen we tegen Christus wanneer we volstrekt ongevoelig zijn voor de noodzaak Christus te kennen (Matth. 9:12). Hij komt tot ons in het Evangelie en biedt aan om zondaren, om iedereen die het hoort, te verlossen. Waarom zou Hij dat doen anders dan omdat wij Hem nodig hebben en omdat we zouden omkomen zonder Hem? Maar de meesten hebben geen dringende behoefte aan Hem. Daarom komen ze ook nooit tot Hem. Ze minachten Hem. ‘Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt’ (Openb. 3:17). De wet is hen gepreekt en hun ellende buiten Christus is hen verteld. Toch zijn ze nooit zover overtuigd dat ze in hun hart verslagen werden (Hand. 2:37). Ze hadden niet meer behoefte aan Hem dan een gezond persoon aan de dokter.’

  28. 573

    Spurgeon: Hoe word je visser van mensen?

    Helemaal goed, maar er is een beter antwoord dan dat. Volg Jezus en Hij zal u vissers van mensen maken! De grote opleidingsschool voor christelijke werkers heeft Christus als haar Hoofd. Hij is hun Hoofd: niet alleen als Onderwijzer, maar ook als Leidsman. We moeten niet alleen van Hem leren door te studeren, maar door Hem te volgen in daden. ‘Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.’ De instructie is erg helder en duidelijk en ik geloof ook uniek in zijn soort. Niemand kan op een andere wijze visser worden. Deze wijze lijkt misschien erg eenvoudig, maar is zeker en bijzonder efficiënt. De Heere Jezus Christus, Die alles weet van het vissen van mensen, was Zelf de Gebieder van het gebod: ‘Volgt Mij, als u vissers van mensen wilt worden. Als u bruikbaar wilt zijn, volg dan Mijn spoor.’  

  29. 572

    't Is mij goed wat mijn God mij beschikt

    ’t Zij vreugde mijn deel is, of smart mij verteert, En stormwind en nacht mij verschrik’, Gij hebt mij, mijn Heiland, te roemen geleerd: ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikk’. ’t Is mij goed, wat God doet; ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikt. Uw deel, hoeveel zwaarder is ’t hier niet geweest! Hoe spande niet Satan zijn strik; En ziend’ op uw kruis roemt in mij ook mijn geest: ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikk’. ’t Is mij goed, wat God doet; ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikt. Heer’, laat in mijn sterven Uw troost mij nabij, Dat mij dan uw liefde verkwikk’; Dan dank ik, hoe bang mij de doodstrijd ook zij: ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikk’. ’t Is mij goed, wat God doet; ’t Is mij goed, wat mijn God mij beschikt.  

  30. 571
  31. 570
  32. 569

    Ds. L. Kievit: Job verliest alles (2)

    Gekregen ‘Wat Job had, had hij gekregen, en zo was hij er rijk mee geweest. De Heere had het hem gegeven, genadig verleend. Daardoor verminderde het niet in waarde; integendeel, dat was 'meer waarde'. Dat mag dankbaar erkend worden. Doet u het wel eens? De mensen halen God er bij, als het hun niet naar de zin gaat, en doen Hem allerlei verwijten. Maar als het voor de wind gaat, wordt Hij nergens in gemoeid of bij genoemd. U hebt de uwen nog, en het uwe. Kijkt er eens naar met ogen, door dit woord geopend. Bedenkt dat de Heere geeft, opdat u voor Hem leeft. U kunt er wel eens zo blij mee zijn, dat u bijna bang wordt. Dat is een heidense angst, als waren de goden vol naijver bij de welstand der stervelingen. De Heere is geen afgod. Hij geeft met milde hand en Hij gunt het ons van heler harte.   En de Heere heeft genomen. Gegeven, genomen. Op één toonhoogte gesproken, zouden het vlakke woorden zijn. Job mompelt maar wat. Er is echter een ontzaglijk verschil in toonhoogte: genomen. Verschrikkelijk is dat. Genomen, alles wat hij had, zo maar. De Heere. Zijn Naam wordt er bij genoemd. Wordt beleden bij dit genomen.   Geen vuist Job eert de macht en het recht van de Heere. Hij houdt het beschikkingsrecht over wat Hij schenkt. Hij doet geen onrecht, als Hij het ons ontneemt. Wie zal tot Hem zeggen: wat doet Gij? Job lastert God niet. Er wordt geen vuist gebald en geen vloek gebruld, er wordt niet eens luidkeels geschreeuwd. Het klinkt zo stil, zo ontstellend stil: de Heere heeft genomen. Gegeven, nu goed. Maar genomen, dat mag niet. Daar worden wij balorig onder. Job niet. De Heere Die neemt is Dezelfde als Die geeft. Job houdt zich aan Hem! Dat is meer dan geduld, dat is geloof.   Worsteling En het geloof worstelt naar de lof: De Naam van de Heere zij geloofd. Begrijpt u dat? Het is al veel gevraagd om te zeggen: De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen. Zet daar maar een punt. Wie verder gaat kunnen wij eigenlijk niet meer volgen. Job gaat verder: de van de Heere! Nu, wat. Verzwijgen maar? Vervloeken dan? Vrezen, zoals de vrienden zeggen. Loven! Dat is zeker veel gezegd. Meer dan Job waar kan maken, wanneer zijn smarten worden gerekt van de ene dag in de andere. Hij sprak het toch vanuit de kennis van God. Dat is het geheim van dat wonderlijke lied, het lied in de nacht. Het wordt in de nacht gegeven als een psalm, een loflied! Job klemt zich in nood en dood vast aan God, Die lofwaardig is, wanneer Hij geeft en wanneer Hij neemt.   Lof aan God De Naam van de Heere zij geloofd. De lof is betamelijk, ook in deze omstandigheden. O, dat zou ik nooit kunnen! Ik ook niet. Ik klaag al over kleinigheden, die niet naar wens gaan, over dingen die mij moeilijk vallen in mijn leven. Neem het eens kwalijk! En dan loven, wanneer alles ons wordt ontnomen. Habakuk gaat vlak naast Job staan: zo zal ik nochtans... Hier is het geloof aan het woord. Geloven leert loven. Ik ben Job niet. En ik kan van te voren niet weten of ik, net als Job de Heere zou loven, als het mij zo verging. Ontvangt de Heere de eer van Zijn Naam in uw leven? Dan zal Hij er voor zorgen dat er ook in de nacht gezongen wordt! Wat in de nacht gezongen wordt, kan bij klaarlichte dag niet geleerd worden; en dat hoeft ook niet. Hoopt op God, want Ik zal Hem nog loven. Zo waar, Job doet het: de Naam van de Heere zij geloofd.’  

