Apothekers Podcast met Harm Geers podcast artwork

PODCAST · health

Apothekers Podcast met Harm Geers

Harm Geers is apotheker en bespreekt wekelijks allerlei zaken over geneesmiddelen.

Publisher-supplied feed metadata · PodParley refreshed Jun 11, 2026 · Source feed

  1. 79

    Podcast serie Hypertensie #4: Resistente Hypertensie & Innovatie

    SamenvattingDeze aflevering/lecture behandelt therapieresistente hypertensie en primair hyperaldosteronisme als belangrijke oorzaak. Resistente hypertensie wordt gedefinieerd als persisterend verhoogde bloeddruk boven behandeldoelen ondanks minimaal drie antihypertensivaklassen (calciumantagonist, RAS-remmer, diureticum), met prevalentie ~10–20% algemeen, hoger bij chronische nierschade (22,9%) en ouderen (12,3%). Voor diagnose moeten meetfouten en secundaire oorzaken worden uitgesloten: therapieontrouw (zeer frequent; herhaaldelijk controleren), witte-jaseffect, hoge zoutinname, OSAS, en middelen zoals NSAID’s, alcohol, orale anticonceptiva, cocaïne en drop (glycyrrhizinezuur).Primair hyperaldosteronisme veroorzaakt circa 17–23% van resistente gevallen en verhoogt het risico op cardiovasculaire en renale complicaties 2–6 keer, via inflammatie, fibrose en oxidatieve stress. Etiologie: autonome aldosteronproductie door unilateraal bijnieradenoom (curatief te opereren) of bilaterale hyperplasie (APCC’s; farmacotherapie nodig). Risicofactoren: jonge leeftijd (<40 jaar), hypokaliëmie (niet obligaat), OSAS, obesitas en genetische predispositie. Aldosteron induceert oxidatieve stress (NADPH-oxidase → ROS), vermindert NO en bevordert bindweefselvorming, wat bijdraagt aan vaatstijfheid, elektrische geleidingsstoornissen en atriumfibrilleren.De pathofysiologie omvat RAAS-activatie bij laag circulerend volume (renine → angiotensine I → angiotensine II → aldosteron), en autonome productie door mutaties (o.a. KCNJ5, CACNAID, ATP1A1) die CYP11B2 (aldosteronsynthase) activeren. Genomische effecten via de mineralocorticoïdreceptor in distale verzamelbuizen verhogen ENaC en Na+/K+-ATPase, wat natrium- en waterretentie en kaliumsecretie (hypokaliëmie) veroorzaakt. Niet-genomische routes (GPER1 → ERK1/2 → SP1/ELK1) stimuleren collageen, CTGF en α-SMA, transformatie van fibroblasten naar myofibroblasten en orgaanfibrose.Diagnostiek van primair hyperaldosteronisme start met een aldosteron-renine-ratio (ARR): hoog aldosteron, lage renine. Interferenties: bètablokkers verlagen renine; ACE-remmers/diuretica verhogen renine—bij voorkeur 2–4 weken staken en tijdelijk overschakelen op doxazosine, verapamil of hydralazine. Correcte pre-analytiek: kalium >4 mmol/L, geen lage zoutinname, minstens 2 uur rechtop en 5 minuten rust voor afname; minimale reninedrempel hanteren. Bevestigingstests: orale/IV zoutbelasting, captopril-challenge of fludrocortison-onderdrukkingstest; persisterend verhoogde aldosteron ondanks onderdrukking bevestigt de diagnose. Differentiatie tussen unilateraal adenoom en bilaterale hyperplasie is essentieel voor therapiekeuze.Farmacotherapie bij therapieresistente hypertensie en hyperaldosteronisme:Mineraalreceptorantagonisten (MRA) zijn eerste keuze: spironolacton 25–50 mg (Pathway-2: beste effect; −8,7 mmHg vs placebo, ~−4 mmHg meer dan doxazosine/bisoprolol). Let op hyperkaliëmie en anti-androgene bijwerkingen (gynecomastie, menstruatiestoornissen); eplerenon is alternatief met minder hormonale effecten. Finerenon is niet geregistreerd voor deze indicatie.ENaC-remmers zoals amiloride verminderen aldosteron-gemedieerde natriumreabsorptie; leverbaarheid beperkt.Andere antihypertensiva (bètablokkers, alfablokkers, centraal werkende middelen, vasodilatatoren) zijn secundaire opties.Nieuwe therapieën: aldosteronsynthase-remmers (CYP11B2-remmers) zoals baxdrostat, lorundrostat en ficadrostat remmen de bron van aldosteronproductie met hoge selectiviteit voor CYP11B2 boven CYP11B1 (cortisolroute). Klinische studies tonen systolische bloeddrukdalingen van ~6–11 mmHg vs placebo bij resistente hypertensie; veiligheidsprofielen omvatten beheersbare hyperkaliëmie, vroege hyponatriëmie en reversibele GFR-daling, zonder effect op cortisolspiegels. Ze missen anti-androgene bijwerkingen en bieden potentieel voor orgaanprotectie; ze vormen de eerste nieuwe antihypertensieve klasse in ~20 jaar.Apothekersrol: systematische monitoring van kalium, natrium en nierfunctie (vooral in de eerste weken bij synthaseremmers en bij MRA’s); optimalisatie van bestaande antihypertensieve doseringen; bewaken van therapietrouw; afstemmen van medicatie op diagnostiek (ARR-compatibiliteit). Nascholing en verdere verdieping zijn beschikbaar via apothekerspodcast.nl.KennispuntenResistente hypertensie: definitie, prevalentie en risicogroepen; noodzaak tot uitsluiten van secundaire oorzaken en meetfouten.Primair hyperaldosteronisme: prevalentie, etiologie (adenoom vs bilaterale hyperplasie), risicofactoren en verhoogd cardiovasculair/renaal risico.Pathofysiologie: RAAS, genomische en niet-genomische aldosteroneffecten, oxidatieve stress, inflammatie en fibrose.Diagnostiek: ARR met juiste voorbereiding, interfererende medicatie, bevestigingstests en differentiatie voor therapiekeuze.Behandeling: MRA’s (spironolacton/eplerenon), ENaC-remmers, overige antihypertensiva; opkomende aldosteronsynthase-remmers met veelbelovende effectiviteit en veiligheid.Monitoring en therapietrouw: elektrolyten en nierfunctie controleren, schema’s vereenvoudigen, tijdelijke ARR-compatibele middelen inzetten.Professionele nascholing: apothekerspodcast.nl voor punten en verdieping.

  2. 78

    Podcast serie Hypertensie #3: De Kunst van het Afbouwen

    De podcast behandelt het afbouwen (“deprescriben”) van antihypertensieve medicatie bij zeer oude en/of kwetsbare patiënten naar aanleiding van de nieuwe hypertensierichtlijn. Via casuïstiek, definities van kwetsbaarheid (Clinical Frailty Scale en NHG‑benadering) en een overzicht van kernstudies (o.a. PARTAGE, Leiden 85-plus, DANTE, OPTIMISE, DANTON, Liu-cohort, Cochrane-review) wordt onderbouwd dat een lage behandelde bloeddruk bij kwetsbare ouderen geassocieerd is met hogere mortaliteit en snellere cognitieve achteruitgang. Centraal staat de RETREAT-FRAIL-studie: gestructureerde afbouw bij zeer oude, kwetsbare verpleeghuisbewoners met systolische bloeddruk 1100 kwetsbare verpleeghuisbewoners (80+, gem. 88 jaar), Frankrijk/Italië.   - Interactie: lage SBP en ≥2 antihypertensiva.   - SBP 36.000 patiënten; verpleeghuissetting.   - Behandelde lage BP, <110 mmHg geassocieerd met hogere mortaliteit (HR ~1,36–1,47).   - Intensieve verlaging tot zeer lage BP kan schadelijk zijn.* **Cochrane-review (2025)**   - 60 RCT’s, follow-up 4–56 weken.   - Afbouw waarschijnlijk haalbaar; bewijskwaliteit laag.   - Nodig: robuuster onderzoek bij alleroudsten → aanleiding voor RETREAT-FRAIL.### 4. RETREAT-FRAIL-studie: opzet, resultaten en implicaties* **Algemene informatie en populatie**   - Reduction of Antihypertensive Treatment in Frail Patients; NEJM; Frankrijk.   - 108 verpleeghuizen; 1048 bewoners; follow-up mediaan 38,4 maanden.   - Inclusie: ≥80 jaar (gem. 90,1), ≥2 antihypertensiva, SBP <130 mmHg, frail; MMSE gem. 13,4; merendeels vrouw.   - Interventie: programmateus afbouwprotocol vs gebruikelijke zorg.* **Effect op medicatiegebruik en bloeddruk**   - Middelen: afbouwgroep 2,6 → 1,5; controle 2,5 → 2,0.   - SBP: afbouwgroep gemiddeld 4,1 mmHg hoger dan controle; geen grote stijging.* **Primaire en secundaire uitkomsten**   - Primair: totale sterfte — afbouw 61,7% vs controle 60,2% (niet significant).   - Secundair: MACE, vallen, fracturen, cognitie, QoL — geen klinisch relevante verslechtering of verbetering.* **Conclusies**   - Bij zeer oude, kwetsbare verpleeghuisbewoners met SBP <130 mmHg is gestructureerd afbouwen:     - Veilig.     - Haalbaar.   - Geen sterftewinst, maar ook geen verhoogd sterfterisico.   - Praktisch relevant voor openbare farmacie en verpleeghuiszorg: bij ≥2 middelen en lage BP kan afbouw systematisch worden ingevoerd.### 5. RETREAT-FRAIL-afbouwprotocol: praktische toepassing* **Doelgroep**   - ≥80 jaar, ≥2 antihypertensiva, SBP <130 mmHg; bij voorkeur (zeer) kwetsbare verpleeghuisbewoners.* **Voorbereiding: Lijst 1 en Lijst 2**   - Lijst 1: afbouwbare antihypertensiva zonder dwingende andere indicatie.   - Lijst 2: essentiële medicatie met harde indicatie:     - ACE-remmers/β-blokkers bij HFrEF.     - β-blokkers na recent MI of bij ritmestoornissen.   - Lijst 2 bij voorkeur niet afbouwen.* **Evaluatie- en controlemomenten**   - Start na beoordeling medicatielijst en BP.   - Evaluaties: na 3 maanden, 6 maanden, vervolgens elke 6 maanden.   - Bij elk moment BP en kliniek beoordelen; beslissen over verdere afbouw.* **“One-per-time”-regel**   - Per gepland bezoek slechts één Lijst 1-middel staken.   - Vergemakkelijkt causale beoordeling en voorkomt onduidelijkheid.* **Basisregel voor voortzetting**   - Doorgaan als SBP <130 mmHg blijft en geen acute ziekte/instabiliteit.   - Volgende controle: opnieuw één Lijst 1-middel stoppen.* **Specifieke afbouwregels**   - β-blokkers: niet abrupt; dosis halveren 1 week, daarna staken bij SBP <130 mmHg en stabiele kliniek.   - Lisdiuretica: idem; bij zeer lage dosis mag direct stoppen.   - ACE-remmers/ARB’s/calciumantagonisten: mogen in één keer worden gestopt.   - Overige: stap-voor-stap, met monitoring.* **Veiligheidsanker: herstartcriteria**   - Drempel: SBP ≥160 mmHg.   - Actie: afbouw stoppen; laatst gestopte middel herstarten in halve oorspronkelijke dosis.* **Praktische implicaties voor apothekers (NL)**   - Vertaalbaar naar verpleeghuizen/eerste lijn:     - Selecteer patiënten ≥80 jaar, ≥2 antihypertensiva, SBP <130 mmHg.     - Werk samen met huisarts/specialist ouderengeneeskunde voor Lijst 1/2.     - Monitoren en periodiek evalueren.   - Verwacht: minder polyfarmacie, bijwerkingen en kosten, zonder nadelige sterfte-impact.### 6. Interpretatie van de literatuur: lage bloeddruk, cognitie en veiligheid* **Gezamenlijke conclusies**   - Bij kwetsbare zeer oude gebruikers van antihypertensiva is lage SBP herhaaldelijk geassocieerd met:     - Verhoogde sterfte.     - Versnelde cognitieve achteruitgang (Leiden 85-plus).   - Benefit-harm-balans verschuift: te agressieve BP-verlaging kan schadelijk zijn (J-curve).* **Cognitieve impact en risico’s**   - Overwegend negatieve cognitieve impact van (te) lage BP bij kwetsbare ouderen.   - Afbouwen bij dementie is complex:     - DANTE (milde stoornis): veilig, geen cognitieve winst.     - DANTON (gevorderd): meer delirium en vallen; proactief stoppen niet aanbevolen.   - RETREAT-FRAIL:     - Gemiddelde MMSE 13,4 (aanzienlijke beperking).     - Gestructureerde afbouw: geen verslechtering van cognitie, geen toename in vallen of MACE t.o.v. standaardzorg.     - Belangrijke tegenhanger van DANTON: protocolmatig afbouwen kan veilig zijn.* **Nuance DANTON vs. RETREAT-FRAIL**   - DANTON: gevorderde dementie, voortijdig gestopt, ongunstige uitkomsten; mogelijk minder strikt protocol.   - RETREAT-FRAIL: zeer oude, kwetsbare populatie; strikt stapsgewijs protocol met veiligheidsanker; geen sterfteverschil en geen duidelijke verslechtering in secundaire uitkomsten.   - Praktisch: afbouwen kan veilig zijn met strikt protocol, goede monitoring, alertheid op delirium/vallen; bij gevorderde dementie extra voorzichtig en individueel afwegen.### 7. Terugkoppeling naar de casuïstiek en klinische beslissingen* **Casus 1 (76-jarige fitte man, 165 mmHg)**   - Fit, zelfstandig; hoge SBP.   - Richtlijnen: intensiveren antihypertensiva.   - Afbouw niet aan de orde; focus op preventie.* **Casus 2 (91-jarige kwetsbare verpleeghuisbewoonster, CFS 7, 115 mmHg)**   - Zeer kwetsbaar, polyfarmacie, lage SBP.   - Aanpak conform RETREAT-FRAIL:     - Lijst 1/2 bepalen.     - Per evaluatie één Lijst 1-middel stoppen.     - Monitoren op 3, 6, daarna elke 6 maanden.     - Doorgaan bij SBP <130 mmHg en stabiliteit.     - Herstart bij SBP ≥160 mmHg in halve dosis.   - Doel: overbehandeling, polyfarmacie en J-curve-risico reduceren.* **Casus 3 (85-jarige man, verzorgingshuis, matige dementie, 2 middelen, 142 mmHg)**   - Niet verpleeghuis; matige dementie; SBP 142 mmHg.   - Pro’s: minder polyfarmacie, minder risico op orthostase/vallen/nierproblemen.   - Con’s: mogelijke BP-stijging en ongunstige effecten; signalen uit DANTON bij gevorderde dementie.   - Besluit: individuele risico-batenanalyse met patiënt/familie; multidisciplinair overleg; eventueel zeer geleidelijk en strikt afbouwen met intensieve monitoring, of conservatieve benadering bij acceptabele BP.* **Algemene boodschap voor apothekers**   - Minder medicatie is vaak beter bij zeer oude, kwetsbare patiënten, mits:     - Zorgvuldig, gestructureerd (RETREAT-FRAIL).     - Duidelijke criteria (leeftijd, aantal middelen, BP, kwetsbaarheid).     - Voldoende follow-up/monitoring.   - Afbouw is geen middel om cognitie te verbeteren, maar kan polyfarmacie, bijwerkingen en kosten verminderen zonder sterfte-impact.

  3. 77

    Podcast serie Hypertensie #2: Diagnostiek onder het Vergrootglas

    De verdiepende aflevering van de Apothekerspodcast onderzoekt waarom lagere bloeddrukstreefwaarden (tot onder 120 mmHg systolisch) steeds vaker worden nagestreefd, en biedt een historische en kritische bespreking van klinische studies van 2009 t/m 2025. Aan de hand van de casus van meneer Van Dongen (65 jaar, type 2 diabetes, PAV, recent gestopt met roken) worden verschillen tussen Amerikaanse, Europese en Nederlandse richtlijnen, meetmethoden (thuis vs. praktijk), en risico’s van te lage bloeddruk (J-curve) besproken. Belangrijke studies zoals SPRINT, STEP, ESPRI(T) en BP Road tonen voordelen van intensieve behandeling bij hoogrisicopatiënten, inclusief diabetici en post-beroerte, terwijl bij zeer oude of kwetsbare ouderen een te lage bloeddruk schadelijk kan zijn (cognitieve achteruitgang, hogere sterfte). De podcast geeft concrete behandelstappen, combinatietherapieën, comorbiditeitsgebonden keuzes, veiligheidsmonitoring (GFR, natrium, kalium) en praktische punten zoals sick day rules en FTO-materialen. Dit is relevant voor apothekers om behandeling te individualiseren, meetcontext correct te interpreteren, en nauw samen te werken met huisartsen. De aflevering werd gemaakt op 2026-01-04.## 🔖 Kennispunten### 1. Casus: Meneer Van Dongen en interpretatie van bloeddrukmetingen* Indicaties en voorgeschiedenis   - 65 jaar, type 2 diabetes sinds 5 jaar (goed gereguleerd), lichte perifeer arterieel vaatlijden, BMI 28 kg/m², recent gestopt met roken, dagelijks wandelen, vitaal.   - In Florida (VS) otitis externa na jacuzzi; lokale arts schreef oordruppels met antibiotica en mat bloeddruk.* Bloeddrukmeting en initiële therapie   - Bloeddruk 138/86 mmHg (gemiddelde van 3 metingen, arts aanwezig, praktijksetting).   - Directe start in VS: single-pill combination enalapril + chlortalidon.* Meetcontext en herinterpretatie   - Praktijkmetingen zijn vaak 10–15 mmHg hoger dan onbeheerde automatische/thuismetingen (witte-jasseneffect).   - Correctie zou 138 → circa 123 mmHg kunnen betekenen; mogelijk geen noodzaak voor medicamenteuze therapie indien thuiswaarde adequaat.* Richtlijnverschillen voor deze casus   - Amerikaanse en ESC-richtlijnen: eerder starten met medicatie bij dergelijke waarden/risico’s.   - NHG (NAG): terughoudender; eerst aanvullende risicoschatting (bijv. SCORE2) en thuisbloeddrukmetingen; shared decision making met patiënt.### 2. Historie en kernresultaten van klinische trials (2009–2025)* Overzicht van belangrijke studies en jaartallen   - 2009 CardioSys: eerste aanwijzingen voor behandeling tot 11.000 patiënten; 3,4 jaar; ≥50 jaar, hoog CV-risico; 39% met diabetes, 27% met beroerte in voorgeschiedenis.   - Eindpunten: MI, revascularisaties, hartfalen, beroerte, CV-sterfte.   - 12% minder events; 39% reductie in cardiovasculaire sterfte; meer syncope en >40% GFR-dalingen.   - Conclusie: 15%, of leeftijd >75 jaar.   - Diabetici en patiënten met eerdere beroerte uitgesloten.* ESPRI(T)/BP Road-populaties   - Vergelijkbare hoogrisicogroepen, maar inclusief diabetici en post-beroerte; tonen voordelen van lage streefwaarden in deze groepen.* STEP-populatie en uitkomsten   - 60–80 jaar, vitaal; BP 140/90 of op medicatie; vooral Chinese populatie; beroerte uitgesloten.   - Streef: 110–130 mmHg; uitkomsten: 33% afname beroertes, 73% afname hartfalen.* Meetmodaliteiten en implicaties   - SPRINT: onbeheerde automatische meting; 5 minuten rust; lagere waarden (10–15 mmHg lager dan praktijk).   - STEP/ESPRI(T): praktijkmetingen; 3 metingen met 1 minuut interval; arts aanwezig; hogere waarden dan thuismeting.   - Interpretatie: thuismetingen voorspellen beter; praktijk kan witte-jasseneffect geven; klinische beslissingen moeten meetcontext meewegen.### 4. J-curve en risico’s van te lage bloeddruk* Conceptuitleg   - Relatie tussen bloeddruk en events heeft J-/U-vorm: te hoge bloeddruk veroorzaakt orgaanschade; te lage bloeddruk verhoogt risico door verminderde perfusie.* Mechanismen bij lage bloeddruk   - Verminderde perfusie van vitale organen; lagere diastole BP vermindert coronair perfusie (diastolisch), verhoogt MI-risico.   - Lage BP kan samengaan met kwetsbaarheid, hartfalen, kanker; confounding in observationele verbanden tussen lage BP en sterfte.* Kwetsbare ouderen: evidence   - Partage-studie: lage bloeddruk verdubbelt sterfterisico in verpleeghuispopulaties.   - Leiden 85PLUS: snellere cognitieve achteruitgang bij lage bloeddruk.* Veilig bereik en ondergrenzen   - Veilig bereik tot ~120/70 mmHg; niet lager.   - Ondergrenzen ~90/50 mmHg als potentieel gevaarlijk.   - Benadrukt individualisering per patiënt.### 5. Richtlijnen: NHG (NAG), ESC en American Heart Association* Hypertensiedefinitie en streefwaardes   - NHG/ESC: hypertensie ≥140/90 mmHg.   - AHA: ≥130/80 mmHg al verhoogd.   - Streef: NHG 140 mmHg in NHG/ESC; AHA eveneens (eerder bij lagere drempels afhankelijk van stadium).   - Monotherapie: NHG bij kwetsbaarheid of 150 mmHg.     - ESC/AHA: vaak bij >140/90; AHA stimuleert single-pill combinations (ACE/ARB + CCB of thiazide-type diureticum).* Beta-blokkers   - NHG: één van vier hoofdklassen, maar primair bij specifieke indicaties (post-MI, hartfalen).   - ESC/AHA: niet eerste keuze bij ongecompliceerde hypertensie; wel bij indicaties (HF, ritmestoornissen, AF).* Resistente hypertensie   - Toevoeging spironolacton 25–50 mg/dag volgens NHG en ESC.   - Nieuwe klassen in aantocht: aldosteronsynthese-remmers (aangekondigd voor latere podcast).* Etniciteit   - AHA: etniciteit verwijderd uit behandelkeuze (gelijkheid).   - ESC/NHG: voorkeur CCB + diureticum bij mensen van Afrikaanse herkomst/Sub-Sahara Afrika.* Combinaties vermijden   - ACE + ARB combinatie afgeraden in alle richtlijnen (nierbeschadiging, hyperkaliëmie).### 6. Comorbiditeit-gestuurde medicatiekeuzes* Diabetes en CKD   - ACE-remmers of ARB’s aanbevolen, vooral bij albuminurie/CKD; verlagen intraglomerulaire druk; vertragen diabetische nefropathie; hoekstenen voor nierbehoud en CV-eventreductie.* Hartfalen   - Strikt protocol: ACE-remmer, beta-blokker, MRA (spironolacton), SGLT2-remmer; hypertensie slechts één aspect.* Post-MI/angina pectoris   - Beta-blokkers belangrijk, vaak gecombineerd met ACE-remmer.* Atriumfibrilleren   - Beta-blokker of non-dihydropyridine CCB (diltiazem, verapamil) voor frequentiecontrole.* Perifeer arterieel vaatlijden (PAV)   - ACE-remmers hebben gunstig vasculair effect; relevant voor keuze.* Zwangerschap   - ACE, ARB, spironolacton gecontra-indiceerd (foetale schade).   - Voorkeur: methyldopa, labetalol, nifedipine met vertraagde afgifte.### 7. Veiligheidsmonitoring en laboratoriumcontrole* Tijdstip controles   - NHG: eerste controle na 2 weken.   - ESC: 1–3 maanden bij stabiele patiënten.   - AHA: 2–4 weken bij start of dosistitratie.* Te monitoren parameters   - Nierfunctie (GFR/creatinine), natrium, kalium; ESC voegt albumine/creatinine-ratio (urine) toe voor albuminurie (aanbevolen, zeker bij diabetes).* GFR-daling: acceptatiegrenzen   - Casus: GFR van 70 → 50 ml/min na start enalapril + chlortalidon (−29%).   - NHG: tot 20% daling acceptabel; zou niet accepteren, beleid: ACE-remmer halveren.   - ESC/AHA: tot 30% daling acceptabel; bij −29% nog geen aanpassing vereist.   - Altijd oorzaak nagaan: ziek geweest? sick day rules? hypotensie? NSAID-gebruik?* Natrium en kalium   - Thiaziden (chlortalidon) kunnen hyponatriëmie veroorzaken; risico hoger bij oudere vrouwen; controle na ~2 weken.   - Kalium: referentie 3,5–5,0 mmol/L; acceptabel tot 5,5; >5,5: ACE-remmer halveren; ≥6,0: direct stoppen en herbeoordelen.   - Pseudohyperkaliëmie uitsluiten (hemolyse/stuwing); snelle herhaalmeting.* Sick day rules   - Bij intercurrente ziekte (braken, overgeven, koorts, onvoldoende intake): dosering aanpassen of tijdelijk stoppen voor risicomiddelen (ACE-remmers, SGLT2-remmers).   - Praktijkinrichting: dosecodes/waarschuwingen in apotheek; instructie contact opnemen bij koorts/braken/niet drinken of extreme hitte.### 8. Praktische samenwerking en vervolgstappen voor apothekers* Risicoschatting en thuismetingen   - SCORE2 gebruiken; meerdere thuisbloeddrukmetingen organiseren voor betrouwbaardere interpretatie.* Shared decision making   - Bespreek patiëntvoorkeuren en langetermijndoelen; individualiseer streefwaarden op basis van risico, tolerantie en kwetsbaarheid.* FTO en educatie   - Beschikbaar: gratis PowerPoint op apotheekspodcast.nl met samenvatting van deze en eerdere aflevering voor FTO-besprekingen.### 9. Toekomstige onderwerpen en kanttekeningen* Zeer oude populatie   - Volgende verdiepende podcast: lage bloeddruk bij zeer ouderen; studies Partage en Leiden 85PLUS; voorzichtigheid wegens cognitieve risico’s.* Resistente hypertensie en hyperaldosteronisme   - Aparte podcast: oorzaken, diagnostiek, en nieuwe medicatie (aldosteronsynthese-remmers).## ❓ Vragen- [Insert Question/Confusion]## 📚 Opdrachten- [ ] 1. Organiseer thuismetingen vo

  4. 76

    Podcast serie Hypertensie #1: Navigeren door Richtlijnen & Fysiologie

    Deze podcast biedt een diepgaande vergelijking van de Amerikaanse (AHA) en Europese (ESC/NHG) richtlijnen voor hypertensie. De spreker analyseert de verschillen in definities, prevalentiecijfers, risicobeoordelingsmodellen (PREVENT vs. SCORE 2), en behandelstrategieën. De sessie benadrukt de langetermijngevolgen van hoge bloeddruk, de cruciale rol van de apotheker, en het belang van correcte bloeddrukmeting en leefstijlinterventies.De discussie over hypertensie start met een casus: een rokende man van 55 jaar met een gemiddelde thuisbloeddruk van 135/84 mmHg en verder goede labwaarden. De behandeling voor deze man verschilt drastisch per continent: in de Verenigde Staten zou hij waarschijnlijk twee soorten medicatie krijgen, terwijl hij in Europa enkel een leefstijladvies, zoals stoppen met roken, zou ontvangen. Dit verschil komt voort uit de fundamenteel andere definities van hypertensie.Europese SCORE 2 & SCORE 2-OP:Doel: Voorspelt het 10-jaarsrisico op fatale én niet-fatale cardiovasculaire gebeurtenissen. De SCORE 2-OP is voor ouderen (>70 jaar) en voorspelt 5- of 10-jaarsrisico, inclusief ziekenhuisopname voor hartfalen.Doelgroep: Personen tussen 40-69 jaar (SCORE 2) of >70 jaar (SCORE 2-OP) zonder eerdere hart- en vaatziekten of diabetes.Variabelen: Leeftijd, rookstatus, systolische bloeddruk, totaal cholesterol en HDL-cholesterol.Kenmerken: Maakt gebruik van regionale kalibratie voor vier risicoregio’s in Europa en corrigeert voor sterfte door andere oorzaken (competerend risico). Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) hanteert een variant die non-HDL cholesterol gebruikt.Amerikaanse PREVENT-score:Doel: Voorspelt het 10- én 30-jaarsrisico op totale cardiovasculaire ziekten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen atherosclerotische ziekten (hartinfarct, beroerte) en hartfalen.Doelgroep: Personen tussen 30-79 jaar.Variabelen: Naast de traditionele factoren integreert dit model ook de nierfunctie (eGFR) en de sociaaleconomische status (Social Deprivation Index).Kenmerken: Dit model is uniek door de integratie van het CKM-syndroom (Cardiovasculair, Kidney, Metabool), waarmee risicofactoren als obesitas, diabetes en chronische nierschade expliciet worden meegenomen. Het 30-jaarsrisico is met name waardevol om het effect van vroegtijdige interventies bij jongere personen in te schatten.Vergelijking van Farmacologische BehandelstrategieënDe medicamenteuze aanpak van hypertensie verschilt aanzienlijk tussen de richtlijnen.Alle richtlijnen adviseren een combinatie van een RAS-remmer (ACE-remmer of ARB) met een calciumantagonist of een diureticum.Een interessante bevinding is dat de combinatie van een RAS-remmer met een calciumantagonist het risico op enkeloedeem (een veelvoorkomende bijwerking van calciumantagonisten) aanzienlijk kan verminderen.Bètablokkers worden afgeraden als standaardtherapie bij ongecompliceerde hypertensie (NHG/ESC), maar de AHA-richtlijn ziet wel een rol bij specifieke aandoeningen zoals hartfalen of na een hartinfarct.De combinatie van een ACE-remmer met een ARB wordt in alle richtlijnen sterk afgeraden vanwege een verhoogd risico op nierschade en hyperkaliëmie.De Amerikaanse richtlijn noemt al nieuwe aldosteronsynthese-remmers (baxdrostat, lorundrostat) voor resistente hypertensie, terwijl deze in Europa nog niet worden aangeraden.De Rol van de Apotheker en LeefstijlinterventiesZowel de apotheker als leefstijlinterventies spelen een cruciale rol in effectief hypertensiemanagement. De nieuwe Amerikaanse richtlijn benadrukt expliciet de waarde van de apotheker binnen een multidisciplinair behandelteam. Studies tonen aan dat apothekerszorg de systolische bloeddruk met gemiddeld 7,1 mmHg extra kan verlagen.Specifieke rollen voor de apotheker:Signaleren en aanpakken van therapieontrouw.Vereenvoudigen van medicatieschema’s, bijvoorbeeld door het voorstellen van combinatiepillen.Ondersteunen van gezamenlijke besluitvorming door heldere voorlichting.Bewaken van contra-indicaties, interacties en elektrolytstoornissen (zoals kalium).Voorlichting geven over ‘sick day rules’ (medicatieaanpassing bij ziekte).Adviseren over ‘deprescribing’ (afbouwen van medicatie) bij kwetsbare ouderen.Effectieve leefstijlinterventies:Leefstijlaanpassingen kunnen de bloeddruk significant verlagen, soms zelfs zodanig dat medicatie (nog) niet nodig is.Zoutbeperking: Streef naar maximaal 6 gram zout per dag. Elke gram zoutreductie verlaagt de bloeddruk met circa 3,1 mmHg bij hypertensiepatiënten.Kaliuminname: Verhoog de inname via groenten en fruit (>3,5 gram/dag). Kalium heeft een bloeddrukverlagend effect en verlaagt het risico op een beroerte met 24%.Gezonde voeding: Volg een mediterraan dieet zoals het DASH-dieet, wat de bloeddruk met 5-8 mmHg (systolisch) kan verlagen.Gewichtsverlies: 5% gewichtsverlies bij een BMI >25 leidt tot een bloeddrukdaling van circa 4,4 mmHg.Lichaamsbeweging: Streef naar 150 minuten matig-intensieve (wandelen, fietsen) of 75 minuten intensieve inspanning per week, aangevuld met krachttraining. Dit kan de bloeddruk met 4-10 mmHg verlagen.Stoppen met roken: Dit is de belangrijkste vermijdbare risicofactor voor hart- en vaatziekten.Alcoholmatiging: Streef naar onthouding, of maximaal 1 glas/dag (vrouwen) of 2 glazen/dag (mannen).Stressmanagement: Technieken zoals cognitieve gedragstherapie kunnen de bloeddruk helpen verlagen.