  33. 568

    Waarom moest ik Uw stem verstaan?

    Waarom moest ik Uw stem verstaan? Waarom, Heer' moet ik tot U gaan zo ongewende paden? Waarom bracht Gij die onrust mij in ’t bloed is dat genade? Gij maakt mij steeds meer vreemdeling. Ontvreemdt Ge mij dan, ding voor ding, al ’t oude en vertrouwde? O blinde schrik, – mijn God, mag ik niet eens mijzelf behouden? Want ik zie voor mij kruis na kruis mijn weg langs en geen enkel huis waar ik nog rust zou vinden. Kom ik zo echt bij U terecht, ben ik wel Uw beminde? Spreek Gij dan in mijn hart en zeg, dat het zo goed is, dat die weg ook door Uw Zoon gegaan is, en dat Uw land naar alle kant niet ver bij mij vandaan is.   (Ad den Besten)

  34. 567

    Ds. L. Kievit: Job verliest alles (1)

    Boodschappers ‘Dat is een dag geweest. Job was 's morgens vroeg opgestaan; zijn zonen en dochters vierden feest in het huis van hun oudste broer en der gewoontegetrouw brengt Job brandoffers voor ieder van hen, als een priester in zijn gezin.   Daar komt een bode aan, en nog een en nog een... Ze lopen zo hard, dat ze naar adem moeten happen, eer ze hun boodschap kunnen uitbrengen. Een boodschap van ramp op ramp. Vee werd weggevoerd, slaven werden gedood. Noodweer, moord en brand! Een wervelwind, het huis werd neergesmeten, en onder de puinhopen liggen uw kinderen begraven. Telkens blijkt er één ontkomen te zijn, om het te melden.   Houdt hij dan niets over? En z'n gezin, de kinderen, voor wie hij bad? Het is alsof Job zelf bedolven wordt onder het neervallend puin en gruis. Hij is volslagen geruïneerd. Ik kan het u niet beschrijven; het is met geen pen te beschrijven. En wat zal welsprekendheid? Er zijn geen woorden voor! Op één en dezelfde dag. Verpletterend. Job grijpt naar zijn hoofd, hij grijpt naar zijn hart. Want verstand en hart kunnen het niet verwerken; Job is ook maar een mens.   Buigen Wanneer het tot hem doordringt, scheurt hij zijn mantel en scheert haar en baard af. Sieraad van de man, maar het past niet bij zijn diepe rouw. Dan werpt hij zich ter aarde, een gebroken man, gebroken onder de slagen die hem troffen. Bonst hij met het hoofd tegen de grond, in doffe wanhoop? Nee, dat niet. Hij buigt zich neder en dat wil eigenlijk zeggen: hij aanbidt. Hij valt voor God in het stof, en hij ziet vanuit zijn ellende tot God op! Wij vergelijken het leven wel eens met varen; tenslotte zijn we een volk van schippers en vissers, en de herinnering daaraan wordt in menige uitdrukking bewaard: vaarwel en welvaart bij voorbeeld. Om even bij dat beeld te blijven: soms is het spelevaren aan de oppervlakte, bij heel kalm weer. Soms moet het schip, zwaar geladen, de golven doorklieven, het water is donker, en de wind neemt toe. En soms schuurt de kiel van het schip langs het zand en het grint, op de bodem van de rivier. Dan dreigt het in tweeën te breken. Dat is, dunkt mij, hier het geval.   Job houdt niets over dan het naakte bestaan. Hij is het zich bewust: Naakt kwam hij uit de moederschoot, naakt zal hij aan de schoot der aarde worden toevertrouwd. Wat daartussen ligt mag ons niet misleiden. Het schijnt zo veel en het blijkt zo weinig. Het heeft niet veel om het lijf, al kleden wij het nog zo fraai aan. Rijkdom, geluk, bezit, gezin. Onverhoeds ontvalt het ons. U moet Job niet verkeerd verstaan. Hier is geen nihilist aan het Woord, die meent: het is toch allemaal niets. Hier is geen fatalist aan het woord, die de overmacht van het lot aanvaardt. Hier is een man aan het woord, die het vege lijf heeft gered uit een springvloed van rampen en die daaraan ontdekt wat een mens eigenlijk is. Hoe komen we in de wereld, en hoe gaan we eruit? Als we dat eens meer bedachten, zouden we niet zo aan geld en goed hechten, zou de eenvoud ons kenmerken, ook in deze tijd van overdaad.’  