  5. 75

    # 78 Pathofysiologie van inflammatoire darmziekten, colitis ulcerosa in het bijzonder

    1. Verstoorde slijmbarrière:De binnenste slijmlaag van de dikke darm, die normaal gesproken ondoordringbaar is voor bacteriën, wordt dunner en verliest zijn integriteit.2. Verhoogde bacteriële translocatie:Door de verstoorde slijmbarrière kunnen bacteriën uit de darm gemakkelijker in contact komen met het darmepitheel.Dit leidt tot een verhoogde blootstelling van het immuunsysteem aan bacteriële antigenen.3. Activatie van het immuunsysteem:De verhoogde blootstelling aan bacteriële antigenen activeert het immuunsysteem, met name in de lamina propria van de dikke darm.Dit leidt tot de infiltratie van verschillende immuuncellen, waaronder neutrofielen, macrofagen, dendritische cellen en T-lymfocyten.4. Ontstekingsreactie:Geactiveerde immuuncellen produceren een scala aan pro-inflammatoire cytokinen, zoals TNF-α, IL-1β, IL-6, IL-17 en IL-23.Deze cytokinen versterken de ontstekingsreactie, wat leidt tot schade aan het darmepitheel en de vorming van zweren.IL-13 en IL-9, geproduceerd door respectievelijk ILC2's en Th9-cellen, kunnen de integriteit van de darmbarrière verder verstoren door de expressie van claudine-2 in tight junctions te verhogen en de apoptose van epitheelcellen te bevorderen.5. Chronische ontsteking:De ontstekingsreactie in CU wordt chronisch, met periodes van opvlamming en remissie.Tijdens actieve ziekte blijft de bacteriële translocatie verhoogd en de immuunrespons geactiveerd.Zelfs tijdens remissie kunnen er aanhoudende veranderingen zijn in de functie van slijmbekercellen en de slijmlaag. Dit kan erop wijzen dat eerdere ontstekingen blijvende schade hebben veroorzaakt of dat er predisponerende defecten zijn die de patiënt vatbaarder maken voor terugkerende ontstekingen6. Literatuur1. Ghilas S, O’Keefe R, Mielke LA, Raghu D, Buchert M, Ernst M. Crosstalk between epithelium, myeloid and innate lymphoid cells during gut homeostasis and disease. Front Immunol. 2022;13:944982.2. Leppkes M, Neurath MF. Cytokines in inflammatory bowel diseases – Update 2020. Pharmacol Res. 2020;158:104835.3. Schulz-Kuhnt A, Neurath MF, Wirtz S, Atreya I. Innate Lymphoid Cells as Regulators of Epithelial Integrity: Therapeutic Implications for Inflammatory Bowel Diseases. Front Med. 2021;8:656745.4. Kang L, Fang X, Song YH, He ZX, Wang ZJ, Wang SL, et al. Neutrophil–Epithelial Crosstalk During Intestinal Inflammation. Cell Mol Gastroenterol Hepatol. 2022;14(6):1257–67.5. Saez A, Herrero-Fernandez B, Gomez-Bris R, Sánchez-Martinez H, Gonzalez-Granado JM. Pathophysiology of Inflammatory Bowel Disease: Innate Immune System. Int J Mol Sci. 2023;24(2):1526.6. Chang JT. Pathophysiology of Inflammatory Bowel Diseases. N Engl J Med. 2020;383(27):2652–64.7. Gustafsson JK, Johansson MEV. The role of goblet cells and mucus in intestinal homeostasis. Nat Rev Gastroenterol Hepatol. 2022;19(12):785–803.8. Kałużna A, Olczyk P, Komosińska-Vassev K. The Role of Innate and Adaptive Immune Cells in the Pathogenesis and Development of the Inflammatory Response in Ulcerative Colitis. J Clin Med. 2022;11(2):400.9. Berre CL, Honap S, Peyrin-Biroulet L. Ulcerative colitis.  Lancet. 2023;402(10401):571–84.

  6. 74

    #77 Medicinale Cannabis, een interview met prof dr. Renger Witkamp, dr. Rob Heerdink en openbaar apotheker Heleen Kuijper

    In dit interview gaan we in op de werking van medicinale cannabis, maar ook waarom er waarschijnlijk nooit veel bewijs voor de werkzaamheid ervan zal komen. Verder behandelen we het stigma dat mensen die medicinale cannabis willen gaan gebruiken ervaren. Ook de veiligheid en de kwaliteit van dit product wordt besproken. Conclusie is dat er veel (onterechte) angst heerst om dit middel voor te schrijven en te gaan gebruiken en dat medicinale cannabis iets anders is dan de cannabis die in de koffieshop gebruikt wordt.Website CAK (medicijnen mee op reis): https://www.hetcak.nl/medicijnen-mee-op-reis/Instituur medicinale cannabis: https://www.imc-nederland.nl/Over Renger Witkamp: https://www.linkedin.com/in/renger-witkamp-6930706/Over Rob Heerdink: https://www.linkedin.com/in/robheerdink/Over Heleen Kuijper: https://www.linkedin.com/in/heleen-kuijper-tissot-van-patot-b2049629/

  7. 73

    #76 Morele dilemma's bij apothekers door geneesmiddelen tekorten? Een interview met dr. Martine Kruijtbosch

    In deze aflevering heb ik het met dr. Martine Kruijtbosch over morele dilemma's die bij apothekers kunnen ontstaan door alle geneesmiddel tekorten. Martine leert mij dat er drie morele principes zijn die je kan toepassen bij schaarste in de medische zorg, deze zijn opgesteld door het centrum voor ethiek en gezondheid. Toch kan het zijn dat je afwijkt van een voornemen dat je hebt genomen om bij tekorten toe te passen. Hoe ga je daar nou mee om en wat kan je doen om ervoor te zorgen dat je de volgende keer nog beter kan beslissen of je een keuze op de zo juist mogelijke manier maakt. Meer over Martine Kruitbosch: https://www.linkedin.com/in/martine-kruijtbosch-phd-b4673920b/

  8. 72

    #75 Colitis Ulcerosa, symptomen, risicofactoren en beloop van de ziekte

    In deze podcast vertel ik u over de Colitis Ulcerosa, wat het verschil is met de ziekte van Crohn, wat de lange termijn risico's zijn van colitis ulcerosa, maar ook hoe het ontstaat. In een volgende Podcast zal ik meer vertellen over de behandeling ervan.literatuur1. Longo DL, Beaugerie L, Itzkowitz SH. Cancers Complicating Inflammatory Bowel Disease.  N Engl J Med. 2015;372(15):1441–52.2. Yu YR, Rodriguez JR. Clinical presentation of Crohn’s, ulcerative colitis, and indeterminate colitis: Symptoms, extraintestinal manifestations, and disease phenotypes. Semin Pediatr Surg. 2017;26(6):349–55.3. Chang JT. Pathophysiology of Inflammatory Bowel Diseases. N Engl J Med. 2020;383(27):2652–64.4. P E, J V, P R. Trombose bij inflammatoire darmziekten: een niet-onbelangrijke verwikkeling. Tijdschr voor Geneeskd. 1998;54(22):1585–9.5. Berre CL, Honap S, Peyrin-Biroulet L. Ulcerative colitis.  Lancet. 2023;402(10401):571–84.6. V M, G VA, K VM, B S. Inflammatoire darmziekten en zwangerschap. Tijdschr voor Geneeskd. 2004;60(11):811–8.

  9. 71

    #74 Sekse verschillen in de werking van geneesmiddelen, een interview met Prof dr. Catherijne Knibbe en dr. Loes Visser

    In deze aflevering bespreken we de verschillen in het effect van geneesmiddelen tussen mannen en vrouwen met een focus op vrouwen. Vrouwen zijn (en worden nog steeds) minder geïncludeerd in geneesmiddelonderzoek, daardoor weten we eigenlijk te weinig over het verschil tussen mannen en vrouwen als het gaan over geneesmiddelen. Van een aantal geneesmiddelen is dit verschil duidelijk, maar in de praktijk gebeurt er nog steeds veel te weinig aan het aanpassen van doseringen bij vrouwen. Loes Visser en Catherijne Knibbe lichten dit toe in deze podcast.

  10. 70

    #73 eHealth in de farmacie, een interview met dr. Bart Pouls

    Bart Pouls is apotheker en heeft onderzoek gedaan naar eHealth in de farmacie en speciaal op het gebied van reuma. Hij onderzocht een electronisch gestuurde injectie en het op afstand monitoren van jicht aanvallen. Verder onderzocht hij of "serious gaming" de mening over geneesmiddelen bij reuma en daarmee ook de therapietrouw positief te beïnvloeden is. Op het laatst praten we nog over algemene zaken bij apps in de gezondheidszorg en waar je die het beste kan downloaden, hoe het zit met privacy en hoe je een goede app kan herkennen zonder dat er met jouw data aan de haal gegaan wordt. Over Bart Pouls: https://www.linkedin.com/in/bartpouls/Link naar het proefschrift van Bart: https://www.maartenskliniek.nl/nieuws/promotie-toepassing-ehealth-bij-medicijngebruikNederlands eHealth Living Lab: https://nell.eu/actueelGGD app store: https://www.ggdappstore.nl/Appstore/Homepage/Sessie,Medewerker,Button

  11. 69

    # 72 Jicht, urinezuur en cardiovasculair risico, medicatie tegen jicht

    In deze podcast wordt besproken hoe jicht (een kristallopathie) ontstaat uit een verhoogde concentratie van urinezuur. Urinezuur kan boven een bepaalde concentratie (risico boven de 0,35 mmol/L) niet meer volledig oplossen en slaat neer. Dit geeeft een ontsteking aan de gewrichten, roodheid en enorm veel pijn. Een jichtaanval ontstaat acuut, binnen 24 uur, meestal in het MTP 1 gewricht (middenvoetsbeentje en grote teen). Medicatie bestaat uit aanvalsbehandeling (colchicine, prednisolon of een NSAID) of preventieve behandeling (colchicine in een lage dosering), verminderen van de aanmaak urinezuur, door remming van xanthine oxidase (allopurinol en febuxostat) of verhogen van de uitscheiding van urinezuur via de nier (benzbromaron, probenecide, losartan en SGLT-2 remmers). Van de laatste categorie is alleen benzbromaron geregistreerd in Nederland. Tenslotte kunnen mensen zelf wat doen door minder of geen alcohol te drinken (m.n. bier), af te vallen, geen fructose te eten en mogelijk minder purine rijke producten te eten (vlees en schaal of schelpdieren Literatuur1. Mikuls TR. Gout. New Engl J Med. 2022;387(20):1877–87.2. Feig DI, Kang DH, Johnson RJ. Uric Acid and Cardiovascular Risk. New Engl J Medicine. 2008;359(17):1811–21.3. So A, Thorens B. Uric acid transport and disease. J Clin Invest. 2010;120(6):1791–9.4. Chino Y, Samukawa Y, Sakai S, Nakai Y, Yamaguchi J, Nakanishi T, et al. SGLT2 inhibitor lowers serum uric acid through alteration of uric acid transport activity in renal tubule by increased glycosuria. Biopharm Drug Dispos. 2014;35(7):391–404.5. Suijk DLS, Baar MJB van, Bommel EJM van, Iqbal Z, Krebber MM, Vallon V, et al. SGLT2 Inhibition and Uric Acid Excretion in Patients with Type 2 Diabetes and Normal Kidney Function. Clin J Am Soc Nephro. 2022;17(5):663–71.6. Tátrai P, Erdő F, Dörnyei G, Krajcsi P. Modulation of Urate Transport by Drugs. Pharm. 2021;13(6):899.7. Bjornstad P, Lanaspa MA, Ishimoto T, Kosugi T. Fructose and uric acid in diabetic nephropathy. Diabetologia. 2015;58(9):1993–2002.8. Hu X, Yang Y, Hu X, Jia X, Liu H, Wei M, et al. Effects of sodium‐glucose cotransporter 2 inhibitors on serum uric acid in patients with type 2 diabetes mellitus: A systematic review and network meta‐analysis. Diabetes Obes Metabolism. 2022;24(2):228–38.9. Yip ASY, Leong S, Teo YH, Teo YN, Syn NLX, See RM, et al. Effect of sodium-glucose cotransporter-2 (SGLT2) inhibitors on serum urate levels in patients with and without diabetes: a systematic review and meta-regression of 43 randomized controlled trials. Ther Adv Chronic Dis. 2022;13:20406223221083508.10. Mulay SR, Anders HJ. Crystallopathies. New Engl J Medicine. 2016;374(25):2465–76.11. White WB, Saag KG, Becker MA, Borer JS, Gorelick PB, Whelton A, et al. Cardiovascular Safety of Febuxostat or Allopurinol in Patients with Gout. New Engl J Medicine. 2018;378(13):1200–10.12. Banerjee M, Pal R, Mukhopadhyay S. Can SGLT2 inhibitors prevent incident gout? A systematic review and meta-analysis. Acta Diabetol. 2022;59(6):783–91.