  35. 566

    Niet zien en toch geloven (Preek)

    Preek over Joh. 20: 29.

  36. 565

    Wees gegroet, gij eersteling der dagen

    Wees gegroet, gij eersteling der dagen, Morgen der verrijzenis! Bij wiens licht de magt der hel verslagen En de dood vernietigd is! Heere Jezus, Trooster aller smarten! Zon der wereld! schijn in onze harten, Deel ons zelf de voorsmaak meê Van der zaalgen sabbats-vreê. Op uw woord, o Leven van ons leven! Werpen wij het doodskleed af; Door de kracht des Geestes uitgedreven, Treden w’ uit ons zondengraf: Leer ons daaglijks, leer ons duzendwerven, In uw kruisdood meêgekruisigd sterven, En herboren — opgestaan, Achter U ten hemel gaan! In uw hoede zijn wij wèl geborgen; En, schoon eerlang ’t oog on breek’, Open gaat het op den grooten morgen Na deez’ aardsche lijdensweek! Welk een dag der ruste zal dat wezen, Als w’ onsterflijk, uit den dood verrezen, Knielen voor uw dankaltaar. — Amen, Jezus! maak het waar!   J.J.L. ten Kate  

  37. 564

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (2)

    Grote woorden ‘Dat heeft ook Petrus gedaan. Hij heeft gezegd toen de Heere Jezus sprak over de moeilijke weg achter Hem aan: „Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten." Natuurlijk spreekt daar liefde uit voor de Heiland, hartelijke liefde zelfs. En in het antwoord richt de Heere Jezus zich tot al Zijn discipelen: „Gij zult allen" — niet alleen de zwakkere broeders, maar allen met inbegrip van Simon Petrus — „gij zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht." De discipelen menen dat er slechts liefde, aanhankelijkheid en standvastige trouw in hun hart gevonden wordt, maar de Heere kent hun wankelmoedigheid en hun klein geloof.    En Hij ziet nu de profetie in vervulling gaan van Zacharia: „Ik zal de Herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden." Petrus spreekt dan zijn overmoedige woord: „Al werden ze ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden." Petrus weet nog niet dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw om ons te verslinden. Hij weet nog niet van de kracht van die boze machten die van alle kanten op ons aanvallen, opdat we in ons geloof zouden bezwijken. Daarom zegt de Heiland ook: „Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude..." Want we hebben de strijd niet alleen tegen vlees en bloed, maar tegen alle geestelijke machten uit het rijk der duisternis. En de duivel begeert ons in zijn macht te krijgen. Daarom zal hij ons in zijn zeef schudden en schokken, hij zal ons aanvechten en verzoeken, om maar aan te tonen dat we geen tarwe maar waardeloos kaf zijn. Maar tegenover dat begeren van satan staat het roerend bidden van Christus: „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude."   Zelfingenomenheid Alle waarschuwingen stuiten echter af op de zelfingenomenheid van de apostel. Hij is immers bereid met de Heere Jezus de gevangenis in te gaan, ja zelfs de dood in te gaan. De Heiland zegt echter: „Voorwaar Ik zeg u, dat gij in deze nacht eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen." Maar ook dit woord raakt Petrus niet in zijn hart. Hij roept uit — en de andere discipelen stemmen er mee in: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." Wat moeten we op de leerschool van God nog veel afleren. Niet alleen Petrus, maar ook wij. Wat moeten we toch op het Woord van God letten, dat ons zo waarschuwt dat we toch niet hooggevoelende zullen zijn, maar zullen vrezen en in kleinheid en ootmoed onze weg zullen gaan met de Heere. En wat een wonder is het dat we een biddende Hogepriester hebben, Die voor ons bidt bij de Vader, dat ons geloof niet zal ophouden. Niet aan eigen trouw en liefde zullen we onze zaligheid te danken hebben, maar aan 's Heeren trouw en ontferming.’

  38. 563

    Het Heilig Avondmaal (Preek)

    Preek over NGB art. 35 - Het Heilig Avondmaal.

  39. 562

    Ds. A. Vroegindeweij: Jezus verlaten (1)

    Zwak ‘Want ook wij ervaren het in ons leven dat we zulke zwakke mensen zijn wanneer het er op aankomt de naam van de Heere te belijden en dat we ook zo gemakkelijk op de vlucht slaan wanneer de vijand op ons afkomt, zodat er geen hoop en moed meer in ons overblijft. En wanneer Mattheüs vertelt van de discipelen die de Heere Jezus allemaal verlaten en wegvluchten, dan is het net alsof dit over ons verteld wordt. Eigenlijk zijn wij het die de Heere Jezus alleen gelaten hebben toen Hij overgeleverd werd in de hand van Zijn vijanden.   Worsteling Dat was in het uur waarin de Heere Jezus meer dan ooit behoefte gevoelde aan hun nabijheid. Hij was immers mens geworden, ons in alles gelijk geworden. En in zijn menselijke natuur zocht hij naar enige hulp en steun van Zijn discipelen. Toen Hij zo-even de hof van Gethsémané betrad en die ziele worsteling begon heeft Hij gezegd: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood, blijft hier en waakt met Mij." Maar toen zijn ze al in slaap gevallen, zodat Hij vragen moet: „Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?" Maar nu is het nog erger, want nu vluchten ze allen van Hem weg en nu laten ze Hem alleen. En de aanblik van die vluchtende discipelen moet de Heere Jezus diep geraakt hebben, zodat het psalmwoord bij Hem opgekomen kan zijn: „Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen, en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden." In de duisternis van de nacht zijn de discipelen uit elkaar gestoven als een kudde schapen wanneer de herder gedood is en de bloeddorstige wolf op hen afkomt. Nu zoeken ze allemaal hun eigen leven te behouden, zelfs Petrus die gezegd heeft: „Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen." En de evangelist vermeldt nadrukkelijk: „Desgelijks zeiden ook al de discipelen."   Afdwalen We kunnen dat in ons eigen leven terugvinden. Wanneer we onszelf hebben leren kennen op de school van de Heilige Geest als een schuldig zondaar, wanneer we ons verloren Ieren kennen voor God, wanneer we moeten belijden dat we de eeuwige dood verdiend hebben vanwege al onze zonden, en wanneer we dan het Lam Gods leren zien en kennen, Wiens bloed ons reinigt van alle zonde, wanneer we dan vergeving van God ontvangen en genade van de verzoening met Hem, wanneer de vrede Gods in ons hart daalt en de enige troost in leven en sterven ontvangen wordt, dan beloven we de Heere dat we in Zijn wegen zullen wandelen en dat we nooit meer van Hem zullen wegdwalen en dat we heel ons leven aan de Heere zullen geven en dat we tegen onze vijanden, de duivel, de wereld, de zonde en ons eigen boze vlees, zullen strijden. Maar dan ervaren we later hoe zwak van moed en klein we zijn van krachten. En vaak zijn we net als de discipelen zover van de Heere en Zijn dienst afgedwaald dat we Hem helemaal uit het gezicht verloren hebben. En soms is de weg zo moeilijk en het kruis zo zwaar en de toekomst zo donker, dat we ons ergeren aan het kruis van Christus.’  

  40. 561
  41. 560

    Het is volbracht (preek)

    Preek over Joh. 19: 30

  42. 559

    Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt

    Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt, het kwaad, gekruiste Heer, dat Gij gedaan hebt, waaraan Uw volk U schuldig heeft bevonden, noem mij Uw zonden. Gij wordt gegeseld en gekroond met doornen, geminacht als de minste der verloornen, en als een booswicht, die zijn straf moet dragen, aan 't kruis geslagen. Zeg mij, waarom men U aldus gehoond heeft, U dus, mijn vorst, gescepterd en gekroond heeft, - Om voor mijn schuld verzoening te verwerven, moest Gij dus sterven? Hoe vreemd, dat voor de schapen zijner weide de herder zelf ter slachtbank zich liet leiden, de heer zich voor de schulden zijner knechten aan 't kruis liet hechten! O wonderbare Liefde, die ons denken te boven gaat, wat kan mijn liefde U schenken, wat ooit bereiken met den arbeid mijner dagen, dat U behage? O Liefde, voor dit offer van Uw leven, wat kan ik dan mijzelf ten offer geven, opdat ik nooit, hetzij ik leve of sterve, uw liefde derve!   Jacqueline van der Waals