  12. 68

    #71 Zweet en geneesmiddelen, moeder wat is het heet!

    In deze episode van de apothekerspodcast heb ik het met u over geneesmiddelen die overmatig zweten ofwel hyperhydrosis kunnen veroorzaken en over geneesmiddelen die hypohydrose of anhydrose kunnen veroorzaken (te weinig zweten of geen zweet). Er wordt uitgelegd hoe wat het mechanisme is achter zweetvorming en welke hoofdrolspelers hierbij betrokken zijn.  Vervolgens worden de groepen die hyperhydrose veroorzaken benoemd en de groepen de hypohydrose veroorzaken en er wordt ingegaan op welke manier men te werk kan gaan om de problemen te tackelen. Literatuur1. Cheshire WP, Fealey RD. Drug-Induced Hyperhidrosis and Hypohidrosis. Drug Safety. 2008;31(2):109–26.

  13. 67

    #70 Samen leren smeren, over kinderen met eczeem en corticosteroïden. Een interview met dr. Ellen Koster

    In deze apothekerspodcast interview ik Ellen Koster die in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel schreef over de behandeling van kinderen met eczeem. In het bijzonder gaan we in dit interview in op het belang van smeren met indifferente zalven en crèmes, de angst voor zalven en crèmes met corticosteroïden (ofwel de "hormoonzalven", wat een hele ongeschikte naam is) door ouders, maar ook door zorgverleners. Deze angst staat een goede behandeling in de weg en is onterecht. Crèmes en zalven met corticosteroïden zijn goed onderzocht en leiden zelden tot ernstige bijwerkingen, bovendien werken ze heel erg goed tegen eczeem, waardoor de behandeling met deze crèmes en zalven de kwaliteit van leven voor kinderen (en volwassenen) met eczeem enorm kan verbeteren. https://www.ntvg.nl/artikelen/kinderen-met-eczeem-verdienen-betere-behandeling#gerelateerde-artikelenMeer informatie over dr Ellen Koster: https://okee.sites.uu.nlhttps://www.linkedin.com/in/ellen-koster-2413599/Informatie over het huidhuis en eczeem:https://huidhuis.nl/aandoeningen/constitutioneel-eczeem/Informatie over Finger Tip Unitshttps://www.huidziekten.nl/folders/nederlands/fingertip-unit-ftu.htmVeel luisterplezier toegewenst.

  14. 66

    #69 Enkele praktische tips van deskundigen infectiepreventie Simone Krooshof en Nicole Kiefte. Na het plassen handen wassen!

    In deze apothekerspodcast een interview met Simone Krooshof en Nicole Kiefte, beiden deskundigen infectiepreventie met praktische tips om antibiotica resistentie te voorkomen. Zij geven het belang aan van hand hygiene, maar ook wat je het beste kan doen als je uit een buitenlands ziekenhuis komt en naar een Nederlands ziekenhuis wil. Moet je dit melden, en hoe lang moet je dit blijven melden. Is anti bacteriële zeep nu beter dan gewone zeep? Hoe lang moet je je handen eigenlijk wassen. Kortom heel veel praktische tips. Veel luiterplezier.Meer over Simone Krooshofhttps://www.linkedin.com/in/simone-krooshof-stam-11014023/Meer over Nicole Kieftehttps://www.linkedin.com/in/nicole-kiefte-van-grol-bb78a1203/

  15. 65

    # 68 Antibiotica resistentie een groot probleem, nu en in de toekomst. Een interview met dr. Ries Schouten, arts microbioloog

    In dit interview met dr. Schouten hebben we het over antibiotica resistentie. We praten over hoe deze resistentie ontstaat, wanneer je risico loopt en hoe we verstandig om moeten gaan met antibiotica. Ries legt uit hoe bacteriën hun resistente genen kunnen overdragen op andere bacteriën, zelf op bacteriën die niet tot dezelfde soort behoren. We bespreken dat de inzet van antibiotica zeer voorzichtig moet gebeuren, maar dat de emotie om antibiotica in te zetten een belangrijke rol speelt bij de patiënt, maar ook bij de voorschrijvende dokter. Een belangrijk onderwerp dat wordt uitgelegd is dat antibiotica niet werkzaam zijn tegen virussen en dat de meeste infecties virus infecties zijn, dus dat we antibiotica niet snel moeten voorschrijven. Bovendien hebben antibiotica ook invloed op de darmflora, waardoor deze van samenstelling kan veranderen en waardoor mensen mogelijk eerder nadelige effecten kunnen krijgen, denk hierbij aan gewichtstoename en mogelijk depressies (luister hiervoor ook naar apothekerspodcast #31. Als je meer wilt weten over Ries, kijk dan op zijn LinkedIn profiel: https://www.linkedin.com/in/ries-schouten-04025522/Veel luisterplezier gewenst met deze apothekerspodcast. 

  16. 64

    #67 Deprescribing, het omgekeerde van voorschrijven, en interview met dr. Henk Frans Kwint

    dr. Henk Frans Kwint promoveerde op het gebied van medicatiebeoordelingen en doet daar nog steeds onderzoek naar. Hij is mede auteur van de richtlijn medicatiebeoordeling en ook mede auteur van de richtlijn deprescribing of demedicalisering. Met Henk Frans praat ik over wat nu precies een medicatiebeoordeling is en welke zaken hier allemaal bij komen kijken. We praten over problemen of twijfels die mensen hebben als ze stoppen met medicijnen of als er veranderingen worden voorgesteld in hun medicatie naar aanleiding van zo'n medicatiebeoordeling. Ook spreken we onze wederzijdse wens uit dat mensen zich vaker wenden tot de apotheker met vragen over hun medicatie en wordt de consult functie van de apotheker belicht. meer over Henk Frans Kwint: https://sirstevenshof.nl/medewerkers/dr-henk-frans-kwinthttps://www.linkedin.com/in/henk-frans-kwint-0a03544/https://www.thuisarts.nl/medicijngebruik-bij-ouderenhttps://richtlijnen.nhg.org//files/2020-11/Final_Module%20Minderen%20en%20stoppen%20van%20medicatie.pdfhttps://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/polyfarmacie-bij-ouderen

  17. 63

    #66 Astma en COPD of toch CARA, een interview met dr. Job van Boven over longmedicatie

    In deze aflevering een uitgebreid interview met apotheker dr. Job van Boven, die heel veel weet over longmedicatie, we bespreken het verschil tussen Astma en COPD, of is dat verschil minder duidelijk dan we denken? We hebben het over inhalatietechniek, therapietrouw, het astma actieplan, het COPD actieplan. Verder gaat Job in op onderzoek dat hij heeft gedaan naar elektronische hulpmiddelen die helpen om medicatie beter te kunnen inhaleren. In de aflevering worden diverse studies en websites aangehaald, hieronder de links naar alle relevante artikelen en websites. Veel luisterplezier!Meer over dr. Job van Boven: https://www.rug.nl/staff/j.f.m.van.boven/https://www.linkedin.com/in/job-van-boven-53336b17/?originalSubdomain=nlHierbij de links naar de artikelen:TAI: TAI validatie: Plaza V, et al. Validation of the 'Test of the Adherence to Inhalers' (TAI) for Asthma and COPD Patients. J Aerosol Med Pulm Drug Deliv. 2016 Apr;29(2):142-52, link: Validation of the ‘Test of the Adherence to Inhalers’ (TAI) for Asthma and COPD Patients | Journal of Aerosol Medicine and Pulmonary Drug Delivery (liebertpub.com)Beschikbaar via TAI: www.taitest.comTAI Toolkit artikel: van de Hei SJ, et al. Personalized Medication Adherence Management in Asthma and Chronic Obstructive Pulmonary Disease: A Review of Effective Interventions and Development of a Practical Adherence Toolkit.  J Allergy Clin Immunol Pract. 2021;9(11):3979-3994, link: Personalized Medication Adherence Management in Asthma and Chronic Obstructive Pulmonary Disease: A Review of Effective Interventions and Development of a Practical Adherence Toolkit - ScienceDirectActie plan: Astma Actieplan – Longfonds webshopCOPD actieplan: Longaanval actieplan COPD – Longfonds webshopDigitale voorzetkamer: Dierick BJH, et al. Digital spacer data driven COPD inhaler adherence education: The OUTERSPACE proof-of-concept study. Respir Med. 2022;201:106940, link: Digital spacer data driven COPD inhaler adherence education: The OUTERSPACE proof-of-concept study - ScienceDirectPW artikel milieu impact inhalatoren: Dekhuijzen et al. CO2-VOETAFDRUK VAN  INHALATOREN KAN OP VELE FRONTEN OMLAAG. Pharmaceutisch Weekblad 2022. Link:  4844435-Q-KNMP-PW nummer 16_v7.pdf (inhalatieinstituut.nl)PHARMACOP (apotheek studie COPD): Tommelein E, et al. Effectiveness of pharmaceutical care for patients with chronic obstructive pulmonary disease (PHARMACOP): a randomized controlled trial. Br J Clin Pharmacol. 2014; 77(5):756-66, link: Effectiveness of pharmaceutical care for patients with chronic obstructive pulmonary disease (PHARMACOP): a randomized controlled trial - Tommelein - 2014 - British Journal of Clinical Pharmacology - Wiley Online LibraryJansen EM, et al. Global burden of medication non-adherence in chronic obstructive pulmonary disease (COPD) and asthma: a narrative review of the clinical and economic case for smart inhalers.J Thorac Dis. 2021; 13(6):3846-3864, link: Global burden of medication non-adherence in chronic obstructive pulmonary disease

  18. 62

    #65 De rol van natrium in het lichaam en de invloed van geneesmiddelen, hyponatriëmie

    In deze episode hebben we het over hyponatriëmie, een van de meest voorkomend elektrolyt stoornissen. Wat is dit nu precies, komt het door een tekort aan Natrium of juist door een teveel aan water. Dat laatste blijkt eigenlijk het geval te zijn. Teveel aan water leidt tot een verdunning van het Natrium en tot hyponatriëmie. Antidiuretisch hormoon speelt hierbij een belangrijke rol. Geneesmiddelen die een hyponatriëmie kunnen veroorzaken zijn vooral SSRI's, TCA's, thiazide diuretica en carbamazepine. Verde kan XTC of MDMA gebruik een hyponatriëmie geven.Literatuur1.  Ingelfinger JR, Sterns RH. Disorders of Plasma Sodium — Causes, Consequences, and Correction. New Engl J Medicine. 2015;372(1):55–65.2.  Krisanapan P, Vongsanim S, Pin-on P, Ruengorn C, Noppakun K. Efficacy of Furosemide, Oral Sodium Chloride, and Fluid Restriction for Treatment of Syndrome of Inappropriate Antidiuresis (SIAD): An Open-label Randomized Controlled Study (The EFFUSE-FLUID Trial). American Journal of Kidney Diseases. 2020 Mar 19;1–10.3.  Wouda RD, Dekker SEI, Reijm J, Engberink RHGO, Vogt L. Effects of Water Loading on Observed and Predicted Plasma Sodium, and Fluid and Urine Cation Excretion in Healthy Individuals. American Journal of Kidney Diseases. 2019 Apr 17;1–8.4.  Moritz ML, Kalantar-Zadeh K, Ayus JC. Ecstacy-associated hyponatremia: why are women at risk? Nephrol Dial Transpl. 2013;28(9):2206–9.5.  Swart RM, Hoorn EJ, Betjes MG, Zietse R. Hyponatremia and Inflammation: The Emerging Role of Interleukin-6 in Osmoregulation. Nephron Physiology. 2011;118(2):p45–51.6.  Qian Q. Hypernatremia. Clinical Journal of the American Society of Nephrology. 2019 Mar 8;14(3):432–4.7.  Knepper MA, Kwon TH, Nielsen S. Molecular Physiology of Water Balance. Ingelfinger JR, editor. The New England journal of medicine. 2015 Apr 2;372(14):1349–58.8.  Workeneh BT, Jhaveri KD, Rondon-Berrios H. Hyponatremia in the cancer patient. Kidney International. 2020 Jun 1;1–47.9.  Portales-Castillo I, Sterns RH. Allostasis and the Clinical Manifestations of Mild to Moderate Chronic Hyponatremia: No Good Adaptation Goes Unpunished. American Journal of Kidney Diseases. 2019 Mar 1;73(3):391–9.10.  Decaux G, Musch W. Clinical Laboratory Evaluation of the Syndrome of Inappropriate Secretion of Antidiuretic Hormone. Clinical Journal of the American Society of Nephrology [Internet]. 2008 Jun 27;3(4):1175–84. Available from: https://cjasn.asnjournals.org/content/clinjasn/3/4/1175.full.pdf11.  Fernandes N. Hyponatremia and falls in the elderly in hospital setting Neychelle Fernandes MD, Mary Musuku MD, Arnold Eiser Md, FACP. Journal of the American Geriatrics Society. 2012;60:S66.12.  Braconnier P, Decaux G, Kengne FG. Hyponatremia as a risk factor for fractures: A meta analysis. Nephrology Dialysis Transplantation. 2015;30:iii67.13.  Sharma N, Verbalis JG, Manigrasso MB, Tam H, Barsony J, Xu Q. Hyponatremia causes bone loss and sarcopenia. J Bone Miner Res. 2011;26.

  19. 61

    #64 Waarom nemen mensen hun pillen niet in? Een interview met Prof. dr. ir. Liset van Dijk

    Met Liset van Dijk praat ik over een veel voorkomend fenomeen, namelijk therapie(on)trouw. Veel mensen nemen hun geneesmiddelen niet in zoals is afgesproken met hun arts. Hierdoor hebben mensen minder positieve effecten van hun geneesmiddelen. Met Liset praat ik over welke soorten therapieontrouw er nu allemaal zijn en wat mogelijke oorzaken hiervan zijn. Een buitengewoon interessant en relevant onderwerp, want therapieontrouw komt heel veel voor en gaat gepaard met hoge gezondheidskosten. Kortom reden genoeg om te luisteren naar dit interview. Veel luisterplezier.

  20. 60

    # 63 Circadiaans ritme in hart- en vaatziekten, moet ik mijn bloeddrukpillen 's avonds innemen?

    In de vroege morgen treden er meer hartinfarcten en herseninfarcten op. Het blijkt dat onze bloeddruk een circadiaans ritme vertoont en dat de bloeddruk normaal >10% daling vertoont gedurende de nacht(dit wordt "dipping" genoemd . Sommigen mensen hebben een " non-dipping" patroon, wat wordt gezien als een verstoring in het circadiaanse ritme. Non-dipping is geassocieerd met een verhoogde kans op verdere schade aan hart en vaten en aan de nieren en heeft een verhoogd risico op sterfte door hart- en vaatziekten en op het verergeren van schade aan de nieren. In deze podcast wordt gesproken over het ritme van onze nieren (die betrokken zijn bij de regulatie van de bloeddruk) en van het ritme van het hartvaatstelsel. De resultaten van de Hygia trial worden besproken. In de Hygia trial werd duidelijk dat het innemen van de bloeddruk medicatie vlak voor het slapen een beschermend effect had tegen hart- en vaatziekten in vergelijk met het innemen van bloeddruk medicatie in de ochtend. Er zijn nog wel wat kanttekeningen te plaatsen bij de Hygia trial, ook deze worden besproken. Literatuur1.  Crespo JJ, Piñeiro L, Otero A, Castiñeira C, Ríos MT, Regueiro A, et al. Administration-Time-Dependent Effects of Hypertension Treatment on Ambulatory Blood Pressure in Patients With Chronic Kidney Disease. Chronobiology International [Internet]. 2012 Sep 24;30(1–2):159–75. Available from: https://www-tandfonline-com.proxy.library.uu.nl/doi/pdf/10.3109/07420528.2012.701459?needAccess=true2.  Hermida RC, Ayala DE, Mojon A, Fernandez JR. Bedtime Dosing of Antihypertensive Medications Reduces Cardiovascular Risk in CKD. Journal of the American Society of Nephrology [Internet]. 2011 Nov 30;22(12):2313–21. Available from: https://jasn.asnjournals.org/content/jnephrol/22/12/2313.full.pdf3.  Hermida RC, Crespo JJ, Domínguez-Sardiña M, Otero A, Moyá A, Ríos MT, et al. Bedtime hypertension treatment improves cardiovascular risk reduction: the Hygia Chronotherapy Trial. Eur Heart J. 2019;41(48):4565–76.4.  Wang C, Qiu X, Lv L, Huang J, Li S, Lou T, et al. Chronotherapy for hypertension in patients with chronic kidney disease: a systematic review and meta-analysis in non-black patients. International Urology and Nephrology. 2016 Nov 12;49(4):651–9.5.  Xie Z, Zhang J, Wang C, Yan X. Chronotherapy for morning blood pressure surge in hypertensive patients: a systematic review and meta-analysis. Bmc Cardiovasc Disor. 2021;21(1):274.6.  Hermida RC, Ayala DE, Smolensky MH, Mojón A, Fernández JR, Crespo JJ, et al. Chronotherapy improves blood pressure control and reduces vascular risk in CKD. Nature reviews Nephrology. 2013 Apr 23;9(6):358–68.7.  Castagna A, Pizzolo F, Chiecchi L, Morandini F, Channavajjhala SK, Guarini P, et al. Circadian exosomal expression of renal thiazide-sensitive NaCl cotransporter (NCC) and prostasin in healthy individuals. Martínez JLC, Lodeiro  Carlos, Santos HM, editors. PROTEOMICS - Clinical Applications [Internet]. 2015 Jun 16;9(5–6):623–9. Available from: https://www.readcube.com/articles/10.1002/prca.201400198?no_additional_access=1&tracking_referrer=onlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl&purchase_referrer=onlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl&publisher=wiley&access_api=1&parent_url=https:%2F%2Fonlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl%2Fdoi%2Fepdf%2F10.1002%2Fprca.201400198&preview=1&ssl=18.  Firsov D, Bonny O. Circadian regulation of renal function. Kidney International. 2010 Oct 1;78(7):640–5.9.  Costello HM, Gumz ML. Circadian Rhythm, Clock Genes, and Hypertension: Recent Advances in Hypertension. Hypertension. 2021;78(5):1185–96.10.  Mohandas R, Douma LG, Scindia Y, Gumz ML. Circadian rhythms and renal pathophysiology. J Clin Investigation. 2022;132(3):e148277.11.  Firsov D, Bonny O. Circadian rhythms and t

  21. 59

    #62 Circadiaan ritme, onze interne klok, deel 1

    In deze apothekerspodcast wordt uitgelegd waarom ons lichaam een eigen ritme heeft en hoe dat ritme ontstaat. Het circadiaan ritme (circa=ongeveer, diem=dag) is een ritme van ongeveer 24 uur. Bijna alle cellen in ons lichaam hebben zo'n 24-uurs ritme en dit ritme wordt in stand gehouden door CLOCK:BMAL1 eiwitten (transcriptiefacoren) die op hun beurt weer de aanmaak van PER (period) en CRY (cryptochrome) stimuleren. De klokken in ons lichaam worden door een "master clock" gereguleerd, die master clock bevind zich in de  Supra Chiasmatische Nucleus (SCN) en wordt gesynchroniseerd door licht dat in contact komt met intrinsic photosensitive Retinal Ganglionic Cells (ipRGC), die vervolgens via de Retino Hypothalamal Tract een signaal doorgeven aan de SCN, zodat deze zichzelf synchroniseert. Bij een jetlag is er een afwijking (logisch) tussen de blootstelling aan licht en het juiste tijdstip waarop PER en CRY worden geproduceerd. Hierdoor raakt ons lichaam tijdelijk uit balans. Voor veel aandoeningen speelt het circadiaans ritme een rol, in de volgende apothekerspodcast zullen we daar verder op ingaan. Literatuur1.  Takahashi JS. Transcriptional architecture of the mammalian circadian clock. Nature Reviews Genetics [Internet]. 2016 Dec 19;18(3):164–79. Available from: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5501165/pdf/nihms866355.pdf2.  Patton AP, Hastings MH. The suprachiasmatic nucleus. Curr Biol. 2018;28(15):R816–22.3.  Hastings MH, Maywood ES, Brancaccio M. Generation of circadian rhythms in the suprachiasmatic nucleus. Nature Reviews Neuroscience. 2018 Jul 12;19(8):1–17.4.  Evans JA. Collective timekeeping among cells of the master circadian clock. Journal of Endocrinology [Internet]. 2016 Jul 9;230(1):R27–49. Available from: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4938744/pdf/nihms789172.pdf5.  Allada R, Bass J. Circadian Mechanisms in Medicine. New Engl J Med. 2021;384(6):550–61.6.  Schibler U, Gotic I, Saini C, Gos P, Curie T, Emmenegger Y, et al. Clock-Talk: Interactions between Central and Peripheral Circadian Oscillators in Mammals. Cold Spring Harbor Symposia on Quantitative Biology [Internet]. 2016 Jun 20;80:223–32. Available from: http://symposium.cshlp.org/content/80/223.full.pdf7.  Castagna A, Pizzolo F, Chiecchi L, Morandini F, Channavajjhala SK, Guarini P, et al. Circadian exosomal expression of renal thiazide-sensitive NaCl cotransporter (NCC) and prostasin in healthy individuals. Martínez JLC, Lodeiro  Carlos, Santos HM, editors. PROTEOMICS - Clinical Applications [Internet]. 2015 Jun 16;9(5–6):623–9. Available from: https://www.readcube.com/articles/10.1002/prca.201400198?no_additional_access=1&tracking_referrer=onlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl&purchase_referrer=onlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl&publisher=wiley&access_api=1&parent_url=https:%2F%2Fonlinelibrary-wiley-com.proxy.library.uu.nl%2Fdoi%2Fepdf%2F10.1002%2Fprca.201400198&preview=1&ssl=18.  Zhang R, Lahens NF, Ballance HI, Hughes ME, Hogenesch JB. A circadian gene expression atlas in mammals: Implications for biology and medicine. Proc National Acad Sci. 2014;111(45):16219–24.9.  Moore-Ede MC. Physiology of the circadian timing system: predictive versus reactive homeostasis. The American journal of physiology. 1986 May;250(5 Pt 2):R737-52.10.  Dibner C, Schibler U, Albrecht U. The Mammalian Circadian Timing System: Organization and Coordination of Central and Peripheral Clocks. Annual Review of Physiology [Internet]. 2010 Mar 17;72(1):517–49. Available from: https://www-annualreviews-org.proxy.library.uu.nl/doi/pdf/10.1146/annurev-physiol-021909-135821

  22. 58

    #61 Zoutbeperking praktische tips van Odette Paling diëtiste

    In deze apothekerspodcast meer inzicht in de praktische zaken van minderen met zout, waarbij ik Odette Paling interview. Odette is diëtiste aan de Wageningen Universiteit en Research center (WUR). Wij bespreken onderandere mijn eigen ervaringen met minder zout eten, het gebruik van de zoutmeter.com en de eetmeter van het voedingscentrum. De verborgen zoutbronnen in voeding. Odette geeft allerlei tips die je kunt toepassen om gezonder te eten en minder zout te eten. Bronnenhttps://www.voedingscentrum.nl/nl/thema/apps-en-tools-voedingscentrum/mijn-eetmeter-app-online.aspxwww.zoutmeter.com

  23. 57

    #60 Zoutbeperking, een eenvoudige en zeer effectieve methode om de bloeddruk te verlagen

    Zoutbeperking wordt naast stoppen met roken en afvallen aangeraden om de bloeddruk te verlagen. In deze apothekerspodcast gaan we wat dieper in op de effecten van zoutbeperking, we kijken naar de wetenschappelijke literatuur die is verschenen over dit onderwerp en bespreken deze. En wat blijkt: zoutbeperking van 3 gram zout per dag lijkt net zo effectief als behandeling met medicatie. De combinatie van een gezond dieet (DASH dieet) en zoutbeperking geeft een bloeddrukdaling van ruim 11 mm Hg systolisch. Zoutbeperking heeft nog meer effect in personen van Afrikaans Amerikaanse afkomst dan in blanke personen. Verder blijkt ook dat het toevoegen van 25% Kalium Chloride aan keukenzout positieve effecten heeft op sterfte, hart- en vaatziekten en herseninfarcten. Literatuur1.  Sacks FM, Svetkey LP, Vollmer WM, Appel LJ, Bray GA, Harsha D, et al. Effects on Blood Pressure of Reduced Dietary Sodium and the Dietary Approaches to Stop Hypertension (DASH) Diet. New Engl J Medicine. 2001;344(1):3–10.2.  Bibbins-Domingo K, Chertow GM, Coxson PG, Moran A, Lightwood JM, Pletcher MJ, et al. Projected Effect of Dietary Salt Reductions on Future Cardiovascular Disease. New Engl J Medicine. 2010;362(7):590–9.3.  Neal B, Wu Y, Feng X, Zhang R, Zhang Y, Shi J, et al. Effect of Salt Substitution on Cardiovascular Events and Death. New Engl J Med. 2021;385(12):1067–77.4.  Ellison DH, Welling P. Insights into Salt Handling and Blood Pressure. New Engl J Med. 2021;385(21):1981–93.5.  Pimenta E, Gaddam KK, Oparil S, Aban I, Husain S, Dell’Italia LJ, et al. Effects of Dietary Sodium Reduction on Blood Pressure in Subjects With Resistant Hypertension. Hypertension. 2009;54(3):475–81.6.  He FJ, MacGregor GA. Effect of modest salt reduction on blood pressure: a meta-analysis of randomized trials. Implications for public health. J Hum Hypertens. 2002;16(11):761–70.7.  Nomura N, Shoda W, Uchida S. Clinical importance of potassium intake and molecular mechanism of potassium regulation. Clin Exp Nephrol. 2019;23(10):1175–80.

  24. 56

    #59 Bètablokkers bij hypertensie, geen eerste keus, maar wel belangrijk

    Bètablokkers (BB) remmen de werking van (nor)adrenaline, hierdoor daalt de hartfrequentie en daalt de bloeddruk. BB verlagen de sterfte ten opzichte van een placebo, maar zijn minder effectief ten opzichte van andere bloeddrukverlagers. Er zijn bèta-1 selectieve BB die werken vooral op het hart en niet selectieve BB, die ook de bèta-2 receptoren op de longen blokkeren, waardoor benauwdheid kan ontstaan.  BB worden niet in verband gebracht met het optreden van depressie of psychiatrische bijwerkingen.Literatuur1.  Ziff OJ, Samra M, Howard JP, Bromage DI, Ruschitzka F, Francis DP, et al. Beta-blocker efficacy across different cardiovascular indications: an umbrella review and meta-analytic assessment. Bmc Med. 2020;18(1):103.2.  Wiysonge CS, Bradley HA, Volmink J, Mayosi BM, Opie LH. Beta‐blockers for hypertension. Cochrane Db Syst Rev. 2017;2017(1):CD002003.3.  Riemer TG, Fuentes LEV, Algharably EAE, Schäfer MS, Mangelsen E, Fürtig M-A, et al. Do β-Blockers Cause Depression? Hypertension. 2021;77(5):1539–48.4.  Kubota Y, Tay WT, Teng TK, Asai K, Noda T, Kusano K, et al. Impact of beta‐blocker use on the long‐term outcomes of heart failure patients with chronic obstructive pulmonary disease. Esc Hear Fail. 2021;8(5):3791–9.5.  Zhang X-Y, Soufi S, Dormuth C, Musini VM. Time course for blood pressure lowering of beta‐blockers with partial agonist activity. Cochrane Db Syst Rev. 2020;9(9):CD010054.

  25. 55

    #58 Actueel: Myocarditis door mRNA vaccins, lager risico dan de actieve infectie met COVID-19

    Myocarditis, ontsteking van de hartspier komt voor als bijwerking van mRNA vaccins, het risico hierop is echter 1000 x zo laag als bij een active infectie met het SARS-COV-2 virus zelf. In die zin zou je kunnen zeggen dat vaccinatie dus ook beschermd tegen een ontsteking van de hartspier. Het risico is hoger bij mannen onder de 30 jaar. Literatuur1.  Aikawa T, Takagi H, Ishikawa K, Kuno T. Myocardial injury characterized by elevated cardiac troponin and in‐hospital mortality of COVID‐19: an insight from a meta‐analysis. J Med Virol. 2020;93(1):10.1002/jmv.26108.2.  Maiese A, Frati P, Duca FD, Santoro P, Manetti AC, Russa RL, et al. Myocardial Pathology in COVID-19-Associated Cardiac Injury: A Systematic Review. Diagnostics. 2021;11(9):1647.3.  Mevorach D, Anis E, Cedar N, Bromberg M, Haas EJ, Nadir E, et al. Myocarditis after BNT162b2 mRNA Vaccine against Covid-19 in Israel. New Engl J Medicine. 2021;385(23):NEJMoa2109730.4.  Heymans S, Cooper LT. Myocarditis after COVID-19 mRNA vaccination: clinical observations and potential mechanisms. Nat Rev Cardiol. 2022;19(2):75–7.5.  Witberg G, Barda N, Hoss S, Richter I, Wiessman M, Aviv Y, et al. Myocarditis after Covid-19 Vaccination in a Large Health Care Organization. New Engl J Medicine. 2021;385(23):NEJMoa2110737.6.  Montgomery J, Ryan M, Engler R, Hoffman D, McClenathan B, Collins L, et al. Myocarditis Following Immunization With mRNA COVID-19 Vaccines in Members of the US Military. Jama Cardiol. 2021;6(10):1202–6.7.  Vojdani A, Kharrazian D. Potential antigenic cross-reactivity between SARS-CoV-2 and human tissue with a possible link to an increase in autoimmune diseases. Clin Immunol Orlando Fla. 2020;217:108480–108480.8.  Heymans S, Eriksson U, Lehtonen J, Cooper LT. The Quest for New Approaches in Myocarditis and Inflammatory Cardiomyopathy. J Am Coll Cardiol. 2016;68(21):2348–64.