  43. 558

    Westerse christenen dienen oog te hebben voor Afrikaanse kerkgeschiedenis

      Livingstone Liever was David Livingstone (1813-1873) naar China gegaan, maar de Heere verhinderde hem. Zoals dit zo vaak gebeurt, waar de Heere roept en leert volgen. Zijn weg leidde naar Afrika. Aangeraakt door een beweging van geestelijke herleving in Schotland, werd hij samen met hen die na hem volgden tot rijke zegen voor dit deel van Afrika. In 2013 refereerde de Anglicaanse bisschop van Zuid-Malawi aan Livingstone als was hij een voorvader: ‘In de Afrikaanse traditie (…) is iemands erfgoed niet alleen verbonden met de bloedlijn, maar ook met invloedrijke personen binnen de etnische groep of zij die er op een aanzienlijke manier mee geassocieerd worden (…) Ik kan het verhaal van mijn geloof niet vertellen zonder referentie aan David Livingstone’.  Het volk van Malawi, dat zich voor zo’n 80% als christen ziet, weet zich schatplichtig aan de zendingspionier die hen het kruis-evangelie verkondigde.    Kerkgeschiedenis Het kleine plantje dat Livingstone achterliet, werd tot een wijdvertakte boom. In de indrukwekkende studie ‘A Malawi Church History 1860-2020’ (Mzuni Press, 2025) geven Kenneth R. Ross en Klaus Fiedler inzicht in de kerkelijke ontwikkelingen van de afgelopen anderhalve eeuw.    In de voetsporen van Livingstone vormden Schotse zendelingen een belangrijke stuwende kracht tijdens de eerste jaren. Je zou de periode 1860-1910 als grondleggend kunnen zien, vanwege de diverse missies die vorm kregen in het land. Niet onbelangrijk waren daarbij de initiatieven van diverse predikanten met de achternaam Murray, die vanuit Zuid-Afrika actief waren onder de vlag van de Dutch Reformed Church. Joseph Booth kwam als baptist naar Malawi in 1892, met een diep verlangen om onbereikten te bereiken met het evangelie. Hij verloor zijn vrouw aan de dood drie weken voor zijn vertrek, maar dit weerhield hem niet. Ook de Rooms-Katholieke Kerk wist de weg naar Malawi te vinden. Naderhand gevolgd door onder andere de zevende-dag-adventisten. Stromingen die tot op de dag van vandaag zeggingskracht hebben in Malawi.    Van 1910 tot 1960 veranderden de zendingsposten al meer tot gesetteld kerkelijk leven, met opleidingsmogelijkheden voor voorgangers. Zoals Stephen Kunecha, die in 1893 werd gedoopt en na twee jaar theologiestudie in 1911 werd geordineerd als presbyteriaans predikant. Diep geëmotioneerd bevestigde W.H. Murray in 1925 Andreya Namkumba tot predikant. Langzamerhand kreeg het leiderschap een Afrikaans gezicht. Dit was in lijn met David Livingstones’ verlangen. Het was zijn overtuiging dat in Afrika het best geëvangeliseerd kon worden door Afrikanen.    Met toenemend nationalisme in eigen land werd het juk van de kolonisator al meer gevoeld door Malawianen. Dit leidde tot een onafhankelijk Malawi op 6 juli 1964. Dit versnelde de Afrikanisering van het leiderschap binnen de kerken in de decennia die volgden. Men verlangde ‘three selfs’ ten aanzien van het kerkelijk leven. ‘Self-governing’ (zelf leidinggeven), ‘self-supporting’ (zelf voorzien), ‘self-financing (zelf financieren). Dit vormden grote uitdagingen vanwege de armoede in het land. Gedurende de decennia 1960/1970 zetten veel kerken dit proces in gang. Bisschop Patrick Kalilombe gaf daar in 1973 woorden aan in een pastorale brief: ‘Om dit te bereiken, moet er alles aan gedaan worden om christenen tot het besef te brengen dat de kerk van hen is; zij zijn de kerk. Het gevoel dat de priesters of de zendelingen de kerk bezitten moet stoppen. Een nieuw besef van verantwoordelijkheid moet groeien waarbij iedereen beseft dat het leven en werk van de kerk afhangt van hem of haar.’ Laat helder zijn, men doelde daarbij uiteraard niet op de uitwerking van het Evangelie, daar staat de Heilige Geest immers voor in. Wel doelde men op de verantwoordelijkheid die Malawianen dienden te nemen voor de praktische kant van het kerkelijk leven. Vandaag hebben de kerken een krachtige eigen plaats in de samenleving van Malawi, in al haar diversiteit van belijden en beleven. Een kerk van Afrikanen voor Afrikanen, zoals dit Livingstone reeds voor ogen stond.   Veranderde taak Soms bekruipt mij het gevoel dat het denken over zending binnen de kerkelijke gemeenten in Nederland te sterk bepaald wordt door negentiende-eeuwse gedachtenvorming. Wellicht versterkt door het lezen van zendingsbiografieën die diepe indruk maken. Ik herken dit overigens van binnenuit. De tijd ging echter verder. De taak van westerse voorgangers in een land als Malawi is een andere dan die van missionarissen in de negentiende eeuw en onvergelijkbaar met zending in onbereikte gebieden.    Evangelieverkondiging en toerusting in Afrika dient met hetzelfde respect gepaard te gaan als dat wij verwachten wanneer zij tot ons komen. Dit begint met de erkenning dat God een weg met een volk gegaan is, door de kerkgeschiedenis heen. We komen niet op onontgonnen terrein, integendeel. Kunnen we nog iets betekenen in een land als Malawi? Wis en zeker, er is ruimte om desgevraagd (!) te dienen. Wij dragen een schat aan theologische doordenking, die van grote waarde kan zijn voor Afrika. Mede gezien de geestelijke dwaalleraren die hun charismatische invloeden laten gelden in onze dagen, kan de schat van de eeuwen een bron vormen om samen uit te putten. Tevens mogen wij delen van de welvaart die de Heere ons gaf, met hen die op dit punt minder bedeeld zijn dan wij. Het gaat daarbij om dienst van broeders aan broeders. Schouder aan schouder, Christus’ voetstappen drukkend.             