  26. 54

    #57 Calcium Antagonisten bij hoge bloeddruk

    Calcium Antagonisten remmen de instroom van Calcium in de cel en verlagen daarmee de spiersamentrekking . Hierdoor neemt de diameter van de vaten toe (ze trekken immers niet meer samen). Er zijn verschillende calciumkanalen, L-type en T-type zijn de belangrijkste, maar er zijn er nog meer, deze vallen buiten het bestek van deze podcast. Calciumantagonisten hebben als bijwerking vochtophoping (oedeem), duizeligheid, hoofdpijn en blozen, maar kunnen ook de spanning van de slokdarmsfincter verlagen, waardoor ze zuurbranden kunnen verergeren.  Calciumantagonisten zijn effectief als eerstelijns bloeddrukverlager, mogelijk verminderen ze het aantal herseninfarcten en het aantal cardiovasculaire gebeurtenissen. Calciumantagonisten worden ook voor andere aandoeningen dan hoge bloeddruk gebruikt.Literatuur1.  Ang HT, Lim KK, Kwan YH, Tan PS, Yap KZ, Banu Z, et al. A Systematic Review and Meta-Analyses of the Association Between Anti-Hypertensive Classes and the Risk of Falls Among Older Adults. Drug Aging. 2018;35(7):625–35.2.  Katz AM. Calcium channel diversity in the cardiovascular system. J Am Coll Cardiol. 1996;28(2):522–9.3.  Godfraind T. Discovery and Development of Calcium Channel Blockers. Front Pharmacol. 2017;8:286.4.  Lin Y-C, Lin J-W, Wu M-S, Chen K-C, Peng C-C, Kang Y-N. Effects of calcium channel blockers comparing to angiotensin-converting enzyme inhibitors and angiotensin receptor blockers in patients with hypertension and chronic kidney disease stage 3 to 5 and dialysis: A systematic review and meta-analysis. Plos One. 2017;12(12):e0188975.5.  Wright JM, Musini VM, Gill R. First‐line drugs for hypertension. Cochrane Db Syst Rev. 2018;2018(4):CD001841.6.  He T, Liu X, Li Y, Liu XY, Wu QY, Liu ML, et al. High-dose calcium channel blocker (CCB) monotherapy vs combination therapy of standard-dose CCBs and angiotensin receptor blockers for hypertension: a meta-analysis. J Hum Hypertens. 2017;31(2):79–88.7.  Palla M, Ando T, Androulakis E, Telila T, Briasoulis A. Renin‐Angiotensin System Inhibitors vs Other Antihypertensives in Hypertensive Blacks: A Meta‐Analysis. J Clin Hypertens. 2017;19(4):344–50.8.  Zamponi GW, Striessnig J, Koschak A, Dolphin AC. The Physiology, Pathology, and Pharmacology of Voltage-Gated Calcium Channels and Their Future Therapeutic Potential. Pharmacol Rev. 2015;67(4):821–70.

  27. 53

    #56 Apothekerspodcast Actueel, de CLICK trial, chloortalidon bij mensen met een eGFR van 15-29 ml/min en ongecontroleerde hypertensie

    Bloeddruk regulatie bij mensen met een slechte nierfunctie is moeilijk te bereiken. In het verleden werden thiazide diuretica niet geadviseerd bij een eGFR<30 ml/min. Diverse kleine onderzoeken toonden aan dat het thiazide achtige diureticum chloortalidon (CT) toch wel een effect kon hebben op de bloeddruk. Onderzoeker, nefroloog Rajiv Agarwal onderzocht of CT bij mensen met een eGFR van 15-29 ml/min veilig gebruikt kon worden en een bloeddrukdaling teweeg bracht. De resultaten van dit onderzoek worden in deze apothekerspodcast actueel besproken. Graag ontvang ik feedback hierover, zodat ik weet of u als luisteraar het interessant en zinvol vindt als er nieuwe ontwikkelingen op het gebied van geneesmiddelen plaatsvinden. U kunt dat doen via twitter (@HarmGeers) of door uw feedback te sturen naar [email protected]. Veel luisterplezier!Literatuur1.  Agarwal R, Sinha AD, Cramer AE, Balmes-Fenwick M, Dickinson JH, Ouyang F, et al. Chlorthalidone for Hypertension in Advanced Chronic Kidney Disease. New Engl J Med. 2021;385(27):2507–19.2.  Agarwal R, Sinha AD, Pappas MK, Ammous F. Chlorthalidone for Poorly Controlled Hypertension in Chronic Kidney Disease: An Interventional Pilot Study. American Journal of Nephrology [Internet]. 2014;39(2):171–82. Available from: http://www.karger.com.proxy.library.uu.nl/Article/Pdf/3586033.  Geers H. Het gebruik van thiazidediuretica bij een zeer lage glomerulaire filtratiesnelheid. https://www.npfo.nl/artikel/het-gebruik-van-thiazidediuretica-bij-een-zeer-lage-glomerulaire-filtratiesnelheid4.  MD RA, MD ADS. Thiazide diuretics in advanced chronic kidney disease. JASH. 2012 Sep 10;6(5):299–308.5.  Sinha AD, Agarwal R. Thiazide Diuretics in Chronic Kidney Disease. Current Hypertension Reports. 2015 Mar 8;17(3):1–6.6.  MD ADS, MD RA. Thiazides are useful agents in CKD. JASH. 2016 Apr 1;10(4):288–9.7.  Peterzan MA, Hardy R, Chaturvedi N, Hughes AD. Meta-Analysis of Dose-Response Relationships for Hydrochlorothiazide, Chlorthalidone, and Bendroflumethiazide on Blood Pressure, Serum Potassium, and Urate. Hypertension. 2012;59(6):1104–9.

  28. 52

    #55 Angiotensine Receptor Blokkers, ACE-remmers zonder hoest?

    Angiotensine Receptor Blokkers of ARB's worden ook wel sartanen genoemd. Ze werken net een stapje verder in de keten dan ACE remmers. Ze blokkeren de angiotensine 2 receptor waardoor angiotensine II zijn werking niet goed kan uitoefenen en waardoor de bloeddruk daalt. Sartanen hebben hetzelfde effect op de bloeddruk als ACE-remmers, maar hebben minder vaak prikkelhoest als bijwerking. Verder bestaan ze minder lang dan ACE remmers en is er met ACE remmers meer ervaring opgedaan. ARB's hebben positieve effecten op mensen met diabetes en chronische nierschade. In 2018 werd er bij een aantal sartanen vervuiling met NDMA aangetroffen, een kankerverwekkende stof, die ontstond bij een aangepaste syntheseroute. Inmiddels lijken de problemen met vervuilde sartanen weer te zijn opgelost. Literatuur1.  Helmer A, Slater N, Smithgall S. A Review of ACE Inhibitors and ARBs in Black Patients With Hypertension. Ann Pharmacother. 2018;52(11):1143–51.2.  Dimou C, Antza C, Akrivos E, Doundoulakis I, Stabouli S, Haidich AB, et al. A systematic review and network meta-analysis of the comparative efficacy of angiotensin-converting enzyme inhibitors and angiotensin receptor blockers in hypertension. J Hum Hypertens. 2019;33(3):188–201.3.  Jilesen D, Kramers C, Kerkvliet K, Bosch F, Vervuiliing van valsartan, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2019: 163, D3699.4.  Wang K, Hu J, Luo T, Wang Y, Yang S, Qing H, et al. Effects of Angiotensin-Converting Enzyme Inhibitors and Angiotensin II Receptor Blockers on All-Cause Mortality and Renal Outcomes in Patients with Diabetes and Albuminuria: a Systematic Review and Meta-Analysis. Kidney Blood Press Res. 2018;43(3):768–79.

  29. 51

    # 53 ACE remmers, meer dan alleen bloeddruk verlager

    ACE remmers zijn beschikbaar als prodrug of als niet prodrug, ze remmen de afgifte van aldosteron via remming van het Angiotensin Converting Enzyme. Daarmee remmen ze het Renine Angiotensin Aldosteron Syteem (RAAS). ACE-remmers hebben als bijwerkingen hoest, deze bijwerking kan ook na langdurig gebruik nog optreden. Verhoging van het Kalium en een daling van de nierfunctie. Op lange termijn beschermen ze de nieren juist tegen verdere achteruitgang. Ze zijn een belangrijk wapen tegen achteruitgang van de nieren bij chronische nierschade en bij albuminurie en proteinurie (eiwit in de urine). ACE remmers hebben een matig bloeddrukverlagend effect, waarschijnlijk omdat het RAAS niet bij iedereen met een hoge bloeddruk opgereguleerd is. Bij hartfalen en na een hartinfarct is dat wel het geval en zal het bloeddrukdalend effect groter zijn. Literatuur1.  Zhang Y, He D, Zhang W, Xing Y, Guo Y, Wang F, et al. ACE Inhibitor Benefit to Kidney and Cardiovascular Outcomes for Patients with Non-Dialysis Chronic Kidney Disease Stages 3–5: A Network Meta-Analysis of Randomised Clinical Trials. Drugs. 2020;80(8):797–811.2.  Brown NJ, Vaughan DE. Angiotensin-Converting Enzyme Inhibitors. Circulation. 1998;97(14):1411–20.3.  Heran BS, Wong MM, Heran IK, Wright JM. Blood pressure lowering efficacy of angiotensin converting enzyme (ACE) inhibitors for primary hypertension. Cochrane Db Syst Rev. 2008;(4):CD003823.4.  Sinha AD, Agarwal R. Clinical Pharmacology of Antihypertensive Therapy for the Treatment of Hypertension in Chronic Kidney Disease. Clin J Am Soc Nephro. 2018;14(5):CJN.04330418.5.  Wang GM, Li LJ, Tang WL, Wright JM. Renin inhibitors versus angiotensin converting enzyme (ACE) inhibitors for primary hypertension. Cochrane Db Syst Rev. 2020;10(10):CD012569.6.  He D, Zhang Y, Zhang W, Xing Y, Guo Y, Wang F, et al. Effects of ACE Inhibitors and Angiotensin Receptor Blockers in Normotensive Patients with Diabetic Kidney Disease. Horm Metab Res. 2020;52(05):289–97.

  30. 50

    #52 Kaliumsparende diuretica, oud maar nog lang niet op

    Kaliumsparende diuretica bestaan uit mineraal receptor antagonisten (MRA) zoals spironolacton, eplerenon en finrenon en uit remmers van het Epitheliale Natrium Kanaal (ENaC). Deze aflevering gaat over de remmers van ENaC, amiloride en triamtereen. Er wordt uitgelegd wat de rol is van ENaC in hypertensie en waarom de ENaC remmers juist kaliumsparend werken. Verder wordt er ingegaan op mogelijke nieuw toepassingen van de ENaC remmers en het voordeel van deze middelen in speciale groepen. ENaC remmers worden in de praktijk in Nederland vooral gecombineerd met thiazide diuretica (zie aflevering #51). Literatuur1.  Sun Q, Sever P. Amiloride: A review. J Renin-angio-aldo S. 2020;21(4):1470320320975893.2.  Hoorn EJ, Ellison DH. Diuretic Resistance. Am J Kidney Dis. 2017;69(1):136–42.3.  Vallée C, Howlin B, Lewis R. Ion Selectivity in the ENaC/DEG Family: A Systematic Review with Supporting Analysis. Int J Mol Sci. 2021;22(20):10998.4.  Tetti M, Monticone S, Burrello J, Matarazzo P, Veglio F, Pasini B, et al. Liddle Syndrome: Review of the Literature and Description of a New Case. Int J Mol Sci. 2018;19(3):812.5.  Hinrichs GR, Jensen BL, Svenningsen P. Mechanisms of sodium retention in nephrotic syndrome. Curr Opin Nephrol Hy. 2020;29(2):207–12.6.  Mutchler SM, Kleyman TR. New insights regarding epithelial Na+ channel regulation and its role in the kidney, immune system and vasculature. Curr Opin Nephrol Hy. 2019;28(2):113–9.7.  Svenningsen P, Hinrichs GR, Zachar R, Ydegaard R, Jensen BL. Physiology and pathophysiology of the plasminogen system in the kidney. Pflügers Archiv - European J Physiology. 2017;469(11):1415–23.8.  Jones E, Rayner B. The importance of the epithelial sodium channel in determining salt sensitivity in people of African origin. Pediatr Nephrol. 2021;36(2):237–43.9.  Svenningsen P, Andersen H, Nielsen LH, Jensen BL. Urinary serine proteases and activation of ENaC in kidney—implications for physiological renal salt handling and hypertensive disorders with albuminuria. Pflügers Archiv - European J Physiology. 2015;467(3):531–42.

  31. 49

    #51 Thiazide diuretica to pee or not to pee that's the question

    Thiazide diuretica worden ook wel plastabletten genoemd, de hoeveelheid die je extra moet plassen na inname van deze tabletten valt echter bijzonder mee. Ze zijn al erg oud en er is heel veel ervaring mee opgedaan. Ze hebben een zeer gunstig bijwerkingen profiel en worden goed verdragen doorgaans. Ze verhogen de uitscheiding van natrium en water via de nier. In de ALLHAT studie, de grootste studie die gedaan is op het gebied van bloeddrukverlagers, bleek dat chloortalidon betere uitkomsten had dan lisinopril en amlodipine. Een bijkomend voordeel is dat chloortalidon ook nog eens heel goedkoop is ten opzichte van deze nieuwere middelen. Bijwerkingen van thiazide diuretica zijn laag natrium, laag kalium, minder calcium in de urine, verhoging van het urinezuur en een lichte stijging van de glucosespiegel. Controle van natrium, kalium en de nierfunctie wordt aanbevolen voor de start en 10-14 dagen na het starten van de therapie. Literatuur1.  Group TAO and C for the ACR. Major Outcomes in High-Risk Hypertensive Patients Randomized to Angiotensin-Converting Enzyme Inhibitor or Calcium Channel Blocker vs Diuretic: The Antihypertensive and Lipid-Lowering Treatment to Prevent Heart Attack Trial (ALLHAT). Jama. 2002;288(23):2981–97.2.  Subramanya AR, Ellison DH. Distal Convoluted Tubule. Clinical Journal of the American Society of Nephrology [Internet]. 2014 Dec 5;9(12):2147–63. Available from: https://cjasn.asnjournals.org/content/clinjasn/9/12/2147.full.pdf3.  Omar HR, Komarova I, El-Ghonemi M, Fathy A, Rashad R, Abdelmalak HD, et al. Licorice abuse: time to send a warning message. Therapeutic Advances in Endocrinology and Metabolism. 2012 Aug 7;3(4):125–38.4.  Loffing J, Korbmacher C. Regulated sodium transport in the renal connecting tubule (CNT) via the epithelial sodium channel (ENaC). Pflügers Archiv - European J Physiology. 2009;458(1):111–35.5.  William JH, Danziger J. Proton-pump inhibitor-induced hypomagnesemia: Current research and proposed mechanisms. World journal of nephrology. 2016 Mar;5(2):152–7.6.  William JH, Richards K, Danziger J. Magnesium and Drugs Commonly Used in Chronic Kidney Disease. Advances in chronic kidney disease. 2018 May;25(3):267–73.