  44. 557

    God is een God van orde (Preek)

    Preek over Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 32

  45. 556

    Ds. W. van Gorsel over belijdenis doen als startpunt (2)

    Steeds weer ‘Belijdenisvan het geloof doen kan dan ook nooit een éénmalige zaak zijn. Wie ééns de Naam van de Heere heeft beleden zal iedere keer wéér geroepen worden voor die Naam uit te komen.   De manier waaróp kan voor ieder verschillend zijn. Wat voor allen geldt is natuurlijk trouw te zijn in de dienst van God. Het lijkt nauwelijks nodig dat te zeggen, want dat beloven de jonge lidmaten immers: „getrouw te zijn onder de bediening van het Woord en van de sacramenten, volharden in het gebed en in het lezen van de Heilige Schrift...". Maar gezien het feit dat er toch altijd weer lidmaten zijn die verslappen in het kerkgaan en Bijbellezen, om maar helemaal niet te denken aan hen die op den duur helemaal afvallen, is het toch niet overbodig dat nog eens te onderstrepen.   Maar voor de Naam van de Heere uitkomen, dat kan ook door onze levenswandel. Door het eenvoudige woord dat we spreken, door het goede voorbeeld dat we geven op ons werk, als we daar misschien verkeren te midden van „andersdenkenden". Het kan ook als we zelf voor een belangrijke beslissing staan, bijvoorbeeld een verandering van werkkring of een verandering van woonplaats. Dat we dan niet in de eerste plaats kijken naar de voordelen die deze verandering voor ons biedt, maar dat we eerst de vraag onder ogen zien of we in die nieuwe baan of op die nieuwe woonplaats ook de Heere kunnen dienen. En zo zijn er nog véél meer voorbeelden te bedenken.   Gebed Het valt me weleens op dat onze jonge mensen over het algemeen zich deze roeping wel bewust zijn. Ze voelen vaak aan, ook zonder dat ze het nu precies onder woorden kunnen brengen, dat we leven in een geseculariseerde tijd, en dat er van mensen die de Naam van God belijden wel iets verwacht wordt. Ze schrikken vaak ook een beetje terug als ze de consequenties daarvan overzien.   Daarom zou ik tenslotte dringend willen vragen om de voorbede voor allen die deze dagenbelijdenis doen. Ze zullen hun belofte in eigen kracht niet waar kunnen maken. Daarom hebben ze nodig dat er biddende ouders, een biddende familie, een biddende gemeente om hen heen staat. Kritiek leveren op de handel en wandel van lidmaten is niet zo moeilijk, maar wie zijn wij? Daarom: Spreek niet over hen met de mensen, maar spreek over hen met de Heere Wiens naam ze gaan belijden en Die gezegd heeft: „Hij Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal".’

  46. 555

    Ds. W. van Gorsel over belijdenis doen als startpunt (1)

    Belijdenis doen ‘Tegen het doen vanbelijdenisworden vandaag nogal wat argumenten aangevoerd. Sommigen verklaren het niet te kunnen doen omdat je dan „zoveel op je neemt". Blijkbaar zijn ze van mening dat ze zich als doopleden meer kunnen veroorloven dan wanneer ze belijdende lidmaten zijn. Anderen zeggen dat die plechtigheid voor hen „niet hoeft". Die éne keer voorin de kerk staan, terwijl aller oog op je gericht is, dat zou voor de Heere toch geen waarde hebben. Het komt er maar op aan dat je ook op maandag en dinsdag, in het leven van alledag, je als christen gedraagt…   Het eindpunt? Dat er zo gedacht en gesproken wordt, is op zichzelf niet vreemd. De kerkelijke praktijk heeft dat niet weinig in de hand gewerkt. In de tijd van de dode orthodoxie is debelijdenisvan het geloof gedegradeerd tot een instemmen met de ware leer. In de tijd van de Verlichting werd debelijdenisnog verder uitgehold, zodat men haar ging zien als een verklaring van kerkelijke mondigheid en als een soort gelofte tot een deugdzaam leven. Dat hield in dat men als lidmaat werd „bevestigd" en daarna voor het eerst, en tegelijk voor het laatst, deelnam aan het Heilig Avondmaal. Ook in gemeenten waar thans het aantal Avondmaalgangers minimaal is, kwam dat rond de eeuwwisseling nog voor... Er is weleens gezegd - en niet ten onrechte, datbelijdenisdoen in de vorige eeuw de eerste stap was op de weg naar volledige onkerkelijkheid...   Er zal nu wel nergens meer op deze manierbelijdenisworden gedaan, maar het is toch niet bij benadering te zeggen hoe diep de visie wortel heeft geschoten dat men door het doen vanbelijdenistoch min of meer de eindstreep heeft behaald. Veelal leeft toch nog de gedachte datbelijdenisdoen een soort afronding of afsluiting is van de catechisatie-periode. Zoals leerlingen op een middelbare school gedurende het laatste jaar moeten blokken omdat zij in de examenklas zitten, zo vergaderen ook debelijdenis-catechisanten in die wintermaanden een vracht kennis. En de aannemingsavond is een soort examen waarbij ze deze kennis kunnen spuien. Om dan de vergelijking maar helemaal door te trekken, de belijdenisplaat die de kerkeraad uitreikt als herinnering, is het getuigschrift dat ze voor het examen zijn geslaagd.   Het startpunt Belijdenis doen van het geloof kan nooit een eindpunt zijn, maar is — als het goed is — een startpunt. Niet in die zin dat er niets aan voorafgaat. Integendeel, in de meeste gevallen was daar het geboren worden en het opgroeien in een christelijk gezin, een van huis uit vertrouwd zijn met het Woord. Was daar ook het onderwijs op de zondagsschool, op de christelijke school, op de catechisatie. Op al deze manieren werden jongeren geleid en gevormd opdat ze straks de persoonlijke keuze zouden doen, de persoonlijke beslissing zouden nemen om in het openbaar de Naam van de Drieënige God te belijden.’    

  47. 554

    Zij brachten kinderen tot Jezus (Preek)

    Preek over Markus 10: 13-16.

  48. 553

    't Is middernacht en in de hof

    ’t Is middernacht en in de hof, Buigt, tot den dood bedroefd, in ’t stof De Levensvorst; in Zijn gebeên Doorworstelt Hij zijn strijd alleen. ’t Is middernacht, maar hoe Hij lijd’, Zijn jong’ren slapen bij die strijd; En derven, afgemat in rouw, De aanblik op des Meesters trouw. ’t Is middernacht, maar Jezus waakt, En ’t zielelijden, dat Hij smaakt, Bant uit Zijn hart de bede niet: „Mijn Vader, dat Uw wil geschied’”. ’t Is middernacht, en ’t Vaderhart Verstaat en sterkt de Man van smart, Die ’t enig lijden, dat Hij torst Ten eind doorstrijdt als Levensvorst.   Johannes de Heer

  49. 552

    Ds. G. Boer over de klem van de prediking

    Verstaan wij dat? Paulus weet van een bediening der verzoening binnen het raam van het verbond, waarin hij als een biddende prediker staat. Hij bidt: laat u met God verzoenen. In werkelijkheid bidt de Heere Jezus Zelf: laat u met God verzoenen. Hoe nodig is het, dat onze prediking van week tot week onder dit gericht doorgaat. Wanneer deze levende en bewogen verbondsbetrekking in het oog gehouden ware, hadden wij minder scholastiek en minder stelsels en minder versteende gemeenten, waarbij de ouderen bevriezen en de jeugd ontkerstent op een verschrikkelijke manier, maar meer leven uit de God des verbonds. Want hierin is het getuigenis van de Heilige Geest. Christus moet voor ogen worden geschilderd! Wij dienen - zo zegt ergens ds.van Reenen - te gelijken op Eliëzer, die almaar sprak over zijn meester. In Hem gaan alle schatten des verbonds open.’   Dit is een citaat uit de lezenswaardige lezing ‘Verbond en prediking’ van ds. G. Boer, zie www.passievoorhetevangelie.nl. 