  32. 48

    #50 Hoge bloeddruk inleiding

    Wat is hoge bloeddruk en wat zijn de risicofactoren voor hoge bloeddruk? Wanneer gaan we behandelen met geneesmiddelen? Wat zijn de risicofactoren en hoe kan ik mijn risico inschatten? Deze Podcast is gebaseerd op de standaard van het Nederlands Huisartsengenootschap "Cardiovasculair Risico Management" https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/cardiovasculair-risicomanagement#samenvatting

  33. 47

    #49 SGLT2 remmers bij hartfalen, een diabetes middel bij hartfalen?

    SGLT2 remmers zorgen voor een verminderde ziekenhuisopname door hartfalen en worden aanbevolen voor alle patiënten met hartfalen NYHA klasse 2. Momenteel worden er veel SGLT2 remmers voorgeschreven, maar hoe werken ze nu precies bij hartfalen? In deze podcast worden eerste de belangrijkste studies kort besproken, waarbij SGLT2 remmers getest zijn en vervolgens wordt ingegaan op de mogelijke werkingsmechanismen van deze middelen bij hartfalen. Voor een verdieping in de werkingsmechanismen verwijs ik naar de literatuur hieronder. SGLT2 remmers zijn nu geregistreerd voor HFrEF, op dit moment is er een studie bij HFpEF gepubliceerd voor empagliflozine (EMPEROR preserved) en begin 2022 worden ook de resultaten van een andere studie  met dapagliflozine (DELIVER).Literatuur1.  Trum M, Riechel J, Wagner S. Cardioprotection by SGLT2 Inhibitors—Does It All Come Down to Na+? Int J Mol Sci. 2021;22(15):7976.2.  Petrie MC, Verma S, Docherty KF, Inzucchi SE, Anand I, Bělohlávek J, et al. Effect of Dapagliflozin on Worsening Heart Failure and Cardiovascular Death in Patients With Heart Failure With and Without Diabetes. JAMA : the journal of the American Medical Association [Internet]. 2020 Mar 27;1–16. Available from: https://jamanetwork-com.proxy.library.uu.nl/journals/jama/fullarticle/2763950?guestAccessKey=92d12374-e06c-4a0c-8f07-09d4c679b321&utm_source=silverchair&utm_medium=email&utm_campaign=article_alert-jama&utm_content=olf&utm_term=0327203.  Butler J, Usman MS, Khan MS, Greene SJ, Friede T, Vaduganathan M, et al. Efficacy and safety of SGLT2 inhibitors in heart failure: systematic review and meta‐analysis. Esc Hear Fail. 2020;7(6):3298–309.4.  Anker SD, Butler J, Filippatos G, Ferreira JP, Bocchi E, Böhm M, et al. Empagliflozin in Heart Failure with a Preserved Ejection Fraction. New Engl J Med. 2021;5.  Sano M, Goto S. Possible Mechanism of Hematocrit Elevation by Sodium Glucose Cotransporter 2 Inhibitors and Associated Beneficial Renal and Cardiovascular Effects. Circulation. 2019;139(17):1985–7.6.  Verma S, McMurray JJV. SGLT2 inhibitors and mechanisms of cardiovascular benefit: a state-of-the-art review. Diabetologia [Internet]. 2018 Aug 23;61(10):1–10. Available from: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs00125-018-4670-7.pdf7.  Seferović PM, Fragasso G, Petrie M, Mullens W, Ferrari R, Thum T, et al. Sodium–glucose co‐transporter 2 inhibitors in heart failure: beyond glycaemic control. A position paper of the Heart Failure Association of the European Society of Cardiology. Eur J Heart Fail. 2020;22(9):1495–503.

  34. 46

    #48 mRNA vaccins, te snel ontwikkeld of niet?

    mRNA vaccins lijken heel snel ontwikkeld te zijn, toch heeft het best lang geduurd voordat de mRNA vaccins veilig gebruikt kunnen worden. De eerste fundamentele onderzoeken naar de werking van de mRNA vaccins zijn gestart in 1987 en pas in 2018 wist men eigenlijk hoe men optimaal een mRNA vaccin kon maken en gebruiken in mensen.  In deze apothekerspodcast leg ik uit hoe de mRNA vaccins zijn ontstaan.Literatuur1.  Wolff JA, Malone RW, Williams P, Chong W, Acsadi G, Jani A, et al. Direct Gene Transfer into Mouse Muscle in Vivo. Science. 1990;247(4949):1465–8.2.  Ulmer JB, Donnelly JJ, Parker SE, Rhodes GH, Felgner PL, Dwarki VJ, et al. Heterologous Protection Against Influenza by Injection of DNA Encoding a Viral Protein. Science. 1993;259(5102):1745–9.3.  Karikó K, Buckstein M, Ni H, Weissman D. Suppression of RNA Recognition by Toll-like Receptors: The Impact of Nucleoside Modification and the Evolutionary Origin of RNA. Immunity. 2005;23(2):165–75.4.  Karikó K, Muramatsu H, Welsh FA, Ludwig J, Kato H, Akira S, et al. Incorporation of Pseudouridine Into mRNA Yields Superior Nonimmunogenic Vector With Increased Translational Capacity and Biological Stability. Mol Ther. 2008;16(11):1833–40.5.  Anderson BR, Muramatsu H, Nallagatla SR, Bevilacqua PC, Sansing LH, Weissman D, et al. Incorporation of pseudouridine into mRNA enhances translation by diminishing PKR activation. Nucleic Acids Res. 2010;38(17):5884–92.6.  Sahin U, Karikó K, Türeci Ö. mRNA-based therapeutics — developing a new class of drugs. Nat Rev Drug Discov. 2014;13(10):759–80.7.  Bahl K, Senn JJ, Yuzhakov O, Bulychev A, Brito LA, Hassett KJ, et al. Preclinical and Clinical Demonstration of Immunogenicity by mRNA Vaccines against H10N8 and H7N9 Influenza Viruses. Mol Ther. 2017;25(6):1316–27.8.  Pardi N, Hogan MJ, Naradikian MS, Parkhouse K, Cain DW, Jones L, et al. Nucleoside-modified mRNA vaccines induce potent T follicular helper and germinal center B cell responses. J Exp Medicine. 2018;215(6):1571–88.9.  Pardi N, Hogan MJ, Porter FW, Weissman D. mRNA vaccines — a new era in vaccinology. Nat Rev Drug Discov. 2018;17(4):261–79.10.  Stuart LM. In Gratitude for mRNA Vaccines. New Engl J Med. 2021;385(15):1436–8.11.  Dolgin E. The tangled history of mRNA vaccines. Nature. 2021;597(7876):318–24.Voor meer informatie of DNAhttps://www.youtube.com/watch?v=JQIwwJqF5D0Voor meer informatie over het Immuun systeemhttps://www.youtube.com/watch?v=rp7T4IItbtM

  35. 45

    #47 STOPTOBER-4 Medicatie bij stoppen met roken

    In deze aflevering bespreek ik hoe de werking van nicotine in de hersenen is en waarom het verslavend is, tevens komt er een nieuw inzicht ter sprake over de werking van nicotine op de microglia. Microglia zijn cellen die de zenuwcellen van de hersenen onderhouden en allerlei functie hebben en die door nicotine beïnvloed worden. Het lijkt erop dat adolescenten en jong volwassenen gevoeliger zijn voor de verslavende effecten van roken en ook dat roken in de hersenen van pubers meer potentiële schade kan aanrichten. Medicatie bij stoppen met roken wordt besproken, nicotine vervangende middelen, nortiptyline, bupropion, varenicline en ten slotte wordt er kort ingegaan op cytisine en het gevaar van e-sigaretten en vaping wordt besproken. Met name het risico op E-cigarette of Vaping Associated Lung Injury (EVALI). Literatuur1.  Overbeek DL, Kass AP, Chiel LE, Boyer EW, Casey AMH. A review of toxic effects of electronic cigarettes/vaping in adolescents and young adults. Crit Rev Toxicol. 2020;50(6):1–8.2.  Gotti C, Clementi F. CYTISINE AND CYTISINE DERIVATIVES. MORE THAN SMOKING CESSATION AIDS. Pharmacol Res. 2021;170:105700.3.  Wang TW, Gentzke AS, Neff LJ, Glidden EV, Jamal A, Park-Lee E, et al. Disposable E-Cigarette Use among U.S. Youth — An Emerging Public Health Challenge. New Engl J Med. 2021;384(16):1573–6.4.  Mahajan SD, Homish GG, Quisenberry A. Multifactorial Etiology of Adolescent Nicotine Addiction: A Review of the Neurobiology of Nicotine Addiction and Its Implications for Smoking Cessation Pharmacotherapy. Frontiers Public Heal. 2021;9:664748.5. NHG standaard stoppen met roken, https://richtlijnen.nhg.org/behandelrichtlijnen/stoppen-met-roken, geraadpleegd op 30-10-2021.6. https://en.wikipedia.org/wiki/Bronchiolitis_obliterans

  36. 44

    #46 STOPTOBER-3 Een interview met huisarts Karin Janssen

    Karin Janssen is huisarts en kaderarts longen, dat betekent dat ze een tweejarige opleiding heeft gedaan om zich te verdiepen in longaandoeningen. In dit interview bespreken we de invloed van roken op de longen en benadrukken dat het belangrijk is om te stoppen met roken. Als u wilt stoppen, praat er dan over met uw huisarts, hij of zij kan u helpen met stoppen. Schaam je niet als je een terugval hebt, dit komt heel erg vaak voor, blijf positief en probeer het  nog een keer. 

  37. 43

    #45 STOPTOBER-2 Een interview met Dennis, ex-roker

    Dennis vertelt openhartig hoe hij jarenlang rookte, zeker een pakje per dag en hoe hij is gestopt. Ik hoop dat het verhaal van Dennis een inspiratiebron is voor anderen die willen stoppen met roken. Het gaat u lukken!Veel luisterplezier

  38. 42

    # 44 STOPTOBER-1: Stoppen met Roken met cardioloog Maurits van der Veen

    Gast Maurits van der Veen is cardioloog in Ziekenhuis Gelderse Vallei en is erg actief om mensen aan te sporen om te stoppen met roken. Hij dot dat in zijn dagelijkse werkzaamheden, maar ook op landelijk niveau. Hij zit in een actieclub die stoppen met roken op de landelijke politieke agenda probeert te krijgen en hij vind dat alle dokters stoppen met roken zouden moeten adviseren aan hun patiënten. In de podcast spreken we over een aantal linkjes die we hebben opgenomen in deze show notes.Informatie op de website van het Trimbos instituut: https://www.trimbos.nl/kennis/roken-tabakIs een referentie naar de Guideline Prevention in CVD van de ESC (European Society of Cardiology): https://www.escardio.org/Guidelines/Clinical-Practice-Guidelines/2021-ESC-Guidelines-on-cardiovascular-disease-prevention-in-clinical-practiceDe Podcast met Marcel Levi: https://open.spotify.com/episode/2jgUiS5nX8zl7jjHdM0tBw?si=ak8CNZkbRRSBD2VpzNwaUA&dl_branch=1Scholing voor professionals "Very Brief Advice": https://www.pfizer.nl/nascholing/very-brief-advice-leven-redden-30-seconden?cmp=009bf139-bd74-4b15-9005-affa1994592d&ttype=BA  NB: wij hebben GEEN belangenconflict!!

  39. 41

    #43 Trigeminus Neuralgie of aangezichtspijn

    Trigeminus Neuralgie (TN) of aangezichtspijn is een zeer nare aandoening die gepaard gaat met pijnscheuten in het gedeelte van het gezicht dat wordt aangestuurd door de trigeminus zenuw. De pijn wordt soms omschreven als “shock”, pijnscheuten duren kort <1 s tot 2 minuten en komen aanvalsgewijs voor. Ze worden vaak uitgelokt door aanraking van het gezicht, maar ook door spreken of kauwen of tandenpoetsen. Trigeminus neuralgie kan worden behandeld met geneesmiddelen en via chirurgie. Carbamazepine en oxcarbazepine zijn de twee geneesmiddelen die het meest gebruikt worden bij de behandeling van TN. Ongeveer 90% van de mensen merkt verbetering na gebruik van carbamazepine, helaas valt ook ongeveer 40% van de mensen uit als gevolg van bijwerkingen. Er wordt gewerkt aan geneesmiddelen die het Nav 1.7 kanaal remmen (dit is een kanaal dat de natriumstroom verzorgt) en hiervan verwacht men goede resultaten.(1–3)Literatuur1.  Stefano GD, Truini A, Cruccu G. Current and Innovative Pharmacological Options to Treat Typical and Atypical Trigeminal Neuralgia. Drugs. 2018;78(14):1433–42.2.  Lambru G, Zakrzewska J, Matharu M. Trigeminal neuralgia: a practical guide. Pract Neurology. 2021;pract. neurol-2020-002782.3.  Cruccu G, Stefano GD, Truini A. Trigeminal Neuralgia. New Engl J Med. 2020;383(8):754–62.

  40. 40

    # 42 Zenuwpijn, haal de scherpe kantjes eraf

    Zenuwpijn is lastig te bestrijden. Geneesmiddelen worden vooral gebruikt om de scherpe kantje van de pijn eraf te halen, daarbij wordt het Number Needed to Treat om 50% pijnreductie tee bewerkstelligen veel gebruikt als uitkomstmaat. Dit nummer ligt ongeveer tussen de 4 en de 8 voor de verschillende middelen. De meest gebruikte middelen zijn Antidepressiva, Antiepileptica en soms opioïden. De laatste groep wordt terughoudend toegepast en heeft ook veel nadelen, zie hiervoor ook podcast #40. Literatuur1.  Stefano GD, Lionardo AD, Pietro GD, Cruccu G, Truini A. Pharmacotherapeutic Options for Managing Neuropathic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis. Pain Res Management. 2021;2021:1–13.2.  Finnerup NB, Attal N, Haroutounian S, McNicol E, Baron R, Dworkin RH, et al. Pharmacotherapy for neuropathic pain in adults: a systematic review and meta-analysis. Lancet Neurology. 2015;14(2):162–73.3.  Kocot-Kępska M, Zajączkowska R, Mika J, Kopsky DJ, Wordliczek J, Dobrogowski J, et al. Topical Treatments and Their Molecular/Cellular Mechanisms in Patients with Peripheral Neuropathic Pain—Narrative Review. Pharm. 2021;13(4):450.4.  Wang N, Zhang Y-H, Wang J-Y, Luo F. Current Understanding of the Involvement of the Insular Cortex in Neuropathic Pain: A Narrative Review. Int J Mol Sci. 2021;22(5):2648.

  41. 39

    #41 Hoe bekijk ik de voor- en nadelen van een geneesmiddel?

    In deze apothekerspodcast wordt er uitgelegd hoe u kunt afwegen of een geneesmiddel iets is voor u of niet. Daarbij is het belangrijk om goed te snappen wat de absolute risico afname is van een geneesmiddel. Deze absolute risicoafname wordt weergegeven in het Number Needed to Treat (NNT) en wordt afgewogen tegen het Number Needed to Harm (NNH). Dat laatste getal geeft aan in hoeverre een geneesmiddel bijwerkingen geeft. Ook is het belangrijk om uzelf af te vragen of u tot dezelfde populatie behoort als de populatie die in de studies naar zo'n geneesmiddel zijn gebruikt. Bent u een gezonde persoon die niet rookt, drinkt, veel beweegt en gezonde voeding eet en hebben er in de studie mensen met overgewicht, diabetes, slechte voedingsgewoonten en veel rokers meegedaan, dan is de winst van een geneesmiddel bij u misschien wel heel anders en kunt u de studieresultaten niet zomaar naar uzelf extrapoleren. Via de volgende websites kunt u meer te weten komen over uw risico op hart- en vaatziekten en over het NNT en het NNH en of een geneesmiddel positief of negatief werkt. www.u-prevent.comwww.thnnnt.comLiteratuur1.  Legemate DA, Koelemay MJW, Ubbink DT. [Number unnecessarily treated in relation to harm: a concept physicians and patients need to understand]. Ned Tijdschr Genees. 2016;160:D513.