  50. 551

    Dr. C.A. Tukker: Onder de indruk van David Livingstone

    Livingstone Tukker schrijft: ‘In mei was het namelijk 100 jaar geleden, dat David Livingstone (1813-1873), de grote ontdekkingsreiziger en zendeling, tevens arts, in Afrika, in het huidige Zambia stierf. Een man van beslissend handelen: beroemd is, toen hij spoorloos was, zijn ontmoeting met Stanley, ergens in de Afrikaanse oerwouden. Beroemd is ook zijn besluit tijdens zijn verblijf in Engeland 1857 om terug te gaan naar Afrika: 'Ik ga terug om te trachten een pad open te maken voor handel en christendom'. Niet omdat Livingstone handelsbelangen had of diende, maar aangezien hij verwachtte dat de handel aan de slavenjacht een einde zou maken. Minder bekend, maar wel treffend is zijn besluit na een brand die zijn kostbare bibliotheek in Zuid Afrika in vlammen deed opgaan: 'Nu weerhoudt niets mij om weer te gaan reizen'.    Slaven Beroemd is ook zijn besluit om op latere leeftijd niet meer op te treden namens het Londens Zendingsgenootschap, maar als ambtenaar van het Britse Gouvernement. En het was wéér als met de handel, die hij wilde bevorderen, niet om de handel maar om met dit middel de slavenjacht e beëindigen. Dit keer stond hem niet het ambtenaarschap of de politieke veiligheid voor de geest. Hij koos dit middel puur omdat hij van overtuiging was dat hij zo de Afrikanen, die hij liefhad, het best van nut kon zijn in het bestrijden van onrecht en het rechtzetten van 'sociale misstanden', zoals wij die zouden noemen. Wie ervan op de hoogte is, hoe diep deze 'misstanden' wortelen in adat en (vaak godsdienstige) tradities en patronen, zal des temeer besef hebben voor het vertrouwen dat Livingstone onder diverse stammen won en dat hij met veronachtzaming van eigen welzijn, ten goede wilde doen komen aan gebieden, die tot nu toe voor Europeanen onbekend en onbegaanbaar waren. Livingstones woorden, gesproken in een college te Cambridge 1857: 'Gaat gij verder met het werk dat ik begon. Ik laat het bij u achter', vormden aanleiding tot de stichting van de Zending op Centraal-Afrika, een universitair-Engelse onderneming. Ook de zending rond het Nyasameer vanuit Zanzibar, bevorderd door de Vrije Kerk van Schotland en de Schotse Kerk, voltrok zich naar Livingstones voorbeeld. En tenslotte geraakte de man die de doodgewaande Livingstone ontdekte, de krantencorrespondent Henry M. Stanley, zó in de ban van Davids werk dat hij zijn verdere leven gaf aan de kerstening van Uganda in het bijzonder en Centraal-Afrika in het algemeen.   Nederig en vastberaden Livingstone had ook zónder zendingsdrang een 'groot' man in de wereldgeschiedenis kunnen zijn. Hij heeft bijv. boeken vol afrikanistiek geschreven, daarbij gesteund door zijn scherpe opmerkingsgave. Maar juist het christelijk geloof verlegde de doelstelling van zijn reizen. Hij had niet slechts een ongelofelijk doorzettingsvermogen, maar ook een nederige geest. Het eerste komt een ontdekkingsreiziger te pas, het tweede is geen vrucht van gevierdheid, maar van oprecht geloof. Livingstones geest en brede aanpak zijn geen gemeengoed, ook niet in zendingskringen. Wij hebben de Geest van God nodig om nederig en vastberaden te zijn en te verdragen wat de gang van het Evangelie aan moeite bezorgd zonder dat we ons erover verbazen alsof ons iets vreemds overkomt.’    

Type above to search every episode's transcript for a word or phrase. Matches are scoped to this podcast.

Searching…

We're indexing this podcast's transcripts for the first time — this can take a minute or two. We'll show results as soon as they're ready.

No matches for "" in this podcast's transcripts.

Showing of matches

No topics indexed yet for this podcast.

Loading reviews...

ABOUT THIS SHOW

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

HOSTED BY

Ds. A.S. Middelkoop

Produced by Vorming voor elke dag

Frequently Asked Questions

How many episodes does Vorming voor elke dag have?

Vorming voor elke dag currently has 50 episodes available on PodParley. New episodes are automatically indexed when they're published to the podcast feed.

What is Vorming voor elke dag about?

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

How often does Vorming voor elke dag release new episodes?

Vorming voor elke dag has 50 episodes. Check the episode list to see recent publication dates and frequency.

Where can I listen to Vorming voor elke dag?

You can listen to Vorming voor elke dag on PodParley by clicking any episode. We provide an embedded audio player for direct listening, and you can also subscribe via your preferred podcast app using the RSS feed.

Who hosts Vorming voor elke dag?

Vorming voor elke dag is created and hosted by Ds. A.S. Middelkoop.
URL copied to clipboard!