  42. 38

    #40 Pijnstillers -3- Opioiden

    Opioiden werken op de lichaamseigen opiaatreceptoren. Opiaten worden gebruikt als stap (3) en 4 op de WHO pijnschaal. Er zijn sterkwerkende en zwakwerkende opioiden. De zwakwerkende opioiden zijn tramadol, tapentadol en buprenorfine. De sterwerkende opioiden zijn morfine, fentanyl, oxycodon, hydromorfon en methadon. Codeine werd vroeger nog wel eens gebruikt, maar heeft geen goede pijnstilling (of juist teveel) en geeft wel bijwerkingen. Ook bij tramadol komen veel bijwerkingen voor, vooral bij ouderen. Een interessant fenomeen is de Opioid Geinduceerde Hyperalgesie, waarbij mensen langzamerhand steeds meer opioiden gaan gebruiken. Het idee is dat opioiden de pijnpaden in het lichaam kunnen veranderen, waardoor iemand meer pijn voelt en daardoor steeds meer opioiden nodig heeft, waardoor de pijnpaden verder veranderen en de patiënt in een vicieuze cirkel belandt. Literatuur:1. Lee M, Silverman SM, Hansen H, Patel VB, Manchikanti L. A comprehensive review of opioid-induced hyperalgesia. Pain Physician. 2011;14(2):145–61.

  43. 37

    #39 Pijnstillers -2- NSAID's

    NSAID staat voor Non Steroidal Anti Inflammaroty Drug, het is een pijnstiller met ontstekingsremmende eigenschappen. NSAIDs worden veel gebruikt en er is veel ervaring mee opgedaan, ze kunnen zonder recept gekocht worden. Toch zijn NSAIDs niet geheel zonder risico te gebruikten. Via remming van het enzym cyclooxygenase (COX) remmen NSAIDs de vorming van prostaglandinen (PG). PG zorgen oa voor pijnmodulatie, maar beïnvloeden ook de doorbloeding van de nier en de aanmaak van de beschermende slijmlaag van de maag. Ze kunnen dus acute nierschade veroorzaken, maar ook maagbloedingen. Daarnaast kunnen NSAIDs ook het risico op hart- en vaatziekten  (HVZ) verhogen. COX1 selectieve NSAIDs zorgen voor meer maagbloedingen, terwijl COX2 selectieve NSAIDs juist meer HVZ veroorzaken. Het is dus een afweging die gemaakt moet worden in de keuze voor een NSAID. De dosering moet zo laag mogelijk en het gebruik zo kort mogelijk gehouden worden. Bij langdurig gebruik dient iemand onder controle te staan (oa bloeddruk). In deze apothekerspodcast gaan we dieper in op de voors en tegens van NSAIDs

  44. 36

    #38 Pijnstillers -1- Paracetamol of Acetaminophen

    Paracetamol is de eerst keus pijnstiller die gebruikt kan worden. Paracetamol is een veilig middel, mits op de juiste manier gebruikt. Bij korter dan 1 maand kan de dosering tot 4 gram worden aangehouden, maar bij langduriger gebruik of bij de aanwezigheid van risicofactoren moet de dosering lager zijn. In deze apothekerspodcast meer over de juiste manier van dosering bij paracetamol.

  45. 35

    #37. Restless Legs Syndroom, onrustige benen

    In deze apothekerspodcast hebben we het over RLS. Dit is een aandoening die gepaard gaat met een enorme drang tot bewegen van de benen, deze aandrang treedt op in rust en speelt vooral op tijdens de avond en nacht. RLS wordt behandeld met geneesmiddelen, maar recente inzichten tonen aan dat ijzergebrek in de hersenen een belangrijke rol speelt bij RLS en dat het belangrijk is om bij RLS ervoor te zorgen dat de ferritine concentratie boven de 50 microgram per liter blijft. Geneesmiddelen die gebruikt worden zijn dopamine agonisten (pramipexol, rotigotide en ropinirol), echter men denkt dat deze middelen gepaard gaan met het frequenter optreden van augmentatie, waardoor de symptomen van RLS eerder optreden en heftiger optreden. Gabapentine en pregabaline kunnen ook gebruikt worden bij RLS, maar zijn hiervoor in Nederland niet geregistreerd, maar zouden off label kunnen worden toegepast. Literatuur1.  Garcia-Borreguero D, Cano-Pumarega I. New concepts in the management of restless legs syndrome. Bmj. 2017 Feb 27;j104-14.2.  Garcia-Malo C, Romero-Peralta S, Cano-Pumarega I. Restless Legs Syndrome. Clinical Features. Sleep Medicine Clin. 2021;16(2):233–47.3.  Guo S, Huang J, Jiang H, Han C, Li J, Xu X, et al. Restless Legs Syndrome: From 

  46. 34

    #36 Maagzuurremmers, stoppen of doorgaan?

    Nederland ken ruim 2 miljoen gebruikers van maagzuurremmers, is dat niet heel veel? Zijn er geen mensen die kunnen stoppen met maagzuurremmers en als je wilt stoppen, kan je dat zomaar doen? Hoe bouw je maagzuurremmers het beste af? Welke maagzuurremmers zijn er eigenlijk? In deze apotekerspodcast wordt dit allemaal uitgelegd.Gebruikte literatuur:1.  Islam MdM, Poly TN, Walther BA, Dubey NK, Ningrum DNA, Shabbir S-A, et al. Adverse outcomes of long-term use of proton pump inhibitors. Eur J Gastroen Hepat. 2018;30(12):1395–405.2.  Gomm W, Holt K von, Thomé F, Broich K, Maier W, Fink A, et al. Association of Proton Pump Inhibitors With Risk of Dementia. JAMA Neurology. 2016 Apr 1;73(4):410–7.3.  Lyu B, Hansen KE, Jorgenson MR, Astor BC. Associations between Proton Pump Inhibitor and Histamine-2 Receptor Antagonist and Bone Mineral Density among Kidney Transplant Recipients. American Journal of Nephrology [Internet]. 2020 Jun 24;51(6):433–41. Available from: https://www-karger-com.proxy.library.uu.nl/Article/Pdf/5074704.  Ben‐Eltriki M, Green CJ, Maclure M, Musini V, Bassett KL, Wright JM. Do proton pump inhibitors increase mortality? A systematic review and in‐depth analysis of the evidence. Pharmacol Res Perspectives. 2020;8(5):e00651.5.  Kuller LH. Do Proton Pump Inhibitors Increase the Risk of Dementia? JAMA Neurology. 2016 Apr;73(4):379–81.6.  Xie Y, Bowe B, Yan Y, Xian H, Li T, Al-Aly Z. Estimates of all cause mortality and cause specific mortality associated with proton pump inhibitors among US veterans: cohort study. Bmj. 2019;365:l1580.7.  Willems RPJ, Dijk K van, Ket JCF, Vandenbroucke-Grauls CMJE. Evaluation of the Association Between Gastric Acid Suppression and Risk of Intestinal Colonization With Multidrug-Resistant Microorganisms. Jama Intern Med. 2020;180(4):561–71.8.  Willems RPJ, Dijk K van, Ket JCF, Vandenbroucke-Grauls CMJE. Evaluation of the Association Between Gastric Acid Suppression and Risk of Intestinal Colonization With Multidrug-Resistant Microorganisms. JAMA Internal Medicine. 2020 Apr 1;180(4):561–11.9.  Ford CD, Lopansri BK, Haydoura S, Snow G, Dascomb KK, Asch J, et al. Frequency, Risk Factors, and Outcomes of Vancomycin-Resistant EnterococcusColonization and Infection in Patients with Newly Diagnosed Acute Leukemia: Different Patterns in Patients with Acute Myelogenous and Acute Lymphoblastic Leukemia. Infection Control & Hospital Epidemiology. 2015 Jan 5;36(1):47–53.10.  Singh-Franco D, Mastropietro DR, Metzner M, Dressler MD, Fares A, Johnson M, et al. Impact of pharmacy-supported interventions on proportion of patients receiving non-indicated acid suppressive therapy upon discharge: A systematic review and meta-analysis. Plos One. 2020;15(12):e0243134.11.  D’Silva KM, Mehta R, Mitchell M, Lee TC, Singhal V, Wilson MG, et al. Proton pump inhibitor use and risk for recurrent Clostridioides difficile infection: A systematic review & meta-analysis. Clin Microbiol Infec. 2021;27(5):697–703.12.  Lazarus B, Chen Y, Wilson FP, Sang Y, Chang AR, Coresh J, et al. Proton Pump Inhibitor Use and the Risk of Chronic Kidney Disease. Jama Intern Med. 2016;176(2):238–46.13.  Srinutta T, Chewcharat A, Takkavatakarn K, Praditpornsilpa K, Eiam-Ong S, Jaber BL, et al. Proton pump inhibitors and hypomagnesemia: A meta-analysis of observational studies. Medicine. 2019;98(44):e17788.14.  Orelio CC, Heus P, Dieren JJK, Spijker R, Munster BC van, Hooft L. Reducing Inappropriate Proton Pump Inhibitors Use for Stress Ulcer Prophylaxis in Hospitalized Patients: Systematic Review of De-Implementation Studies. J Gen Intern Med. 2021;1–9.15.  Tran‐Duy A, Connell NJ, Vanmolkot FH, Souverein PC, Wit NJ, Stehouwer CDA, et al. Use of proton pump inhibitors and risk of iron deficiency: a population‐based case–control&

  47. 33

    #35 Wisseling van medicijnen, het kan anders

    In deze podcast wil ik de maatschappelijke discussie rondom het wisselen van geneesmiddelen op voorschrift van zorgverzekeraars aanvullen met een aantal waarnemingen die ik heb gedaan als apotheker. Ik zie dat er al heel veel mensen zijn gewisseld van geneesmiddel en dat er een kleine groep mensen overblijft voor wie wisselen heel eng is en mogelijk ook nadelen geeft. In deze apothekerspodcast benoem ik een aantal problemen, zoals het gebrek aan vertrouwen in geneesmiddelen, de toename in het aantal consulten bij huisarts en specialist over de wisseling van die geneesmiddelen en de toename in het aantal metingen om te evalueren of die geneesmiddelen niet nadelig zijn voor deze groep patiënten. Verder belicht ik het morele dilemma wat er ontstaat bij mij als apotheker als ik een afweging moet maken tussen een financieel argument en een het belang van de patiënt. Tenslotte geef ik aan hoe ik denk dat het ook anders kan en waarbij er een systeem ontstaat waarbij er toch veel bespaard kan worden.

  48. 32

    #34 Afbouwen van antidepressiva, snel of langzaam

    Antidepressiva moeten nooit abrupt gestaakt worden, maar worden afgebouwd, in verband met het optreden van onttrekkingsverschijnselen. In deze afleverin gaan we in op die onttrekkingsverschijnselen. U kunt deze onthouden aan de afkorting FINISH (Flu-like symptoms, Insomnia, Nausea, Imbalance, Sensory disturbance, Hyperarousal). Ze kunnen ernstig of minder ernstig verlopen, maar ook met veel of weinig symptomen. Bij de aanwezigheid van risicofactoren moet langzaam worden afgebouwd, zonder risicofactoren kan er sneller (in 2 weken) worden afgebouwd. Dat laatste is wel afhankelijk van de dosering. Er is een goed consensusdocument opgesteld over het afbouwen van SSRI's en SNRI's, de link daar naartoe vindt u hieronder.https://www.knmp.nl/downloads/multidisciplinair-document-2018afbouwen-ssri2019s-snri2019s2019.pdf

  49. 31

    # 33. Het serotoninesyndroom, zeldzaam, maar potentieel gevaarlijk

    In deze aflevering meer informatie over het serotoninesyndroom. Dit syndroom kenmerkt zich door een veranderde mentale status, autonome overactiviteit en neuromusculaire abnormaliteiten. Het komt voor in milde vorm, maar ook in ernstige vorm, de ernstige vorm heeft een hoge mortaliteit. Centraal staan de symptomen: zweten, versnelde hartslag, toegenomen darmgeluiden, diarree, agitatie, spiertrekkingen, tremoren, vooral in de onderste extremiteiten (benen en armen). Er is een verhoogde kans op het serotoninesyndroom bij overdosering van het SSRI (vaak als gevolg van een bewuste intoxicatie), een combinatie met andere serotonerg werkende geneesmiddelen of door de combinatie met (designer) drugs als MDMA (XTC), LSD, 3-MMC (Poes). Het syndroom ontstaat snel, dus het is belangrijk om hulp te zoeken van een arts als u het vermoeden heeft van een serotoninesyndroom.Literatuur:1. Boyer EW, Shannon M. The Serotonin Syndrome. New Engl J Medicine. 2005;352(11):1112–20.

  50. 30

    #32. Antidepressiva, welke zijn er en welke kiezen we voor wie?

    Er zijn verschillende soorten antidepressiva, in deze podcast wordt vooral aandacht besteed aan de meest gebruikte middelen, de SSRI's en de TCA's. De verschillende criteria waarop er gekozen kan worden voor het ene dan wel het andere soort SSRI worden  besproken.

Type above to search every episode's transcript for a word or phrase. Matches are scoped to this podcast.

Searching…

We're indexing this podcast's transcripts for the first time — this can take a minute or two. We'll show results as soon as they're ready.

No matches for "" in this podcast's transcripts.

Showing of matches

No topics indexed yet for this podcast.

Loading reviews...

ABOUT THIS SHOW

Harm Geers is apotheker en bespreekt wekelijks allerlei zaken over geneesmiddelen.

HOSTED BY

Harm Geers, PharmD, PhD

CATEGORIES

Frequently Asked Questions

How many episodes does Apothekers Podcast met Harm Geers have?

Apothekers Podcast met Harm Geers currently has 50 episodes available on PodParley. New episodes are automatically indexed when they're published to the podcast feed.

What is Apothekers Podcast met Harm Geers about?

Harm Geers is apotheker en bespreekt wekelijks allerlei zaken over geneesmiddelen.

How often does Apothekers Podcast met Harm Geers release new episodes?

Apothekers Podcast met Harm Geers has 50 episodes. Check the episode list to see recent publication dates and frequency.

Where can I listen to Apothekers Podcast met Harm Geers?

You can listen to Apothekers Podcast met Harm Geers on PodParley by clicking any episode. We provide an embedded audio player for direct listening, and you can also subscribe via your preferred podcast app using the RSS feed.

Who hosts Apothekers Podcast met Harm Geers?

Apothekers Podcast met Harm Geers is created and hosted by Harm Geers, PharmD, PhD.
URL copied to clipboard!